Longen 1
Ba2 - sem1
Structuur van de long op macro en microniveau
Algemene long anatomie
Ontwikkeling gebeurt vroeg → 4-7w:
trachea en eerste generatie van
bronchi
De bloedvoorziening ontwikkelt
parallel aan de luchtwegen
Luchtwegen splitsen dichotoom: in 2
takken van ong dezelfde grootte
Ontwikkeling stopt niet → longen +
vasculaire structuren ontwikkelen tot
21 jaar
Vanaf 24w zijn de longen leefbaar
● Kindje vroeger geboren: surfactans geven
Algemene longfunctie:
Niet elke baby heeft dezelfde longcapaciteit:
● Bv. zwangeren die roken → baby heeft minder ontwikkelde longen
● Andere early life events die de longfunctie aanpassen
1
,In de pubertijd gaat de longfunctie heel sterk naar boven:
● Kan gelijkaardig zijn aan begin capaciteit
● Hier kunnen prematuur geboren baby’s (of andere baby’s met lagere longcap.) hun
longfunctie toch nog verbeteren tot normaal = catch-up
Piek is rond 30 jaar, daarna afname vd longcapaciteit
➔ Bij mensen die roken zal er een snellere achteruitgang zijn
➔ Bij een te lage longfunctie zal er een premature dood zijn
Samengevat: er zijn verschillende trajecten van geboorte tot mortaliteit + alle longen gaan
uiteindelijk longfunctie verliezen
1. Strottenhoofd
2. Trachea
3. Kraakbeenringen
4. Splitsing van de trachea
5. Rechter hoofdbronchus
6. Schildkraakbeen
7. Ringkraakbeen
Detail kraakbeen:
1. Kraakbeenhoefijzer
2. Slijmvliesbedekking
3. Vlezige achterwand
R: 3 kwabben + 2 fissuren
L: 2 kwabben + 1 fissuur
Longen worden ingedeeld in segmenten:
R: 10
L: 8 of 9
= ideaal
2
, ● Elk segment is een aparte anatomische eenheid → kan apart functioneren en heeft
een aparte bronchovasculaire aanvoer
● Te vergelijken met elektriciteit in parallel → als er 1 eenheid niet werkt maakt dit niet
zo veel uit want alle anderen kunnen wel nog werken
Reden van segmenten:
● Lokale ventilatie en gasuitwisseling → onafhankelijk
● Onafhankelijke perfusie → efficiëntie gasuitwisseling
● Ziekte-isolatie → ziekte kan beperkt blijven tot 1 of meerdere segmenten
● Efficiënte longfunctie: structuur van elk segment geeft max oppervlakte
Pleura
Longen zijn ingekapseld door pleura:
● Pleuravocht is een smeermiddel → pleuralagen glijden makkelijk over elkaar
● Vergemakkelijkt longexpansie en -contractie door licht negatieve druk
● Barrière tss longen en borstkas → beschermd tegen infecties, ontstekingen en letsel
● Handhaven van drukbalans
Lymfe
● Lymfevaten lopen in de rand en ook in de verschillende segmenten
● Draineert heel veel afval → wordt gefilterd in lymfeknopen
● Behoudt vloeistofbalans
● Speelt belangrijke rol in immuunsysteem (bij infectie in longen zullen lymfeklieren
opzwellen)
➔ Collecteren, transporten en schoonmaken van interstitieel vocht
Innervatie
Autonome innervatie:
● Parasympathisch: bronchoconstrictie, ↑ mucussecretie, protectieve reflexen
● Sympathisch: bronchodilatatie, ↓ mucussecretie, draagt bij aan betere ademhaling bij
stress/inspanning
3
, Sensorisch:
● Doel: detectie irritatie en stretch + triggert reflexen
● Pijnsensatie in de pleura
Circulatie
Pulmonale circulatie:
O2-arm bloed komt in RA → RV → A.
pulmonalis → gasuitwisseling → O2-rijk
bloed in pulmonaalvenen
Bronchiale circulatie = doorbloeding tot terminale
bronchiolen → komt vanuit systemische circulatie:
● 1/3 in v. azygos → systemische circulatie
● 2/3 in v. pulmonalis → pulmonale circulatie
○ Hierdoor nooit O2 saturatie van 100%
Luchttoevoer
Naast een luchtweg loopt altijd een arterie
Alle scenario's voorgesteld zijn in de ideale long → wijkt
heel vaak af vd werkelijkheid
Luchtwegen zijn opgedeeld in generaties
● Gen 0 = trachea
● Gen 1 = hoofdbronchi
● Gen 2 = kwabben
● Gen 8 = van grote naar kleine luchtwegen, stop
van kraakbeen
● Gen 16 = terminale bronchioli, van luchtvoerende
naar gasuitwisselende luchtwegen
Verschil kleine en grote luchtwegen = gen 8:
● Kleine vaker aangetast in ziekte → geen
kraakbeen
● Ook de kleine splitsen nog steeds dichotoom
● In de kleine luchtwegen moet er al veel pathologie
zijn voor je er iets van voelt → 3 alveolaire ducts die uitvallen ga je niet voelen
4
Ba2 - sem1
Structuur van de long op macro en microniveau
Algemene long anatomie
Ontwikkeling gebeurt vroeg → 4-7w:
trachea en eerste generatie van
bronchi
De bloedvoorziening ontwikkelt
parallel aan de luchtwegen
Luchtwegen splitsen dichotoom: in 2
takken van ong dezelfde grootte
Ontwikkeling stopt niet → longen +
vasculaire structuren ontwikkelen tot
21 jaar
Vanaf 24w zijn de longen leefbaar
● Kindje vroeger geboren: surfactans geven
Algemene longfunctie:
Niet elke baby heeft dezelfde longcapaciteit:
● Bv. zwangeren die roken → baby heeft minder ontwikkelde longen
● Andere early life events die de longfunctie aanpassen
1
,In de pubertijd gaat de longfunctie heel sterk naar boven:
● Kan gelijkaardig zijn aan begin capaciteit
● Hier kunnen prematuur geboren baby’s (of andere baby’s met lagere longcap.) hun
longfunctie toch nog verbeteren tot normaal = catch-up
Piek is rond 30 jaar, daarna afname vd longcapaciteit
➔ Bij mensen die roken zal er een snellere achteruitgang zijn
➔ Bij een te lage longfunctie zal er een premature dood zijn
Samengevat: er zijn verschillende trajecten van geboorte tot mortaliteit + alle longen gaan
uiteindelijk longfunctie verliezen
1. Strottenhoofd
2. Trachea
3. Kraakbeenringen
4. Splitsing van de trachea
5. Rechter hoofdbronchus
6. Schildkraakbeen
7. Ringkraakbeen
Detail kraakbeen:
1. Kraakbeenhoefijzer
2. Slijmvliesbedekking
3. Vlezige achterwand
R: 3 kwabben + 2 fissuren
L: 2 kwabben + 1 fissuur
Longen worden ingedeeld in segmenten:
R: 10
L: 8 of 9
= ideaal
2
, ● Elk segment is een aparte anatomische eenheid → kan apart functioneren en heeft
een aparte bronchovasculaire aanvoer
● Te vergelijken met elektriciteit in parallel → als er 1 eenheid niet werkt maakt dit niet
zo veel uit want alle anderen kunnen wel nog werken
Reden van segmenten:
● Lokale ventilatie en gasuitwisseling → onafhankelijk
● Onafhankelijke perfusie → efficiëntie gasuitwisseling
● Ziekte-isolatie → ziekte kan beperkt blijven tot 1 of meerdere segmenten
● Efficiënte longfunctie: structuur van elk segment geeft max oppervlakte
Pleura
Longen zijn ingekapseld door pleura:
● Pleuravocht is een smeermiddel → pleuralagen glijden makkelijk over elkaar
● Vergemakkelijkt longexpansie en -contractie door licht negatieve druk
● Barrière tss longen en borstkas → beschermd tegen infecties, ontstekingen en letsel
● Handhaven van drukbalans
Lymfe
● Lymfevaten lopen in de rand en ook in de verschillende segmenten
● Draineert heel veel afval → wordt gefilterd in lymfeknopen
● Behoudt vloeistofbalans
● Speelt belangrijke rol in immuunsysteem (bij infectie in longen zullen lymfeklieren
opzwellen)
➔ Collecteren, transporten en schoonmaken van interstitieel vocht
Innervatie
Autonome innervatie:
● Parasympathisch: bronchoconstrictie, ↑ mucussecretie, protectieve reflexen
● Sympathisch: bronchodilatatie, ↓ mucussecretie, draagt bij aan betere ademhaling bij
stress/inspanning
3
, Sensorisch:
● Doel: detectie irritatie en stretch + triggert reflexen
● Pijnsensatie in de pleura
Circulatie
Pulmonale circulatie:
O2-arm bloed komt in RA → RV → A.
pulmonalis → gasuitwisseling → O2-rijk
bloed in pulmonaalvenen
Bronchiale circulatie = doorbloeding tot terminale
bronchiolen → komt vanuit systemische circulatie:
● 1/3 in v. azygos → systemische circulatie
● 2/3 in v. pulmonalis → pulmonale circulatie
○ Hierdoor nooit O2 saturatie van 100%
Luchttoevoer
Naast een luchtweg loopt altijd een arterie
Alle scenario's voorgesteld zijn in de ideale long → wijkt
heel vaak af vd werkelijkheid
Luchtwegen zijn opgedeeld in generaties
● Gen 0 = trachea
● Gen 1 = hoofdbronchi
● Gen 2 = kwabben
● Gen 8 = van grote naar kleine luchtwegen, stop
van kraakbeen
● Gen 16 = terminale bronchioli, van luchtvoerende
naar gasuitwisselende luchtwegen
Verschil kleine en grote luchtwegen = gen 8:
● Kleine vaker aangetast in ziekte → geen
kraakbeen
● Ook de kleine splitsen nog steeds dichotoom
● In de kleine luchtwegen moet er al veel pathologie
zijn voor je er iets van voelt → 3 alveolaire ducts die uitvallen ga je niet voelen
4