Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 169 pagina's
Samenvatting

Samenvatting leerstoornissen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 169 pagina's

Geslaagd aan de hand van deze samenvatting!! Alle slides met notities verwerkt in een samenvatting om het overzichtelijk te maken!!

Voorbeeld van de inhoud

1



SAMENVATTING LEERSTOORNISSEN
Tekst richtlijn is als achtergrond
Vb examenvraag: stel er is in de HUMO een artikel verschijnt over dyslexie: wat is dit artikel waard en wat weet je
erover.
Les 1: definitie van dyslexie .............................................................................................................................................. 1
Les 2: cognitieve oorzaken van dyslexie ......................................................................................................................... 13
LES 3: Perceptuele oorzaken van dyslexie ...................................................................................................................... 28
Les 4: Multiple deficit modellen van dyslexie ................................................................................................................. 47
Les 5: Wat kunnen/moeten we met dyslexie bij kleuters? predictie en preventie van ernstige leerproblemen .......... 51
Les 5: Lezergame (gastcollege) ....................................................................................................................................... 67
Les 6: nieuwe leestheorieën ........................................................................................................................................... 73
Les 7: Rekenstoornissen/ dyscalculie .............................................................................................................................. 79
Les 8: Predicitie rekenproblemen: Risicofactoren voor vroege rekenproblemen in de kleuterschool .......................... 90
Les 9: Strategieontwikkeling van rekenzwakke kinderen en kinderen met rekenproblemen: Onderzoek van Joke
Torbeyns.......................................................................................................................................................................... 93
LEs 10: dyslsexie en ADHD ............................................................................................................................................ 103



LES 1: DEFINITIE VAN DYSLEXIE
Dyslexie een recent gegeven → een van de stoornissen waar we in de geschiedenis vrij laat zijn opgekomen.


DISCREPANTIEDEFINITIES
Bij leerstoornissen is er vaak sprake van een hoge intelligentie, maar vallen de kinderen toch uit op een bepaald
domein, dit niet past binnen hun hoge intelligentieprofiel.
• Vandaar de naam: discrepantiedefinitie.
Kinderen die het goed doen op verschillende vlakken, maar toch absoluut slecht leren lezen ondanks hun intelligentie
• Dat is de klinische ervaring van dyslexie.
De persoon die dyslexie in de wereld bracht sprak over woordblindheid.
• Slimme kinderen die moeizaam leren lezen — alsof ze een vorm van blindheid voor taal hebben.
De eerste definities benadrukken: het is geen dommerik, maar een intelligent kind.
Er is een discrepantie: de begaafdheid wijkt af van de leesvaardigheid.
• Het potentieel schoolsucces ligt hoger dan het actuele schoolsucces.
o = je zou denken dat het kind het goed zou doen op school, maar dat is helemaal niet zo.

Tot en met de DSM-IV (1994) werd dyslexie uitsluitend gediagnosticeerd op basis van het discrepantiecriterium (tot
2013).
• Discrepantiecriterium was de basis: groot verschil tussen het verwachtte niveau obv de intelligentie en dan de
gemeten vaardigheid. Het mocht niet te wijten zijn aan andere factoren.
o Aan een andere stoornis, of aan slecht onderwijs of onvoldoende gestimuleerd zijn in de
taalontwikkeling.
• Dyslexie werd als eerste ontdekt door klinische ervaring met een discrepantie tussen leesniveau en IQ.
• Het eerste wat ze deden was een intelligentietest afnemen en daarnaast een lees- en spellingsproef en als
daar een groot verschil in was in beide dan konden we zeggen dat het discrepant was.
• Volgens het discrepantiecriterium:
o Het leesniveau ligt, gemeten met een individueel afgenomen gestandaardiseerde test voor
leesvaardigheid of begrip, aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat hoort bij de leeftijd, de
gemeten intelligentie en de bij de leeftijd passende opleiding van de betrokkene

, 2

o Door de leesproblemen gaat het leren op school en dingen doen in het dagelijks leven moeilijker
o Indien een zintuiglijk defect aanwezig is, zijn de leesproblemen ernstiger dan normaal bij dat defect
en dan die hier gewoonlijk bij horen.
• Door de vergelijking tussen IQ en leesvaardigheid kregen mensen met een gemiddelde leesvaardigheid maar
hoge intelligentie de diagnose dyslexie.

KRITIEK
➔ De kritiek op het discrepantiecriterium is dat het te veel focust op het verschil tussen IQ en leesvaardigheid,
terwijl dyslexie onafhankelijk is van intelligentie en dezelfde onderliggende leesproblemen vertoont bij zowel
hoge als lage IQ’s. Hierdoor sluit het criterium vooral mensen met een laag IQ onterecht uit van de diagnose,
wat de betrouwbaarheid en bruikbaarheid ervan beperkt.

Er kwam veel kritiek op het discrepantiecriterium vanwege de sterke focus op schoolse vaardigheden
• Cruciale rol van intelligentie
o De link tussen schoolse vaardigheden en intelligentie is zwak en wordt zwakker doorheen de
schoolloopbaan. → de link wordt minder belangrijk
▪ Aan het einde van het eerste leerjaar is er een matige correlatie (r = .60 → 36% van dyslexie
wordt verklaard door IQ).
▪ Tegen het einde van de lagere school daalt de correlatie, en slechts 1 à 3% (max. 5%) van
dyslexie kan dan verklaard worden door IQ
• Dyslexie is onafhankelijk van intelligentie
o Intelligentie gebruiken als maat voor potentieel school succes is niet succesvol. Onze schoolse
successen hangen in grote mate samen met de intelligentie, maar intelligentie is niet de grootste
factor.
o “There exists no strong evidence that poor readers of high and low intelligence display marked
differences in the fundamental cognitive and neurological processes that are the source of their
reading difficulties” (Stanovich, 1996)
▪ = Er is geen sterk bewijs dat zwakke lezers met een hoge of lage intelligentie duidelijke
verschillen vertonen in de fundamentele cognitieve en neurologische processen die aan de
basis liggen van hun leesproblemen.
• = zwakke lezers, hoog of laag IQ → hebben dezelfde problemen in hun hoofd bij het
leren lezen.
• Discrepantiegebruiken is niet zinvol.
Stanovich stelt dat de discrepantie tussen lezen en IQ niet samenhangt met dyslexie, en dat dyslexie onafhankelijk is
van IQ.
• Dyslexie wordt vaak geassocieerd met hoogbegaafdheid, mede door het discrepantiecriterium.
• Het criterium leidde vooral tot de diagnose bij mensen met een hoog IQ, omdat hun leesvaardigheden relatief
zwakker konden zijn zonder extreem laag te scoren.
• Mensen met een lager IQ moesten daarentegen extreem zwakke leesscores hebben om in aanmerking te
komen voor de diagnose.
• Mensen met een verstandelijke beperking kunnen ook dyslexie hebben, maar volgens de richtlijnen mag bij
hen geen leerstoornis gediagnosticeerd worden.
• Stanovich hanteert een verklarende benadering: Dyslexie is een probleem met woordherkenning en
fonologische verwerking.

o “Students with higher IQ and poor reading achievement (IQ-discrepant) and students with both lower
IQ and poor reading achievement show negligible to small differences on several measures of reading
and phonological processing.” (Fletcher, et al., 2013)
▪ = Leerlingen met een hoger IQ en zwakke leesprestaties (IQ-discrepant) en leerlingen met een
lager IQ en zwakke leesprestaties vertonen verwaarloosbare tot kleine verschillen op
verschillende meetinstrumenten voor lezen en fonologische verwerking.”
• = “Leerlingen die slecht lezen, of ze nu een hoog of laag IQ hebben, verschillen maar
heel weinig in hoe goed ze lezen en hoe ze klanken verwerken.”

, 3

Fletcher stelt dat er geen significante verschillen zijn tussen discrepante en niet-discrepante zwakke lezers in de
onderliggende leesprocessen, zoals fonologische verwerking.
= Fletcher zegt dat alle kinderen die moeite hebben met lezen, ongeveer dezelfde problemen hebben met klanken en
woorden, of ze nu slim zijn of niet.

FOUTE VOORONDERSTELLING
Dyslexie en intelligentie
• Dyslexie moet ook gediagnosticeerd kunnen worden bij mensen met een verstandelijke beperking, maar
volgens de richtlijnen kan er bij hen geen leerstoornis vastgesteld worden.
• Dyslexie heeft niets te maken met IQ, en de fonologische verwerking als onderliggend probleem is
onafhankelijk van intelligentie.
o Deze fonologische verwerking komt bij iedereen voor → hoog of laag IQ

Bij kinderen met leesproblemen en laag IQ
• Laag IQ is oorzaak van de leesproblemen – ‘expected underachievement’
o = verwachte achterstand in prestaties
Bij kinderen met leesproblemen en een goed IQ
• Er moet een specifieke oorzaak van de leesproblemen zijn – ‘unexpected underachievement’
o = Een zwakte van een schoolse vaardigheid die we niet verwachten. Geen andere problemen en toch
slechte resultaten.

Een verschil tussen expected en unexpected maken is een verkeerde voorstelling.
• Bij mensen met een laag IQ wordt vaak gezegd dat hun problemen door dat lage IQ komen, terwijl bij mensen
met een hoog IQ wordt gezocht naar een speciale oorzaak voor hun moeilijkheden.

Volgens de definitie zou je het leesprobleem moeten kunnen verklaren volgens bepaalde aspecten van IQ.
• Een laag IQ hangt samen met leesproblemen, maar dit gaat dus niet op voor die mensen met een hoog IQ.
• Het IQ is dus niet verklarend voor dyslexie. Er zijn namelijk ook hyperlexictische kinderen, die volgens het IQ
boven verwachting lezen
• → Er is geen enkele wetenschappelijke reden waarom een bepaalde vaardigheid (IQ) een andere rol zou
spelen in de lees- en spellingsvaardigheid.
• Een uitzondering is natuurlijk het leren lezen bij kinderen met en verstandelijke beperking (IQ < 70, -2 SD, 4%
van bevolking), maar functioneel/technisch lezen kan wel aangeleerd worden bij deze populatie. Begrijpend
lezen is daarentegen moeilijk om aan te leren omdat het in feite een combinatie is van technisch lezen en
begrijpend luisteren.

Fenotypische beschrijving van dyslexie (=zichtbare/uiterlijke kenmerken) van Stanovich
• Woordherkenning = het zien van het woordbeeld en het oproepen van de klankstructuur uit het
langetermijngeheugen
o Is het basisprincipe van technisch lezen en het centrale probleem van dyslexie.
• Aan woordherkenningsproblemen ligt altijd een fonologisch verwerkingsprobleem (problemen met het
verwerken van klanken) volgens Stanovich.
• In feite is dyslexie dus een probleem in de automatisatie van woordherkenning door een afwijking in de
fonologische verwerking als onderliggend cognitief proces. Dit is eveneens de visie van Stanovich en wordt
ook wel de fenotypische beschrijving van dyslexie genoemd.
• Deze factoren hangen niet samen met IQ.
• Deze fonologische verwerking is echter onafhankelijk van IQ.
• Er is ook een erfelijke component: het is bewezen dat de fonologische verwerking een grotere erfelijke
component heeft dan IQ.

STANOVICH
➔ Dyslexie heeft te maken met hoe je hersenen klanken en woorden verwerken (=fonologie), en niet met hoe
slim je bent (IQ-leesdiscrepantie). Onderzoekers hebben ontdekt dat dyslexie vaak in families voorkomt en dat

, 4

er in de hersenen van mensen met dyslexie kleine verschillen zitten in de taalgebieden. Het maakt dus niet uit
of je een hoog of laag IQ hebt: dyslexie komt voor bij kinderen van alle niveaus.

Er is een band tussen etiologie/oorzaak en fonologie maar niet tussen etiologie en IQ- lees-discrepantie: dit is
aangetoond in de volgende 3 onderzoeken
• Erfelijkheidsonderzoek
o Uit stamboomonderzoek blijkt dat er een behoorlijke erfelijkheid is. Vooral in de mannelijke lijn is er
meer dan 50% kans op overerving van dyslexie. Fonologische problemen zijn dus deels erfelijk, maar
IQ en IQ-leesdiscrepantie niet.
• Neuro-anatomisch onderzoek
• fMRI-onderzoek
o Men heeft, eerst postmortem en later met fMRI-onderzoek, vastgesteld dat er bij dyslectici corticale
dysplasieën aanwezig zijn in de taalgebieden en dat er gelijkenissen zijn tussen familieleden
o Tegenwoordig voert men ook veel onderzoek naar wittestofbanen.
o De visual word form area, die naast het gebied voor gezichtsherkenning ligt, is verbonden met de
taalgebieden. In deze verbindingen zitten ook afwijkingen bij dyslectici.

• Vroeger werd al wel eens gezegd dat dyslectici een hoger IQ hebben dan de gemiddelde bevolking, maar dat
kwam door de IQ-leesdiscrepantie. Bij een laag IQ moest het lezen al zeer slecht zijn om van dyslexie te
spreken. De onderkant van de bevolking werd dus in feite afgesneden.
• IQ-discrepante zwakke lezers (= kinderen met een hoog IQ, maar slecht lezen) en andere zwakke lezers hebben
dezelfde prognose voor hun leesontwikkeling.
o Dezelfde moeite met het horen en herkennen van klanken in woorden.
• Minder dan 1% van de unieke variantie in interventieresultaten bij zwakke lezers wordt bepaald door het IQ.
➔ Er kan geconcludeerd worden dat dyslexie niets te maken heeft te maken met intelligentie.

De prognose is niet verschillend voor discrepanten en niet discrepanten.

Dyslexie betekent dat kinderen moeite hebben met het automatisch herkennen van woorden en het verwerken van
klanken, en dit probleem hangt niet samen met hoe slim ze zijn (IQ). Vroeger werd dyslexie vooral vastgesteld als er
een groot verschil was tussen IQ en leesvaardigheid, maar dit klopt niet goed, want dyslexie komt voor bij kinderen
met zowel hoog als laag IQ. Onderzoek laat zien dat dyslexie vaak erfelijk is en dat er verschillen in de hersenen zijn bij
mensen met dyslexie, vooral in taalgebieden. Daarom is IQ geen goede maat om dyslexie te bepalen, en kinderen met
dyslexie hebben dezelfde problemen, ongeacht hun intelligentie.
• Deze definitie ging er dus ten onrechte van uit dat dyslexie vooral voorkomt bij slimme kinderen, omdat hun
leesprobleem dan als "onverwacht" werd gezien.
• Kinderen met een laag IQ die slecht lezen, vielen buiten deze definitie, omdat hun probleem dan werd gezien
als een verwachte leerachterstand — niet als dyslexie.
• Maar onderzoek toont aan dat dyslexie níét afhangt van IQ: de onderliggende problemen met fonologische
verwerking zijn gelijk bij hoog- en laagbegaafde kinderen met leesproblemen.


DYSLEXIE: ALTERNATIEVE DEFINITIES
Eind jaren '90 ontstonden alternatieve benaderingen nadat duidelijk werd dat dyslexie weinig te maken heeft met IQ.
DSM-V werd gepubliceerd in 2013, dus Amerikaanse psychiaters hebben dyslexie tot zeer recent benaderd op basis
van discrepantie.

Cognitieve discrepantiemodellen
• Er moet geen discrepantie zijn met IQ, maar misschien wel tussen specifieke cognitieve vaardigheden.
• Deze modellen kijken naar de relatieve sterktes en zwaktes op vlak van cognitie van een persoon en stellen op
basis daarvan dyslexie vast.
• Zo was er een moment dat er gezocht werd naar een discrepantie binnen schoolse vaardigheden bv. technisch
lezen (zwak) vs. begrijpend lezen (sterk). Indien er hier een discrepantie kon worden vastgesteld, kon dyslexie
worden vastgesteld.

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
13 februari 2026
Aantal pagina's
169
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$9.56

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
0
Volgers
0
Items
5
Laatst verkocht
-



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen