MODULE 0b: krachten en momenten
Inleidende begrippen: Krachten
Kracht ⃗
F = vector
- Grootte
- Richting/zin (zie krachten dictee
toledo)
- Aangrijpingspunt
De massa m: eigenschap vh lichaam [kg]
Het gewicht G (=zwaartekracht): kracht [N] Glichaam = mlichaam x g
Moment: komt voor voor elke kracht die op een afstand van een
rotatie punt inwerkt
Het moment om een punt w bepaald door
a) De grootte vd kracht
b) De momentsarm tov het rotatiepunt
(momentsarm = de korste afstand tss het rotatiepunt en de
kracht)
Moment = arm x kracht (M = F x d)
Afh van: roratie punt, kracht (⃗
F ) en hefboomarm (d)
(hefboomarm en kracht staan loodrecht op elkaar, want is kortste
afstand)
Richting bepalen: hefboomarm tekenen laten roteren in de
richting van de kracht richting is wijzerzin of tegenwijzerzin
MODULE 0c: spieren en momentwerking
Grondreactiekracht: komt voor bij alle contacten tussen het lichaam en
de omgeving bv. tijdens een handstand of een yoga figuur
,Vanuit het oogpunt van gezondheid is het belangrijk dat er geen
beschadigingen ontstaan aan gewrichten, banden en spieren tijdens het
bewegen.
Als bewegingen kunnen worden uitgevoerd op een wijze dat de belasting
van gewrichten, banden en spieren is geminimaliseerd is de kans op
blessures kleiner.
Module 1: Beschrijving vd houding
Coördinaten vd gewrichten
Om houding ve proefpersoon kwantitatief te beschrijven hebben we
een assenstelsel nodig
Dankzij het assenstelsel kunnen we de positie van bepaalde
kenmerken kwantitatief uitdrukken
De gewrichten zijn belangrijke elementen om de houding ve
proefpersoon te beschrijven
Obv die 7 kenmerken (gewrichten) kunnen we de stickfiguur in
verband met ede houding tekenen
Geeft alleen de belangrijke punten weer die we nodig hebben (we
gaan vaak obv enkel de stickfiguur werken
Segmentlengte
Pythagoras : a² + b² = c²
Als de lengte van twee rechthoekszijden (zijden a
en c) bekend zijn, dan kunnen we de lengte van de
schuine zijde (zijde b) uitrekenen met de stelling
van Pythagoras.
Als je dan het coördinaat B gevonden hebt kan je de lengte vd 2
rechthoekszijde berekenen (bv lengte ‘a’ = XB – Xelleboog)
, Daarna kan je de lengte vd SZ (hier de bovenarm) berekenen adhv
Pythagoras
Algemene formule:
Absolute hoek
vd segmenten
Sin : SOS sin θ = O / S
Cos : CAS cos θ = A / S
Tan : TOA tan θ = O / A
De absolute hoek =de hoek tussen de
horizontale (stippellijn) en het segment
(hier bovenarm) in tegenwijzerzin.
Het wordt berekend tov het DISTALE
gewricht.
2 belangrijke aspecten:
1. De abs hoek w tov het distale gewricht gedefinieerd
2. De abs hoek w in tegenwijzerzin gemeten vanaf de
positieve horizontale as
De absolute hoek van een segment kan eveneens
berekend worden uit de coördinaten van de gewrichtsassen (obv dezelfde
driehoek als voor de
segmentlengte)
:
Opgepast!
1) Gebruik altijd een tekening om de driehoek en de gezochte hoek aan te
duiden.