Samenvatting Gezondheidspsychologie
HOC 1: Inleiding
Als je denkt aan ‘gezondheid’ waar denk je dan aan?
Gezondheid is... * niet ziek zijn.
* goed voor jezelf zorgen
* goede genen hebben
* je fit en ergiek voelen
* je mentaal goed voelen, goed in je vel zitten
* de vrijheid om te doen wat je wilt wanneer je dat wilt, zonder
belemmeringen
Gezondheid kan voor veel mensen verschillende dingen betekenen. Dat is de essentie
van heel deze cursus: we willen gaan kijken naar ‘wat is gezond zijn’ en ‘wat is ziek zijn’.
De ideeën die we hierover hebben kunnen al dan niet een invloed uitoefenen op het (al
dan niet objectief gezien) gezond zijn/het gezond voelen.
Doelstellingen van de cursus:
* Inzicht in het biopsychosociaal model van gezondheid en ziekte
* Inzicht in het belang van cognitieve, emotionele, persoonlijkheids- en sociale factoren
bij ziekte en gezondheid
* Inzicht in gezondheidsgedrag, gedragsmodellen en gedragsverandering
* Inzicht in psychologische interventies voor gezondheidsgedrag en -bevordering
* Inzicht in culturele of sociale verschillen in gezondheid en gezondheidsongelijkheid
Opzet cursus: het handboek is aanbevolen, maar niet verplicht.
Een halve oranje bol = aanvullende literatuur: dient niet in detail gekend te zijn, ter
ondersteuning
Een volle oranje bol = leerstof die gekend moet zijn voor het examen! Literatuur die
te vinden is op canvas!
Doorheen de cursus worden opdrachten gegeven rond de relevante les.
Opdracht 1: bij de les van gedragsmodellen
Opdracht 2: bij de tweede les van gedragsverandering
Evaluatie: MC-examen met verhoogde cesuur (70%) + groepswerk: groepsverdeling =
random: 2 opdrachten gegeven doorheen de cursus -> prof + peer evaluatie = verplicht!!
(30%) → in totaal erdoor zijn!
De prof vraagt NOOIT de exacte cijfers! Wél de algemene trend kennen + wat de
relevantie van de cijfers is! De cijfers tonen bepaalde zaken aan, dat kan wel bevraagd
worden. De prof vraagt NOOIT de namen van oprichters van bepaalde modellen! Wél
kan hij een vraag stellen waarin ze verwerkt zijn. Bv. de zelfdeterminatietherie van... stelt
dat... De theorie kennen zonder de auteurs is voldoende om de vraag te beantwoorden.
1
,Gezondheidspsychologie is het wetenschappelijk onderzoek naar de mentale, psychosociale
en biologische processen én het gedragsmatig functioneren die een rol spelen bij:
▪ het bevorderen en in stand houden van de gezondheid
▪ het ontstaan van ziekte (bv. hoe is stress gerelateerd aan ziekte en gezondheid?)
▪ preventie en behandeling van ziekte (bv. gezondheidscampagnes)
▪ de verbetering van de gezondheidszorg en het gezondheidsbeleid
1. Wat is gezondheid? Hoe is ons perspectief t.o.v. gezondheid veranderd over de jaren
heen?
1.1. Wat is gezondheid?
Ons begrip van gezondheid is cruciaal voor de mate waarin we gezond zijn en/of ons gezond
voelen! Dit begrip is echter complex en afhankelijk van:
▪ tijdstip in de geschiedenis
▪ individuele verschillen
▪ cultuur
▪ sociale klasse
▪ leeftijd
1.2. Historische perspectieven
We starten ons verhaal in de Oudheid. Allereerst bespreken we Hippocrates. Hippocrates
kennen we vandaag de dag nog door de beroepeed die artsen afleggen. In deze eed
verplichten artsen zichzelf bepaalde beroepsregels te zullen handhaven. Mensen zoals
Hippocrates zijn heel invloedrijk geweest als het gaat over de manier waarop
jarenlang/decennialang/eeuwenlang is gekeken naar gezondheid.
Wat zij dachten, Hippocrates, maar ook bv. Galenus, was dat
gezondheid afhankelijk was van een balans tussen vier
lichaamsvloeistoffen/humores. Deze vier vloeistoffen waren
bloed, slijm, zwarte gal en gele gal. Als iemand ziek is, wilt dat
zeggen dat er een bepaalde vorm van ‘inbalans’ is. Genezing ging
dan ook vaak gepaard met het proberen om de humores terug in balans te brengen.
Bijvoorbeeld: bloodletting/aderlating was een manier om een ‘teveel’ aan bloed weg te
werken. Ook dachten ze dat er een sterk verband was tussen de verschillende humores en
persoonlijkheid: bepaalde PH-trekken/profielen gingen volgens hun gepaard met een meer
of mindere aanwezigheid van bepaalde vloeistoffen. Tot op de dag van vandaag is dat nog
aanwezig in onze taal, bv. iemand ‘koleirig’ noemen, of iemand ‘melancholisch’ noemen. Zij
dachten vroeger dat een melancholische persoon een teveel had aan zwarte gal.
Waarom is het vandaag nog relevant om deze achtergrond mee te nemen? Dat is
omdat we vandaag gezondheid nog vaak zien als een soort van ‘balans’. Vaak
wordt gezondheid, vooral vanuit pseudowetenschappen, nog gezien als een
balans tussen energieën, shakra’s,... MAAR: ook in de neurologische
wetenschappen wordt nog vaak gedacht over een balans. Denk maar aan het idee
2
, dat depressie verklaard kan worden door een tekort aan serotonine in het brein. Vandaar
het logische idee dat de meeste antidepressiva serotonine reuptake inhibitoren zijn, die
ervoor zorgen dat serotonine minder snel opgenomen wordt en er dus meer serotonine
aanwezig is in het brein. We zien echter dat dit niet per se klopt: mensen met sterke
depressieve klachten hebben niet per se minder serotonine in hun brein voor ze die
medicatie nemen. De medicatie lijkt dus een ander proces in gang te zetten. We weten nog
niet precies wat. Maar het idee van de balans in de hersenen bij depressie lijkt niet helemaal
te kloppen. Maar: gezondheid als een soort balans blijft wel een populair idee.
Als we een heel stap vooruit zetten en we springen uit de Oudheid naar de
Middeleeuwen, zien we dat de humores-theorie (die eeuwenlang populair was) meer
en meer in verval raakt. Doorheen de Middeleeuwen raakt gezondheid meer
verbonden met spiritualiteit en religie. Ziekte werd niet meer gezien als een inbalans
tussen de lichaamsvloeistoffen, maar als een straf van god! Dat maakte ook dat het
proces van genezing vaak ook in handen kwam van spirituele leiders/priesters. Een
heel belangrijk feit dat voortkwam uit de focus op religie, is dat er een bepaalde taboe
ontstond rond vroeg wetenschappelijk onderzoek. Er was op dat moment nl. een verbod op
alle vorm van wetenschappelijk onderzoek op lichamen, lijken, cadavers, waardoor er er een
hele lange tijd een beperkte medische vooruitgang was.
Ook werd er in deze tijd gedacht dat lichaam en geest samenwerkten.
De link tussen gezondheid en religie: Vandaag de dag lijkt er toch nog een noch positief,
noch negatief verband te zijn. In sommige opzichten kan je zeggen dat religie bepaalde
vormen van gezondheidsbevorderd gedrag tegenhoudt. Bijvoorbeeld: er zijn sterke linken
tussen vaccinatieweigering en bepaalde religieuze groepen. Langs de andere kant zien we
dat er ook positieve relaties bestaan tussen gezondheid en een bepaalde religie. Tot op de
dag van vandaag lijkt religie als sociale factor op een manier gepaard te gaan met
gezondheid.
Als we vanuit de Middeleeuwen overstappen naar de Renaissance, bestuderen we de
belangrijke figuur Descartes. Deze stond mee aan de grond van een wetenschappelijke
revolutie. De grootste drijvende factor in deze wetenschappelijke revolutie is het ontstaan
van het idee van ‘dualisme’. Dualisme is het idee dat lichaam en geest twee afzonderlijke
entiteiten zijn: ze staan los van elkaar. Waarom was dit zo’n impactvol idee? Mensen
begonnen te denken over het idee dat ‘als lichaam en geest niet met elkaar in verbinding
staan, doen we geen kwaad het lichaam van een overleden persoon te onderzoeken’. Dit
was de start van heel veel lichamelijk onderzoek op lijken, waardoor veel biologische
processen geïdentificeerd konden worden. DUS: toegenomen anatomisch onderzoek!
Het idee van dualisme is enorm invloedrijk geweest. Wat betekent het nu precies?
Geest = niet- Lichaam = het materiële + de objectieve,
materieel + niet tastbare lichamelijke functies. We
objectief meetbare spreken van een mechanistisch
of niet zichtbare. In standpunt: het lichaam zien als
de Reaissance machine van pompjes en radars. Als we
bleef dit het die machine kunnen ontleden en
domein van de 3
begrijpen, kunnen we voorspellen wie
theoloog/de zike en gezond is. Dit werd het domein
priesters. van de arts.
, Vanuit dit idee van dualisme ontstonden enkele belangrijke stromingen/perspectieven.
▪ Materialistisch monisme: stelt dat lichaam en geest twee afzonderlijke entiteiten kunnen
zijn, MAAR: stelt dat de geest (het niet-materiële) zelfs niet eens bestaat aangezien de geest
niet afzonderlijk bestudeerd kan worden van de fysieke hersenen. Het materialistisch
monisme is de basis van de moderne neurowetenschappen.
▪ Behaviorisme: verwerpt de rol van de geest en stelt dat we moeten kijken naar hoe
mensen geconditioneerd zijn door bepaalde omgevingsstimuli. Ze keken naar de klassieke en
operante conditioneringsprocessen om menselijk gedrag te proberen verklaren (bv. de
Skinner box). Gedrag wordt door hun gezien als aangeleerde respons ten aanzien van
externe observeerbare prikkels.
→ Beide stromingen lopen heel snel aan tegen bepaalde uitdagingen.
▪ Humanisme: legt de nadruk op subjectieve ervaringen en innerlijke gevoelens als drijfveer
voor het gedrag.
▪ Biomedisch ziektemodel: heeft de opvatting/overtuiging dat ziekten en symptomen steeds
een achterliggende fysiologische verklaring hebben. Dit wilt ook zeggen dat als men spreekt
over de genezing van ziekten, dat het altijd redelijk mechanistisch en rechtlijnig werkt: als
we de achterliggende verklaring vinden van de ziekte, is genezing het logische gevolg.
* Vanuit dit model kunnen we stellen dat gezondheid gezien wordt als de afwezigheid
van ziekte, vandaar dat men spreekt van een deficit model. Welke deficits/klachten
doen zich voor? Als we deze kunnen wegwerken, kunnen we stellen dat iemand
gezond is.
* Het is ook een diagnose-recept model: we willen een accurate diagnose stellen (de
fysiologische verklaring aanduiden) om oplossingen te bepalen (rechtlijnige werkwijze).
In de ICD (International Classification of Diseases) staan alle ziektes en hun
behandelingen opgelijst.
* Het is een reductionistisch perspectief: ziekte en gezondheid wordt teruggebracht tot
neurale, cellulaire of biochemische processen.
* Dit perspectief is een enorme revolutie geweest voor de moderne geneeskunde!! Dit
perspectief/model heeft ons enorm ver gebracht tot nu toe! MAAR: psychische of
sociale factoren worden niet expliciet meegenomen in dit model!
* Er zijn dus enkele beperkingen van het biomedisch ziektemodel te bedenken:
-> dualistische visie op het lichaam en de geest = naïef perspectief! Waarom?
(1) verschillende personen kunnen op verschillende wijze reageren op
dezelfde ziekte (dit valt moeilijk te verklaren als we enkel naar die pure
biochemische processen kijken); (2) het kan geen verklaring bieden voor
bepaalde psychosomatische effecten (bv. fantoompijn, placebo-effect,...); (3)
het lijkt erop dat de ‘geest’ (de psychologie) een grote rol speelt bij de
manifestatie en reactie op ziekte!!
-> artificieel onderscheid tussen organische en psychogene ziekten
4
HOC 1: Inleiding
Als je denkt aan ‘gezondheid’ waar denk je dan aan?
Gezondheid is... * niet ziek zijn.
* goed voor jezelf zorgen
* goede genen hebben
* je fit en ergiek voelen
* je mentaal goed voelen, goed in je vel zitten
* de vrijheid om te doen wat je wilt wanneer je dat wilt, zonder
belemmeringen
Gezondheid kan voor veel mensen verschillende dingen betekenen. Dat is de essentie
van heel deze cursus: we willen gaan kijken naar ‘wat is gezond zijn’ en ‘wat is ziek zijn’.
De ideeën die we hierover hebben kunnen al dan niet een invloed uitoefenen op het (al
dan niet objectief gezien) gezond zijn/het gezond voelen.
Doelstellingen van de cursus:
* Inzicht in het biopsychosociaal model van gezondheid en ziekte
* Inzicht in het belang van cognitieve, emotionele, persoonlijkheids- en sociale factoren
bij ziekte en gezondheid
* Inzicht in gezondheidsgedrag, gedragsmodellen en gedragsverandering
* Inzicht in psychologische interventies voor gezondheidsgedrag en -bevordering
* Inzicht in culturele of sociale verschillen in gezondheid en gezondheidsongelijkheid
Opzet cursus: het handboek is aanbevolen, maar niet verplicht.
Een halve oranje bol = aanvullende literatuur: dient niet in detail gekend te zijn, ter
ondersteuning
Een volle oranje bol = leerstof die gekend moet zijn voor het examen! Literatuur die
te vinden is op canvas!
Doorheen de cursus worden opdrachten gegeven rond de relevante les.
Opdracht 1: bij de les van gedragsmodellen
Opdracht 2: bij de tweede les van gedragsverandering
Evaluatie: MC-examen met verhoogde cesuur (70%) + groepswerk: groepsverdeling =
random: 2 opdrachten gegeven doorheen de cursus -> prof + peer evaluatie = verplicht!!
(30%) → in totaal erdoor zijn!
De prof vraagt NOOIT de exacte cijfers! Wél de algemene trend kennen + wat de
relevantie van de cijfers is! De cijfers tonen bepaalde zaken aan, dat kan wel bevraagd
worden. De prof vraagt NOOIT de namen van oprichters van bepaalde modellen! Wél
kan hij een vraag stellen waarin ze verwerkt zijn. Bv. de zelfdeterminatietherie van... stelt
dat... De theorie kennen zonder de auteurs is voldoende om de vraag te beantwoorden.
1
,Gezondheidspsychologie is het wetenschappelijk onderzoek naar de mentale, psychosociale
en biologische processen én het gedragsmatig functioneren die een rol spelen bij:
▪ het bevorderen en in stand houden van de gezondheid
▪ het ontstaan van ziekte (bv. hoe is stress gerelateerd aan ziekte en gezondheid?)
▪ preventie en behandeling van ziekte (bv. gezondheidscampagnes)
▪ de verbetering van de gezondheidszorg en het gezondheidsbeleid
1. Wat is gezondheid? Hoe is ons perspectief t.o.v. gezondheid veranderd over de jaren
heen?
1.1. Wat is gezondheid?
Ons begrip van gezondheid is cruciaal voor de mate waarin we gezond zijn en/of ons gezond
voelen! Dit begrip is echter complex en afhankelijk van:
▪ tijdstip in de geschiedenis
▪ individuele verschillen
▪ cultuur
▪ sociale klasse
▪ leeftijd
1.2. Historische perspectieven
We starten ons verhaal in de Oudheid. Allereerst bespreken we Hippocrates. Hippocrates
kennen we vandaag de dag nog door de beroepeed die artsen afleggen. In deze eed
verplichten artsen zichzelf bepaalde beroepsregels te zullen handhaven. Mensen zoals
Hippocrates zijn heel invloedrijk geweest als het gaat over de manier waarop
jarenlang/decennialang/eeuwenlang is gekeken naar gezondheid.
Wat zij dachten, Hippocrates, maar ook bv. Galenus, was dat
gezondheid afhankelijk was van een balans tussen vier
lichaamsvloeistoffen/humores. Deze vier vloeistoffen waren
bloed, slijm, zwarte gal en gele gal. Als iemand ziek is, wilt dat
zeggen dat er een bepaalde vorm van ‘inbalans’ is. Genezing ging
dan ook vaak gepaard met het proberen om de humores terug in balans te brengen.
Bijvoorbeeld: bloodletting/aderlating was een manier om een ‘teveel’ aan bloed weg te
werken. Ook dachten ze dat er een sterk verband was tussen de verschillende humores en
persoonlijkheid: bepaalde PH-trekken/profielen gingen volgens hun gepaard met een meer
of mindere aanwezigheid van bepaalde vloeistoffen. Tot op de dag van vandaag is dat nog
aanwezig in onze taal, bv. iemand ‘koleirig’ noemen, of iemand ‘melancholisch’ noemen. Zij
dachten vroeger dat een melancholische persoon een teveel had aan zwarte gal.
Waarom is het vandaag nog relevant om deze achtergrond mee te nemen? Dat is
omdat we vandaag gezondheid nog vaak zien als een soort van ‘balans’. Vaak
wordt gezondheid, vooral vanuit pseudowetenschappen, nog gezien als een
balans tussen energieën, shakra’s,... MAAR: ook in de neurologische
wetenschappen wordt nog vaak gedacht over een balans. Denk maar aan het idee
2
, dat depressie verklaard kan worden door een tekort aan serotonine in het brein. Vandaar
het logische idee dat de meeste antidepressiva serotonine reuptake inhibitoren zijn, die
ervoor zorgen dat serotonine minder snel opgenomen wordt en er dus meer serotonine
aanwezig is in het brein. We zien echter dat dit niet per se klopt: mensen met sterke
depressieve klachten hebben niet per se minder serotonine in hun brein voor ze die
medicatie nemen. De medicatie lijkt dus een ander proces in gang te zetten. We weten nog
niet precies wat. Maar het idee van de balans in de hersenen bij depressie lijkt niet helemaal
te kloppen. Maar: gezondheid als een soort balans blijft wel een populair idee.
Als we een heel stap vooruit zetten en we springen uit de Oudheid naar de
Middeleeuwen, zien we dat de humores-theorie (die eeuwenlang populair was) meer
en meer in verval raakt. Doorheen de Middeleeuwen raakt gezondheid meer
verbonden met spiritualiteit en religie. Ziekte werd niet meer gezien als een inbalans
tussen de lichaamsvloeistoffen, maar als een straf van god! Dat maakte ook dat het
proces van genezing vaak ook in handen kwam van spirituele leiders/priesters. Een
heel belangrijk feit dat voortkwam uit de focus op religie, is dat er een bepaalde taboe
ontstond rond vroeg wetenschappelijk onderzoek. Er was op dat moment nl. een verbod op
alle vorm van wetenschappelijk onderzoek op lichamen, lijken, cadavers, waardoor er er een
hele lange tijd een beperkte medische vooruitgang was.
Ook werd er in deze tijd gedacht dat lichaam en geest samenwerkten.
De link tussen gezondheid en religie: Vandaag de dag lijkt er toch nog een noch positief,
noch negatief verband te zijn. In sommige opzichten kan je zeggen dat religie bepaalde
vormen van gezondheidsbevorderd gedrag tegenhoudt. Bijvoorbeeld: er zijn sterke linken
tussen vaccinatieweigering en bepaalde religieuze groepen. Langs de andere kant zien we
dat er ook positieve relaties bestaan tussen gezondheid en een bepaalde religie. Tot op de
dag van vandaag lijkt religie als sociale factor op een manier gepaard te gaan met
gezondheid.
Als we vanuit de Middeleeuwen overstappen naar de Renaissance, bestuderen we de
belangrijke figuur Descartes. Deze stond mee aan de grond van een wetenschappelijke
revolutie. De grootste drijvende factor in deze wetenschappelijke revolutie is het ontstaan
van het idee van ‘dualisme’. Dualisme is het idee dat lichaam en geest twee afzonderlijke
entiteiten zijn: ze staan los van elkaar. Waarom was dit zo’n impactvol idee? Mensen
begonnen te denken over het idee dat ‘als lichaam en geest niet met elkaar in verbinding
staan, doen we geen kwaad het lichaam van een overleden persoon te onderzoeken’. Dit
was de start van heel veel lichamelijk onderzoek op lijken, waardoor veel biologische
processen geïdentificeerd konden worden. DUS: toegenomen anatomisch onderzoek!
Het idee van dualisme is enorm invloedrijk geweest. Wat betekent het nu precies?
Geest = niet- Lichaam = het materiële + de objectieve,
materieel + niet tastbare lichamelijke functies. We
objectief meetbare spreken van een mechanistisch
of niet zichtbare. In standpunt: het lichaam zien als
de Reaissance machine van pompjes en radars. Als we
bleef dit het die machine kunnen ontleden en
domein van de 3
begrijpen, kunnen we voorspellen wie
theoloog/de zike en gezond is. Dit werd het domein
priesters. van de arts.
, Vanuit dit idee van dualisme ontstonden enkele belangrijke stromingen/perspectieven.
▪ Materialistisch monisme: stelt dat lichaam en geest twee afzonderlijke entiteiten kunnen
zijn, MAAR: stelt dat de geest (het niet-materiële) zelfs niet eens bestaat aangezien de geest
niet afzonderlijk bestudeerd kan worden van de fysieke hersenen. Het materialistisch
monisme is de basis van de moderne neurowetenschappen.
▪ Behaviorisme: verwerpt de rol van de geest en stelt dat we moeten kijken naar hoe
mensen geconditioneerd zijn door bepaalde omgevingsstimuli. Ze keken naar de klassieke en
operante conditioneringsprocessen om menselijk gedrag te proberen verklaren (bv. de
Skinner box). Gedrag wordt door hun gezien als aangeleerde respons ten aanzien van
externe observeerbare prikkels.
→ Beide stromingen lopen heel snel aan tegen bepaalde uitdagingen.
▪ Humanisme: legt de nadruk op subjectieve ervaringen en innerlijke gevoelens als drijfveer
voor het gedrag.
▪ Biomedisch ziektemodel: heeft de opvatting/overtuiging dat ziekten en symptomen steeds
een achterliggende fysiologische verklaring hebben. Dit wilt ook zeggen dat als men spreekt
over de genezing van ziekten, dat het altijd redelijk mechanistisch en rechtlijnig werkt: als
we de achterliggende verklaring vinden van de ziekte, is genezing het logische gevolg.
* Vanuit dit model kunnen we stellen dat gezondheid gezien wordt als de afwezigheid
van ziekte, vandaar dat men spreekt van een deficit model. Welke deficits/klachten
doen zich voor? Als we deze kunnen wegwerken, kunnen we stellen dat iemand
gezond is.
* Het is ook een diagnose-recept model: we willen een accurate diagnose stellen (de
fysiologische verklaring aanduiden) om oplossingen te bepalen (rechtlijnige werkwijze).
In de ICD (International Classification of Diseases) staan alle ziektes en hun
behandelingen opgelijst.
* Het is een reductionistisch perspectief: ziekte en gezondheid wordt teruggebracht tot
neurale, cellulaire of biochemische processen.
* Dit perspectief is een enorme revolutie geweest voor de moderne geneeskunde!! Dit
perspectief/model heeft ons enorm ver gebracht tot nu toe! MAAR: psychische of
sociale factoren worden niet expliciet meegenomen in dit model!
* Er zijn dus enkele beperkingen van het biomedisch ziektemodel te bedenken:
-> dualistische visie op het lichaam en de geest = naïef perspectief! Waarom?
(1) verschillende personen kunnen op verschillende wijze reageren op
dezelfde ziekte (dit valt moeilijk te verklaren als we enkel naar die pure
biochemische processen kijken); (2) het kan geen verklaring bieden voor
bepaalde psychosomatische effecten (bv. fantoompijn, placebo-effect,...); (3)
het lijkt erop dat de ‘geest’ (de psychologie) een grote rol speelt bij de
manifestatie en reactie op ziekte!!
-> artificieel onderscheid tussen organische en psychogene ziekten
4