LES 1: DIGITAL MEDIA AND TECHNOLOGY
Examen:
- 20 multiple choice with giscorrection (40%)
- 3 à 4 open questions (60%)
- You need to know the names (authors) of the study → not much explanation is
given in the question
- Both knowledge, insight, and application questions
Studiemateriaal:
- Reader, slides and notes
INTRODUCTION TO DIGI TAL MEDIA AND TECHNO LOGIES
Delfanti, A., & Arvidsson, A. (2019). Chapter 1: Media and Digital Technologies. In Introduction to digital
media (pp. 3-19). Wiley Blackwell.
DIGITAL MEDIA & TECH NOLOGY
Digitale media zijn een integraal onderdeel van het dagelijks leven (werk, sociale contacten,
entertainment)
Begrip hiervan vereist een analyse van sociale, culturele en politieke contexten
o Sociaal: wij gebruiken ze, interageren ermee, zonder gebruikers zouden
digitale media geen functie of waarde hebben
o Cultureel: digitale media verschillen sterk per cultuur, de manier waarop wij
media gebruiken is bijvoorbeeld heel anders dan in China, waar andere
normen, waarden en regels gelden
o Politiek: platforms/sociale media zijn zeer machtig, ze beïnvloeden
verkiezingen, vrije meningsuiting, en welke inhoud/nieuws we mogen zien
De sociale wetenschappen proberen de relatie tussen technologie en samenleving
te begrijpen:
o Hoe beïnvloeden ze elkaar?
o Hoe ontwikkelen ze zich samen (co-evolueren ze)?
THE DIGITAL ENVIRONM ENT
Digitale media zijn zeer alomtegenwoordig, bv. computers, smartphones, tablets,…
o We nemen ze als vanzelfsprekend aan en merken hun belang pas op
wanneer ze ontbreken
Mediatisering: dit verwijst naar de toenemende aanwezigheid van media in alle
aspecten van het dagelijks leven
o Het betekent een toenemende temporele (op elk moment van de dag),
ruimtelijke (waar je ook bent), en sociale verspreiding van gemedieerde
communicatie
Digitale technologie verandert fundamenteel hoe we informatie produceren,
verspreiden en consumeren
o Dit heeft grote gevolgen voor traditionele opvattingen over democratie, werk
en macht
1
,’80-’90 = desktops:
Vanaf de jaren ’80 was er een doorbraak in verkoop van pc’s omdat ze vanaf dan
goedkoper + gebruiksvriendelijker waren
’90-’00 = internet:
Oprichters van het internet: Timothy en Robert
Meer dan de helft van de wereldbevolking heeft internetconnectie
Hoe sterk internetgebruik is gestegen doorheen de tijd + blijft elk jaar stijgen
In België: 96% van de huishoudens heeft een internetconnectie
Vandaag hebben ook minder ontwikkelde landen internetconnectie en dit zorgt
ervoor dat zij ook sterker staan tov andere landen + herschikt hun rol tov andere
landen
’00 – ’10 = smartphones, cloud, mobiele en big data (sociale mediaplatformen)
’10-’20 = intelligente technologieën (algoritmes, AI, internet of things)
’20-… = generatieve AI
NEW AND OLD MEDIA
→ eind 20e eeuw werd de term “nieuwe media” gebruikt om te verwijzen naar nieuwe ICT-
technologieën en code (pc, hardware), dit om ze te onderscheidden van de “oude media”
zoals televisie, radio en kranten
Dit begrip werd echter al snel problematisch:
Digitale media zijn inmiddels niet meer echt ‘nieuw’ (een laptop is geen nieuw
medium meer)
Het idee van een lineaire evolutie, waarbij nieuwe media de oude zouden
“vervangen”, klopt niet met de werkelijkheid
Remediatie: nieuwe media vervangen oude media meestal niet, maar herwerken ze of
veranderen ze naar een ander formaat
Bv: e-readers hebben fysieke boeken niet afgeschaft/vervangen, maar omgevormd
2
tot e-books
,Identiteitscrisis en domesticatie:
Nieuwe media roepen bij hun introductie vaak onzekerheid en discussie op over hun
betekenis en gebruik
Na verloop van tijd worden ze genormaliseerd en geïntegreerd in het dagelijks leven
– dit proces heet domesticatie
Zombie media: Sommige mediavormen die “dood” leken, keren terug met een nieuwe
betekenis of functie
Bv. vinylplaten en polaroidcamera’s, waren vroeger de enige manier om foto’s te
nemen maar vandaag zijn mensen het soms beu om met hun smartphone veel foto’s
te nemen en willen ze meer in het moment zitten door maar 1 foto van het moment
te kunnen nemen
DIGTITAL MEDIA
Om de bredere maatschappelijke impact van digitale media te begrijpen, moeten we
verder kijken dan de technische aspecten van digitale media
Belangrijke kenmerken die deze technologieën onderscheiden van oude
mediatechnologieën: convergent, hypertextual, distributed, pervasive, algorithmic,
asymmetric, and both ephemeral and permanent
1) Convergent
Digitale media combineren verschillende soorten inhoud
(tekst, audio, visueel) op één enkel platform
Apparaten zoals computers en smartphones vervullen meerdere
functies (tv, radio, rekenmachine, etc.) → universele machines
Media productie en consumptie vereisen niet langer specifieke
hardware
2) Hypertextueel
Hypertext = een tekst die links (hyperlinks) bevat naar andere
inhoud, waardoor gebruikers gemakkelijk kunnen doorklikken en
navigeren tussen verschillende informatiebronnen
Hyperteksten op het web maken een aanpasbare, niet-lineaire
leeservaring mogelijk, in tegenstelling tot traditionele, lineaire
boeken
Gebruikers kunnen vrij schakelen tussen verschillende soorten content, zoals
tekst, afbeeldingen, video’s of audio, allemaal binnen één enkel platform
3) Gedistribueerd
Traditionele massamedia zijn gecentraliseerd en eenzijdig in hun
communicatie, bv. televisieomroepen die informatie uitzenden
van één bron naar vele ontvangers
Digitale media volgen daarentegen een gedistribueerd model,
met duizenden onderling verbonden knooppunten (nodes)
Door gebruikersgegenereerde inhoud (user-generated content)
op sociale media zijn gebruikers niet langer alleen consumenten,
maar ook producenten van content
Dit leidt tot horizontale communicatie, waarbij informatie niet enkel van
boven naar beneden stroomt, maar tussen gebruikers onderling via
mediaplatforms wordt gedeeld
3
, 4) Alomtegenwoordigheid
Mobiele technologie maakt het mogelijk voor mensen om op elk moment en
vanaf elke locatie informatie te raadplegen en te delen
Hierdoor maken ze real-time, locatie-gebaseerde interacties en
communicatie mogelijk
Tegelijkertijd betekent dit dat bedrijven het gedrag van gebruikers kunnen
volgen en monitoren op een ongekende schaal, wat vragen oproept over
privacy en digitale surveillance
5) Algoritmisch
De meeste digitale technologieën zijn gebaseerd op algoritmes – reeksen
instructies die bepalen hoe systemen informatie verwerken en beslissingen
nemen
Elk surfgedrag dat we online vertonen kan gevolgd en gecommercialiseerd
worden
Door dataficatie worden onze gedragingen en interacties omgezet in data,
die vervolgens worden geanalyseerd en gebruikt om keuzes te maken,
bijvoorbeeld welke content of advertenties we te zien krijgen
Algoritmes zijn echter niet neutraal of objectief, ze worden beïnvloed door
menselijke keuzes, vooroordelen en de data waarop ze zijn getraind
Veel algoritmes maken gebruik van machine learning, waarbij mensen
bijdragen aan het trainen van deze systemen
o Bv. taalmodellen zoals ChatGPT leren uit grote hoeveelheden tekst die
door mensen is geproduceerd
6) Asymmetrisch
Digitale media worden gedomineerd door een klein aantal grote bedrijven
(zoals Meta, Google, Apple, Amazon, enz.)
Er is een oneven verdeling van macht: gebruikers leveren voortdurend data
aan, maar hebben geen toegang tot de informatie die deze bedrijven over
hen verzamelen of hoe die wordt gebruikt
Digitale media zijn “black boxes” (de onderliggende processen en algoritmes
zijn onzichtbaar en moeilijk te begrijpen voor gewone gebruikers)
Bovendien kunnen digitale media worden ingezet voor massale surveillance,
wat gevolgen heeft voor sociale controle en politieke macht
o Bv. camera’s op de weg om te zien of iemand op zijn gsm zit achter
het stuur maar tegelijkertijd wordt het gezicht ook zichtbaar terwijl deze
camera’s daar niet voor ontwikkeld waren, willen we dat wel?
7) Vergankelijk of permanent?
Verschillende media hebben verschillende duur en persistentie, bijvoorbeeld
een papieren boek blijft vaak decennia bestaan
Digitale media worden doorgaans kortdurend opgeslagen, en software wordt
voortdurend geüpdatet, waardoor langdurige data-opslag een uitdaging is
Toch kunnen “kortdurende” digitale berichten jarenlang bewaard blijven, dus
wees voorzichtig met wat je deelt
o Bv. een Instagram Story die officieel 24 uur zichtbaar is, maar kan door
een screenshot ervan als het ware eeuwig blijven bestaan
4