SAMENVATTING: Architectuurgeschiedenis 2BAIAR – J. D’Herde
EXAMEN semester 1 – januari 2026
LEMMA 2
1
,Lemma 2:
DEEL 1: Modernisme in Amerika en internationaal
Les 5: ‘The international style’ & lokale modernismes
1. Het Modernisme na WO II
1.1. Context:
à Architectuur evolueert: modernisme verschuift: Europa à VS
à Amerikanen gaan modernisme en sociale niet helemaal overnemen
à Sovjet-Unie zit in de fase van dekolonisatie & Koude Oorlog
→ ideologische tegenstelling VS <--> SU
àVS noemt modernistische architectuur: “International Style”
1.2. Van utopie naar stijl
• Modernisme begon als maatschappelijk project: bouwen voor betere levensomstandigheden.
• Na WO II wordt het steeds meer een esthetische stijl i.p.v. een sociaal programma.
• Wordt gebruikt als bevestiging van macht (corporate America, diplomatieke gebouwen,
universiteitscampussen).
• Het programmatische modernisme → transitorisch modernisme:
o minder ideologisch
o meer gestandaardiseerd
o herkenbare stijlkenmerken (glas, staal, grid)
2. Drie grote tendensen na WO II
A. ‘Less is more’
= Mies van der Rohe & corporate modernism
= Architectuur voor bedrijven, banken, universiteiten.
Kenmerken:
o Dogmatisch functionalisme
o Glas en staal
o Wolkenkrabbers
o Strikte grid-structuren
o Abstractie, orde
2
,B. Assimilatie
= modernisme in regionale en postkoloniale context
à Modernisme w aangepast aan lokale cultuur, klimaat en politiek
à Latijns-Amerika → lyrisch modernisme (Oscar Niemeyer)
à Scandinavië → humanistisch modernisme (Alvar Aalto)
C. Technisch-experimenteel modernisme – Buckminster Fuller
= veel vrijer ontwerpen dankzij à geld & nieuwe technologieën
Focus op techniek, efficiëntie, lichte structuren
Dymaxion House
= veel overstromingen
o huis op één centrale paal
o bedoeld voor massaproductie
o nieuwe vormen en technieken
o faalt in praktijk (o.a. overstromingen), maar visionair concept
A. VS
3. Casus: Ludwig Mies van der Rohe – IIT Campus, Chicago (vanaf 1940)
A. Achtergrond
• Mies was laatste directeur van het Bauhaus.
• In de VS krijgt hij de opdracht om de IIT-campus te ontwerpen (concurrent van MIT).
B. Concept
• Campus à compositie van abstracte volumes
• Grote open ruimtes:
o het witte vlak op de plannen functioneert als canvas
o gebouwen worden gepresenteerd als “objecten” in een geordend veld
• Variatie zit in details: combinaties van baksteen, glas en staal
• Centraal: gebouwen voor studentenadministratie en bibliotheek
3
, C. Formele principes
• Grid-structuur: alle hoeken loodrecht → orde, rationaliteit.
• Geen klassieke symbolen (geen torens, geen ornament).
• Loodrechte schikking, maar niet altijd expliciet zichtbaar in de compositie.
• Le Corbusier krijgt in dezelfde periode ook opdrachten in de VS → “vrijheid door regels”
o à we denken dat totale vrijheid makkelijk is à maar BETER met regeld
o à kunstwerk = alle hoeken zijn loodrecht op elkaar (grid structuur)
4. Curtain walls
à constructieve innovaties
• Curtain wall / vliesgevel = volledige glasgevel die niet dragend is.
• Mogelijk omdat de draagstructuur binnenin zit.
• Structuur:
o stalen H-profielen of I-profielen
o omhuld met beton voor brandveiligheid en stabiliteit
• Gevel kan vrij worden ingevuld (glas, panelen, ritme).
De hoekoplossing bij Mies
• Mies trekt de structuur terug van de hoek → hoek lijkt volledig vrij
• L-profielen als bekleding van de betonnen kolom binnenin
• Bouwtechnisch niet ideaal (koudebrug), maar esthetisch revolutionair
• Ramen zijn fijn gedetailleerd omdat ze enkel zichzelf moeten dragen
5. Samenvattende kern
• Modernisme verschuift van sociaal project → internationale stijl → economische en politieke
representatie.
• Drie richtingen:
1. Corporate modernism (Mies)
2. Regionale assimilatie (Niemeyer, Aalto)
3. Technisch experimentalisme (Fuller)
• Nieuwe technieken zoals curtain walls bepalen het beeld van de naoorlogse architectuur
4
EXAMEN semester 1 – januari 2026
LEMMA 2
1
,Lemma 2:
DEEL 1: Modernisme in Amerika en internationaal
Les 5: ‘The international style’ & lokale modernismes
1. Het Modernisme na WO II
1.1. Context:
à Architectuur evolueert: modernisme verschuift: Europa à VS
à Amerikanen gaan modernisme en sociale niet helemaal overnemen
à Sovjet-Unie zit in de fase van dekolonisatie & Koude Oorlog
→ ideologische tegenstelling VS <--> SU
àVS noemt modernistische architectuur: “International Style”
1.2. Van utopie naar stijl
• Modernisme begon als maatschappelijk project: bouwen voor betere levensomstandigheden.
• Na WO II wordt het steeds meer een esthetische stijl i.p.v. een sociaal programma.
• Wordt gebruikt als bevestiging van macht (corporate America, diplomatieke gebouwen,
universiteitscampussen).
• Het programmatische modernisme → transitorisch modernisme:
o minder ideologisch
o meer gestandaardiseerd
o herkenbare stijlkenmerken (glas, staal, grid)
2. Drie grote tendensen na WO II
A. ‘Less is more’
= Mies van der Rohe & corporate modernism
= Architectuur voor bedrijven, banken, universiteiten.
Kenmerken:
o Dogmatisch functionalisme
o Glas en staal
o Wolkenkrabbers
o Strikte grid-structuren
o Abstractie, orde
2
,B. Assimilatie
= modernisme in regionale en postkoloniale context
à Modernisme w aangepast aan lokale cultuur, klimaat en politiek
à Latijns-Amerika → lyrisch modernisme (Oscar Niemeyer)
à Scandinavië → humanistisch modernisme (Alvar Aalto)
C. Technisch-experimenteel modernisme – Buckminster Fuller
= veel vrijer ontwerpen dankzij à geld & nieuwe technologieën
Focus op techniek, efficiëntie, lichte structuren
Dymaxion House
= veel overstromingen
o huis op één centrale paal
o bedoeld voor massaproductie
o nieuwe vormen en technieken
o faalt in praktijk (o.a. overstromingen), maar visionair concept
A. VS
3. Casus: Ludwig Mies van der Rohe – IIT Campus, Chicago (vanaf 1940)
A. Achtergrond
• Mies was laatste directeur van het Bauhaus.
• In de VS krijgt hij de opdracht om de IIT-campus te ontwerpen (concurrent van MIT).
B. Concept
• Campus à compositie van abstracte volumes
• Grote open ruimtes:
o het witte vlak op de plannen functioneert als canvas
o gebouwen worden gepresenteerd als “objecten” in een geordend veld
• Variatie zit in details: combinaties van baksteen, glas en staal
• Centraal: gebouwen voor studentenadministratie en bibliotheek
3
, C. Formele principes
• Grid-structuur: alle hoeken loodrecht → orde, rationaliteit.
• Geen klassieke symbolen (geen torens, geen ornament).
• Loodrechte schikking, maar niet altijd expliciet zichtbaar in de compositie.
• Le Corbusier krijgt in dezelfde periode ook opdrachten in de VS → “vrijheid door regels”
o à we denken dat totale vrijheid makkelijk is à maar BETER met regeld
o à kunstwerk = alle hoeken zijn loodrecht op elkaar (grid structuur)
4. Curtain walls
à constructieve innovaties
• Curtain wall / vliesgevel = volledige glasgevel die niet dragend is.
• Mogelijk omdat de draagstructuur binnenin zit.
• Structuur:
o stalen H-profielen of I-profielen
o omhuld met beton voor brandveiligheid en stabiliteit
• Gevel kan vrij worden ingevuld (glas, panelen, ritme).
De hoekoplossing bij Mies
• Mies trekt de structuur terug van de hoek → hoek lijkt volledig vrij
• L-profielen als bekleding van de betonnen kolom binnenin
• Bouwtechnisch niet ideaal (koudebrug), maar esthetisch revolutionair
• Ramen zijn fijn gedetailleerd omdat ze enkel zichzelf moeten dragen
5. Samenvattende kern
• Modernisme verschuift van sociaal project → internationale stijl → economische en politieke
representatie.
• Drie richtingen:
1. Corporate modernism (Mies)
2. Regionale assimilatie (Niemeyer, Aalto)
3. Technisch experimentalisme (Fuller)
• Nieuwe technieken zoals curtain walls bepalen het beeld van de naoorlogse architectuur
4