1
SAMENVATTING
GEZINSPEDAGOGIEK
, 2
LES 1: INLEIDING: OPVOEDINGS- EN
GEZINSONDERSTEUNING
OPVOEDINGSONDERSTEUNING VERSUS
GEZINSONDERSTEUNING
DEFINITIES OPVOEDINGSONDERSTEUNING
Vandemeulebroecke (1999): Het geheel van maatregelen (alle voorwaarden die er zijn om aan
opvoedingsondersteuning te doen vb. het beleid), voorzieningen (organisaties die betrokken zijn met de
opvoedingsondersteuning) en structuren en activiteiten (alles wat georganiseerd word voor ouders) die erop
gericht zijn de mogelijkheden van het (primaire) opvoedingsmilieu aan te spreken, te verrijken en/of te
optimaliseren ten einde kinderen en jeugdigen optimale opvoedings- en ontwikkelingskansen te bieden
Vandemeulebroecke et al. (2004, p. 29): OO is op intentionele wijze steun bieden aan ouders (ouderfiguren)
bij hun opdracht en taak als opvoeders
UITGANGSPUNTEN: ZIE BOEK P. 30
1. Erkenning van belang van opvoeding in gezinsverband voor kinderen, volwassenen en samenleving
Het gaat meer dan alleen de ouder-kindrelatie, maar het idee is dat we als omgeving vanalles gaan
organiseren. Hier is kritiek op dat het niet de omgeving is die zich hiervoor moet inzetten.
2. Erkenning pedagogische verantwoordelijkheid, verlangen en bekwaamheid van ouders om relatie met kind op
verantwoorde wijze vorm te geven
We gaan ervan uit dat ouders goede ouders willen zijn
3. Erkenning dat ouders bij het gewone opvoeden vragen en onzekerheden hebben en recht op steun
We gaan er niet vanuit dat de mensen die vragen of zorgen hebben dat dat geen geen goede ouders zijn.
4. Recht van gezinnen op aandacht van de samenleving voor de realisatie van randvoorwaarden voor opvoeding
Opvoeden gebeurt niet in een vaccuum, om goed te kunnen opvoeden moeten gezinnen voldoende
mogelijkheden hebben om dat te doen.
Vb. goede huisvesting, degelijke kinderopvang (vb. een beleid dat ervoor zorgt dat er een goede
kinderopvang is)
WERKINGSPRINCIPES:
1. Ondersteuning dagelijkse opvoedingsvragen; geen intensieve en specifieke interventie
2. Werken vanuit een groeimodel
We gaan ouders ondersteunen naar het streven van goed genoeg ouderschap en dat we ervan uitgaan dat
ouders zelf kunnen groeien, maar ook dat er potentieel is.
3. Vraaggestuurd werken
Geen opgelegde hulpverlening
Wij werken vanuit het idee dat ouders met een vraag moeten komen.
4. Geloven in en aansluiten bij sterktes ouders
Parralell van het werken met een groeimodel. We gaan nog verder van de emancipatorische visie en gaan
we verder naar het krachtgerichte.
5. Dialoog over opvoeden met en tussen ouders bevorderen
We willen een vertrouwensrelatie om ouders te laten spreken over opvoeding en dat we vooral als
hulpverlener luisteren naar de mensen, het gaat niet alleen maar over het geven van adviseren. De relatie is
eerder symmetrische ipv complentair. We willen niet alleen maar expert zijn, maar dat ouders zelf ook
expert zijn van de opvoeding.
6. Ruim en gedifferentieerd aanbod, rechtstreeks en vrijwillig toegankelijk
Geen gedwongen HV, het is van op de nulde of eerstelijnsbegeleiding. Laagdrempelig ook al kunnen ouders
niet terecht waar ze graag willen
Gedifferentieerd aanbod: individueel of in groep
7. Maatschappelijke knelpunten en noden signaleren aan beleid
, 3
Zaken die we opmerken gaan we signaleren naar het beleid toe.
SCHEMA. OPVOEDINGSONDERSTEUNING EN AANVERWANTE BEGRIPPEN
(VANDEMEULEBROECKE & NYS, 2002)
Voorlichting gaat over het informeren van de ouders
door vb. borchures
Sociale ondersteuning: leunt er ook aan maar valt
niet volledig samen
Omgevingsfactoren beïnvloeden: vb. zorgen dat er
geschikte opvang is
Ontwikkelingsstimulering kan een gevolg zijn maar
valt er niet mee samen.
Het ene vloeit voort uit het andere of gecombineerde
initiatieven.
Groen: passen in het brede begrip
gezinsondersteuning dus het is een paraplubegrip
waarin de andere zaken erin vallen.
DEFINITIE GEZINSONDERSTEUNING
Gezinsondersteuning Vandemeulebroecke (1999 & 2000): ‘Het geheel van alle (beleids)maatregelen en –
voorzieningen die gericht zijn op het bevorderen van het welzijn van gezinnen en gezinsleden, waarbij
activiteiten gericht op de voor de opvoeding relevante contextfactoren (bijvoorbeeld partnerrelatie, sociaal-
economische situatie, woonsituatie, …), naast opvoedingsondersteuning deel uitmaken van
gezinsondersteuning’
Besluit: gezinsondersteuning is ‘koepelbegrip’
, 4
THEORETISCH KADER OO
Het is een zelfsturend proces waar we geen ondersteuning van buitenaf nodig hebben.
Het is een transactioneel proces: ingebed in ruimere context
Opvoedingszorgen/ probleemn binnen een cumulatief risicomodel: onevenwicht tussen draagkracht en draaglast
en als het evenwicht er niet meer is dan kan er ingezet worden op de draagkracht. Opvoedingsondersteuning hier
op inzetten.
Ouders ondersteunen op eigen zelfregulatie
Contextfactoren
Balans terug krijgen
FUNCTIES VAN OPVOEDINGSONDERSTEUNING
Hermanns (1995):
Preventie
Voorlichting door info te bieden
Advisering door toolbox aanbieden
Signalering
Vandemeulebroecke (2000):
Continuüm:
o Het aanspreken en verrijken (gewone opvoedingssituatie): Education/Support
o Preventie (opvoeding onder druk): enrichment
o Optimaliseren (problematische opvoedingssituatie of opvoedingscrisis): intervention
WAT IS DE VERHOUDING TUSSEN PREVENTIE EN
OPVOEDINGSONDERSTEUNING?
Defensieve vorm van interventie = Dingen opleggen waar ze aan moeten doen om problemen te vermijden. =.
Ouders moeten bepaalde dingen doen of mogen dingen niet doen, hun handelen sturen om problemen vermijden.
(traditioneel)
Offensieve interventie: groeimodel: er is potentieel aanwezig en dat je de handelingsmogelijkheden van de
doelgroep wil gaan uitbreiden. (contextgericht)
SAMENVATTING
GEZINSPEDAGOGIEK
, 2
LES 1: INLEIDING: OPVOEDINGS- EN
GEZINSONDERSTEUNING
OPVOEDINGSONDERSTEUNING VERSUS
GEZINSONDERSTEUNING
DEFINITIES OPVOEDINGSONDERSTEUNING
Vandemeulebroecke (1999): Het geheel van maatregelen (alle voorwaarden die er zijn om aan
opvoedingsondersteuning te doen vb. het beleid), voorzieningen (organisaties die betrokken zijn met de
opvoedingsondersteuning) en structuren en activiteiten (alles wat georganiseerd word voor ouders) die erop
gericht zijn de mogelijkheden van het (primaire) opvoedingsmilieu aan te spreken, te verrijken en/of te
optimaliseren ten einde kinderen en jeugdigen optimale opvoedings- en ontwikkelingskansen te bieden
Vandemeulebroecke et al. (2004, p. 29): OO is op intentionele wijze steun bieden aan ouders (ouderfiguren)
bij hun opdracht en taak als opvoeders
UITGANGSPUNTEN: ZIE BOEK P. 30
1. Erkenning van belang van opvoeding in gezinsverband voor kinderen, volwassenen en samenleving
Het gaat meer dan alleen de ouder-kindrelatie, maar het idee is dat we als omgeving vanalles gaan
organiseren. Hier is kritiek op dat het niet de omgeving is die zich hiervoor moet inzetten.
2. Erkenning pedagogische verantwoordelijkheid, verlangen en bekwaamheid van ouders om relatie met kind op
verantwoorde wijze vorm te geven
We gaan ervan uit dat ouders goede ouders willen zijn
3. Erkenning dat ouders bij het gewone opvoeden vragen en onzekerheden hebben en recht op steun
We gaan er niet vanuit dat de mensen die vragen of zorgen hebben dat dat geen geen goede ouders zijn.
4. Recht van gezinnen op aandacht van de samenleving voor de realisatie van randvoorwaarden voor opvoeding
Opvoeden gebeurt niet in een vaccuum, om goed te kunnen opvoeden moeten gezinnen voldoende
mogelijkheden hebben om dat te doen.
Vb. goede huisvesting, degelijke kinderopvang (vb. een beleid dat ervoor zorgt dat er een goede
kinderopvang is)
WERKINGSPRINCIPES:
1. Ondersteuning dagelijkse opvoedingsvragen; geen intensieve en specifieke interventie
2. Werken vanuit een groeimodel
We gaan ouders ondersteunen naar het streven van goed genoeg ouderschap en dat we ervan uitgaan dat
ouders zelf kunnen groeien, maar ook dat er potentieel is.
3. Vraaggestuurd werken
Geen opgelegde hulpverlening
Wij werken vanuit het idee dat ouders met een vraag moeten komen.
4. Geloven in en aansluiten bij sterktes ouders
Parralell van het werken met een groeimodel. We gaan nog verder van de emancipatorische visie en gaan
we verder naar het krachtgerichte.
5. Dialoog over opvoeden met en tussen ouders bevorderen
We willen een vertrouwensrelatie om ouders te laten spreken over opvoeding en dat we vooral als
hulpverlener luisteren naar de mensen, het gaat niet alleen maar over het geven van adviseren. De relatie is
eerder symmetrische ipv complentair. We willen niet alleen maar expert zijn, maar dat ouders zelf ook
expert zijn van de opvoeding.
6. Ruim en gedifferentieerd aanbod, rechtstreeks en vrijwillig toegankelijk
Geen gedwongen HV, het is van op de nulde of eerstelijnsbegeleiding. Laagdrempelig ook al kunnen ouders
niet terecht waar ze graag willen
Gedifferentieerd aanbod: individueel of in groep
7. Maatschappelijke knelpunten en noden signaleren aan beleid
, 3
Zaken die we opmerken gaan we signaleren naar het beleid toe.
SCHEMA. OPVOEDINGSONDERSTEUNING EN AANVERWANTE BEGRIPPEN
(VANDEMEULEBROECKE & NYS, 2002)
Voorlichting gaat over het informeren van de ouders
door vb. borchures
Sociale ondersteuning: leunt er ook aan maar valt
niet volledig samen
Omgevingsfactoren beïnvloeden: vb. zorgen dat er
geschikte opvang is
Ontwikkelingsstimulering kan een gevolg zijn maar
valt er niet mee samen.
Het ene vloeit voort uit het andere of gecombineerde
initiatieven.
Groen: passen in het brede begrip
gezinsondersteuning dus het is een paraplubegrip
waarin de andere zaken erin vallen.
DEFINITIE GEZINSONDERSTEUNING
Gezinsondersteuning Vandemeulebroecke (1999 & 2000): ‘Het geheel van alle (beleids)maatregelen en –
voorzieningen die gericht zijn op het bevorderen van het welzijn van gezinnen en gezinsleden, waarbij
activiteiten gericht op de voor de opvoeding relevante contextfactoren (bijvoorbeeld partnerrelatie, sociaal-
economische situatie, woonsituatie, …), naast opvoedingsondersteuning deel uitmaken van
gezinsondersteuning’
Besluit: gezinsondersteuning is ‘koepelbegrip’
, 4
THEORETISCH KADER OO
Het is een zelfsturend proces waar we geen ondersteuning van buitenaf nodig hebben.
Het is een transactioneel proces: ingebed in ruimere context
Opvoedingszorgen/ probleemn binnen een cumulatief risicomodel: onevenwicht tussen draagkracht en draaglast
en als het evenwicht er niet meer is dan kan er ingezet worden op de draagkracht. Opvoedingsondersteuning hier
op inzetten.
Ouders ondersteunen op eigen zelfregulatie
Contextfactoren
Balans terug krijgen
FUNCTIES VAN OPVOEDINGSONDERSTEUNING
Hermanns (1995):
Preventie
Voorlichting door info te bieden
Advisering door toolbox aanbieden
Signalering
Vandemeulebroecke (2000):
Continuüm:
o Het aanspreken en verrijken (gewone opvoedingssituatie): Education/Support
o Preventie (opvoeding onder druk): enrichment
o Optimaliseren (problematische opvoedingssituatie of opvoedingscrisis): intervention
WAT IS DE VERHOUDING TUSSEN PREVENTIE EN
OPVOEDINGSONDERSTEUNING?
Defensieve vorm van interventie = Dingen opleggen waar ze aan moeten doen om problemen te vermijden. =.
Ouders moeten bepaalde dingen doen of mogen dingen niet doen, hun handelen sturen om problemen vermijden.
(traditioneel)
Offensieve interventie: groeimodel: er is potentieel aanwezig en dat je de handelingsmogelijkheden van de
doelgroep wil gaan uitbreiden. (contextgericht)