1
SAMENVATTING GEDRAGS-EN
OPVOEDINGSPROBLEMEN
Les 1: Back to the future: een kapstok om te gaan verdiepen ......................................................................................... 1
Les 2: armoede en haar rol in gedrags-en opvoedingsproblemen ................................................................................... 8
Les 3: perspectieven om armoede te begrijpen ............................................................................................................. 19
Les 4: armoede en jeugdhulpverlening........................................................................................................................... 29
Les 5: De rol van de context op cognitieve ontwikkeling van kinderen.......................................................................... 35
Les 6: ADHD en geassocieerde stoornissen: diagnostiek en behandeling ...................................................................... 63
Les 7: antistigma-interventies ......................................................................................................................................... 83
Les 8: samengestelde gezinnen (gastcollege) ................................................................................................................. 91
Les 9: suicidepreventie.................................................................................................................................................... 98
Examenvragen: toepassingsgericht ................................................................................... Error! Bookmark not defined.
LES 1: BACK TO THE FUTURE: EEN KAPSTOK OM TE GAAN VERDIEPEN
GEDRAGS- EN OPVOEDINGSPROBLEMEN
Van normatieve kind (braaf kind, kind dat de normen volgt) en gezinsontwikkeling tot G&OP
GEDRAGSPROBLEMEN
• Geen éénduidige definitie
• Gedrag dat afwijkt van de sociale norm
o Norm: wat we in bepaalde contexten of cultuur verwachten van een kind → sociale normen niet
hetzelfde in verschillende contexten/culturen
o Dit impliceert ook wat is de norm en wie heeft dit vorm gegeven.
• Internaliserende versus externaliserende gedragsproblemen
o Internaliserend= angstig, teruggetrokken, depressieve gevoelens.
o Externaliserend= gedragsproblemen zoals hyperactiviteit, agressie, conduct disorder
(normoverschrijdende gedragsstoornis)
• Gedrag dat ontwikkeling belemmert, en/of problemen veroorzaakt voor het kind/zijn omgeving (NJI, 2025)
• Gedrag dat minstens enkele maanden duurt (NJI, 2025)
o Als het tijdelijk is en het verdwijnt weer dan spreken we niet over een gedragsprobleem.
PREVALENTIE GEDRAGSPROBLEMEN
70% geen moeilijkheden vertonen → 20-30%
moeilijkheden vertonen in vergelijking met de
normgroep.
G roen: gemiddelde: geen zorgen over maken
Interessant om te kijken naar de hoge:
• Kleine 10% van de kinderen kampte met
emotionele problemen.
• Totale schaal zit je ongeveer op 10%
, 2
Internaliserende gedragsproblemen: Emotionele
problemen liggen hoger in 2021 dan in 2016 →
emotionele problemen stijgen.
Externaliserende gedragsproblemen: lager als
internaliserend. Significante stijging voor
hyperactiviteit, niet voor gedragsproblemen.
OPVOEDINGSPROBLEMEN
“Van opvoedingsproblemen is sprake als problemen tussen ouders en kinderen niet meer binnen het gezin zelf opgelost
kunnen worden.” (NJI, 2025)
• Situaties die alles geprobeerd hebben en het zijn gezinnen die niet meer weten wat ze moeten doen, ze zijn
elke vorm van perspectief kwijt.
Drie kenmerken van een Problematische Opvoedingssituatie (Ter Horst, 1980):
• Wegvallen vanzelfsprekendheid
• Perspectiefloosheid
• Hulp van derden nodig
o Netwerk, professionele hulp
Verschillende andere definities, belang van opvoeding als transactioneel proces
Opvoeden is niet iets wat alleen ouders doen; zij zijn niet als enigen verantwoordelijk.
Kind stelt een vraag dat een pedagogisch aanbod vraagt. Opvoeding is de circulaire
interactie tussen peda vraag en peda aanbod.
We vragen altijd wat de ouders kunnen doen bij gedragsproblemen van hun kind.
Een proces waar het kind inherent deel van maakt en niet een passieve activiteit dat het
kind alles overneemt van de ouders.
CIJFERS OPVOEDINGSPROBLEMEN
Significant verschil tussen mannen en vrouwen
, 3
THEORIEËN EN KADERS BIJ G&OP
Talrijke theorieën en modellen om naar gedrag en opvoeding te kijken
• Universele nodenmodel (Bosmans, 2014)
o Verbondenheid, competentie, en autonomie
• Hechtingstheorie (Bowlby, 1988)
o Veilige/onveilige hechting om problemen in de opvoeding te bekijken.
• Systeemtheorie (e.g., Bateson, Minuchin)
o Gezinnen en kinderen die functioneren als een systeem van verbonden ideeën die er alles gaan doen
om een homeostase gaan blijven. Je moet alles als een geheel zien.
o De systeemtheorie kijkt naar hoe mensen, groepen of onderdelen met elkaar verbonden zijn en elkaar
beïnvloeden binnen een groter geheel.
• Transactionele en contextuele modellen, e.g.,
o We gaan kijken naar de context en hoe gedrag betekenis krijgt in de context
• Theorie van Kok (1997): verschillende dimensies van menselijk gedrag
o Cognitieve dimensie: wat iemand weet en denkt (kennis en inzicht)
o Conatieve dimensie: Wat iemand wil en doet (motivatie en gedrag)
▪ Hoe outgoing een kind is, hoe hard die voor zichzelf toont, en meer neigt op te gaan in het
geheel
o Affectieve dimensie: wat iemand voelt (emoties en houding)
o Dimensies: als je op al deze dimensies kijkt kan je kijken op welk domein je ondersteuning moet
bieden.
• Opvoedingsmodel van Belsky (1984)
o Opvoeding is geen losstaand gegeven, een dynamisch gegeven dat vorm krijgt van ouderkenmerken,
omgevingskenmerken,….
• Het model van Hellinckx (2002)
o Opvoeding als een dynamisch proces tussen ouder en kind, waarbij zowel de ouderlijke vaardigheden
als de behoeften en mogelijkheden van het kind centraal staan.
• Bio-psychosocial model van Engels (1980)
o De ontwikkeling van een kind als het samenspel tussen biologische, psychologische en sociale factoren
die elkaar voortdurend beïnvloeden.
• Ecologisch model van Bronfenbrenner (1986)
o Het ecologisch model van Bronfenbrenner beschrijft de ontwikkeling van een kind als beïnvloed door
verschillende omgevingsniveaus, van het gezin en school (microsysteem) tot bredere
maatschappelijke invloeden (macrosysteem).
HET MODEL VAN HELLINCKX (HELLINCKX ET AL., 2002)
Dit model focust op de interactie tussen ouder en kind en kijkt
naar opvoeding als een dynamisch proces., waarbij beide
invloed op elkaar uitoefenen.
• Er zijn drie kerncomponenten:
1. Pedagogische aanbod: Wat ouders het kind willen
bijbrengen.
2. Opvoedingsvaardigheden: Hoe ouders dat proberen te
doen (stijl, aanpak).
3. Pedagogische vraag van het kind: Wat het kind nodig
heeft, afhankelijk van zijn ontwikkeling, karakter en
context.
4. Verschillende invloeden die erop inspelen
• Wanneer deze componenten goed op elkaar afgestemd
zijn = “harmonisch opvoedingsproces”.
• Mismatch → opvoedingsproblemen
, 4
HET ECOLOGISCHE MODEL VAN BRONFENBRENNER
Dit model benadrukt dat een kind zich ontwikkelt binnen
meerdere, met elkaar verbonden omgevingen.
• Microsysteem: Directe omgeving van het kind
zoals gezin, school, vrienden.
• Mesosysteem: De interacties tussen de
elementen van het microsysteem (bijv.
samenwerking tussen ouders en school).
• Exosysteem: Indirecte invloeden, zoals het werk
van de ouders of diensten die het gezin
ondersteunen.
• Macrosysteem: Cultuur, wetgeving, normen en
waar den van de samenleving waarin het kind
leeft.
• Chronosysteem: De invloed van tijd en
veranderingen, zoals scheiding, verhuizing of
maatschappelijke ontwikkelingen.
Elk systeem beïnvloedt het kind en staat in
wisselwerking met de andere systemen.
CENTRAAL IN DEZE MODELLEN EN EEN CENTRAAL IDEE BINNEN DE
ORTHOPEDAGOGIEK: KIND EN GEZIN IN CONTEXT
RISICO EN PROTECTIEVE FACTOREN IN GEDRAGS- EN OPVOEDINGSPROBLEMEN
• Niveau van het kind
• Niveau van het gezin
• Niveau van de school
• Niveau van de ruimere omgeving
NIVEAU VAN HET KIND
Kenmerken die protectief kunnen zijn of net risicofactoren
Biologische/neurologische factoren (bv. genetische syndromen)
• Genetische syndromen zoals fragiele x dat de kans op gedragsproblemen doet toenemen
Geslacht (consistente bevinding, ook in Bastaits, 2023)
• Internaliserend vaker bij meisjes
• Externaliserend bij jongens
Cognitieve en sociale vaardigheden (e.g., executieve functies)
• Kunnen je beschermen tegen gedragsproblemen of net je risico vergroten.
• Kinderen met executieve functieproblemen moeilijkheden van aandacht
Persoonlijkheid en temperament (e.g., Delgado et al. 2018)
• Kan een rol spelen, een onderzoek van Delgado dat de persoonlijkheidstrek extraversie is beschermend/
protectief tegen internaliserende gedragsproblemen terwijl de persoonlijkheidstrek effortfull control (hoe
hard je moeite moet doen om je gedrag te controleren) dat dat beschermend is tegen exteraliserend
gedragsproblemen is.
NIVEAU VAN HET GEZIN
Gezinssamenstelling en stabiliteit van zorgfiguren (e.g., Pardini et al., 2014)
• Samenstelling zelf maakt niet uit
• Gezinnen waar veel breuken zijn, veel wisselen van zorgfiguren, figuren die niet zorgend zijn.
• Ook mentale en fysieke problemen bij de zorgfiguren
Opvoedingsstijl, warmte sensitivieit in de opvoeding (e.g., Pardini et al., 2014 )
SAMENVATTING GEDRAGS-EN
OPVOEDINGSPROBLEMEN
Les 1: Back to the future: een kapstok om te gaan verdiepen ......................................................................................... 1
Les 2: armoede en haar rol in gedrags-en opvoedingsproblemen ................................................................................... 8
Les 3: perspectieven om armoede te begrijpen ............................................................................................................. 19
Les 4: armoede en jeugdhulpverlening........................................................................................................................... 29
Les 5: De rol van de context op cognitieve ontwikkeling van kinderen.......................................................................... 35
Les 6: ADHD en geassocieerde stoornissen: diagnostiek en behandeling ...................................................................... 63
Les 7: antistigma-interventies ......................................................................................................................................... 83
Les 8: samengestelde gezinnen (gastcollege) ................................................................................................................. 91
Les 9: suicidepreventie.................................................................................................................................................... 98
Examenvragen: toepassingsgericht ................................................................................... Error! Bookmark not defined.
LES 1: BACK TO THE FUTURE: EEN KAPSTOK OM TE GAAN VERDIEPEN
GEDRAGS- EN OPVOEDINGSPROBLEMEN
Van normatieve kind (braaf kind, kind dat de normen volgt) en gezinsontwikkeling tot G&OP
GEDRAGSPROBLEMEN
• Geen éénduidige definitie
• Gedrag dat afwijkt van de sociale norm
o Norm: wat we in bepaalde contexten of cultuur verwachten van een kind → sociale normen niet
hetzelfde in verschillende contexten/culturen
o Dit impliceert ook wat is de norm en wie heeft dit vorm gegeven.
• Internaliserende versus externaliserende gedragsproblemen
o Internaliserend= angstig, teruggetrokken, depressieve gevoelens.
o Externaliserend= gedragsproblemen zoals hyperactiviteit, agressie, conduct disorder
(normoverschrijdende gedragsstoornis)
• Gedrag dat ontwikkeling belemmert, en/of problemen veroorzaakt voor het kind/zijn omgeving (NJI, 2025)
• Gedrag dat minstens enkele maanden duurt (NJI, 2025)
o Als het tijdelijk is en het verdwijnt weer dan spreken we niet over een gedragsprobleem.
PREVALENTIE GEDRAGSPROBLEMEN
70% geen moeilijkheden vertonen → 20-30%
moeilijkheden vertonen in vergelijking met de
normgroep.
G roen: gemiddelde: geen zorgen over maken
Interessant om te kijken naar de hoge:
• Kleine 10% van de kinderen kampte met
emotionele problemen.
• Totale schaal zit je ongeveer op 10%
, 2
Internaliserende gedragsproblemen: Emotionele
problemen liggen hoger in 2021 dan in 2016 →
emotionele problemen stijgen.
Externaliserende gedragsproblemen: lager als
internaliserend. Significante stijging voor
hyperactiviteit, niet voor gedragsproblemen.
OPVOEDINGSPROBLEMEN
“Van opvoedingsproblemen is sprake als problemen tussen ouders en kinderen niet meer binnen het gezin zelf opgelost
kunnen worden.” (NJI, 2025)
• Situaties die alles geprobeerd hebben en het zijn gezinnen die niet meer weten wat ze moeten doen, ze zijn
elke vorm van perspectief kwijt.
Drie kenmerken van een Problematische Opvoedingssituatie (Ter Horst, 1980):
• Wegvallen vanzelfsprekendheid
• Perspectiefloosheid
• Hulp van derden nodig
o Netwerk, professionele hulp
Verschillende andere definities, belang van opvoeding als transactioneel proces
Opvoeden is niet iets wat alleen ouders doen; zij zijn niet als enigen verantwoordelijk.
Kind stelt een vraag dat een pedagogisch aanbod vraagt. Opvoeding is de circulaire
interactie tussen peda vraag en peda aanbod.
We vragen altijd wat de ouders kunnen doen bij gedragsproblemen van hun kind.
Een proces waar het kind inherent deel van maakt en niet een passieve activiteit dat het
kind alles overneemt van de ouders.
CIJFERS OPVOEDINGSPROBLEMEN
Significant verschil tussen mannen en vrouwen
, 3
THEORIEËN EN KADERS BIJ G&OP
Talrijke theorieën en modellen om naar gedrag en opvoeding te kijken
• Universele nodenmodel (Bosmans, 2014)
o Verbondenheid, competentie, en autonomie
• Hechtingstheorie (Bowlby, 1988)
o Veilige/onveilige hechting om problemen in de opvoeding te bekijken.
• Systeemtheorie (e.g., Bateson, Minuchin)
o Gezinnen en kinderen die functioneren als een systeem van verbonden ideeën die er alles gaan doen
om een homeostase gaan blijven. Je moet alles als een geheel zien.
o De systeemtheorie kijkt naar hoe mensen, groepen of onderdelen met elkaar verbonden zijn en elkaar
beïnvloeden binnen een groter geheel.
• Transactionele en contextuele modellen, e.g.,
o We gaan kijken naar de context en hoe gedrag betekenis krijgt in de context
• Theorie van Kok (1997): verschillende dimensies van menselijk gedrag
o Cognitieve dimensie: wat iemand weet en denkt (kennis en inzicht)
o Conatieve dimensie: Wat iemand wil en doet (motivatie en gedrag)
▪ Hoe outgoing een kind is, hoe hard die voor zichzelf toont, en meer neigt op te gaan in het
geheel
o Affectieve dimensie: wat iemand voelt (emoties en houding)
o Dimensies: als je op al deze dimensies kijkt kan je kijken op welk domein je ondersteuning moet
bieden.
• Opvoedingsmodel van Belsky (1984)
o Opvoeding is geen losstaand gegeven, een dynamisch gegeven dat vorm krijgt van ouderkenmerken,
omgevingskenmerken,….
• Het model van Hellinckx (2002)
o Opvoeding als een dynamisch proces tussen ouder en kind, waarbij zowel de ouderlijke vaardigheden
als de behoeften en mogelijkheden van het kind centraal staan.
• Bio-psychosocial model van Engels (1980)
o De ontwikkeling van een kind als het samenspel tussen biologische, psychologische en sociale factoren
die elkaar voortdurend beïnvloeden.
• Ecologisch model van Bronfenbrenner (1986)
o Het ecologisch model van Bronfenbrenner beschrijft de ontwikkeling van een kind als beïnvloed door
verschillende omgevingsniveaus, van het gezin en school (microsysteem) tot bredere
maatschappelijke invloeden (macrosysteem).
HET MODEL VAN HELLINCKX (HELLINCKX ET AL., 2002)
Dit model focust op de interactie tussen ouder en kind en kijkt
naar opvoeding als een dynamisch proces., waarbij beide
invloed op elkaar uitoefenen.
• Er zijn drie kerncomponenten:
1. Pedagogische aanbod: Wat ouders het kind willen
bijbrengen.
2. Opvoedingsvaardigheden: Hoe ouders dat proberen te
doen (stijl, aanpak).
3. Pedagogische vraag van het kind: Wat het kind nodig
heeft, afhankelijk van zijn ontwikkeling, karakter en
context.
4. Verschillende invloeden die erop inspelen
• Wanneer deze componenten goed op elkaar afgestemd
zijn = “harmonisch opvoedingsproces”.
• Mismatch → opvoedingsproblemen
, 4
HET ECOLOGISCHE MODEL VAN BRONFENBRENNER
Dit model benadrukt dat een kind zich ontwikkelt binnen
meerdere, met elkaar verbonden omgevingen.
• Microsysteem: Directe omgeving van het kind
zoals gezin, school, vrienden.
• Mesosysteem: De interacties tussen de
elementen van het microsysteem (bijv.
samenwerking tussen ouders en school).
• Exosysteem: Indirecte invloeden, zoals het werk
van de ouders of diensten die het gezin
ondersteunen.
• Macrosysteem: Cultuur, wetgeving, normen en
waar den van de samenleving waarin het kind
leeft.
• Chronosysteem: De invloed van tijd en
veranderingen, zoals scheiding, verhuizing of
maatschappelijke ontwikkelingen.
Elk systeem beïnvloedt het kind en staat in
wisselwerking met de andere systemen.
CENTRAAL IN DEZE MODELLEN EN EEN CENTRAAL IDEE BINNEN DE
ORTHOPEDAGOGIEK: KIND EN GEZIN IN CONTEXT
RISICO EN PROTECTIEVE FACTOREN IN GEDRAGS- EN OPVOEDINGSPROBLEMEN
• Niveau van het kind
• Niveau van het gezin
• Niveau van de school
• Niveau van de ruimere omgeving
NIVEAU VAN HET KIND
Kenmerken die protectief kunnen zijn of net risicofactoren
Biologische/neurologische factoren (bv. genetische syndromen)
• Genetische syndromen zoals fragiele x dat de kans op gedragsproblemen doet toenemen
Geslacht (consistente bevinding, ook in Bastaits, 2023)
• Internaliserend vaker bij meisjes
• Externaliserend bij jongens
Cognitieve en sociale vaardigheden (e.g., executieve functies)
• Kunnen je beschermen tegen gedragsproblemen of net je risico vergroten.
• Kinderen met executieve functieproblemen moeilijkheden van aandacht
Persoonlijkheid en temperament (e.g., Delgado et al. 2018)
• Kan een rol spelen, een onderzoek van Delgado dat de persoonlijkheidstrek extraversie is beschermend/
protectief tegen internaliserende gedragsproblemen terwijl de persoonlijkheidstrek effortfull control (hoe
hard je moeite moet doen om je gedrag te controleren) dat dat beschermend is tegen exteraliserend
gedragsproblemen is.
NIVEAU VAN HET GEZIN
Gezinssamenstelling en stabiliteit van zorgfiguren (e.g., Pardini et al., 2014)
• Samenstelling zelf maakt niet uit
• Gezinnen waar veel breuken zijn, veel wisselen van zorgfiguren, figuren die niet zorgend zijn.
• Ook mentale en fysieke problemen bij de zorgfiguren
Opvoedingsstijl, warmte sensitivieit in de opvoeding (e.g., Pardini et al., 2014 )