Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 72 pagina's
Samenvatting

samenvatting sociale psychologie

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 72 pagina's

Een volledige samenvatting van het vak sociale psychologie van de richting orthopedagogie aan HoGent.

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING
WAT IS SOCIALE PSYCHOLOGIE?
= een studie die tracht te begrijpen, verklaren en voorspellen hoe de gedachten, gevoelens
en gedragingen van individuen beïnvloed worden door de waargenomen, ingebeelde of
impliciete gedachten, gevoelens en gedragingen van anderen.




 Sociale psychologie is veel meer gericht op individu/ persoon op zich. Sociologie
eerder op een groep mensen, de SL,.. en de invloed daarvan.

- Mens enkel overleven omdat hij sociaal wezen is  zonder samenwerking  niet
gehaald.
- Mens = sociaal dier
- Voortdurend in interactie met elkaar: we observeren, analyseren, evalueren &
beïnvloeden anderen.
- Werken samen in groep, nemen rollen op, respecteren hiërarchieën, belonen onze kids,
worden verliefd, worden geconfronteerd met oneerlijke uurroosters op werk, worden
gedumpt,…
- we hebben gedachten over anderen, en zij over ons.
 Dit allemaal = sociale handelingen.
- Sociaal gedrag = complex  zicht op krijgen: beroep op kennis uit psychologie,
sociologie, economie, biologie, medische wetenschappen, evolutieleer & -psychologie.
- Sociale psychologie probeert denken, voelen & gedrag van mensen te verklaren vanuit de
interactie tussen mensen, individueel en in groep, de sociale situatie & de historiek die
daaraan voorafgaat of wat erop volgt.

,H1: SOCIALE COGNITIES
= niet enkel denken over zichzelf en anderen, ook over hoe reflecteer ik over wat ik zelf denk
en over hoe ik denk dat anderen over mij denken.
- Actief aan de slag met deze info om ons een beeld te vormen van wie de anderen zijn.

Processen waarbij we info:
- Verwerven / selectie / opslaan
- Integreren / organiseren / structureren
- Interpreteren

Over mensen:
- Anderen (sociale perceptie)
- Zichzelf (zelfperceptie)

Ons zelfbeeld is sterk vervlochten met het beeld dat we hebben van anderen.
- Je bent wie je bent,
- Maar je bent ook wie je bent met je beste vriendin en je bent zelfs een beetje je vriendin.
 Anderen bepalen mee je zelfbeeld.

Verwerken van (nieuwe) info hangt af van de sociale context waarin we ons bevinden.
- Bent zelf geen wildebras maar laat je bij uitgaan al eens meedrijven door je vrienden.
- Zelf meer rumoerig in een klas die niet oplet en onrustig is.
- Soms stellen we daden die we van onszelf niet verwachten
 Constructie van zelfbeeld is onlosmakelijk verbonden met het beeld dat we hebben
van de groepen waartoe we behoren en zelfs de groepen waarvan we geen deel uit
maken.


1. SCHEMA’S
= mentale structuren die aan de basis liggen van ons handelen.
- Gestructureerde functioneringspatronen
- Vroegste schema’s  aangeboren reflexen (zuigen, grijpen)
- Die aanvankelijke schema’s (betrekking op fysieke activiteiten) worden oiv assimilatie &
accommodatie alsmaar complexer en meer op elkaar afgestemd.
- Na verloop van tijd ook betrekking op mentale processen (onderbouwen naast
handelen dan ook het denken).
- Sociale cognitie steunt ook op sociale schema’s
o Schema’s : in allerlei vormen en functies, kunnen gedrag correct of foutief
sturen.

, 1.1. OMSCHRIJVING
 Cognitieve structuur
 Eerder verworven kennis
 Over stimulus of concept
o Personen, opvattingen, fysieke daden, feiten
o Kenmerken
o Relaties tss die kenmerken
 Is gerepresenteerd (kennis kan je erin terugvinden)
 Schema’s ‘wat is een hond’ (een staart, snuit, oren,..)  gelijkaardig (ene beetje fluffier,
ander soort oren,..).
 Schema pangolion (zie dia 14)  net gelijkend want geen idee wat het is.
 Hebben schema’s over vanalles: dieren, voorwerpen, personen,..
o Ook sociale schema’s.
 Zie dia 16 voor raadsel


 Prototype: soort gemiddelde van een specifieke groep mensen
o Heel veel verschillende soorten schema’s --> 1 ervan = prototype
o Bv van student : wat is nu de gemiddelde student? (hard werkend, energiek,
oplettend, wten wat ze willen met leven)
o Iedereen heeft eigen prototype over iets
o Soort eigen steretiep over iets/ iemand
o Maakt een gemiddelde gedacht over een groep mensen
 Script: verloop van opeenvolgende acties
o eerder over sociale situatie
o Plan in hoofd over “hoe loopt deze bepaalde sociale situatie”
o Bv les volgen: begint met studenten die binnenkomen en gaat zitten, wanneer
lesgever praat ben je stil, …
 gedrag NIET conform aan script geeft meer info dan gedrag dat wet past.
Bv imand staat plots recht en begint vanalles te roepen  vreemd/ past niet  geeft
ons veel meer info over persoon (durft veel, kent geen schaamte, ..)
Wij doen wat past in schema  kan je weinig karakter halen uit dit gedrag
Voorbeelden:
Prototye
- moeder/vrouw  Meeste moedres doen nog steeds het huishouden, onderdznig aan man
- Ouderen  zien niet goed, dragen bril, zijn conservatief, zeer wijs, minder mobiel,..
- Motorrijders
- Pubers: onzeker, opstandig tegen ouders, ..
- Bouwvakker
- Verschillende beroepen
Script
- Plaats afstaan in trein/ bus aan zwangere vrouw/ouder persoon  openbaar vervoer
(gaat betalen, gaat naast elkaar zitten,..)
- Naar de winkel gaan: kar nemen, door rekken lopen ene ruit pakken, aan kassa
schuiven en alles op band leggen,..
- Op reis gaan (met vliegtuig)
- Op date gaan

, - Op resto gaan


ZELFSCHEMA:
 Wat we denken over onszelf
 Wat we denken dat anderen over ons denken
 sociale cognitie heeft invloed op ons zelfbeeld
 sociale context heeft invloed op ons handelen

Zelfkennis bestaat uit:
Zelfobservatie
 = kijken naar jezelf (bv zit in les en ziet ik ben aan het typen, ziet welke prestaties je
levert bij krijgen van punten  krijgt info over jezelf  neem je mee op in
zelfschema
 Velen zullen af en toe eens nadenken over zichzelf (zelfreflecte)  heb ik juist
gehandeld, …  naar jezelf kijken/ obsrveren achteraf

Looking-glass self
 = soort sipegel
 Bouwen onszelf stuk op omdat we soms Spiegel voorgehouden rkijgen door een
ander (kijk dit ben jij, dit doe jij,??)
 Door bv rechtstreeks FB te geven aan iemand,
 Niet altijd zo letterlijk  bv ook alfeiden uit gedrag (bv: als wij babbelen in les kan
dat zijn omdat we het bv saai vinden)

Sociale vergelijking
 Wij gaan niet altijd alleen naar onszelf kijken, maar vaak naar onszelf in vergelijking
met anderen
 Bv krijgen van punten. Die van jou zijn slecht maar war zijn die van de anderen?
 Als jij 11 hebt en de rest is gebuist  ben toch wel goed bezig,..
 Jij 10 maar rest 18  niet goed bezig, dom..




Oefening zelfschema
“Wat heeft een invloed op jouw zelfbeeld als begeleider? (Gebruik de drie elementen van
het zelfschema.)”
Zelfobservatie
● Bv er is een crisissituatie geweest en je reflecteert achteraf over je eigen handelen
Looking-glass self
● Hoe de clienten op je reageren (bloed onder nagels vandaan haalt, naar je toekomt
en vertrouwelijke info deelt,..)
● FB van andere collega’s
Sociale vergelijking
● Als je bv met 2 collega’s staat in crisis of in de dienst en jullie handelen gaat
vergelijken met elkaar

Inhoudsopgave

  1. 01 Wat is sociale psychologie? 1
  2. 02 1. schema’s 2
    1. 1.1. omschrijving 3
    2. 1.2. kenmerken 5
  3. 03 2. configureren 7
    1. 2.1. opvallende kenmerken 7
    2. 2.2. primacy-effect 7
    3. 2.3. configuratiemodel Asch 8
    4. 2.4. impliciete persoonlijkheidstheorie (Impt) 9
  4. 04 3. persoonsperceptie 10
  5. 05 4. priming 11
    1. 4.1. referentie-index 11
    2. 4.2. politieke keuzes 11
  6. 06 5. dissonantie 12
    1. 5.1. dollarexperiment (exp. van Festinger) 12
    2. 5.2. spanningsreductie 13
    3. 5.3. verslaving & verdwazing 14
    4. 5.4. endownment effect 14
  7. 07 6. het negatieve 14
    1. 6.1. aversie voor verlies 14
    2. 6.2. negativiteitseffect 16
    3. 6.3. cognitie en affect 16
  8. 08 1. criteria 18
    1. 1.1. intern/ extern 18
    2. 1.2. stabiel/ onstabiel 18
    3. 1.3. controleerbaar/ oncontroleerbaar 19
    4. 1.4. globaal/ specifiek 19
  9. 09 2. attributietheorieën 19
    1. 2.1. zelfwaarnemingstheorie (bem) 20
    2. 2.2. corresponderende inferentietheorie 21
    3. 2.3. covariatiemodel (kelley) 21
    4. 2.4. tweestappenmodel (gilbert) 22
  10. 10 3. motivatie 22
  11. 11 4. vertekeningen 22
    1. 4.1. zelfbeeld en “self-serving bias 22
    2. 4.2. bepertke rationaliteit en heuristieken 23
    3. 4.3. valse consensuseffect 23
    4. 4.4. basisfrequentievalstrik en tegenfeitelijk denken 23
    5. 4.5. fundamentele attributiefout 23
    6. 4.6. actor-observator 23
    7. 4.7. zelfvervullende voorspelling (self-fulfilling prophecy) 24
  12. 12 1. conformisme of meerderheidsinvloed 25
    1. 1.1. sherif en het autokinetisch effect 25
    2. 1.2. jacobs & campbell en het verdwijnen van de beïnvloedingsbron 26
    3. 1.3. festinger en de sociale vergelijkingstheorie 26
    4. 1.4. lijneneexperiment van ash 28
    5. 1.5. informatieve en normatieve beïnvloeding 28
    6. 1.6. beïnvloedende factoren (zie boek) 29
  13. 13 2. innovatie of minderheidsinvloed 30
    1. 2.1. moscovici en kleurendia’s 30
    2. 2.2. beïnvloedende factoren 32
  14. 14 3. gehoorzaamheid en autoriteit 33
    1. 3.1. milgram & elektroshocks 34
    2. 3.2. beïnvloedende factoren 34
    3. 3.3. waarom gehoorzaamheid? 35
  15. 15 4. dominantie en status (niet kennen) 37
  16. 16 5. sociale facilitaite en belemmering 37
    1. 5.1. dominante responsen 37
    2. 5.2. evaluatie verwachten 38
    3. 5.3. aandachtsverdeling 38
  17. 17 6. sociaal meeliften 39
    1. 6.1. ringelmann-effect 39
    2. 6.2. ongelijkheidsaversie 40
    3. 6.3. counteren? 40
  18. 18 7. vijf apen (niet kennen) 40
  19. 19 1. altruïsme 40
  20. 20 2. verwantschap 41
  21. 21 3. wederkerig altruïsme 41
    1. 3.1. dieren 41
    2. 3.2. kosten-batenanalyse 41
    3. 3.3. ultimatum game (video dia 19) 42
    4. 3.4. prisoner’s game 42
    5. 3.5. emoties 43
  22. 22 4. empathie 43
    1. .1. betekenis 44
    2. .2. zinvol 44
    3. .3. gradatie 44
    4. .4. emotioneel, cognitief, egoïstisch 44
  23. 23 5. stappenmodel 45
    1. .1. opmerken 46
    2. .2. interpreteren 46
    3. .3. verantwoordelijkheid nemen 47
    4. .4. hoe? 49
    5. .5. actie ondernemen 49
    6. voorbeeld alle stappen integreren (dia 42 50
  24. 24 6. beïnvloedende factoren 51
    1. .1. situationele factoren 51
    2. .2. persoonlijke factoren 51
    3. .3. interpersoonlijke factoren 52
  25. 25 1. bewust van zichzelf (niet kennen) 54
  26. 26 2. het sociale brein (niet kennen) 54
  27. 27 3. sociale categorisatie 54
    1. 3.1. in/out group 54
  28. 28 4. accentuation effect 55
  29. 29 5. assumed similarity effect 55
    1. 5.1. minimal group-paradigma 56
  30. 30 6. outgroup homogeneity effect 56
    1. 6.1. de-individuatie 56
    2. 6.2. ontmoeten 56
    3. 6.3. abstraction-based vs instance-based 57
  31. 31 7. ingroup-favoritisme-effect 57
    1. 7.1. verklaringen 57
  32. 32 8. valkuilen vermijden 58
    1. 8.1. valkuilen voor groepen 58
  33. 33 9. groupthink 58
    1. 9.1. kenmerken 58
    2. 9.2. oplossingen 59
  34. 34 10. polarisatie 59
  35. 35 1. kenmerken 61
  36. 36 2. benaderingen – hoe ontstaan stereotypen? 62
    1. .1. coercing-theorie 62
    2. .2. realistische conflicttheorie 62
    3. 2.3. robbers cave-experiment 62
    4. 2.4. jane elliot 63
    5. 2.5. stanford gevangenisexperiment 63
    6. 2.6. sociaalcognitieve benadering 63
    7. 2.7. sociale-identiteitstheorie en socialisatie 63
  37. 37 3. invloed 64
    1. 3.1. stereotypering 64
    2. 3.2. contacthypothese 64
    3. 3.3. blaming the victim 65
    4. 3.4. illusoire correlaties 66
  38. 38 1. soorten 67
  39. 39 2. kenmerken 67
  40. 40 3. meten 69
  41. 41 4. gedrag 70
  42. 42 5. veranderen 70
    1. .1. twee wegen voor overreding 70
    2. .2. bron, boodschap en publiek 72

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
11 februari 2026
Aantal pagina's
72
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$18.89

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
1
Volgers
0
Items
11
Laatst verkocht
6 maanden geleden




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen