1. inleiding
2. zicht
3. gehoor
4. evenwicht
5. voelen
6. smaak
7. geur
8. motoriek
9. stress
10. slaap
11. biologische ritmes
, 1. inleiding
structuren en functies
maar voor veel taken werken die gebieden samen met andere gebieden } netwerkstructuren
functies hebben een hoofdlocatie in het brein
eenvoudige keten
1 via axon over de synaps naar de dendrieten
exciterende invloed
extreem negatief -> kort positief -> actiepotentiaal -> vuren (alles of niets)
voordeel: ruis wordt niet doorgegeven
kwantimeerderetatieneuronen
ve integrati e ( s terker)
sturen hetzelfde signaal naar 1 neuron
2 convergentie fotoreceptoren bi j schemeri ng
kwalitatieve integratie (complexer)
朋
meerdere neuronen sturen verschillende soorten signalen naar 1 neuron
fotoreceptor + oogbeweging + objectielocalisatie
3 herverdeling van informatie
opsplitsen informatie moet naar cerebellum en cortex
4 divergentie
versterken een neuron die een volledige spiergroep doet bewegen
feedback
5 minimaliseren van ruis (voorkomen dat neuron a te vaak vuurt)
waardoor neuron b meer input nodig heeft om te vuren
temporele summatie is kleiner = opgetelde signalen van een neuron op korte tijd
, feedforward
6 minimaliseren van ruis (voorkomen dat neuron b te vaak vuurt)
neuron a is zeer sensitief, maar neuron b wordt niet overgestimuleerd
scherpe pi
waarschuwing
j n a voelt druk -> b detecteert scherpe pijn
door c zal acute pijn dempen (evolutionair adaptief)
doffe pi j n
wees voorzichtig
neuron d is trager en zal demping op neuron c opheffen
laterale inhibitie
7 neuronen in eerste laag inhiberen elkaar
winner takes it all
spatiale nauwkeurigheid tastreceptoren
8 - coïncidentiedetector
samenvallen van informatie
spatiale lokalisatie van geluid zonder zicht
, zintuigen
-> klassieke 5 zicht, gehoord, reuk, tast, smaak
-> positie van de ledematen proprioceptie
-> evenwicht & versnelling
-> chemoceptie detectie zuurstof of aanwezigheid vetten
-> magnetoceptie oriëntatie koeien en navigatie vissen
case study van ian waterman: uitval tast: verloor proprioceptie, maar niet pijn en temperatuur
-> wat wij zien als 1 functie is een samenspel van meerder onderdelen
-> functionele dissociatie
klassieke definitie:
sensatie is een objectief proces = fysieke omgevingsstimuli worden gedetecteerd door sensorische receptoren
perceptie is een subjectieve constructie = hersencellen maken er betekenisvolle informatie van
transductie = omzetting van fysieke stimulus naar neurale reactie
werkdefinitie:
zintuigen zijn die psychische functies die ons al dan niet bewust informatie verschaffen over gebeurtenissen
gespecialiseerde cellen = receptorcellen zijn gespecialiseerd voor een stimulus
gespecialiseerde verwerking = signalering gaat naar gespecialiseerde hersengebieden
één zintuig omvat vaak meerdere type receptoren en meerdere verwerkingstrajecten kegeltjes & staafjes
gespecialiseerde cellen
sensorische receptor = gespecialiseerd neuron (niet eiwit zoals gaba-receptor)
-> detecteren een specifieke soort fysieke gebeurtenis of substantie
elk zintuig werkt binnen een specifieke range
elk zintuig werkt anders voor verschillende soorten elektroceptie bij dolijn & vogelbekdier
-> hebben meestal geen axon: ze vormen synapsen met hun cellichamen en communiceren via neurotransmitters
graduele / analoge codering: hoe sterker de stimulus, hoe meer neurotransmitters >< actiepotentiaal