• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 61 pages
Summary

Samenvatting - Staatsrecht 1: De democratische rechtsstaat (een 9 mee gehaald!)

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 61 pages

Samenvatting van het vak Staatsrecht 1. De samenvatting is gemaakt aan de hand van de hoorcolleges, werkgroepen en het boek. In de samenvatting is de jurisprudentie verwerkt.

Content preview

Samenvatting Staatsrecht 1
Week 1A en B De democratische rechtstaat
De Staat
Het begrip staat kun je vanuit verschillende perspectieven bekijken, namelijk het
extern perspectief en het intern perspectief.
 Bij het extern perspectief kijk je vanuit het internationaal recht. Het gaat in
dat geval om de verhoudingen tussen staten. De Staat wordt van buitenaf
bekeken.
 Bij het intern perspectief kijk je vanuit het staatsrecht. Er wordt gekeken
naar hoe de Staat binnen de grenzen is georganiseerd. De staat wordt
gedefinieerd als een organisatie die met voorrang boven ander
organisaties effectief gezag uitoefent over een gemeenschap van mensen
op een bepaald grondgebied. Er is sprake van een staat, indien aan de
volgende voorwaarden wordt voldaan:
o Een gemeenschap van mensen
o Op een bepaald grondgebied
o Waarover gezag wordt uitgeoefend door een overheid die over
dwangmiddelen beschikt
 Een Staat moet erkend worden door andere staten voordat het een staat is

De overheid
De overheid is een verzamelbegrip voor verschillende instellingen en organen. In
het recht gaat het altijd om een specifiek onderdeel van de overheid.
Bevoegdheden berusten bij specifieke ambten (organen).
 Eenzijdige machtsuitoefening
 In het algemeen belang
 Een groot deel van het staatsrecht gaat over de vraag: hoe voorkom je dat
de overheid te veel macht krijgt en zijn macht misbruikt?
 Het staatsrecht biedt instrumenten aan de overheid om dingen voor elkaar
te krijgen, maar tegelijkertijd ook waarborgen om ervoor te zorgen dat de
overheid niet te veel macht kracht en zijn macht gaat misbruiken

Het Koninkrijk der Nederlanden
Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat uit Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-
Maarten. Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zijn zelfstandige landen binnen het
Koninkrijk der Nederlanden. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba horen bij het land
Nederland (en behoren dus ook tot het Koninkrijk). Deze eilanden zijn bijzondere
gemeenten in Nederland en doen dus ook mee met de verkiezingen voor
Nederland.

Democratische rechtsstaat
 Democratie: hoe zorg je ervoor dat de overheid de juiste dingen doet (in
het algemeen belang)
o Essentie van het begrip democratie: besluitvorming bij meerderheid
 Rechtsstaat: hoe zorg je ervoor dat een overheid zijn (democratische)
macht niet misbruikt, en rekening houdt met minderheden en individuen
o Essentie van het begrip rechtsstaat: de overheid is zelf gebonden
aan het recht

,  Democratische rechtsstaat: invloed van burgers op de vorming van het
recht en binding van de overheid aan het recht

Democratie en rechtsstaat zijn niet hetzelfde, maar zijn niet ‘los verkrijgbaar’

In een democratie wordt het staatsbestuur uitgeoefend door/in
overeenstemming met de wil van het volk. Er kan zowel sprake zijn van een
indirecte als directe democratie. Bij een indirecte democratie beslissen burgers
niet rechtstreeks over wetten en beleid, dit wordt overgelaten aan gekozen
volksvertegenwoordigers. Burgers kiezen deze volksvertegenwoordigers bij
verkiezingen. Bij een directe democratie beslissen burgers mee over
staatszaken, dit wordt gedaan aan de hand van een referendum. Verder
kenmerkt een democratie zich doordat besluitvorming bij meerderheid van
stemmen plaatsvindt (art. 67 lid 2 Gw).

De cumulatieve vereisten van het begrip rechtstaat zijn:
1. Legaliteitseis (legaliteitsbeginsel: de overheid mag niks zonder wettelijke
grondslag)
2. Machtenscheiding
3. Onafhankelijke rechtspraak
4. (Klassieke) grondrechten.

Vertegenwoordigende democratie
Voor een vertegenwoordigende democratie heb je nodig:
 Kiesrecht: geen volksvertegenwoordigers zonder dat er kiezers zijn (vereist
voor het laten functioneren van een democratie)
 Openbaarheid: volksvertegenwoordigers moeten hun keuzen openbaren,
zodat je er eens in de vier jaar weer over kan stemmen
 Participatie
 Tijdelijkheid
 Verenigingsvrijheid
 Vrijheid van meningsuiting: geen politiek zonder vrijheid van
meningsuiting
 Gelijkheid
 Rekening houden met minderheden – kiesstelsel

Grondregels
De eerste grondregel: “Geen bevoegdheid zonder grondslag in wet of Grondwet”
 Een overheidsambt mag alleen overheidsgezag uitoefenen, als dat
handelen gebaseerd is op een voorafgaande, algemene, democratisch
gelegitimeerde regel (het legaliteitsbeginsel)
 Een overheidsorgaan mag alleen handelen als dit gebaseerd is op de wet.
Of een ambt bevoegd is volgt (direct of indirect) uit de wet (in formele zin
of Grondwet)
 Overheden mogen niks tenzij het is toegestaan en burgers mogen alles
tenzij het verboden is

De tweede grondregel: “Niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder
verantwoording schuldig te zijn of zonder dat op die uitoefening controle bestaat”
 De uitoefening van overheidsgezag dient altijd aan controle (door een
ander ambt) te zijn onderworpen
 Bevoegdheden moeten altijd gecontroleerd worden, dus geen
bevoegdheden zonder dat daar verantwoording over wordt afgelegd

,  Controle moet mogelijk zijn door de rechter en politiek
o Rechterlijke controle (rechtmatigheid): rechter moet zich beperken
tot de vraag of iets rechtmatig is. De rechter controleert
overheidshandelen op rechtmatigheid
o Democratische controle (parlement, politiek): de politiek kan een
wethouder ter verantwoording roepen en toetsen of het
overheidshandelen wenselijk is
 De regering wordt gecontroleerd door het parlement
Staatsrecht
 Overheidsmacht is geen persoonlijk bezit
o Instituties
o Tijdelijkheid (waarborgen om te voorkomen dat mensen geen
afstand meer willen doen van hun gezag)
o Machtenspreiding
o Grondrechten

 Staatsrecht: regels voor het handelen van de staat
o Instellen en organiseren van ‘de overheid’
o Controle van overheidsmacht
o Begrenzen van overheidsmacht
o Grondrechten van burgers

Grondwet en Constitutie
De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat.

Constitutie is de centrale regeling van de democratische rechtstaat. Constitutie
kan worden onderverdeeld in materiële constitutie en formele constitutie. De
materiële constitutie omvat alle regels (ongeschreven en geschreven) die zo
wezenlijk zijn voor het functioneren van de democratische rechtsstaat
(voorbeeld: de vertrouwensregel en het legaliteitsbeginsel). De formele
constitutie is de geschreven Grondwet.
 De Nederlandse Grondwet bevat de belangrijkste regels van het
staatsrecht, maar is daarin niet volledig (de vertrouwensregel en het
legaliteitsbeginsel staan niet in de Grondwet, maar zijn wel belangrijk!)
 De Grondwet staat hoger in de normenhiërachie dan andere nationale
wetgeving
 De Nederlandse Grondwet kent een verzwaarde wijzigingsprocedure (en
ook een verzwaarde procedure voor de totstandkoming)
o Rigid constitution = rigide constitutie = een grondwet die moeilijker
te wijzigen is dan een gewone wet = de Grondwet is niet volgens de
gewone procedure voor de vaststelling van wetten kan worden
gewijzigd
o Artikel 137 Gw: regeling van de procedure
 De Nederlandse Grondwet heeft een sober karakter. Het heeft geen
symbolische of communicatieve functie. In de Grondwet staat praktisch
wat nodig is

Bronnen van het staatsrecht
Het Staatsrecht is terug te vinden in geschreven en ongeschreven bronnen
en jurisprudentie. De geschreven bronnen bestaan uit het Statuut voor het
Koninkrijk der Nederlanden, de Grondwet, Verdragen (EVRM), wetten in formele

, zin (in het bijzonder organieke wetgeving) en lagere regelgering en Reglementen
van Orde van de Tweede Kamer, Eerste Kamer en Minsterraad. Het ongeschreven
recht bestaat uit gewoonterecht en rechtsbeginselen, zoals de vertrouwensregel,
het evenredigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en legaliteitsbeginsel.
 Organieke wetten zijn uitwerkingen van de Grondwet en hebben dezelfde
status als alle andere wetten. Organieke wetten zijn dus niet hoger en
hebben ook niet altijd voorrang (de normale voorrangsregels gelden).
Voorbeelden: Kieswet en Provinciewet
 Reglementen van Orde zijn interne huishoudelijke documenten
Het bijzondere karakter van het staatsrecht
 Het staatsrecht bindt de overheid aan het recht (= essentie rechtsstaat)
 Het roept de staatsorganisatie in het leven en bepaalt hoe deze eruit ziet;
 Het vormt de basis voor de bevoegdheidsverdeling in de staat;
 Het ligt aan de totstandkoming van het andere recht dat door de overheid
gemaakt wordt ten grondslag;
 Het bevat fundamentele rechten die tegen de overheid kunnen worden
ingeroepen.
 Handhaving van het staatsrecht is soms lastig. Er zijn grote onderwerpen
waarbij je niet veel bij de rechter kunt halen. De organen moeten zelf de
problemen/onderwerpen oplossen

Evolutie en revolutie
Een Grondwet komt vaak tot stand na een evolutie of revolutie, dus na een
heftige gebeurtenis. In de Nederlandse Grondwet is niet veel geregeld. Alles staat
er vrij kort en er zijn veel dingen die ontbreken in de Grondwet. De Grondwet is
een historisch document.
 Veel moderne staten hebben een bloedige en abrupte
ontstaansgeschiedenis (revolutie)
 Hun staatsrecht is veelal op fundamentele uitgangspunten gebaseerd, al
dan niet terug te vinden in hun Constitutie

 De Nederlandse staat kent een tamelijk geleidelijke ontwikkeling (evolutie),
zonder al te grote abrupte veranderingen
 Het staatsrecht is, mede daarom, weinig principieel
 Historische ontwikkeling van de staat is daarom belangrijker
 Maar: een historische uitleg kan ook ontwikkelingen tegenhouden. De
uitleg van de Grondwet is lastig doordat het een oude Grondwet is.
Situaties van toen zijn niet vergelijkbaar met de situaties van nu

Verdeling van macht (tweede kenmerk rechtsstaat)
Machtenscheiding (trias politica) = de staatsmacht is gespreid over verschillende
organen, die een deel van die macht uitoefenen en elkaar wederzijds controleren
en in evenwicht houden. De centrale overheid bestaat dus uit een samenstel van
organen, die ieder slechts een deel van de overheidstaak uitoefenen en die
elkaar nodig hebben om te regeren en te besturen. Zo houden die organen elkaar
in evenwicht en controleren zij (deels) ook elkaar (check & balances). Er bestaan
drie organen in de staat die ieder een eigen functie uitoefenen en onafhankelijk
zijn van elkaar. Vanuit deze leer gaan we ervanuit dat de burger het best gediend
is met een scheiding van deze drie functies:
 Wetgeving (= algemeen verbindende voorschriften)
 Bestuur (= uitvoerende macht)

Table of contents

  1. 01 Samenvatting Staatsrecht 1 1
  2. 02 Week 1A en B De democratische rechtstaat 1
    1. De Staat 1
    2. De overheid 1
    3. Het Koninkrijk der Nederlanden 1
    4. Democratische rechtsstaat 1
    5. Vertegenwoordigende democratie 2
    6. Grondregels 2
    7. Staatsrecht 3
    8. Grondwet en Constitutie 3
    9. Bronnen van het staatsrecht 3
    10. Het bijzondere karakter van het staatsrecht 4
    11. Evolutie en revolutie 4
    12. Verdeling van macht (tweede kenmerk rechtsstaat) 4
    13. Territoriale machtenscheiding 5
    14. Wetgever en legaliteit (eerste kenmerk rechtsstaat) 6
    15. Onafhankelijkheid rechterlijke macht (derde kenmerk rechtsstaat) 6
    16. Grondrechten (vierde kenmerk rechtsstaat) 7
    17. Typen grondrechten 7
    18. Leer van redelijke uitleg/toepassing 8
    19. Horizontale werking 8
  3. 03 Week 2A en B Regering en Staten-Generaal 8
    1. Voorheen: Soeverein Vorst/Koning 8
    2. Volksvertegenwoordiging 9
    3. Kiesrecht 9
    4. Wie mag kiezen? 10
    5. Andere kiesstelsels 10
    6. Partijen, lijsten en kandidaten 11
    7. Kieswet (kw): organisatie 11
    8. Zetelverdeling 11
    9. Het Parlement (Tweede en Eerste Kamer = Staten-Generaal = Parlement) 13
    10. Tweekamerstelsel 14
    11. Positie Eerste Kamer/senaat 14
    12. Onafhankelijkheid en -schendbaarheid 14
    13. Inrichting en werkwijze 15
    14. Voorzitter, art. 3.2 Reglement van Orde Tweede Kamer 15
    15. Commissies, art. 7.1 e.v. Reglement van Orde Tweede Kamer 15
    16. Regering/ministerraad/kabinet 16
    17. Soorten ministers 16
    18. Benoeming en ontslag 17
    19. Staatssecretarissen 17
    20. Homogeniteit 18
    21. De formatie 18
    22. Coalitievorming 18
    23. Verkenner en (in)formateurs 18
    24. Ongekozen premier 19
    25. Einde kabinet 19
    26. Pijlers parlementair stelsel (Regering  Staten-Generaal) 19
    27. Vertrouwen 19
    28. Ministeriële verantwoordelijkheid 20
    29. Inlichtingenplicht- en recht 20
    30. Parlementaire enquête 21
  4. 04 Week 3A Wetten in formele zin 22
    1. Wet in formele en materiële zin 22
    2. De functie van wetgeving 22
    3. Normenhiërarchie 22
    4. De wet als uiting van democratie 23
    5. De wet als uiting van de rechtsstaat 23
    6. Grondwettelijke terminologie 23
    7. Wetgevingsprocedures 24
    8. Wetsvoorstellen 24
    9. Regeringsvoorstel 24
    10. Wijzigen wetsvoorstellen 28
    11. Intrekken wetsvoorstellen 28
  5. 05 Week 3B Grondwetwijziging – De bevoegdheid tot wetgeving 28
    1. Procedure Grondwetswijziging 28
    2. Amvb’s en ministeriële regelingen 30
    3. Procedure amvb’s 30
    4. Procedures amvb en ministeriële regeling 31
    5. Kritiek 1815-1879 31
    6. Meerenbergarrest (1879) 31
    7. Bevoegdheid ministeriële regeling 32
    8. Attributie wetgevende bevoegdheid 32
    9. Delegeren wetgevende bevoegdheid 32
    10. Subdelegeren wetgevende bevoegdheid 33
  6. 06 Week 4A en B Decentralisatie 34
    1. De gedecentraliseerde eenheidsstaat 34
    2. Provincies en gemeenten 35
    3. De organen van de gemeente (en provincie) 35
    4. De gemeenteraad en provinciale staten 35
    5. Het college van burgemeester & wethouders en de gedeputeerde staten (GS) 36
    6. De burgemeester en Commissaris van de Koning (CvdK) 37
    7. De verhouding tussen de raad en het college 38
    8. De vertrouwensregel 38
    9. Autonomie en medebewind 38
    10. Verordende bevoegdheid 39
    11. De grenzen van de autonome verordende bevoegdheid 39
    12. Interbestuurlijk toezicht, art. 132 lid 2 Gw 42
  7. 07 Week 5A en B Grondrechten 44
    1. Basiselementen grondrechten 44
    2. Het inroepen van grondrechten bij de rechter 47
    3. Stap 1 (voorvraag): Is het grondrecht inroepbaar bij de rechter/mag de rechter eraan toetsen? 48
    4. Stap 2: Wordt de gedraging in kwestie door het grondrecht beschermd? 48
    5. Stap 3: Is sprake van een legitieme beperking van het grondrecht in kwestie? 48
    6. Arrest Klimaatactivisme 49
    7. De leer van algemene en bijzondere beperkingen 50
    8. De leer van de redelijke uitleg 50
    9. Eigen karakter beperkingsclausules 50
    10. Openbaren  Verspreiden 51
    11. Kwetsbaarheden Gw en oplossingen 51
    12. Het EVRM 51
    13. EVRM-grondrechten 52
    14. Het inroepen van grondrechten bij de rechter 52
    15. Materiële beperkingssystematiek 52
    16. Overzicht beperkingssystematieken 53
  8. 08 Week 6A Rechtspraak en rechtsmachtverdeling 54
    1. Wat is ‘rechtspraak’? 54
    2. De Wet algemene bepalingen 55
    3. Rechtsmachtverdeling 55
  9. 09 Week 6B Rechterlijke macht en tegenmacht 57
    1. Het bestuur van de rechterlijke macht 57
    2. Onafhankelijkheid en onpartijdigheid 58
    3. Rechterlijke toetsingsbevoegdheid 60
    4. Controle op de rechter 60

Document information

Study
Uploaded on
February 10, 2026
Number of pages
61
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.01

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
6
Followers
0
Items
6
Last sold
2 months ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions