Leerpad 1: algemene inleidende begrippen WVV.............................................3
1. Soorten interventies binnen het sociaal werk.............................................................3
2. Echelonnering van het sociaal werk............................................................................4
3. Mate van hulp en zorg binnen sociaal werk organisaties............................................5
Leerpad 2: domein algemeen welzijnswerk......................................................6
1. Historiek van het landschap........................................................................................ 6
2. Beleid (verder in het document).................................................................................7
3. Algemeen welzijn........................................................................................................ 7
4. Mensenrechten........................................................................................................... 7
5. Organisaties................................................................................................................ 7
5.1 OCMW................................................................................................................... 8
5.2 CAW...................................................................................................................... 9
5.3 Diensten voor Maatschappelijk werk van Mutualiteiten.......................................10
5.4 Tele-Onthaal........................................................................................................ 11
5.5 GBO..................................................................................................................... 12
5.5 Eerstelijnszones................................................................................................... 13
6. Doorverwijzen........................................................................................................... 14
6.1 Sociale kaart........................................................................................................ 15
7. Actuele uitdagingen..................................................................................................15
7.1 Wachtlijsten......................................................................................................... 15
7.2 Migratie............................................................................................................... 16
Leerpad 3: domein forensisch sociaal werk....................................................18
1. Inleiding.................................................................................................................... 18
2. Historiek................................................................................................................... 19
2.1 Pioniers van het forensisch sociaal werk.............................................................19
2.2 Jaren 70 en 80 van de vorige eeuw.....................................................................19
2.3 Na 2000............................................................................................................... 20
3. Definitie, functies en mensenrechten.......................................................................20
3.1 Definitie............................................................................................................... 20
3.2 Functies en kenmerken.......................................................................................21
3.3 Mensenrechten.................................................................................................... 21
3.4 Organisaties die werken rond mensenrechten binnen de forensische context....23
4. Beleid (verder in het document)...............................................................................23
5. Doelgroep en organisaties........................................................................................23
5.1 Forensisch sociaal werk buiten de gevangenis....................................................23
5.2 Forensisch sociaal werk binnen de gevangenis...................................................24
5.3 Hulp- en dienstverlening binnen de gevangenis vanuit de Vlaamse gemeenschap
.................................................................................................................................. 25
5.4 Doelgroepen forensisch sociaal werk met specifieke organisaties......................25
5.5 Online hulpverlening........................................................................................... 26
1
, 6. Uitdagingen.............................................................................................................. 26
6.1 Balans tussen veiligheid (voor iedereen) en autonomie van cliënt......................26
6.2 Complexe problematieken...................................................................................26
6.3 Spanningsveld justitie-hulpverlening...................................................................26
Leerpad 4: domein gezondheidszorg.............................................................28
1. Definitie gezondheidszorg........................................................................................28
2. Geschiedenis (geestelijke) gezondheidszorg in België..............................................29
2.1 Focus op de controle van psychiatrische patiënten.............................................29
2.2 Focus op de behandeling en verzorging van psychiatrische patiënten................30
2.3 Gezondheidszorg in het algemeen......................................................................31
3. Gezondheidsongelijkheid..........................................................................................32
4. Het gezondheidsbeleid in België en Vlaanderen (verder in het document)...............33
5. Organisaties en doelgroepen....................................................................................33
5.1 Organisaties die werken aan de fysieke gezondheid van mensen.......................35
5.2 Organisaties die werken aan de mentale gezondheid van mensen.....................36
6. Actuele uitdagingen..................................................................................................36
Leerpad 5: domein jeugdhulp........................................................................38
1. Inleiding.................................................................................................................... 38
2. Historiek................................................................................................................... 38
3. Beleid (verder in het document)...............................................................................40
4. Kinderrechten........................................................................................................... 40
5. Definitie, kenmerken en werking..............................................................................41
6. Organisaties binnen jeugdhulp.................................................................................44
7. Algemene uitdagingen binnen het domein...............................................................46
Beleid.......................................................................................................... 47
Gastsprekers domein forensisch sociaal werk................................................49
Gastsprekers domein gezondheidszorg.........................................................49
Gastsprekers domein jeugdhulp....................................................................54
Documentaire domein jeugdhulp...................................................................55
2
,LEERPAD 1: ALGEMENE INLEIDENDE BEGRIPPEN WVV
1. SOORTEN INTERVENTIES BINNEN HET SOCIAAL WERK
Verschillende benaderingen mogelijk om sociale problemen aan te pakken
3 interventies:
1. Interventie naar / met individuen en individuele cases:
- Cliënt = individu of systeem rond individu (vb. gezin)
- Start vanuit vragen, noden, problemen van cliënt
- Doel = met individuele belanghebbende een antwoord uitwerken
mogelijks sociale diensten of ondersteuningsmogelijkheden inschakelen
MAAR individuele cliënt is ingang én uitgang
- Kenmerk: emancipatorisch werken: belanghebbenden actief betrekken +
handelingsmogelijkheden cliënt versterken
2. Interventie naar / met groepen en (structuren van de) gemeenschap:
- Soorten probleem:
o Thema’s en moeilijkheden die mensen ervaren doordat ze samenhangen
met de groep / categorie waartoe ze behoren
vb. problemen omdat men vrouw, migrant, jong, bejaard, … zijn
o OF problemen die men gemeenschappelijk ervaart
vb. verslaving
- Via inzicht in maatschappelijke component van het ontstaan van het probleem
(structurele problemen aanpakken)
oplossing vinden voor individuele situatie
- Richten zich soms op versterken / vernieuwen van sociale weefsel +
groepsvorming
- Kernmerk: emancipatorische + participatieve
- Vergelijken met benaderingen / methodieken ‘studie vh sw’:
o verwijst naar ‘social group work’
o samenlevingsopbouw / opbouwwerk (met burgers werken aan
maatschappelijke problemen)
3. Interventie naar andere organisaties:
- organisaties, diensten, praktijken die zich richten naar sociaal werkveld +
overheden + organisaties
koepels, overheidsinstanties, ondersteuners werkveld = belangrijke bronnen
voor SW’ers om kennis te vergaren
- doelgroep = SW-praktijken zelf ( vaak ook beleid + samenleving want willen
probleem ook structureel aanpakken)
- kenmerk: groepswerk baseren hun op beleids- en politieke acties
- vb. sommige overheidsinstanties behoren hier ook onder:
o Steunpunten
o Kenniscentra
o Departementen van ministeries en Agentschappen
Opgelet:
- SW-praktijken worden niet graag in hokjes verdeeld werken vaak op meerdere
interventieniveaus
- samenwerken met andere organisaties is inherent behoort dus niet bij derde
interventie
3
,2. ECHELONNERING VAN HET SOCIAAL WERK
SW opdelen in verschillende ‘lijnen’
- Geeft weer hoe ‘toegankelijk’ de organisatie is (binnenstappen? Afspraak?
Doorverwijzing?)
0de lijn:
- Alle initiatieven die laagdrempelig + vrij toegankelijk zijn
- Zorg binnen eigen netwerk (vrijwilliger, buurvrouw/man, mantelzorger, zelfhulp)
o Zelfhulp: vb. via app proberen stoppen met roken
o Mantelzorg:
(chronische) ziekte wordt ondersteund door inwonend gezinslid
(partner, kind, familielid, buur, …)
persoon staat in voor groot deel zorg (huishoudelijke tot
administratieve taken)
vb. hulp bij wassen, …
1ste lijn:
- Alle organisaties die vrij toegankelijk zijn, vaak met afspraak
- Vb. huisarts, kinesitherapeut, psycholoog, welzijnswerker, OCMW, mutualiteit, JAC,
CLB, …
2de lijn:
- Organisaties met doorverwijzing
- Niet-rechtstreeks toegankelijke hulp
- Met gespecialiseerde zorg
- vb. centra geestelijke gezondheidzorg
3de lijn:
- Gespecialiseerde hulp, niet vrij toegankelijk, met doorverwijzing van 2e lijn (komt
altijd van vorige lijn)
- Vaak intramuraal (binnen muren van een voorziening)
4
, 3. MATE VAN HULP EN ZORG BINNEN SOCIAAL WERK ORGANISATIES
A) Ambulante hulp / zorg:
- Meest gebruikte vorm
- Consultatie van heel beperkte duur
- Vb. afspraak met VDAB-consulent, gesprek waarin gedrag jongeren bespreken
met ouder, zorgjuf en CLB-medewerker
- OF professional gaat zelf naar hulpvrager (vb. huiswerkbegeleiding)
B) Semi-residentiële hulp / zorg:
- Intensievere hulp, zonder overnachting / verblijf, wel voor een langere duur
- Vb. jongeren met matig fysieke / mentale beperking die overdag werken in
zorgboerderij, ouderen met dementie die in dagcentrum hun vrije tijd invullen
C) Residentiële hulp / zorg:
- Hulp die dag- én nachtopvang aanbiedt
- Betrokkene blijft tijdelijk / permanent in voorziening (niet haalbaar om thuis te
wonen)
- Hulp is intramuraal (binnen muren van voorziening)
- Vb. minderjarige die misdrijf heeft gepleegd en in gemeenschapscentrum verblijft,
volwassene die door arbeidsongeval revalidatie nodig heeft, oudere met dementie
die niet meer thuis kan wonen
5