didaskein: grieks voor onderwijzen
Als leerkracht moet je aan veel dingen
denken als doelen, het materiaal,
organisatie, taalgebruik, interactie,
verbeteren, …
→we zien veel componenten
terugkeren in elke les
centraal staan de doelstellingen en de
beginsituatie. Wat wil je bereiken en
wat kunnen de kinderen al?
Daarrond vinden we de 5 componenten
in vorm van puzzelstukken. Deze kan
je onderling verwisselen, ze zijn
allemaal even belangrijk.
Als laatste hebben ook je professionele
identiteit en het maatschappij- en
mensbeeld invloed op de lessen die jij
geeft.
1.1 Doelstellingen
= waardevolle en gewenste gedragsveranderingen bij lln als gevolg van de leerervaringen.
Het is een afbakening van wat je wilt dat de lln op het einde van een les kennen/kunnen.
cognitieve doelen
→ kennis, vaardigheden, oplossingsmethodes
bv provincies, vocabulair, hoofdrekenen, …
dynamisch-affectieve doelen
→ de vorming van interesses, houdingen, emoties/gevoelens, attitudes
bv respect tonen, nauwkeurig werken, tekst levendig lezen, toneel spelen, …
psychomotorische doelen
→ het uitvoeren van handelingen, het automatiseren, motoriek
bv pen vasthouden, mooi schrijven, knippen op een lijn, …
vb les driehoeken
1.. driehoeken herkennen
2. nauwkeurig werken bv met geodriehoek
3. driehoeken uitknippen
, 1.2 Beginsituatie
= alle factoren die een invloed hebben op de keuze van je doelstellingen en op het lesgeven
zelf. Zowel aspecten van de lln als de volledige klasgroep.
niveau
→welke kennis, vaardigheden, attitudes beheersen de individuele lln en de klasgroep
leerprofiel
→het leertempo, de wijze waarop lln het liefst/best info opnemen, ondersteund worden
interesse
→de voorkeuren/ motivatie om te werken aan doelen
1.3 Didactische principes
= de noodzakelijke kenmerken van het didactisch handelen. Het zijn grondbeginselen en
vuistregels die leerkrachten houvast bieden om leerlingen op een efficiënte en effectieve
wijze tot leren te brengen.
Motivatieprincipe
kinderen motiveren, beloning is geen goed
principe
Activiteitsprincipe
ze zelf iets laten doen, iedereen moet bezig zijn,
maximaal allemaal (bv iedereen laten schrijven op
klein whiteboardje)
Aanschouwelijkheidsprincipe
verschillende zintuigen gebruiken, toon wat je
bedoelt (bv moeilijke woorden in tekst →foto’s
opzoeken)
1.4 Didactische werkvormen
= afgebakende handelingspatronen van de leerkracht, die bepaalde leerervaringen bij de
leerlingen tot stand brengen. Een werkvorm is nooit een doel op zich, maar altijd een middel
om een leerdoel te bereiken.
Bij het kiezen van een werkvorm moet je rekening houden met factoren zoals de
groepsgrootte, leeftijd, beschikbare tijd/ruimte, het soort doel en de voorkennis van de
kinderen.
Aanbiedende werkvormen
Sterk leerkrachtgestuurd. De leerkracht presenteert de inhoud (vertellen, uitleggen,
demonstreren) en de leerling volgt aandachtig.