Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 42 pages
Summary

Samenvatting - Internationale omgeving

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 42 pages

Samenvatting internationale omgeving (recent: 2025) Volledige samenvatting waarmee ik zelf 15/20 behaalde

Content preview

Hoofdstuk 1: internationale ondernemingsklimaat

Porters waardeketen:

Een bedrijf is een systeem van transformatie activiteiten: inbound
logistics, operations, marketing, HR, …

Relaties van bedrijven: klanten, distributeurs, vakbonden, concurrentie,
leveranciers, overheid

Omgevingen van bedrijven: demografisch, cultureel, politiek, milieu,
economisch en technologisch

Multinationale onderneming (MNE) = elke bedrijf met productieve
activiteiten in twee of meer landen

 Born globals: ondernemingen die zich niet moeten aanpassen omdat
ze cultureel en politiek overeenkomen met andere landen (vb digitale
bedrijven)
 MNO’s uit opkomende markten: ondernemingen die moeilijkheden
ondervinden zich cultureel en politiek aan te passen

Waarnemingen sinds 1960

1. Stijging in aantal niet-Amerikaanse multinationals
2. Stijging in aantal mini-multinationals



Waarom gaan bedrijven internationaliseren?

1. Markt-zoekend -> globalisering van markten
= opzoek gaan naar nieuwe marktopportuniteiten of het volgen van
klanten
2. Grondstof-zoekend -> globalisatie van productie
= zoeken naar factorgedreven of vraaggedreven locatievoordelen
3. Gebruik maken van globale netwerk -> combinatie van markt
en productie globalisering
- Wereldwijde ervaring
- Schaalvoordelen
- Mobiliteit van productie
- Verlagen van risico
- Differentiëren van producten



LET OP: internationaliseren is niet zonder risico, als je je niet kan
aanpassen aan het buitenlands karakter faal je

,Toegang tot internationale markten:



Transacties
Exporteren Licentie Franchising
Directe investering
Joint venture Volledige dochteronderneming




Verschillende instapmodi komen met verschillende voor en nadelen:

- Controle niveau
- Hulpbron intensiteit
- Risico van overdracht
- aanleren

Je moet ook rekening houden met de transportkosten,
handelsbelemmeringen, politieke risico’s, economische risico’s,
bedrijfsstrategie

 Dit maakt de optimale keuze voor elk bedrijf anders

Dunning’s el-clectisch paradigma = OLI

Ownership Welke voordelen heb jij tov de inheemse bedrijven?
= waarom? (vb. merk, kennis, technologie, ..)
Location Op welke plaats komen deze voordelen het best tot
= waar? uiting?
(vb. aanwezigheid hooggeschoolde arbeiders)
Internationalizati Welke modus past het best bij onze voordelen?
on (vb. proces is te complex om door iemand anders te laten
= hoe? doen)


Globalisering: de verschuiving naar een meer geïntegreerde en
onderling afhankelijke wereldeconomie (van markten of van productie)

Dimensies van globalisering

- Internationale economie
- Internationale politiek
- Internationale cultuur
 De wereld verandert van onafhankelijk, nationale economieën naar een
afhankelijk, geïntegreerd internationaal economisch systeem

Slowbalisation: globalisering gebeurt steeds trager ofzoiets

, Externe schokken veroorzaken onzekerheid en stoppen handel en
investeringen

Vb. handelsoorlog VS-china, Brexit, Oekraine-crisis, … -> deze schokken
worden gecoördineerd door WTO, EU, UN, IMF, … (maar niet altijd
succesvol)

Mogelijkheden om schokken te coördineren

1. Multilateralisme
= obv algemene gedragsprincipes = regels zonder de belangen of
behoeften van partijen in rekening te brengen
Voordeel: stabiliseert en zorgt voor voorspelbaarheid
2. Bilateralisme
= onderscheid verschillende relaties obv a priori particularistische
gronden of situationele behoeften
3. Unilateralisme (imperialisme)
= ontkennen van soevereiniteit van de betreffende staten



Verschillen tussen landen:



1. Cultuur
 Hofstedes culturele dimensies

Individualisme vs collectivisme Ieder voor zich vs groepsbelang
machtsafstand Relatie tov autoriteit
onzekerheidsvermijding Bedreiging door onzekerheid
Masculiniteit vs feminiteit Verdiensten, vooruitgang vs goede werkrelaties,
samenwerking
tijdsorientatie Langetermijn denken vs kortetermijn denken
Cultuur = systeem van normen en waarden, overtuigingen, ideeën en
gebruiken, afhankelijk van onderwijs, religie, politieke filosofie,
economisch filosofie, taal, sociale structuur

2. Economische ontwikkelingen
 BNI: bruto nationaal inkomen per persoon
= het totale jaarlijkse inkomen die inwoners van een land ontvangen
 BBP: bruto binnenlands product
= de waarde van alle goederen en diensten die in een land worden
geproduceerd
Maar houdt geen rekening met:
- Verschillen in kosten in levensonderhoud
- Transacties met zwarte economieën

, - Economische groeicijfers

3. Politieke economie
= hoe de politieke, economische en juridische systemen van een
land van elkaar afhankelijk zijn


Evaluatie aantrekkelijkheid van een land

Voordele Grootte economie
n Mogelijke groei

Kosten Corruptie
Gebrek infrastructuur
Legale kost
Risico’s Politiek: sociale onrust, anti-bedrijven trends
Economisch: economisch mismanagement
Juridisch: eigendomsrechten



Overheidsinterventies in markten:

Tarieven = belastingen op invoer die kosten van geïmporteerde producten tov
binnenlandse producten effectief verhogen
- Specifieke tarieven: vast bedrag
- Ad valorem-tarieven: percentage van de waarde
 Verhoging overheidsinkomsten, consumenten betalen meer voor
geïmporteerde producten, pro-producent en anti-consument, verlaagt
efficiëntie van wereldeconomie
subsidies = overheidsbetalingen aan binnenlandse producenten
- Om te kunnen concurreren met goedkope buitenlandse import
- Om exportmarkten te verkennen
 Kosten van subsidie worden doorgerekend op consumenten
Invoerquota = beperken van de hoeveelheid van sommige goederen die in een land
kunnen worden geïmporteerd
- tariff rate quotas: lager tarief op de invoer binnen het quota
- quota rent: extra winst voor producenten indien het aanbod wordt
beperkt
 Voordeel voor binnenlandse producenten, verhoogt de prijs van
geïmporteerde goederen
Vrijwillige = handelsquota opgelegd door het exporterende land (op verzoek van
exportbeperking de regering van het importerende land
en  Zelfde gevolgen als invoerquota
Lokale = eis dat een specifieke fractie van een product in het binnenland wordt
inhoudsvereiste geproduceerd
n  Voordeel binnenlandse producenten, hogere prijs voor consumenten
Administratief = bureaucratische regels die zijn ontworpen om de invoer voor een land
beleid moeilijk te maken

Document information

Study
Uploaded on
February 9, 2026
Number of pages
42
Written in
2024/2025
Type
Summary
$12.84

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
1
Last sold
-


Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions