2
1. HET PSYCHODIAGNOTISCH PROCESMODEL VOOR PSYCHOLOGISCHE
HULPVERLENING
1.1 INLEIDING
Bij een aanmelding van een cliënt probeert de psychologische hulpverlener
(psychologisch consulent, psycholoog, klinisch orthopedagoog) in te schatten wat
de vraag is.
Het doel: advies en begeleiding op maat geven.
Belangrijk: Het psychodiagnostisch proces stimuleert objectiviteit door gebruik van een
hypothesetoetsend denkkader en helpt fouten en subjectiviteit te beperken (zie Deel
1).
Testmateriaal kan gebruikt worden, maar is niet noodzakelijk.
Impact van beslissingen:
Uitspraken uit het proces kunnen grote gevolgen hebben, bv.:
o Opname of doorverwijzing
o Medicatie starten of stopzetten
o School- of werkgerelateerde beslissingen
PSYCHODIAGNOSTISCHE FASES
Besluitvormingsproces:
Gericht informatie verzamelen en analyseren om de meest adequate aanpak
van problemen te ontwerpen.
Wetenschappelijke methodiek:
Inzicht krijgen in de aard van problemen en onderliggende mechanismen om
advies op maat te formuleren.
Basis voor interventie:
Aan elke interventie gaat een degelijke psychodiagnostische denkfase vooraf:
o Onderkennende diagnostiek: Inzicht in huidig functioneren van cliënt en
context
1
, o Verklarende diagnostiek: Onderliggende mechanismen en factoren
analyseren
o Indicerende diagnostiek: Afweging van verschillende interventies
(individueel, gezins- of groepsgericht, betrokken personen, focuspunten
behandeling)
BASIS EN THEORETISCHE ACHTERGROND
De empirische cyclus van De Groot (1961) vormt de basis voor
psychodiagnostiek in Nederland en Vlaanderen.
Kern: genereren en toetsen van hypothesen.
o Hypothese = voorlopige veronderstelling of vermoeden voor verder
onderzoek.
Gangbare modellen zijn hypothesetoetsend van aard.
KENMERKEN VAN HET PROCESMODEL
1. Werkveldoverschrijdend:
o Toepasbaar in klinisch, schoolpsychologisch, pedagogisch werk én arbeids-
& organisatiepsychologie.
o Ook bruikbaar bij selectieprocessen (zelfde fases, andere invulling).
2. Niet gebonden aan therapeutisch denkkader:
o Past bij gedragstherapie, systeemtheorie, enz.
3. Expliciet psychodiagnostisch denkproces:
o Maakt duidelijk wat te doen met informatie en welke stappen te volgen.
o Testmateriaal kan ondersteunend gebruikt worden.
WAT IS PSYCHODIAGNOSTIEK?
Besluitvormingsproces: Gericht informatie verzamelen en analyseren.
Doel: Ontwerpen van de meest adequate aanpak van problemen bij:
o Individuen (kinderen, jongeren, volwassenen, ouderen)
o Groepen (gezinnen, teams, leefgroepen)
2
, o Organisaties (bedrijven, scholen, instellingen)
Rollen van psychologische hulpverlener:
o Psychodiagnosticus, counselor, coach, trainer, therapeut…
o Afhankelijk van cliënt, setting en moment in begeleiding.
Wetenschappelijke methodiek bij rol van psychodiagnosticus:
1. Onderkennende diagnostiek → aard van problemen inzichtelijk maken
2. Verklarende diagnostiek → onderliggende mechanismen onderzoeken
3. Indicerende diagnostiek → advies op maat formuleren
TERMINOLOGIE
“Cliënt” = elke persoon, groep of organisatie die beroep doet op psychologische
diensten.
Term gebruikt als overkoepelend begrip voor: cliënt, patiënt, werknemer, klant,
bedrijf, enz.
Voornaamwoorden: “hij/zij” of “hen/hun” afhankelijk van context.
HET PSYCHODIAGNOSTISCH PROCESMODEL BOUWT VOORT OP:
De diagnostische cyclus van De Bruyn en collega’s (2003)
De handelingsgerichte diagnostiek van Pameijer & Van Beukering (2015)
Het diagnostisch proces van Bijttebier en collega’s (2013)
Het protocol voor probleemidentificatie van De Raedt & Schacht (2003)
Het gedragstherapeutisch proces van Brinkman (1978)
(→ Het model combineert sterke elementen uit verschillende bestaande
modellen.)
KRITISCH DENKEN
Centraal staat systematisch evalueren van informatie.
Weeg verschillende perspectieven af om tot onderbouwde besluitvorming
te komen.
(Bijv. observaties, tests en gesprekken combineren voor evenwichtige
interpretatie.)
WERKVELDOVERSCHRIJDEND
• Toepasbaar in alle domeinen van de psychologische hulpverlening:
Klinische psychologie
3
, School- en Pedagogische context
Arbeids- en organisatiepsychologie
o Ook bruikbaar voor selectiedoeleinden (zoals loopbaanbegeleiding of
personeelsselectie).
NIET GEKOPPELD AAN EEN SPECIFIEK DENKKADER
Het model is theoretisch neutraal.
Kan gecombineerd worden met verschillende psychologische stromingen of
methodes
(zoals gedragstherapie, systeemtheorie, cognitieve benadering...).
EXPLICIET DENKPROCES
Het model maakt het psychodiagnostisch denkproces zichtbaar:
Wat doe je met de verkregen informatie?
Welke stappen zet je in je redenering?
• Transparantie door systematisch te noteren hoe je tot conclusies komt.
• (Bijv. noteren waarom je een bepaalde hypothese verwerpt of aanhoudt.)
1.2 UITGANGSPUNTEN VAN HET PSYCHODIAGNOSTISCH PROCESMODEL
1. HANDELEN ALS SCIENTIST-PRACTITIONER
Combineer praktijkervaring met wetenschappelijke kennis.
Gebruik evidence-based richtlijnen en betrouwbare tests.
Formuleer en toets hypothesen, baseer interventies op bewezen effectiviteit.
Voorbeeld: Burn-out: interventies gebaseerd op recente wetenschappelijke inzichten.
2. CLIËNT CENTRAAL STELLEN
Focus op behoeften en welzijn van de cliënt.
Kijk door de bril van de cliënt, niet eigen aannames.
Voorbeeld: Sociale angst bij kind → individuele begeleiding afgestemd op noden.
3. INTERVENTIEGERICHT HANDELEN
Diagnostiek is een middel, geen doel.
Richt je op verbetering en ondersteuning.
4