Inleiding
-business intelligence: technologieën, processen en tools die de organisatie gebruikt om
gegeven te verzamelen analyseren en om te zetten in bruikbare informatie
-internet of things: fysieke objecten die met internet verbonden zijn en gegevens kunnen
verzamelen, uitwisselen en analyseren
-blockchain: gedistribueerd, digitaal grootboek waarin transacties in blokken worden vastgelegd
en cryptografisch aan elkaar zijn gekoppeld, zodat gegevens transparant, controleerbaar en
praktisch onveranderlijk zijn zonder centrale autoriteit → veilig en decentraal opslaan gegevens
in opeenvolgende, onveranderlijke blokken
-semantisch web: mensen en machines interpreteren informatie bv. RDF
-beleidsinformatica: gebruik, toepassing, productiviteit en management aspecten van
technologie in de economische/bedrijfskundige context
-klassiek perspectief: bedrijfskundige doelen zijn leidend, ICT speelt ondersteunende rol +
automatisering bedrijfsprocessen ⇒ efficiëntiewinsten: beter benutten middelen: meer output
door evenveel input of evenveel output door minder input
-innoverend perspectief: ICT = belangrijkst → innovaties op bedrijfskundig en economisch vlak:
voorsprong ontwikkelen in markt of geen achterstand oplopen
-artefact: model, document, rapport, prototypes: bewust door de mens ontworpen
-functioneel-constructieve kloof: -functionele laag: functies/vereisten artefact: wat
(bedrijfskundig)
-constructieve laag: hoe functionaliseren: structuur
(mogelijkheden ICT: hardware, software, netwerken)
→ overgang = kern ontwerp
→ constructen: samengesteld concept/bouwsteen dat bestaat uit meerder eenvoudigere
elementen (primitieven: niet opdeelbare elementen: basis): instructie in programmeertaal
waarbij module wordt aangemaakt
-projectmanagement: timing en budgettering (beleidsuitvoering en evaluaties)
-systeemanalyse: co-creatie: beleidsinformatica en bedrijfskundige specialist
-systeemontwerp: ontwerp: vereisten bedrijfskundige vertalen voor technologische specialisten
-managementaspecten: geschikte condities voor bouwen informatiesysteem creëren
→ IT-governance: IT-strategie, processen, structuren en mechanismen IT beheer
→ IT-audit: voldoen aan regelgeving organisatie of overheid
-kostengebaseerd perspectief: kostenefficiënt realiseren van de infromatienoden (F-laag)
-innovatief perspectief: nieuwe technologische mogelijkheden (C-laag)
-primaire activiteiten: kern organisatie → productieproces organisatie
-secundaire activiteiten: ondersteunen primaire activiteiten: HR, marketing, accounting,
logistiek, financiering, ICT (in niet-ICT bedrijf)
,Hoofdstuk 1: Informatie en informatiesystemen
-DIKAR: rol informatie bij beslissingen: data omzetten naar juiste informatie voor juiste persoon
op juiste tijdstip
Data: ruwe feiten die fenomeen, concept, gebeurtenis beschrijven: relevante informatie
samenvoegen
Informatie: data met specifieke betekenis in specifieke context: verschil met data relatief →
afhankelijk van beslissing
Kennis: begrijpen onderwerp door gebruik informatie, ervaring en expertise
Actie: noodzakelijke maatregelen nemen om verwachte resultaat te bekomen
Resultaat
-informatie-spiegel: weerspiegelen werkelijkheid in vorm van informatie opgebouwd uit
gegevens die zijn verzameld, verwerkt en gestructureerd om inzicht te geven in actuele of
gewenste situatie
-model: vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid → systeem, proces of verschijnsel te
begrijpen, analyseren, verklaren of voorspellen (grote precisie, groot geheugen, flexibele
zoekmogelijkheden, efficiënt)
-partieel: model is abstractie reële wereld: sommige aspecten geselecteerd en beschreven en
andere niet ⇒ relevante kenmerken opnemen (lens of partiële spiegel)
-symbolisch: model is symbolische representatie reële wereld (data/informatie spiegel)
-tekens: drager betekenis waarmee mensen, systemen of machines communiceren en
informatie uitwisselen
-semantiek: betekenis van data/informatie
-syntax: hoe moet data/informatie geschreven of opgebouwd zijn in taal of systeem: formalisme
om boodschap te weergeven
-ontologieën: formele, gestructureerde beschrijving van kennis in een bepaald domein
(concepten, eigenschappen, relaties) zodat mensen en machines deze kennis kunnen begrijpen
en gebruiken
-data-representatie:
-eerste categorie: verwerking door mensen
-tag clouds: grafische weergave trefwoorden/labels die op webstite, document of datanet
voorkomen
-word clouds: grafische weergave gegevens/datapunten met verschillende
waarden/categorieën
-data clouds: grafische weergave toont frequentie van woorden in een tekst
-tweede categorie: verwerking door machines of computers
-Binary digit (bits): kleinste eenheid informatie (1 of 0) → elektrische signalen, opgeslagen
in transistor
-bytes: 8 bits = standaardmaat gegevensopslag in computer → 256 verschillende waarden
-gestructureerde data:
-enkelvoudige/elementaire datatypes (getallen, strings, arrays):
Integer: geheel getal
Real: rationeel getal
Datum: specifieke syntax (DD-MM-YYYY)
String: tekenreeks of stuk tekst
, -geaggregeerde datatypes (array of records)
Arrays: meerdere enkelvoudige waarden weergeven van zelfde enkelvoudige datatype
1-dimensionaal: 5 verschillende prijzen (5 producten)
2-dimensionaal: 5 verschillende prijzen voor 3 landen
Records: verschillende enkelvoudige datatypes: verschillende records = array of records
Relationele databanken: tabellen: opgeslagen data = homogeen + gegevens = attributen
→ horizontale homogeniteit: elk record van bepaald type bevat dezelfde attributen
→ verticale homogeniteit: elk veld bevat voor alle records zelfde informatietype
→ boomstructuur = hiërarchische weergave
-ongestructureerde data: BLOB: binary large objects: informatie als 1 lange rij bits:
foto/video/muziek → verwerking mogelijk (manueel, tags, automatisch)
-semi-gestructureerde data: PC kent deel structuur → verwerking mogelijk
-semi-gestructureerde en gestructureerde informatie:
eXtensible Markup Language: opmaaktaal om data in string- of tekstformaat te voorzien
van opmaak van labels, markups of tags ⇒ leesbaar voor zowel mensen als machines
→ boom van recursieve elementen (herhaling vermijden door verwijzen)
→ semantiek, betekenis en structuur toevoegen aan (semi-)gestructureerde data
XML Schema Definition: structuur XML-documenten beschrijven/vastleggen in standaard
-tacit knowledge: ontastbare kennis: moeilijk verklaard/gecommuniceerd en overgedragen
-hoe gestructureerder de data, hoe meer data er verwerkt kan worden
-verwerken data: relevante stukken data selecteren → complex en geavanceerd ⇒ hogere
niveaus beslissingsondersteuning of (semi-)autonome beslissingen
-kwaliteit: inhoud:
-correctheid: kost fouten-vrij zijn stijgt met hoeveelheid en complexiteit data
-accuraatheid: verschillende graden van nauwkeurigheid: afhankelijk toepassing
-volledigheid: informatie ontbreekt of overschot aan ongebruikte data
-relevantie
-beknoptheid: overzichtelijk en bruikbaar + lokaliseren is moeilijk bij grote hoeveelheid
timing:
-beschikbaarheid: geen waarde wanneer niet beschikbaar
-up-to-date: werkelijkheid evolueert en informatie kan verouderd zijn
-frequentie: beschrijft informatie de juiste tijdsperiode?
vorm:
-detailniveau: manier waarop gepresenteerd = belangrijk
-typologieën: classificeren informatiesystemen op basis van karakteristieken qua
beslissingsondersteuning en plaat in organisatie
→ diversiteit informatiesystemen aan bedrijfskundigen presenteren
→ bedrijfskundige middelen aanreiken voor organisatie en gevalsstudie informatiesystemen
-software: programma’s, applicaties en instructies die hardware vertellen wat te doen
-hardware: fysieke onderdelen van computer/elektronisch apparaat → nodig voor werking
-infromatiesystemen:
-enge, technische definitie: input uit reële wereld opslaan en verwerken tot output voor doel
gebruiker
→ hardware en software
-business intelligence: technologieën, processen en tools die de organisatie gebruikt om
gegeven te verzamelen analyseren en om te zetten in bruikbare informatie
-internet of things: fysieke objecten die met internet verbonden zijn en gegevens kunnen
verzamelen, uitwisselen en analyseren
-blockchain: gedistribueerd, digitaal grootboek waarin transacties in blokken worden vastgelegd
en cryptografisch aan elkaar zijn gekoppeld, zodat gegevens transparant, controleerbaar en
praktisch onveranderlijk zijn zonder centrale autoriteit → veilig en decentraal opslaan gegevens
in opeenvolgende, onveranderlijke blokken
-semantisch web: mensen en machines interpreteren informatie bv. RDF
-beleidsinformatica: gebruik, toepassing, productiviteit en management aspecten van
technologie in de economische/bedrijfskundige context
-klassiek perspectief: bedrijfskundige doelen zijn leidend, ICT speelt ondersteunende rol +
automatisering bedrijfsprocessen ⇒ efficiëntiewinsten: beter benutten middelen: meer output
door evenveel input of evenveel output door minder input
-innoverend perspectief: ICT = belangrijkst → innovaties op bedrijfskundig en economisch vlak:
voorsprong ontwikkelen in markt of geen achterstand oplopen
-artefact: model, document, rapport, prototypes: bewust door de mens ontworpen
-functioneel-constructieve kloof: -functionele laag: functies/vereisten artefact: wat
(bedrijfskundig)
-constructieve laag: hoe functionaliseren: structuur
(mogelijkheden ICT: hardware, software, netwerken)
→ overgang = kern ontwerp
→ constructen: samengesteld concept/bouwsteen dat bestaat uit meerder eenvoudigere
elementen (primitieven: niet opdeelbare elementen: basis): instructie in programmeertaal
waarbij module wordt aangemaakt
-projectmanagement: timing en budgettering (beleidsuitvoering en evaluaties)
-systeemanalyse: co-creatie: beleidsinformatica en bedrijfskundige specialist
-systeemontwerp: ontwerp: vereisten bedrijfskundige vertalen voor technologische specialisten
-managementaspecten: geschikte condities voor bouwen informatiesysteem creëren
→ IT-governance: IT-strategie, processen, structuren en mechanismen IT beheer
→ IT-audit: voldoen aan regelgeving organisatie of overheid
-kostengebaseerd perspectief: kostenefficiënt realiseren van de infromatienoden (F-laag)
-innovatief perspectief: nieuwe technologische mogelijkheden (C-laag)
-primaire activiteiten: kern organisatie → productieproces organisatie
-secundaire activiteiten: ondersteunen primaire activiteiten: HR, marketing, accounting,
logistiek, financiering, ICT (in niet-ICT bedrijf)
,Hoofdstuk 1: Informatie en informatiesystemen
-DIKAR: rol informatie bij beslissingen: data omzetten naar juiste informatie voor juiste persoon
op juiste tijdstip
Data: ruwe feiten die fenomeen, concept, gebeurtenis beschrijven: relevante informatie
samenvoegen
Informatie: data met specifieke betekenis in specifieke context: verschil met data relatief →
afhankelijk van beslissing
Kennis: begrijpen onderwerp door gebruik informatie, ervaring en expertise
Actie: noodzakelijke maatregelen nemen om verwachte resultaat te bekomen
Resultaat
-informatie-spiegel: weerspiegelen werkelijkheid in vorm van informatie opgebouwd uit
gegevens die zijn verzameld, verwerkt en gestructureerd om inzicht te geven in actuele of
gewenste situatie
-model: vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid → systeem, proces of verschijnsel te
begrijpen, analyseren, verklaren of voorspellen (grote precisie, groot geheugen, flexibele
zoekmogelijkheden, efficiënt)
-partieel: model is abstractie reële wereld: sommige aspecten geselecteerd en beschreven en
andere niet ⇒ relevante kenmerken opnemen (lens of partiële spiegel)
-symbolisch: model is symbolische representatie reële wereld (data/informatie spiegel)
-tekens: drager betekenis waarmee mensen, systemen of machines communiceren en
informatie uitwisselen
-semantiek: betekenis van data/informatie
-syntax: hoe moet data/informatie geschreven of opgebouwd zijn in taal of systeem: formalisme
om boodschap te weergeven
-ontologieën: formele, gestructureerde beschrijving van kennis in een bepaald domein
(concepten, eigenschappen, relaties) zodat mensen en machines deze kennis kunnen begrijpen
en gebruiken
-data-representatie:
-eerste categorie: verwerking door mensen
-tag clouds: grafische weergave trefwoorden/labels die op webstite, document of datanet
voorkomen
-word clouds: grafische weergave gegevens/datapunten met verschillende
waarden/categorieën
-data clouds: grafische weergave toont frequentie van woorden in een tekst
-tweede categorie: verwerking door machines of computers
-Binary digit (bits): kleinste eenheid informatie (1 of 0) → elektrische signalen, opgeslagen
in transistor
-bytes: 8 bits = standaardmaat gegevensopslag in computer → 256 verschillende waarden
-gestructureerde data:
-enkelvoudige/elementaire datatypes (getallen, strings, arrays):
Integer: geheel getal
Real: rationeel getal
Datum: specifieke syntax (DD-MM-YYYY)
String: tekenreeks of stuk tekst
, -geaggregeerde datatypes (array of records)
Arrays: meerdere enkelvoudige waarden weergeven van zelfde enkelvoudige datatype
1-dimensionaal: 5 verschillende prijzen (5 producten)
2-dimensionaal: 5 verschillende prijzen voor 3 landen
Records: verschillende enkelvoudige datatypes: verschillende records = array of records
Relationele databanken: tabellen: opgeslagen data = homogeen + gegevens = attributen
→ horizontale homogeniteit: elk record van bepaald type bevat dezelfde attributen
→ verticale homogeniteit: elk veld bevat voor alle records zelfde informatietype
→ boomstructuur = hiërarchische weergave
-ongestructureerde data: BLOB: binary large objects: informatie als 1 lange rij bits:
foto/video/muziek → verwerking mogelijk (manueel, tags, automatisch)
-semi-gestructureerde data: PC kent deel structuur → verwerking mogelijk
-semi-gestructureerde en gestructureerde informatie:
eXtensible Markup Language: opmaaktaal om data in string- of tekstformaat te voorzien
van opmaak van labels, markups of tags ⇒ leesbaar voor zowel mensen als machines
→ boom van recursieve elementen (herhaling vermijden door verwijzen)
→ semantiek, betekenis en structuur toevoegen aan (semi-)gestructureerde data
XML Schema Definition: structuur XML-documenten beschrijven/vastleggen in standaard
-tacit knowledge: ontastbare kennis: moeilijk verklaard/gecommuniceerd en overgedragen
-hoe gestructureerder de data, hoe meer data er verwerkt kan worden
-verwerken data: relevante stukken data selecteren → complex en geavanceerd ⇒ hogere
niveaus beslissingsondersteuning of (semi-)autonome beslissingen
-kwaliteit: inhoud:
-correctheid: kost fouten-vrij zijn stijgt met hoeveelheid en complexiteit data
-accuraatheid: verschillende graden van nauwkeurigheid: afhankelijk toepassing
-volledigheid: informatie ontbreekt of overschot aan ongebruikte data
-relevantie
-beknoptheid: overzichtelijk en bruikbaar + lokaliseren is moeilijk bij grote hoeveelheid
timing:
-beschikbaarheid: geen waarde wanneer niet beschikbaar
-up-to-date: werkelijkheid evolueert en informatie kan verouderd zijn
-frequentie: beschrijft informatie de juiste tijdsperiode?
vorm:
-detailniveau: manier waarop gepresenteerd = belangrijk
-typologieën: classificeren informatiesystemen op basis van karakteristieken qua
beslissingsondersteuning en plaat in organisatie
→ diversiteit informatiesystemen aan bedrijfskundigen presenteren
→ bedrijfskundige middelen aanreiken voor organisatie en gevalsstudie informatiesystemen
-software: programma’s, applicaties en instructies die hardware vertellen wat te doen
-hardware: fysieke onderdelen van computer/elektronisch apparaat → nodig voor werking
-infromatiesystemen:
-enge, technische definitie: input uit reële wereld opslaan en verwerken tot output voor doel
gebruiker
→ hardware en software