HOOFDSTUK 13
VOORTPLANTINGSTELSEL
, DEEL 1: HET MANNELIJKE VOORTPLANTINGSSYSTEEM LEVERT SPERMA
1. DOEL VAN HET MANNELIJKE VOORTPLANTINGSSYSTEEM
• Het systeem is zo geëvolueerd dat het sperma (de mannelijke voortplantingscellen) inwendig aan de
vrouw wordt afgeleverd.
• Omdat de kans dat één zaadcel een eicel bevrucht heel klein is, maakt het mannelijk lichaam heel veel
zaadcellen tegelijk aan.
1.1 PRODUCTIE VAN SPERMA : TEELBALLEN EN SCROTUM
• Teelballen (testikels) maken het sperma aan. Ze dalen vlak voor de geboorte in het scrotum (balzak).
• Het scrotum regelt de temperatuur: sperma ontwikkelt het best bij ongeveer 2°C koeler dan de
lichaamstemperatuur.
→ Bij kou trekken de spieren in het scrotum samen: testikels dichter bij het lichaam.
→ Bij warmte ontspannen die spieren: testikels hangen verder van het lichaam.
1.2 SPERMA
• In elke testikel zitten meer dan 100 meter buisjes (tubuli seminiferi) waar sperma wordt gemaakt.
• De zaadcellen gaan dan naar de epididymis (bijbal), waar ze rijpen en worden opgeslagen.
• Van daaruit gaan ze via de vas deferens (zaadleider) naar het ejaculatiekanaal en uiteindelijk via de
urethra (plasbuis) door de penis naar buiten.
• De penis heeft erectiele weefsels, waardoor hij stijf wordt en zo sperma intern bij de vrouw kan
afleveren.
1.3 ONDRSTEUNENDE KLIEREN VOOR OVERLEVING VAN SPERMA
• Tijdens ejaculatie komt sperma samen met vloeistoffen uit klieren:
→ Zaadblaasjes: leveren fructose (energie) en prostaglandines (helpen de spiercontracties in de
vrouwelijke voortplantingsorganen).
→ Prostaatklier: geeft een basische (niet-zure) vloeistof mee, want de vagina is zuur (pH 3.5-4),
en dat is schadelijk voor sperma.
→ Bulbourethrale klieren: scheiden slijm af dat de plasbuis schoonspoelt en voor smering zorgt.
Sperma = zaadcellen + vloeistoffen van de zaadblaasjes, prostaat en bulbourethrale klieren.
1.4 SPERMATOGENESE : HOE SPERMA WORDT GEVORMD
• In de wand van de tubuli seminiferi zitten spermatogonia: dit zijn stamcellen (diploïd: 46
chromosomen).
• Ze delen zich eerst door mitose → primaire spermatocyten.
• Die ondergaan meiose → secundaire spermatocyten → spermatiden (haploïd: 23 chromosomen).
• Spermatiden rijpen tot volwassen zaadcellen met:
→ Een kop met DNA en het acrosoom (voor het binnendringen van de eicel),
→ Een middenstuk met energiebron,
→ Een staart om te zwemmen.
• Rijping van sperma duurt ongeveer 9-10 weken.
VOORTPLANTINGSTELSEL
, DEEL 1: HET MANNELIJKE VOORTPLANTINGSSYSTEEM LEVERT SPERMA
1. DOEL VAN HET MANNELIJKE VOORTPLANTINGSSYSTEEM
• Het systeem is zo geëvolueerd dat het sperma (de mannelijke voortplantingscellen) inwendig aan de
vrouw wordt afgeleverd.
• Omdat de kans dat één zaadcel een eicel bevrucht heel klein is, maakt het mannelijk lichaam heel veel
zaadcellen tegelijk aan.
1.1 PRODUCTIE VAN SPERMA : TEELBALLEN EN SCROTUM
• Teelballen (testikels) maken het sperma aan. Ze dalen vlak voor de geboorte in het scrotum (balzak).
• Het scrotum regelt de temperatuur: sperma ontwikkelt het best bij ongeveer 2°C koeler dan de
lichaamstemperatuur.
→ Bij kou trekken de spieren in het scrotum samen: testikels dichter bij het lichaam.
→ Bij warmte ontspannen die spieren: testikels hangen verder van het lichaam.
1.2 SPERMA
• In elke testikel zitten meer dan 100 meter buisjes (tubuli seminiferi) waar sperma wordt gemaakt.
• De zaadcellen gaan dan naar de epididymis (bijbal), waar ze rijpen en worden opgeslagen.
• Van daaruit gaan ze via de vas deferens (zaadleider) naar het ejaculatiekanaal en uiteindelijk via de
urethra (plasbuis) door de penis naar buiten.
• De penis heeft erectiele weefsels, waardoor hij stijf wordt en zo sperma intern bij de vrouw kan
afleveren.
1.3 ONDRSTEUNENDE KLIEREN VOOR OVERLEVING VAN SPERMA
• Tijdens ejaculatie komt sperma samen met vloeistoffen uit klieren:
→ Zaadblaasjes: leveren fructose (energie) en prostaglandines (helpen de spiercontracties in de
vrouwelijke voortplantingsorganen).
→ Prostaatklier: geeft een basische (niet-zure) vloeistof mee, want de vagina is zuur (pH 3.5-4),
en dat is schadelijk voor sperma.
→ Bulbourethrale klieren: scheiden slijm af dat de plasbuis schoonspoelt en voor smering zorgt.
Sperma = zaadcellen + vloeistoffen van de zaadblaasjes, prostaat en bulbourethrale klieren.
1.4 SPERMATOGENESE : HOE SPERMA WORDT GEVORMD
• In de wand van de tubuli seminiferi zitten spermatogonia: dit zijn stamcellen (diploïd: 46
chromosomen).
• Ze delen zich eerst door mitose → primaire spermatocyten.
• Die ondergaan meiose → secundaire spermatocyten → spermatiden (haploïd: 23 chromosomen).
• Spermatiden rijpen tot volwassen zaadcellen met:
→ Een kop met DNA en het acrosoom (voor het binnendringen van de eicel),
→ Een middenstuk met energiebron,
→ Een staart om te zwemmen.
• Rijping van sperma duurt ongeveer 9-10 weken.