HOOFDSTUK 10
ENDOCRIENE SYSTEEM
1
, DEEL 1: HET ENDOCRIEN SYSTEEM PRODUCEERT HORMONEN
1. HET ENDOCRIEN SYSTEEM PRODUCEERT HORMONEN
• Het endocriene systeem bestaat uit speciale cellen, weefsels en klieren die hormonen maken en
afgeven.
Hormonen zijn chemische stoffen die via het bloed informatie doorgeven aan andere delen van het
lichaam.
1.1 WAT ZIJN ENDOCRIENE EN EXOCRIENE KLIEREN?
Endocriene klieren: Exocriene klieren:
Deze hebben geen kanaaltjes (ze zijn kanaalloos). Deze hebben wel kanalen.
Ze geven hun hormonen direct af in het bloed, de Ze maken stoffen zoals slijm, zweet, tranen en
lymfe of het vocht tussen de cellen (interstitiële spijsverteringssappen, en scheiden die af naar buiten
vloeistof). toe (bijvoorbeeld naar de huid of het
spijsverteringskanaal).
1.2 WAT DOEN HORMONEN ?
• Ze vervoeren informatie via het bloed.
• Sommige hormonen regelen lichaamsfuncties via feedbackmechanismen om bijvoorbeeld de
homeostase (het evenwicht in het lichaam) te bewaren.
• Andere hormonen veroorzaken specifieke acties:
→ Bijvoorbeeld: de baarmoeder doet samentrekken bij de geboorte, kinderen groeien,
puberteitsveranderingen starten.
1.3 WAT IS BIJZONDER AAN HET ENDOCRIENE SYSTEEM VERGELEKEN MET HET ZENUWSTELSEL?
1. Hormonen bereiken bijna elke cel
→ Omdat ze via het bloed reizen en bijna elke cel dicht bij een bloedvat zit.
→ Uitzondering: cellen van het CZS (centraal zenuwstelsel) zijn vaak beschermd door de bloed-
hersenbarrière.
2. Hormonen werken gericht op doelcellen
→ Een hormoon werkt alleen op cellen die een specifieke receptor hebben.
→ Zodra het hormoon bindt, verandert de doelcel (bijvoorbeeld: ze kan gaan groeien, delen of
haar stofwisseling aanpassen).
3. Endocriene controle is trager
→ Hormonen hebben tijd nodig om in het bloed te komen, te reizen en een effect te hebben.
→ Zenuwsignalen zijn veel sneller (bijvoorbeeld bij reflexen als je een hete vlam aanraakt).
→ Maar voor lange termijn controle (zoals bloeddruk, bloedcelproductie of puberteit) is
hormonale communicatie juist erg goed.
2
, 4. Het endocriene systeem en zenuwstelsel werken samen
→ Bijvoorbeeld bij groei en seksuele rijping: dat gebeurt dankzij een combinatie van neurale
signalen (van zenuwcellen) en hormonale signalen.
→ Soms is de afgifte van een hormoon zelfs afhankelijk van prikkels uit sensorische zenuwen.
DEEL 2: HORMONEN: INDELING EN WERKING
2. HORMONEN: INDELING EN WERKING
2.1 HORMONEN WORDEN INGEDEELD IN TWEE GROEPEN: STEROÏDE EN NIET STEROÏDE
2.1.1 STEROÏDE HORMONEN
• Bouw: lijken op cholesterol.
• Eigenschap: vetoplosbaar, dus ze kunnen door het celmembraan en door het kernmembraan heen.
• Werking:
1. Ze gaan de cel binnen.
2. Ze binden aan een receptor in de celkern of in het cytoplasma.
3. Samen vormen ze een hormoon-receptorcomplex.
4. Dit complex activeert genen in het DNA.
5. Geactiveerde genen maken boodschapper-RNA (mRNA).
6. Het mRNA zorgt ervoor dat er nieuwe eiwitten worden gemaakt.
7. Deze eiwitten veroorzaken de reactie van de cel.
• Snelheid: Langzaam (het kan minuten tot uren duren voordat het effect zichtbaar is).
• Voorbeelden van steroïde hormonen:
→ Cortisol en aldosteron (uit de bijnier).
→ Testosteron (teelballen).
→ Oestrogeen (eierstokken).
2.1.2 NIET STEROÏDE HORMONEN
• Bouw: lijken op eiwitten.
• Eigenschap: niet vetoplosbaar, dus ze kunnen niet door het celmembraan.
• Werking:
→ Ze binden aan een receptor op het oppervlak van de cel.
→ Dit verandert de vorm van de receptor en start een kettingreactie binnen de cel.
→ Hierbij wordt een tweede boodschapper (zoals cyclisch AMP) gemaakt.
→ Cyclisch AMP activeert enzymen binnen de cel.
→ Deze enzymen veranderen de activiteit van de cel.
• Snelheid: Sneller dan steroïde hormonen.
3
ENDOCRIENE SYSTEEM
1
, DEEL 1: HET ENDOCRIEN SYSTEEM PRODUCEERT HORMONEN
1. HET ENDOCRIEN SYSTEEM PRODUCEERT HORMONEN
• Het endocriene systeem bestaat uit speciale cellen, weefsels en klieren die hormonen maken en
afgeven.
Hormonen zijn chemische stoffen die via het bloed informatie doorgeven aan andere delen van het
lichaam.
1.1 WAT ZIJN ENDOCRIENE EN EXOCRIENE KLIEREN?
Endocriene klieren: Exocriene klieren:
Deze hebben geen kanaaltjes (ze zijn kanaalloos). Deze hebben wel kanalen.
Ze geven hun hormonen direct af in het bloed, de Ze maken stoffen zoals slijm, zweet, tranen en
lymfe of het vocht tussen de cellen (interstitiële spijsverteringssappen, en scheiden die af naar buiten
vloeistof). toe (bijvoorbeeld naar de huid of het
spijsverteringskanaal).
1.2 WAT DOEN HORMONEN ?
• Ze vervoeren informatie via het bloed.
• Sommige hormonen regelen lichaamsfuncties via feedbackmechanismen om bijvoorbeeld de
homeostase (het evenwicht in het lichaam) te bewaren.
• Andere hormonen veroorzaken specifieke acties:
→ Bijvoorbeeld: de baarmoeder doet samentrekken bij de geboorte, kinderen groeien,
puberteitsveranderingen starten.
1.3 WAT IS BIJZONDER AAN HET ENDOCRIENE SYSTEEM VERGELEKEN MET HET ZENUWSTELSEL?
1. Hormonen bereiken bijna elke cel
→ Omdat ze via het bloed reizen en bijna elke cel dicht bij een bloedvat zit.
→ Uitzondering: cellen van het CZS (centraal zenuwstelsel) zijn vaak beschermd door de bloed-
hersenbarrière.
2. Hormonen werken gericht op doelcellen
→ Een hormoon werkt alleen op cellen die een specifieke receptor hebben.
→ Zodra het hormoon bindt, verandert de doelcel (bijvoorbeeld: ze kan gaan groeien, delen of
haar stofwisseling aanpassen).
3. Endocriene controle is trager
→ Hormonen hebben tijd nodig om in het bloed te komen, te reizen en een effect te hebben.
→ Zenuwsignalen zijn veel sneller (bijvoorbeeld bij reflexen als je een hete vlam aanraakt).
→ Maar voor lange termijn controle (zoals bloeddruk, bloedcelproductie of puberteit) is
hormonale communicatie juist erg goed.
2
, 4. Het endocriene systeem en zenuwstelsel werken samen
→ Bijvoorbeeld bij groei en seksuele rijping: dat gebeurt dankzij een combinatie van neurale
signalen (van zenuwcellen) en hormonale signalen.
→ Soms is de afgifte van een hormoon zelfs afhankelijk van prikkels uit sensorische zenuwen.
DEEL 2: HORMONEN: INDELING EN WERKING
2. HORMONEN: INDELING EN WERKING
2.1 HORMONEN WORDEN INGEDEELD IN TWEE GROEPEN: STEROÏDE EN NIET STEROÏDE
2.1.1 STEROÏDE HORMONEN
• Bouw: lijken op cholesterol.
• Eigenschap: vetoplosbaar, dus ze kunnen door het celmembraan en door het kernmembraan heen.
• Werking:
1. Ze gaan de cel binnen.
2. Ze binden aan een receptor in de celkern of in het cytoplasma.
3. Samen vormen ze een hormoon-receptorcomplex.
4. Dit complex activeert genen in het DNA.
5. Geactiveerde genen maken boodschapper-RNA (mRNA).
6. Het mRNA zorgt ervoor dat er nieuwe eiwitten worden gemaakt.
7. Deze eiwitten veroorzaken de reactie van de cel.
• Snelheid: Langzaam (het kan minuten tot uren duren voordat het effect zichtbaar is).
• Voorbeelden van steroïde hormonen:
→ Cortisol en aldosteron (uit de bijnier).
→ Testosteron (teelballen).
→ Oestrogeen (eierstokken).
2.1.2 NIET STEROÏDE HORMONEN
• Bouw: lijken op eiwitten.
• Eigenschap: niet vetoplosbaar, dus ze kunnen niet door het celmembraan.
• Werking:
→ Ze binden aan een receptor op het oppervlak van de cel.
→ Dit verandert de vorm van de receptor en start een kettingreactie binnen de cel.
→ Hierbij wordt een tweede boodschapper (zoals cyclisch AMP) gemaakt.
→ Cyclisch AMP activeert enzymen binnen de cel.
→ Deze enzymen veranderen de activiteit van de cel.
• Snelheid: Sneller dan steroïde hormonen.
3