HOOFDSTUK 5
ONDERZOEKSMETHODE
1
, DEEL 1: BEÏNVLOEDEN VAN FUNCTIES
Hier gaat het om methoden waarmee onderzoekers kijken wat er gebeurt met gedrag of functies als een
bepaald hersengebied beschadigd is. Men probeert zo te achterhalen welke gebieden betrokken zijn bij welke
functies (zoals taal, geheugen, motoriek...).
1.1 EXPERIMENTELE ABLATIE
• Experimentele ablatie: Onderzoekers bestuderen mensen (of dieren) die spontane hersenschade
hebben opgelopen (door een beroerte, ongeluk, tumor...) en bekijken welk gedrag of welke functie
verstoord is.
VOORBEELD: DE BEROEMDE CASUS VAN ‘TAN’
• Een man genaamd Louis Victor Leborgne kon alleen "tan" zeggen, maar hij had een normaal begrip van
taal.
• Paul Broca onderzocht zijn hersenen na overlijden en vond schade in een specifiek gebied van de linker
voorste hersenhelft → dit gebied werd later bekend als Broca’s gebied.
• Broca toonde een verband aan tussen schade daar en het onvermogen om te spreken: expressieve
afasie (wel begrijpen, niet kunnen praten).
BELANGRIJKE INZICHTEN
• Taal is niet één enkele functie op één plek, maar bestaat uit meerdere deelprocessen, elk ondersteund
door andere hersenstructuren.
NADELE VAN LAESIE-STUDIES
• Je weet niet hoe de persoon functioneerde vóór de schade.
• Schade is vaak verspreid of onduidelijk afgebakend → moeilijk om precieze conclusies te trekken.
• Je kan geen oorzaak-gevolg vaststellen, alleen correlaties.
• Sommige gebieden zijn vatbaarder voor schade dan andere → vertekend beeld.
• Vroeger moest men wachten op een autopsie, dus geen directe info
1.2 EXPERIMENTELE ABLATIE (OPZETTELIJKE SCHADE VEROORZAKEN)
• In plaats van te wachten op spontane schade, veroorzaken onderzoekers doelbewust schade aan
specifieke hersengebieden om het effect op gedrag te bestuderen.
• Toepassingen:
→ Bij mensen: vroeger o.a. lobotomieën (snijden in frontale hersenen bij psychische
problemen).
→ Nog steeds soms in de kliniek (vb. verwijderen van een hersendeel bij ernstige epilepsie).
→ Vandaag meestal bij dieren (voor experimenteel onderzoek).
2
ONDERZOEKSMETHODE
1
, DEEL 1: BEÏNVLOEDEN VAN FUNCTIES
Hier gaat het om methoden waarmee onderzoekers kijken wat er gebeurt met gedrag of functies als een
bepaald hersengebied beschadigd is. Men probeert zo te achterhalen welke gebieden betrokken zijn bij welke
functies (zoals taal, geheugen, motoriek...).
1.1 EXPERIMENTELE ABLATIE
• Experimentele ablatie: Onderzoekers bestuderen mensen (of dieren) die spontane hersenschade
hebben opgelopen (door een beroerte, ongeluk, tumor...) en bekijken welk gedrag of welke functie
verstoord is.
VOORBEELD: DE BEROEMDE CASUS VAN ‘TAN’
• Een man genaamd Louis Victor Leborgne kon alleen "tan" zeggen, maar hij had een normaal begrip van
taal.
• Paul Broca onderzocht zijn hersenen na overlijden en vond schade in een specifiek gebied van de linker
voorste hersenhelft → dit gebied werd later bekend als Broca’s gebied.
• Broca toonde een verband aan tussen schade daar en het onvermogen om te spreken: expressieve
afasie (wel begrijpen, niet kunnen praten).
BELANGRIJKE INZICHTEN
• Taal is niet één enkele functie op één plek, maar bestaat uit meerdere deelprocessen, elk ondersteund
door andere hersenstructuren.
NADELE VAN LAESIE-STUDIES
• Je weet niet hoe de persoon functioneerde vóór de schade.
• Schade is vaak verspreid of onduidelijk afgebakend → moeilijk om precieze conclusies te trekken.
• Je kan geen oorzaak-gevolg vaststellen, alleen correlaties.
• Sommige gebieden zijn vatbaarder voor schade dan andere → vertekend beeld.
• Vroeger moest men wachten op een autopsie, dus geen directe info
1.2 EXPERIMENTELE ABLATIE (OPZETTELIJKE SCHADE VEROORZAKEN)
• In plaats van te wachten op spontane schade, veroorzaken onderzoekers doelbewust schade aan
specifieke hersengebieden om het effect op gedrag te bestuderen.
• Toepassingen:
→ Bij mensen: vroeger o.a. lobotomieën (snijden in frontale hersenen bij psychische
problemen).
→ Nog steeds soms in de kliniek (vb. verwijderen van een hersendeel bij ernstige epilepsie).
→ Vandaag meestal bij dieren (voor experimenteel onderzoek).
2