HOOFDSTUK 4
MICROSTRUCTUUR VAN HET
ZENUWSTELSEL
1
, DEEL 1: DE BASISSTRUCTUUR VAN EEN CEL
1. BASISSTRUCTUUR VAN EEN CEL
De cel heeft een basisstructuur met twee hoofdcomponenten
1. Membraan (buitenste laag → Bestaat uit een dubbele laag vetmoleculen (lipiden).
van de cel):
→ Bevat membraaneiwitten met verschillende functies:
1. Sensoren: herkennen stoffen zoals hormonen.
2. Toegangspoortjes: laten bepaalde stoffen binnen of buiten.
3. Actieve transporters: vervoeren stoffen actief in of uit de cel.
2. Cytoplasma (inhoud van de → Een waterige, gelachtige substantie.
cel):
→ Bevat celorganellen (speciale structuren met specifieke functies binnen de cel).
3. Cytoskelet (interne structuur → Bestaat uit eiwitvezels.
van de cel):
→ Zorgt voor stevigheid, vorm en transport binnen de cel.
→ Is erg flexibel en kan zich aanpassen.
→ Microtubuli zijn de dikste vezels.
4. Kern (nucleus) → Nucleolus maakt ribosomen aan (nodig voor eiwitproductie).
(controlecentrum van de cel):
→ Bevat DNA in de vorm van chromosomen.
→ Transcriptie: DNA wordt omgezet in mRNA (nodig voor eiwitsynthese).
→ mRNA verlaat de kern via kleine openingen (poriën) om verder verwerkt te worden.
5. Ribosomen (eiwitfabriekjes → Voeren translatie uit: zetten mRNA om in eiwitten.
van de cel):
→ Deze eiwitten kunnen structuren of enzymen vormen.
→ Vrije ribosomen drijven in het cytoplasma en maken eiwitten voor intern gebruik.
→ Gebonden ribosomen zitten vast aan het endoplasmatisch reticulum en maken eiwitten
voor export of membraaninbouw.
→ Bestaat uit korreltjes met veel ribosomen.
6. Nissl-substantie (rijk aan
→ Komt vooral voor in grote neuronen.
ribosoom)
→ Geeft aan dat de cel een hoge eiwitsynthese heeft.
7. Endoplasmatisch reticulum → Bestaat uit parallelle membraanlagen.
(ER) (productie- en
1. Ruw ER: bevat ribosomen → betrokken bij eiwitsynthese.
transportsysteem van de cel):
2. Glad ER: geen ribosomen → verantwoordelijk voor lipidenproductie en het
sorteren van moleculen.
→ Golgi-apparaat: een speciaal type glad ER, verpakt producten in vesikels
(membraanblaasjes) voor transport.
2
MICROSTRUCTUUR VAN HET
ZENUWSTELSEL
1
, DEEL 1: DE BASISSTRUCTUUR VAN EEN CEL
1. BASISSTRUCTUUR VAN EEN CEL
De cel heeft een basisstructuur met twee hoofdcomponenten
1. Membraan (buitenste laag → Bestaat uit een dubbele laag vetmoleculen (lipiden).
van de cel):
→ Bevat membraaneiwitten met verschillende functies:
1. Sensoren: herkennen stoffen zoals hormonen.
2. Toegangspoortjes: laten bepaalde stoffen binnen of buiten.
3. Actieve transporters: vervoeren stoffen actief in of uit de cel.
2. Cytoplasma (inhoud van de → Een waterige, gelachtige substantie.
cel):
→ Bevat celorganellen (speciale structuren met specifieke functies binnen de cel).
3. Cytoskelet (interne structuur → Bestaat uit eiwitvezels.
van de cel):
→ Zorgt voor stevigheid, vorm en transport binnen de cel.
→ Is erg flexibel en kan zich aanpassen.
→ Microtubuli zijn de dikste vezels.
4. Kern (nucleus) → Nucleolus maakt ribosomen aan (nodig voor eiwitproductie).
(controlecentrum van de cel):
→ Bevat DNA in de vorm van chromosomen.
→ Transcriptie: DNA wordt omgezet in mRNA (nodig voor eiwitsynthese).
→ mRNA verlaat de kern via kleine openingen (poriën) om verder verwerkt te worden.
5. Ribosomen (eiwitfabriekjes → Voeren translatie uit: zetten mRNA om in eiwitten.
van de cel):
→ Deze eiwitten kunnen structuren of enzymen vormen.
→ Vrije ribosomen drijven in het cytoplasma en maken eiwitten voor intern gebruik.
→ Gebonden ribosomen zitten vast aan het endoplasmatisch reticulum en maken eiwitten
voor export of membraaninbouw.
→ Bestaat uit korreltjes met veel ribosomen.
6. Nissl-substantie (rijk aan
→ Komt vooral voor in grote neuronen.
ribosoom)
→ Geeft aan dat de cel een hoge eiwitsynthese heeft.
7. Endoplasmatisch reticulum → Bestaat uit parallelle membraanlagen.
(ER) (productie- en
1. Ruw ER: bevat ribosomen → betrokken bij eiwitsynthese.
transportsysteem van de cel):
2. Glad ER: geen ribosomen → verantwoordelijk voor lipidenproductie en het
sorteren van moleculen.
→ Golgi-apparaat: een speciaal type glad ER, verpakt producten in vesikels
(membraanblaasjes) voor transport.
2