Leerproblemen vs. leerstoornissen:
Leerprobleem = probleem dat personen ondervinden bij het leren van
cognitieve schoolse vaardigheden (lezen, spellen, rekenen)
Cognitieve schoolse vaardigheden, DUS ADHD, dyspraxie en
dysfasie (taalprobleem) zijn GEEN leerproblemen
Leerproblemen / leerachterstanden worden beïnvloed door mogelijkheden
vanuit de omgeving en capaciteiten van het individu zelf
Enge leeromgeving = schoolse omgeving vb. lerarentekort,
Secundaire
storend gedrag van klasgenoten
leerproblem
en
Brede leeromgeving = thuisomgeving vb. ondersteuning van
ouders, SES, gezinssituatie, rustige omgeving, stimulatie van kind op
jonge leeftijd
Algemene mogelijkheden en beperkingen = beïnvloed alle domeinen
van functioneren en ontwikkeling vb. intelligentie, verstandelijke
beperking, visuele beperking
Specifieke mogelijkheden en beperkingen = beïnvloed voornamelijk
een specifiek domein van schools functioneren = leerstoornissen /
primaire leerproblemen
,Criteria ter aflijning van een leerstoornis:
Criteria voor een leerstoornis:
Achterstand: duidelijke problemen met verweven van schoolse of
cognitieve vaardigheid
o Op beschrijvende manier: achterstand bij automatiseren van
specifieke schoolse basisvaardigheden (lezen, spellen,
schrijven) VOORKEUR in België
o Op verklarende manier: problemen met specifieke cognitieve
vaardigheden die als oorzaak voor de leerstoornis gezien
wordt (vb. fonologische problemen als verklaring voor dyslexie
/ problemen met hoeveelheidsrepresentatie als verklaring voor
dyscalculie)
Hardnekkig: achterstand is niet toevallig / eenmalig, problemen
blijven bestaan ook na gevolgde systematische, intensieve
remediëring
Exclusief: andere verklaringen / secundaire leerproblemen voor de
leerachterstand moeten uitgesloten worden
o Eerst: er mogen geen secundaire leerproblemen aanwezig zijn
om van een leerstoornis te spreken
o Nu: secundaire leerproblemen mogen de vastgestelde
hardnekkige achterstand niet VOLLEDIG verklaren,
comorbiditeiten zijn mogelijk
Discrepantie: er moet een verschil vastgesteld kunnen worden
tussen het actueel schoolsucces en het potentieel schoolsucces er
is een onverwacht onderpresteren obv normale ontwikkeling van het
kind (MAAR potentieel schoolsucces is moeilijk meetbaar)
o Vb. actueel succes meten via studievoortgangstest en
potentieel succes meten via IQ
o Als beiden testen normaal verdeeld, dan kunnen we de scores
met elkaar vergelijken (via genormeerde Z-scores onder een
normaalverdeling OF via aantal standaarddeviaties afwijking
tussen beide scores)
o MAAR er moet wel een correlatie zijn tussen scores op beiden
testen, DUS discrepantiecriterium enkel bruikbaar als
correlatie aanwezig MAAR vaak enkel lage correlaties
, gevonden met schoolse vaardigheden en IQ, daarom wordt dit
criterium hedendaags niet meer gebruikt
Hoe leerstoornis toetsen?: Toets afnemen waarvoor resultaten van een
adequate vergelijkingsgroep (obv leeftijd en scholing) beschikbaar zijn om
de score van het individu mee te vergelijken (= genormeerde toets)
vaak percentiel 10 als cut-off score
Wanneer leerprobleem- of stoornis opgelost: voldoende verschil tussen
eerste meetmoment en tweede meetmoment / duidelijke inhaalbeweging
opm. rekening houden met meetfout als tweede meting rond percentiel
10, want werkelijke score is mogelijk lager
DUS meerdere betrouwbare metingen vereist
Vb. grafiek: bovenste lijn wel inhaalbeweging
(stijging binnen groep van normscores) / geen inhaalbeweging
onderste lijn / geen inhaalbeweging middelste lijn (blijft in zelfde,
laagste groep van normscores)
Kan een kind met een verstandelijke beperking een leerstoornis hebben?:
toetsen adhv genormeerde testen met vergelijkingsgroep van kinderen
met vergelijkbaar IQ / vergelijkbare verstandelijke beperkingen (MAAR
geen genormeerde testen aanwezig in de praktijk + zinvolheid?)
Classificatie van leerstoornissen:
Beschrijvende indeling obv schoolse vaardigheden (VOORKEUR, want
onvoldoende zekerheid over oorzaken van leerstoornissen):
Leesstoornis = dyslexie
Spellingsstoornis = dysorthografie
Rekenstoornis = dyscalculie
Opm. lees- en spellingsstoornis komen vaak samen voor en worden
in de praktijk samen ook als dyslexie benoemd
, Causale indeling obv cognitieve vaardigheden:
Verbale leerstoornis = dyslexie
Niet-verbale leerstoornis = NLD (non-verbal learningdisability)
opm. GEEN erkende leerstoornis
Definities:
Dyslexie =
Een specifieke leerstoornis
Kenmerkt zich door een hardnekkig probleem in het aanleren van
accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau
Niveau van lezen en/of spellen op woordniveau is beduidend lager
dan wat obv chronologische leeftijd verwacht wordt
Gedurende minimaal 6 maanden, ondanks interventies gericht op
remediëring
Is niet het gevolg van omgevingsfactoren en/of een lichamelijke,
neurologische of algemene verstandelijke beperking
Dyscalculie =
Gekenmerkt door hardnekkige problemen met vlot/accuraat
oproepen van rekenfeiten en/of het leren en vlot/accuraat toepassen
van rekenprocedures
Vaardigheidsniveau ligt significant onder die van de chronologische
leeftijdscategorie van het kind
Probleem blijft bestaan, ondanks interventie obv remediëring en
oefening
Is niet het gevolg van een alternatieve verklaring of comorbiditeiten
Opm. leerproblemen worden soms pas duidelijk op het moment dat de
betreffende schoolse vaardigheid zwaarder belast worden dan de beperkte
vermogens van het individu (MAAR waren wel al eerder aanwezig)
Prevalentie:
Algemeen voor leerstoornissen op schoolleeftijd: 5-15%
Dyslexie: 5-7%
o 3% ernstige vorm