Economie
EAMENINFO
datum: 23 januari 2025 12h-16h
locatie : zie time-edit agenda
48 vragen allemaal meerkeuze (30/48 nodig)
- 24 theorie vragen
- 8 oefeningen (op Curios)
- 8 opbouwende theorie/grafisch
Les 1 : Hoofdstuk 1 : Wat is economie
Economie bestaat uit
- Consumptie en productie
- Consumenten en producenten
- Prosumenten : consumenten die ook goederen en diensten aanbieden die
traditioneel door de producenten werden aangeboden (ze zijn zowel
producent als consument) (vb: elektriciteit, taxi..)
- Economische agenten : banksector, overheid, buitenland
Mens staat centraal -> economie is sociale wetenschap
Economie is keuzes maken:
-> met schaarse goederen een maximale behoefte invulling bekomen
onbeperkte behoeften : auto, huis, vakantie
Economische wetenschap bestudeert:
- keuzes inzake consumptie / productie als gevolg van schaarste
- de gevolgen van deze keuzes voor de maatschappij
-> welke instituties zijn er in de maatschappij ontstaan om aan die schaarste
problematiek te ontsnappen
Middel is schaars
- wanneer de mogelijke aanwendingen ervan de beschikbaarheid van dat middel
overstijgen
- als het meer gewild is dan het beschikbaar is
- als er middelen moeten worden opgeofferd om het te bekomen
Ben je tevreden met wat je hebt ervaar je geen schaarste (niet
constant meer / beter willen)
Schaars ≠ zeldzaam
->zeldzaam = weinig voorkomend (bv: goud) -> zonder veel vraag is het goed
niet schaars
Economische behoeften : de verlangens vd mens waaraan men slecht kan
voldoen door het inzetten van schaarse middelen
een economisch goed/dienst voldoet aan behoeften
(bv : avondje uit -> sociaal contact )
(bv : wagen/fiets -> mobiliteit)
,Soorten behoeften
1. Primair
- Zijn aangeboren
- Sterk verbonden met lichamelijk zijn
2. Secundair
- Niet aangeboren, maar aangeleerd
- Sterk sociaal georiënteerd
3. Tertiair
- Behoefte naar luxe
Opportuniteitskost
-> de niet gerealiseerde opbrengst vh best mogelijke alternatief voor de
gemaakte keuze
(de waarde van het volgende beste alternatief dat je laat liggen wanneer je een
keuze maakt)
Kosten en opbrengsten afgewogen in marginaliteit
-> in termen van bijkomende eenheden
MO = MK -> economisch evenwicht
Wanneer behoeften onbeperkt zijn -> economische agenten kiezen uit
eigenbelang-> optimale keuze is MO=MK -> houdt geen rekening met
opportuniteitskost -> ceteris paribus -> perfecte informatie
Ceteris paribus : ‘alle andere factoren blijven gelijk’ , bij een impact van P op V,
blijven andere factoren ongewijzigd (bv: impact van P(vliegtuigtickets) op de V,
maar gezondheidsrisico’s/ vrees voor terrorisme wijzigen niet door deze impact)
Perfecte informatie : alle economische agenten zijn op hetzelfde moment volledig
op de hoogte van alle belangrijke factoren in een economische transactie
≠ Imperfecte & asymmetrische info is de realiteit
<-> perfecte markt is uitzondering
-> gebruik van mental shortcuts / vuistregel
-> intuïtieve beslissingsregels die bij gebrek aan volledige info gebruikt
,worden bij het maken van keuzes
beslissingen op basis van : gewoontes, verwachtingen, advies van derden
Productie
-> de activiteit waarin productiefactoren en intermediaire goederen (= verwerkte
grondstoffen, halfafgwerkte producten) worden ingezet om via een
transformatieproces andere economische goederen voort te brengen
Productiemogelijkhedengrens (PMG)
-> geeft voor elk productieniveau van een bepaald goed weer hoeveel er
maximaal van een ander goed kan geproduceerd worden, gegeven de PF en de
productiviteit
productiviteit : verband tussen de output en de daartoe ingezette PF
Pareto-efficiëntie
-> Alle PF worden optimaal ingezet = kan niet meer produceren van het ene goed
zonder afname van het andere goed
Economische groei = toename van economische activiteit
economische kringloop
-> een schematisch model van de werking van de economie als systeem. Ze
illustreert de relaties tussen de verschillende economische agenten
-> 1 economisch feit heeft impact op het hele systeem
Rol van ecologie & maatschappij ontbreekt in klassieke economische
kringloop
, Duurzame ontwikkeling
-> behoeften van het heden zonder de behoeftevoorziening van toekomstige
generaties in gedrang te brengen
zowel intragenerationeel : heden , binnen zelfde generatie
zowel intergenerationeel : toekomst, tussen generaties
-> kunnen niet weten hoe het gaat zijn in de toekomst, moeten kijken naar nu
3 peilers (3 P’s)
- Profit (economie)
- People (maatschappelijk)
- Planet (ecologie)
-> doelstelling : sustainable development goals
Donut-economie (van Kate Raworth)
-> economische groei is niet de doelstelling
-> fossiele brandstoffen moeten naar beneden
-> doel: willen een duurzame en sociale samenleving
-> binnenste rand moet verkregen worden (of je ‘valt’ weg)
-> huidig economisch systeem zit niet ‘op’ de donut
-> donut begrensd door basisvoorzieningen & de grenzen van de planeet
-> hoe oplossen? Andere oplossingen voor mijnbouw, olie & gas industrie
lange termijn investeren in hernieuwbare energie, investeren in natuurlijke
bronnen, welvaart
<-> homo economicus : beslissingen nemen gebaseerd op wat het efficiënts zou zijn,
Hoofdstuk
zonder 3 : samenwerking
emotie omgaan met schaarste
Nood aan een transitieproject dat de
behoeften
van de mensheid én de planeet centraal stelt,
niet winstzucht, aandeelhouderskapitaal,
EAMENINFO
datum: 23 januari 2025 12h-16h
locatie : zie time-edit agenda
48 vragen allemaal meerkeuze (30/48 nodig)
- 24 theorie vragen
- 8 oefeningen (op Curios)
- 8 opbouwende theorie/grafisch
Les 1 : Hoofdstuk 1 : Wat is economie
Economie bestaat uit
- Consumptie en productie
- Consumenten en producenten
- Prosumenten : consumenten die ook goederen en diensten aanbieden die
traditioneel door de producenten werden aangeboden (ze zijn zowel
producent als consument) (vb: elektriciteit, taxi..)
- Economische agenten : banksector, overheid, buitenland
Mens staat centraal -> economie is sociale wetenschap
Economie is keuzes maken:
-> met schaarse goederen een maximale behoefte invulling bekomen
onbeperkte behoeften : auto, huis, vakantie
Economische wetenschap bestudeert:
- keuzes inzake consumptie / productie als gevolg van schaarste
- de gevolgen van deze keuzes voor de maatschappij
-> welke instituties zijn er in de maatschappij ontstaan om aan die schaarste
problematiek te ontsnappen
Middel is schaars
- wanneer de mogelijke aanwendingen ervan de beschikbaarheid van dat middel
overstijgen
- als het meer gewild is dan het beschikbaar is
- als er middelen moeten worden opgeofferd om het te bekomen
Ben je tevreden met wat je hebt ervaar je geen schaarste (niet
constant meer / beter willen)
Schaars ≠ zeldzaam
->zeldzaam = weinig voorkomend (bv: goud) -> zonder veel vraag is het goed
niet schaars
Economische behoeften : de verlangens vd mens waaraan men slecht kan
voldoen door het inzetten van schaarse middelen
een economisch goed/dienst voldoet aan behoeften
(bv : avondje uit -> sociaal contact )
(bv : wagen/fiets -> mobiliteit)
,Soorten behoeften
1. Primair
- Zijn aangeboren
- Sterk verbonden met lichamelijk zijn
2. Secundair
- Niet aangeboren, maar aangeleerd
- Sterk sociaal georiënteerd
3. Tertiair
- Behoefte naar luxe
Opportuniteitskost
-> de niet gerealiseerde opbrengst vh best mogelijke alternatief voor de
gemaakte keuze
(de waarde van het volgende beste alternatief dat je laat liggen wanneer je een
keuze maakt)
Kosten en opbrengsten afgewogen in marginaliteit
-> in termen van bijkomende eenheden
MO = MK -> economisch evenwicht
Wanneer behoeften onbeperkt zijn -> economische agenten kiezen uit
eigenbelang-> optimale keuze is MO=MK -> houdt geen rekening met
opportuniteitskost -> ceteris paribus -> perfecte informatie
Ceteris paribus : ‘alle andere factoren blijven gelijk’ , bij een impact van P op V,
blijven andere factoren ongewijzigd (bv: impact van P(vliegtuigtickets) op de V,
maar gezondheidsrisico’s/ vrees voor terrorisme wijzigen niet door deze impact)
Perfecte informatie : alle economische agenten zijn op hetzelfde moment volledig
op de hoogte van alle belangrijke factoren in een economische transactie
≠ Imperfecte & asymmetrische info is de realiteit
<-> perfecte markt is uitzondering
-> gebruik van mental shortcuts / vuistregel
-> intuïtieve beslissingsregels die bij gebrek aan volledige info gebruikt
,worden bij het maken van keuzes
beslissingen op basis van : gewoontes, verwachtingen, advies van derden
Productie
-> de activiteit waarin productiefactoren en intermediaire goederen (= verwerkte
grondstoffen, halfafgwerkte producten) worden ingezet om via een
transformatieproces andere economische goederen voort te brengen
Productiemogelijkhedengrens (PMG)
-> geeft voor elk productieniveau van een bepaald goed weer hoeveel er
maximaal van een ander goed kan geproduceerd worden, gegeven de PF en de
productiviteit
productiviteit : verband tussen de output en de daartoe ingezette PF
Pareto-efficiëntie
-> Alle PF worden optimaal ingezet = kan niet meer produceren van het ene goed
zonder afname van het andere goed
Economische groei = toename van economische activiteit
economische kringloop
-> een schematisch model van de werking van de economie als systeem. Ze
illustreert de relaties tussen de verschillende economische agenten
-> 1 economisch feit heeft impact op het hele systeem
Rol van ecologie & maatschappij ontbreekt in klassieke economische
kringloop
, Duurzame ontwikkeling
-> behoeften van het heden zonder de behoeftevoorziening van toekomstige
generaties in gedrang te brengen
zowel intragenerationeel : heden , binnen zelfde generatie
zowel intergenerationeel : toekomst, tussen generaties
-> kunnen niet weten hoe het gaat zijn in de toekomst, moeten kijken naar nu
3 peilers (3 P’s)
- Profit (economie)
- People (maatschappelijk)
- Planet (ecologie)
-> doelstelling : sustainable development goals
Donut-economie (van Kate Raworth)
-> economische groei is niet de doelstelling
-> fossiele brandstoffen moeten naar beneden
-> doel: willen een duurzame en sociale samenleving
-> binnenste rand moet verkregen worden (of je ‘valt’ weg)
-> huidig economisch systeem zit niet ‘op’ de donut
-> donut begrensd door basisvoorzieningen & de grenzen van de planeet
-> hoe oplossen? Andere oplossingen voor mijnbouw, olie & gas industrie
lange termijn investeren in hernieuwbare energie, investeren in natuurlijke
bronnen, welvaart
<-> homo economicus : beslissingen nemen gebaseerd op wat het efficiënts zou zijn,
Hoofdstuk
zonder 3 : samenwerking
emotie omgaan met schaarste
Nood aan een transitieproject dat de
behoeften
van de mensheid én de planeet centraal stelt,
niet winstzucht, aandeelhouderskapitaal,