Elise Eggermont - Marketing
Behaalde score : 16/20
, Retail Marketing
ex : voorbeeld /artikel geven en dit linken aan de theorie
(toepassingsgericht vragen)
Naar de leerdoelen/doelstellingen van olod kijken op chamilo leerfisches :
thema rond wat examens gaan zijn
Inleiding retailmarketing
distributie / retail : toekomst?
Retailtrends
1) via AI weten ze door je surf en koopgedrag wat je interesseert en welke
reclame ze sturen : betere klantervaringen en meer inzicht dankzij AI
2) de opkomst vd web3-technologie en het einde van third-party cookies
3) groeiend belang loyaliteitsprogramma’s (bv :gespaarde punten
inwisselen voor korting
(gameification : spelvorm in iets lanceren (om je aandacht te
trekken)
4) Omnichannel retail (ex)
-> omni = meerdere channel = kanalen : deze laten samenvoegen
-> prijzen online en in de winkel zijn hetzelfde & ze accepteren online
aankopen terug in de winkel
5) voorzichtige koopkrachtgroei & meer betalingsflexibiliteit
6) Social commerce : via social media aankopen doen (via link doorklikken
naar webshop), dit verandert het winkelgedrag
7) de ervaring staat ventraal
8) blijvende focus op duurzaamheid : Toont kwaliteit aan dat je het kan
doorgeven en duurzaam is (bij dokter martens werkplaats waar ze
schoenen herstellen dat je niet onmdlk andere moet kopen)
Vacatures in retail
-> inkoper, sales, communicatie, brand management, product
management, Trade marketeer, category management, accountmanager,
corporate marketing, …
Retail
Een retailer
-> een distribuant die producten (meestal in kleinverpakking) leveren aan
finale consumenten (=eindgebruikers/verbruikers). Ze vormen de laatste
schakel ih distributiekanaal & leveren vooral via winkels aan consumenten
(bv: alle winkels, zara, delhaize (bol.com speciale retailer want geen winkel
zelf)
Kleinhandel : verkoop aan consumenten zelf (B2C) (=detailhandel)
groothandel : leveren aan kleinere bedrijven / in grote hoeveelheden
,afnemen (B2B) (=grossier) (=wholesaler)
(zijn beide retailers) (meer info Hfdstk 2)
(distributie) kanalen
marketingmix : product, prijs, promotie, plaats
plaats = distributie : het ter beschikking stellen van G&D, het dichten
efficiëntie
van kloven: tussen
zo laagleveranciers
mogelijke prijs & soepel verloop van supply chain
en afnemers
effectief : de juiste mensen bereiken
Distributie : verdeling, verspreiding, het brengen van goederen van
producent naar consument, leveren van (nuts)goederen
Plaats : Groep onderling afhankelijke organisaties die samen zorgen dat
een product/dienst ter beschikking wordt gesteld aan een consument of
bedrijf voor gebruik/verbruik
Distributiekanaal = onderdeel van bedrijfskolom
Bij westfleteren : consumenten zijn zelf handel beginnen drijven aan hoge
prijzen van het bier, westfleteren (producent) wou dit tegengaan en werd
bijna verplicht om via winkels te verkopen om dit tegen te gaan (hebben
zelf retailkanalen moeten inschakelen)
Bedrijfskolom
-> reeks van opeenvolgende bedrijven, die alle in hun eigen functie
deelnemen in de voortbrenging van een bepaald product, gerekend van
oerproduct tot finale afnemer
-> elk product heeft een bedrijfskolom
-> elke tussenpersoon probeert marge te nemen (op aankoopprijs zelf nog
winst nemen en hoger verkopen ) hoe meer tussenschakels hoe hoger prijs
Distributiekanaal (zie schema dia 43)
-> de retail , de kanalen die je kiest
(brouwer kiest ervoor bier te verkopen aan groothandel, hierdoor gaat het
naar cafe, resto, supermarkt)
-> inkoopprijs + toegevoegde waarde
Opdracht bedrijfskolom (dia45)
- starten bij de BVBA (de productie)
- de 2 NV’s er onder op het zelfde niveau (deze twee zijn ook met elkaar
verbonden, je kan eerst huren en daarna kiezen om te kopen bij de ander
, NV)
- onder beide NV’s staat de consument
-> kleine keten ze doen alles zelf (herstel, verkoop, levering), hierdoor veel
meer vat op prijs, inkoop, marges
directe distributie = producent direct naar consument
indirecte distributie = producent via groothandel, via kleinhandel & dan
naar consument
dia 47 – dia 48 goed schema
(bijlage 1)
- integratie : wegvallen van een schakel / tussenpresoon (verticale
beweging)
(achterwaarts gaan / verminderen v/d schakels bv: delhaize was eerst
alleen retailer voor andere merken maar is dan begonnen met een eigen
huismerk te produceren)
(voorwaartse bv: apple was vroeger alleen te koop bij andere winkels ze
zijn dan zelf ook winkels beginnen openen doen dus ook detaillist
geworden zij hebben dit gedaan omdat ze zo populair werden, een kleiner
merk kan dit doen om naambekendheid te creëren)
- differentiatie : er komt een tussenpersoon bij, om iets extra te gaan om
je te onderscheiden vd anderen (verticale beweging)
(bv: as adventure verkoopt via een ander verkoopkanaal (ander soort
winkels ‘juttu’) in, andere soort assortiment (huisspullen verkopen, dit past
nrml niet bij as adventure)
-> iets anders gaan aanbieden via een andere naam, via nieuw
tussenpersoon
- parallellisatie : assortiment verbreden zonder dat er een tussenschakel
bijkomt, zelf nieuw assortiment aanbieden (horizontale beweging)
(bv: zara doet in kleren en ze zijn begonnen met homewear zara home,
deze zit soms in dezelfde winkel) (onder dezelfde naam blijven)
- specialisatie : assortiment versmallen, terug specialiseren in 1 iets,
stoppen met wat je bij het assortiment had gedaan (horizontale
beweging(er gaan geen schakels weg of bij)
(bv: massimo dutti, had kinderwinkels maar is hiermee gestopt en is terug
gaan specialiseren in enkel man&vrouwen kleding
Winkel technologie
begrip winkel meer dan dat je denkt… : - contact center
- thuislevering (koerier, post, eigen bedrijf) - online website (retailer,
fabrikant)
- afhaalpunt (id winkel, buiten winkel) - mobiele apps (qr-code,