Hoofdstuk 1: Over klinische psychologie en ‘abnormaal’ gedrag.
Volgens hoogleraar van duikijker dient er onderscheidt gemaakt te worden tussen
basisdisciplines en toepassingsgerichte disciplines. Klinisch psychologen treffen we
in alle sectoren van de gezondheidszorg aan.
De vijf basisdisciplines
- Functieleer
- Ontwikkelingspsychologie
- Sociale psychologie
- Persoonlijkheidspsychologie
- Methodenleer
De drie toepassingsgerichte disciplines
- Klinische en gezondheidspsychologie
- Arbeids- organisatiepsychologie
- Onderwijspsychologie
1.1 Het terrein van de klinische psychologie.
Definitie van de klinische psychologie:
- Het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht-
aangepast en abnormaal menselijk gedrag. Onder de grote paraplu van
klinische praktijken vallen diagnose, classificatie, behandeling, preventie en
onderzoek.
De kern van de klinische psychologie wordt nog steeds gevormd door de psychische
stoornissen. Het gaat daarbij dan met nam om afwijkingen die lastig zijn voor de
persoon zelf of voor zijn omgeving.
Afwijkingen van de norm kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van
het menselijk functioneren.
- Individuele persoon
o Afwijkend gedrag
o Afwijkende gedachten
o Afwijkende belevingen
- Relaties met andere mensen
o Overmatig, overbezorgd, extreem (agressief) etc.
Belang van de basisdisciplines
- Er is kennis van de normale psychologische functies, van de normale
ontwikkeling, van de sociale psychologie en de persoonlijkheidspsychologie
om afwijkingen te kunnen vaststellen vanuit de norm.
,1.2 Aspecten van ‘abnormaal’ gedrag.
Seligman, Walker en Rosenhan onderscheiden zeven factoren die bepalen of gedrag
als abnormaal of pathologisch wordt beschouwd. Hoe meer deze aanwezig zijn en
hoe duidelijker zij op de voorgrond treden, hoe eensgezinder mensen zullen zijn in
hun beoordeling van dat gedrag in termen van normaal of abnormaal. Zelden zulle
alle aspecten aanwezig zijn, minstens een van die aspecten moet zich voordoen.
De zeven factoren:
- Persoonlijk lijden
o De persoon lijdt zelf erg onder de problemen
- De (dis)functionaliteit van het gedrag
o De mate waarin gedrag het dagelijks functioneren en het welbevinden
van het individu ondermijnt, bepaalt in sterke mate de beoordelingen
van (ab) normaliteit. Het gaat hierbij om de vraag of iemand in staat is
beroepsmatig te functioneren en bevredigende relaties met anderen te
onderhouden.
- Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
o Als mensen in het gedrag van een ander geen logica of zin kunnen
ontdekken zijn zij geneigd die ander als abnormaal te zien.
- Onvoorspelbaarheid en controleverlies
o Andere mensen moeten zich in hoge mate consistent gedragen en
zichzelf in de hand hebben.
o Twee type situaties
▪ Het gedrag is ontremd
▪ De toeschouwer kent de oorzaak of aanleiding van het gedrag
niet dat hij waarneemt, niet kent en op dat moment niet kan
achterhalen.
- Opvallen en onconventioneel gedrag
o Bij de beoordeling van het handelen van anderen kiezen mensen vaak
hun eigen gedrag als maatstaaf.
- Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
o Als iemand gedrag vertoont waarmee de ongeschreven regels in een
bepaalde cultuur worden overschreden, kan dat bij anderen het gevoel
geven van ongemak teweegbrengen.
o Observer comfort: Ongemak die tevoorschijn komt door anderen
- Het overtreden van morele normen
o Mensen vellen dikwijls een mening op basis van een opvatting van hun
normen en waarden.
De zeven factoren geven enig inzicht in de aard van abnormaal gedrag.
Definitie Psychische stoornis:
- Een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch
significante symptomen op het gebied van de cognitieve functies, de
emotieregulatie of het gedrag van een persoon, dat een uiting is van een
disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die
ten grondslag liggen aan het psychische functioneren.
,Psychische stoornissen gaan gewoonlijk gepaard met lijdensdruk of beperkingen in
het functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of bij andere belangrijke
bezigheden. Een reactie op een veelvoorkomende stressor of een verlies, bijvoorbeeld
het overlijden van een dierbare, die te verwachten valt en cultureel wordt
geaccepteerd, is geen psychische stoornis.
Psychische stoornissen worden gedefinieerd door clusters van disfunctionele
gedragingen, die samengaan met persoonlijk lijden, of met een verslechtering van
functioneren.
In de DSM-5 wordt nadrukkelijk gesteld dat het systeem geen mensen classificeert,
maar stoornissen die mensen hebben.
De drie uitsluitende omstandigheden:
- Te verwachten en cultureel aanvaarde reacties
- Uitsluiten van deviant gedrag dat voortvloeit uit het behoren tot politieke,
religieuze of seksuele minderheid
- Het afwijkende gedrag moet niet voortkomen uit een persoonlijk conflict
tussen het individu en de maatschappij.
1.3 Normaal en abnormaal: Waar ligt de grens?
1.3.1 Het statistisch model
Het uitgangspunt van het
statistisch model is dat menselijk
eigenschapen min of meer
verdeeld zijn. Van abnormaliteit
wordt dan gesproken bij extreem
lage of extreem hoge scores op
schalen waarmee deze
eigenschappen betrouwbaar en valide worden gemeten. Binnen dit model heeft
‘abnormaal’ enkel een statistische betekenis.
Nadelen van dit model:
- Grens is onduidelijk
- Niet alles is normaal verdeeld
o Hoe ongewoon gedrag moet zijn om het abnormaal te kunnen noemen
- Individueel lijden niet meegenomen
o Het model maakt geen onderscheid tussen afwijkingen die gepaard
gaan met individueel lijden en afwijkingen waarvoor dat niet geldt.
, 1.3.2 Het medisch of ziektemodel
Veel klinische psychologen en psychiaters nemen
aan dat de oorzaken van psychische stoornissen
moeten worden gezocht in onderliggende
mechanismen. Die mechanismen kunnen
somatogeen of psychogeen zijn.
- Somatogeen
o Een lichamelijke aandoening is de oorzaak voor de psychische stoornis
- Psychogeen
o Aan een stoornis ligt een psychologisch mechanisme ten grondslag.
Het uitgangspunt van het medisch model is dat de therapeut de deskundige is,
terwijl de patiënt op een of meerder aspecten van zijn functioneren als ziekt wordt
beschouwd. De therapeut spoort de oorzaak van de ziekte op en stelt de diagnose.
Bezwaren tegen het medische model
- Client in afhankelijke rol
- Niet voor alle stoornissen is een oorzaak
- Labelling
o De bestempeling als psychiatrisch patiënt wordt beschreven als
selffulfilling prophecy. Ofwel: Eens gek, altijd gek.
1.3.3. Het leer of onderwijsmodel
Stoornissen zijn ontstaan door verkeerd
verlopen leerprocessen. Bij dit model
zijn ook twee partijen: de leraar en de
leerling. Bij dit model wordt er
gesproken over een leerdoel, deze
worden gediagnostiseerd als
vaardigheidstekorten en niet als stoornissen.
Drie hoofdredenen voor het prefereren van het onderwijsmodel
- In alle fasen van het model worden de nadelige bijbetekenissen vermeden.
- Het onderwijsmodel doet meer recht aan de eigen verantwoordelijkheid van
mensen met een persoonlijk probleem
- Het gebruik van de onderwijsterminologie meer recht aan datgene wat
daadwerkelijk plaats vindt bij psychologische hulpverlening.
Zolang iemand nog zelf de verantwoordelijkheid kan dragen, aanspreekbaar is voor
zijn doen en laten, wordt hij niet als ‘ziek’ beschouwd. Dit is een demarcatie of
afgrenzingscriterium.
Volgens hoogleraar van duikijker dient er onderscheidt gemaakt te worden tussen
basisdisciplines en toepassingsgerichte disciplines. Klinisch psychologen treffen we
in alle sectoren van de gezondheidszorg aan.
De vijf basisdisciplines
- Functieleer
- Ontwikkelingspsychologie
- Sociale psychologie
- Persoonlijkheidspsychologie
- Methodenleer
De drie toepassingsgerichte disciplines
- Klinische en gezondheidspsychologie
- Arbeids- organisatiepsychologie
- Onderwijspsychologie
1.1 Het terrein van de klinische psychologie.
Definitie van de klinische psychologie:
- Het gebied van de psychologie dat zich bezighoudt met afwijkend, slecht-
aangepast en abnormaal menselijk gedrag. Onder de grote paraplu van
klinische praktijken vallen diagnose, classificatie, behandeling, preventie en
onderzoek.
De kern van de klinische psychologie wordt nog steeds gevormd door de psychische
stoornissen. Het gaat daarbij dan met nam om afwijkingen die lastig zijn voor de
persoon zelf of voor zijn omgeving.
Afwijkingen van de norm kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van
het menselijk functioneren.
- Individuele persoon
o Afwijkend gedrag
o Afwijkende gedachten
o Afwijkende belevingen
- Relaties met andere mensen
o Overmatig, overbezorgd, extreem (agressief) etc.
Belang van de basisdisciplines
- Er is kennis van de normale psychologische functies, van de normale
ontwikkeling, van de sociale psychologie en de persoonlijkheidspsychologie
om afwijkingen te kunnen vaststellen vanuit de norm.
,1.2 Aspecten van ‘abnormaal’ gedrag.
Seligman, Walker en Rosenhan onderscheiden zeven factoren die bepalen of gedrag
als abnormaal of pathologisch wordt beschouwd. Hoe meer deze aanwezig zijn en
hoe duidelijker zij op de voorgrond treden, hoe eensgezinder mensen zullen zijn in
hun beoordeling van dat gedrag in termen van normaal of abnormaal. Zelden zulle
alle aspecten aanwezig zijn, minstens een van die aspecten moet zich voordoen.
De zeven factoren:
- Persoonlijk lijden
o De persoon lijdt zelf erg onder de problemen
- De (dis)functionaliteit van het gedrag
o De mate waarin gedrag het dagelijks functioneren en het welbevinden
van het individu ondermijnt, bepaalt in sterke mate de beoordelingen
van (ab) normaliteit. Het gaat hierbij om de vraag of iemand in staat is
beroepsmatig te functioneren en bevredigende relaties met anderen te
onderhouden.
- Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
o Als mensen in het gedrag van een ander geen logica of zin kunnen
ontdekken zijn zij geneigd die ander als abnormaal te zien.
- Onvoorspelbaarheid en controleverlies
o Andere mensen moeten zich in hoge mate consistent gedragen en
zichzelf in de hand hebben.
o Twee type situaties
▪ Het gedrag is ontremd
▪ De toeschouwer kent de oorzaak of aanleiding van het gedrag
niet dat hij waarneemt, niet kent en op dat moment niet kan
achterhalen.
- Opvallen en onconventioneel gedrag
o Bij de beoordeling van het handelen van anderen kiezen mensen vaak
hun eigen gedrag als maatstaaf.
- Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt
o Als iemand gedrag vertoont waarmee de ongeschreven regels in een
bepaalde cultuur worden overschreden, kan dat bij anderen het gevoel
geven van ongemak teweegbrengen.
o Observer comfort: Ongemak die tevoorschijn komt door anderen
- Het overtreden van morele normen
o Mensen vellen dikwijls een mening op basis van een opvatting van hun
normen en waarden.
De zeven factoren geven enig inzicht in de aard van abnormaal gedrag.
Definitie Psychische stoornis:
- Een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch
significante symptomen op het gebied van de cognitieve functies, de
emotieregulatie of het gedrag van een persoon, dat een uiting is van een
disfunctie in de psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen die
ten grondslag liggen aan het psychische functioneren.
,Psychische stoornissen gaan gewoonlijk gepaard met lijdensdruk of beperkingen in
het functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of bij andere belangrijke
bezigheden. Een reactie op een veelvoorkomende stressor of een verlies, bijvoorbeeld
het overlijden van een dierbare, die te verwachten valt en cultureel wordt
geaccepteerd, is geen psychische stoornis.
Psychische stoornissen worden gedefinieerd door clusters van disfunctionele
gedragingen, die samengaan met persoonlijk lijden, of met een verslechtering van
functioneren.
In de DSM-5 wordt nadrukkelijk gesteld dat het systeem geen mensen classificeert,
maar stoornissen die mensen hebben.
De drie uitsluitende omstandigheden:
- Te verwachten en cultureel aanvaarde reacties
- Uitsluiten van deviant gedrag dat voortvloeit uit het behoren tot politieke,
religieuze of seksuele minderheid
- Het afwijkende gedrag moet niet voortkomen uit een persoonlijk conflict
tussen het individu en de maatschappij.
1.3 Normaal en abnormaal: Waar ligt de grens?
1.3.1 Het statistisch model
Het uitgangspunt van het
statistisch model is dat menselijk
eigenschapen min of meer
verdeeld zijn. Van abnormaliteit
wordt dan gesproken bij extreem
lage of extreem hoge scores op
schalen waarmee deze
eigenschappen betrouwbaar en valide worden gemeten. Binnen dit model heeft
‘abnormaal’ enkel een statistische betekenis.
Nadelen van dit model:
- Grens is onduidelijk
- Niet alles is normaal verdeeld
o Hoe ongewoon gedrag moet zijn om het abnormaal te kunnen noemen
- Individueel lijden niet meegenomen
o Het model maakt geen onderscheid tussen afwijkingen die gepaard
gaan met individueel lijden en afwijkingen waarvoor dat niet geldt.
, 1.3.2 Het medisch of ziektemodel
Veel klinische psychologen en psychiaters nemen
aan dat de oorzaken van psychische stoornissen
moeten worden gezocht in onderliggende
mechanismen. Die mechanismen kunnen
somatogeen of psychogeen zijn.
- Somatogeen
o Een lichamelijke aandoening is de oorzaak voor de psychische stoornis
- Psychogeen
o Aan een stoornis ligt een psychologisch mechanisme ten grondslag.
Het uitgangspunt van het medisch model is dat de therapeut de deskundige is,
terwijl de patiënt op een of meerder aspecten van zijn functioneren als ziekt wordt
beschouwd. De therapeut spoort de oorzaak van de ziekte op en stelt de diagnose.
Bezwaren tegen het medische model
- Client in afhankelijke rol
- Niet voor alle stoornissen is een oorzaak
- Labelling
o De bestempeling als psychiatrisch patiënt wordt beschreven als
selffulfilling prophecy. Ofwel: Eens gek, altijd gek.
1.3.3. Het leer of onderwijsmodel
Stoornissen zijn ontstaan door verkeerd
verlopen leerprocessen. Bij dit model
zijn ook twee partijen: de leraar en de
leerling. Bij dit model wordt er
gesproken over een leerdoel, deze
worden gediagnostiseerd als
vaardigheidstekorten en niet als stoornissen.
Drie hoofdredenen voor het prefereren van het onderwijsmodel
- In alle fasen van het model worden de nadelige bijbetekenissen vermeden.
- Het onderwijsmodel doet meer recht aan de eigen verantwoordelijkheid van
mensen met een persoonlijk probleem
- Het gebruik van de onderwijsterminologie meer recht aan datgene wat
daadwerkelijk plaats vindt bij psychologische hulpverlening.
Zolang iemand nog zelf de verantwoordelijkheid kan dragen, aanspreekbaar is voor
zijn doen en laten, wordt hij niet als ‘ziek’ beschouwd. Dit is een demarcatie of
afgrenzingscriterium.