H9: De copernicaanse wending, een rationele ethiek en een nieuw
maatschappijmodel
De Verlichting
Immanuel Kant
Werd geboren in Koningsbergen (1724-1804)
De verlichting bereikte door Kant haar hoogtepunt
De filosoof Hume ‘redde’ Kant uit een dogmatische slaap: rede en
ervaring zijn allebei belangrijk. Kant is wakker geschud door Hume.
Kant: 3 kritieken - 3 vragen (les1)
1. Wat kan ik kennen?
2. Wat moet ik doen?
3. Wat mag ik hopen?
Het verschil bij Kant: de zuivere en praktische rede
Zuivere rede (verstand)
1. Houdt zich bezig met de fysische wereld
2. De zuivere rede is het gebied van de ervaring en de wetenschap
3. De natuurwetten zijn zeker en universeel
4. Er is geen vrijheid, want alles gebeurt er noodzakelijk
5. Vraag Kant: hoe we kunnen kennen?
Praktische rede
1. Beweringen die niet empirisch getoetst kunnen worden (domein buiten
de ervaring)
2. Vrijheid
3. Thema’s:
- Vrijheid, God, onsterfelijkheid (van de ziel)
- Ethiek en morele plicht
De copernicaanse wending van Kant
Hume zijn grenzen van de kennis: “filosofie bestaat daar waar
ze haar grenzen kent”
Kant zegt:
1. Synthetische a posteriori oordelen (afkomstig uit ervaringen, bv:
het regent buiten -> dit weet je door waarneming. Feiten).
2. Analytische a priori oordelen (onafhankelijk van ervaring, puur op
basis van definities/logica. Vb: 1+1= 2 wiskunde).
Kant’s a priori synthetische oordelen
, A priori: zijn oordelen die toch iets toevoegen aan de werkelijkheid
A priori betekent dat ze voor de ervaring komen.
Categorieën: ze vormen het kader waardoor waarneming en
denken mogelijk zijn, ze structureren onze wereld en onze
gedachten
1. Zintuiglijkheid: het vermogen om dingen in wereld waar te nemen
veronderstelt de noties ruimte en tijd
2. Verstand: het vermogen om over dingen na te denken veronderstelt
categorieën zoals eenheid (substantie); realiteit; oorzaak; mogelijkheid,
…
De ‘copernicaanse wending’ van Kant
In de eerste plaats moet je weten hoe je kijkt voor je iets kunt zeggen
over de wereld daarna.
Hoe ziet een boom eruit zonder mijn blik?
We weten enkel hoe de wereld aan ons verschijnt en niet hoe de
wereld ‘op zich’ is.
“Tot op heden nam men aan dat al onze kennis zich naar de
voorwerpen moest richten. Ik stel de eis dat de voorwerpen zich
naar onze kennis richten. De rede heeft betrekking op de manier
waarop we de voorwaarden kennen.”
Kant’s idealisme
1. Kant toont aan dat we de wereld niet zien zoals ze ‘in
werkelijkheid’ is, maar dat de wereld op een bepaalde manier aan
ons verschijnt (en aan andere wezens op een andere manier)
2. We hebben een specifiek ‘beeld’ van de wereld doordat onze
geest die wereld op een specifieke manier structureert
3. Vergelijk met roze sneeuwbril
Kant’s dualisme (twee ‘werelden’)
De wereld zoals wij haar ervaren = de wereld van de fenomenen
Het ‘ding-op-zich’ (de noumenale wereld)
maatschappijmodel
De Verlichting
Immanuel Kant
Werd geboren in Koningsbergen (1724-1804)
De verlichting bereikte door Kant haar hoogtepunt
De filosoof Hume ‘redde’ Kant uit een dogmatische slaap: rede en
ervaring zijn allebei belangrijk. Kant is wakker geschud door Hume.
Kant: 3 kritieken - 3 vragen (les1)
1. Wat kan ik kennen?
2. Wat moet ik doen?
3. Wat mag ik hopen?
Het verschil bij Kant: de zuivere en praktische rede
Zuivere rede (verstand)
1. Houdt zich bezig met de fysische wereld
2. De zuivere rede is het gebied van de ervaring en de wetenschap
3. De natuurwetten zijn zeker en universeel
4. Er is geen vrijheid, want alles gebeurt er noodzakelijk
5. Vraag Kant: hoe we kunnen kennen?
Praktische rede
1. Beweringen die niet empirisch getoetst kunnen worden (domein buiten
de ervaring)
2. Vrijheid
3. Thema’s:
- Vrijheid, God, onsterfelijkheid (van de ziel)
- Ethiek en morele plicht
De copernicaanse wending van Kant
Hume zijn grenzen van de kennis: “filosofie bestaat daar waar
ze haar grenzen kent”
Kant zegt:
1. Synthetische a posteriori oordelen (afkomstig uit ervaringen, bv:
het regent buiten -> dit weet je door waarneming. Feiten).
2. Analytische a priori oordelen (onafhankelijk van ervaring, puur op
basis van definities/logica. Vb: 1+1= 2 wiskunde).
Kant’s a priori synthetische oordelen
, A priori: zijn oordelen die toch iets toevoegen aan de werkelijkheid
A priori betekent dat ze voor de ervaring komen.
Categorieën: ze vormen het kader waardoor waarneming en
denken mogelijk zijn, ze structureren onze wereld en onze
gedachten
1. Zintuiglijkheid: het vermogen om dingen in wereld waar te nemen
veronderstelt de noties ruimte en tijd
2. Verstand: het vermogen om over dingen na te denken veronderstelt
categorieën zoals eenheid (substantie); realiteit; oorzaak; mogelijkheid,
…
De ‘copernicaanse wending’ van Kant
In de eerste plaats moet je weten hoe je kijkt voor je iets kunt zeggen
over de wereld daarna.
Hoe ziet een boom eruit zonder mijn blik?
We weten enkel hoe de wereld aan ons verschijnt en niet hoe de
wereld ‘op zich’ is.
“Tot op heden nam men aan dat al onze kennis zich naar de
voorwerpen moest richten. Ik stel de eis dat de voorwerpen zich
naar onze kennis richten. De rede heeft betrekking op de manier
waarop we de voorwaarden kennen.”
Kant’s idealisme
1. Kant toont aan dat we de wereld niet zien zoals ze ‘in
werkelijkheid’ is, maar dat de wereld op een bepaalde manier aan
ons verschijnt (en aan andere wezens op een andere manier)
2. We hebben een specifiek ‘beeld’ van de wereld doordat onze
geest die wereld op een specifieke manier structureert
3. Vergelijk met roze sneeuwbril
Kant’s dualisme (twee ‘werelden’)
De wereld zoals wij haar ervaren = de wereld van de fenomenen
Het ‘ding-op-zich’ (de noumenale wereld)