H8: rationalisme en empirisme en de wetenschappelijke revolutie
1. Situering
Nieuwe wetenschap en nieuwe modellen:
1. Nieuw fundament van zekerheid: het twijfelende/denkende IK.
2. Nieuwe wetenschap: Galileo Galilei en zijn telescoop Newton en
de vallende appel: mechanistisch wereldbeeld en universele
natuurwetten “zo boven, zo beneden”.
3. Wat met de waarheid van de bijbel? Vraag naar
waarheid/zekerheid/fundering van kennis (epistemologie).
4. Begrip van de wereld via rede (rationalisten) en ervaring
(empiristen).
5. Hobbes: ook de mens ook onderhevig aan ‘mechanistische
wetten’ (verlangen en angst).
Rationalisme VS. Empirisme
Rationalisme:
- Zekere kennis vertrekt vanuit het denken (rede en logica)
- Via denken kom je tot heldere ideeën.
- Deze ideeën zijn essentieel om de rest te begrijpen
Empirisme:
- Zeker kennis vertrekt vanuit zintuigelijke ervaring (empirie)
- Mens bij geboorte een blanco blad
- Alle kennis berust op zintuigelijke ervaring
2. René Descartes
René (1596-1650) wordt beschouwd als de vader van de
moderne westerse filosofie.
Opleiding bij de Jezuïeten en was in wiskunde en in de nieuwe
wetenschappen gedreven.
Ontwierp analytische wiskunde en was onder de indruk van
de elegantie en de kracht v/d wiskunde en van de opkomst v/d
nieuwe wetenschap. Was onder de indruk van Galilei: niet de
zon die rond de aarde draait maar de aarde rond de zon.
Leefde in politieke-religieuze onrust en zijn initiële vraag was
dan ook: waar kunnen we zeker van zijn? Hij vindt
zekerheid door aan alles te twijfelen:
Om die te vinden maakte hij gebruik v/d methodische twijfel
Eerst moet je aan alles twijfelen.
Tweede in vraag stellen om alle aannames overboord te
gooien.
Tot we uiteindelijk iets vinden waar we niet aan twijfelen.
, 1. Hij twijfelde aan onze zintuigen -> die kunnen ons bedriegen, onze
observatie van de wereld komt niet altijd overeen met de
werkelijkheid.
2. Twijfelde aan de wiskunde -> een kwaadaardige geest die
verkeerde ideeën influisteren, is 1+1 wel 2?
3. Twijfelde ook aan ons lichaam -> we zijn nooit zeker of we al dan
niet dromen, we kunnen dromen dat we wakker zijn maar we
dromen.
1 ding niet twijfelen, en dat is aan het feit dat we twijfelen
Beroemde uitspraak: ik denk, dus ik ben of je pense, donc je
suis.
Die twijfel wordt basis van zekere kennis en dus vooral: niet
langer de bijbel of een andere autoriteit. = elk van ons,
individueel, via zijn eigen denken de mogelijkheid heeft om tot
zekere kennis te komen.
Cartesiaans dualisme: wij de mensen zijn denkende dingen, we
bestaan uit twee substanties: geest en materie
Antwoord op de vraag wie we zijn = ik ben een geest in een
machine.
3. David Hume
Wonderkind Hume (1711-1776) schreef al op heel jonge leeftijd
zijn meesterwerk: A treatise of human nature.
Had ambitie om tot een volledige theorie van de geest te komen.
Gaat opzoek naar de grenzen van het kennen en ervaring, wat
kunnen we zeker weten?
3.1. Inductieprobleem: een manier van kijken en analyseren en te
zien dat we vaak de grenzen van ons kenvermogen overschatten.
Bv: ik ga naar Brugge en alle zwanen die ik zie zijn wit, ik ga naar
Amsterdam en daar zijn ook alle zwanen wit, maar kan ik daaruit
besluiten of alle zwanen wit zijn? Nee, op een dag zie je een
zwarte zwaan.
Hume zegt: volgens hem kan je vanuit je observaties enkel
beweren wat je hebt waargenomen.
Vanuit het specifieke tot een algemene stelling komen.
Je bent zeker van het specifiek nooit van het algemene! Het is
niet omdat je in je leven alleen nog maar witte zwanen hebt gezien
dat alle zwanen over de hele wereld wit zijn.
1. Situering
Nieuwe wetenschap en nieuwe modellen:
1. Nieuw fundament van zekerheid: het twijfelende/denkende IK.
2. Nieuwe wetenschap: Galileo Galilei en zijn telescoop Newton en
de vallende appel: mechanistisch wereldbeeld en universele
natuurwetten “zo boven, zo beneden”.
3. Wat met de waarheid van de bijbel? Vraag naar
waarheid/zekerheid/fundering van kennis (epistemologie).
4. Begrip van de wereld via rede (rationalisten) en ervaring
(empiristen).
5. Hobbes: ook de mens ook onderhevig aan ‘mechanistische
wetten’ (verlangen en angst).
Rationalisme VS. Empirisme
Rationalisme:
- Zekere kennis vertrekt vanuit het denken (rede en logica)
- Via denken kom je tot heldere ideeën.
- Deze ideeën zijn essentieel om de rest te begrijpen
Empirisme:
- Zeker kennis vertrekt vanuit zintuigelijke ervaring (empirie)
- Mens bij geboorte een blanco blad
- Alle kennis berust op zintuigelijke ervaring
2. René Descartes
René (1596-1650) wordt beschouwd als de vader van de
moderne westerse filosofie.
Opleiding bij de Jezuïeten en was in wiskunde en in de nieuwe
wetenschappen gedreven.
Ontwierp analytische wiskunde en was onder de indruk van
de elegantie en de kracht v/d wiskunde en van de opkomst v/d
nieuwe wetenschap. Was onder de indruk van Galilei: niet de
zon die rond de aarde draait maar de aarde rond de zon.
Leefde in politieke-religieuze onrust en zijn initiële vraag was
dan ook: waar kunnen we zeker van zijn? Hij vindt
zekerheid door aan alles te twijfelen:
Om die te vinden maakte hij gebruik v/d methodische twijfel
Eerst moet je aan alles twijfelen.
Tweede in vraag stellen om alle aannames overboord te
gooien.
Tot we uiteindelijk iets vinden waar we niet aan twijfelen.
, 1. Hij twijfelde aan onze zintuigen -> die kunnen ons bedriegen, onze
observatie van de wereld komt niet altijd overeen met de
werkelijkheid.
2. Twijfelde aan de wiskunde -> een kwaadaardige geest die
verkeerde ideeën influisteren, is 1+1 wel 2?
3. Twijfelde ook aan ons lichaam -> we zijn nooit zeker of we al dan
niet dromen, we kunnen dromen dat we wakker zijn maar we
dromen.
1 ding niet twijfelen, en dat is aan het feit dat we twijfelen
Beroemde uitspraak: ik denk, dus ik ben of je pense, donc je
suis.
Die twijfel wordt basis van zekere kennis en dus vooral: niet
langer de bijbel of een andere autoriteit. = elk van ons,
individueel, via zijn eigen denken de mogelijkheid heeft om tot
zekere kennis te komen.
Cartesiaans dualisme: wij de mensen zijn denkende dingen, we
bestaan uit twee substanties: geest en materie
Antwoord op de vraag wie we zijn = ik ben een geest in een
machine.
3. David Hume
Wonderkind Hume (1711-1776) schreef al op heel jonge leeftijd
zijn meesterwerk: A treatise of human nature.
Had ambitie om tot een volledige theorie van de geest te komen.
Gaat opzoek naar de grenzen van het kennen en ervaring, wat
kunnen we zeker weten?
3.1. Inductieprobleem: een manier van kijken en analyseren en te
zien dat we vaak de grenzen van ons kenvermogen overschatten.
Bv: ik ga naar Brugge en alle zwanen die ik zie zijn wit, ik ga naar
Amsterdam en daar zijn ook alle zwanen wit, maar kan ik daaruit
besluiten of alle zwanen wit zijn? Nee, op een dag zie je een
zwarte zwaan.
Hume zegt: volgens hem kan je vanuit je observaties enkel
beweren wat je hebt waargenomen.
Vanuit het specifieke tot een algemene stelling komen.
Je bent zeker van het specifiek nooit van het algemene! Het is
niet omdat je in je leven alleen nog maar witte zwanen hebt gezien
dat alle zwanen over de hele wereld wit zijn.