Werkplekleren
1
samenvatting
blok 1
1
, WPL deel 1- algemeen kader
1. Algemeen kader
Basisbegrippen
Curriculum = een leerplan, studieprogramma of onderwijsprogramma dat de inhoud, doelen en
manier van leren binnen een opleiding omschrijft
Kleuterparticipatie = actief aanmoedigen en ondersteunen van kinderen van de leeftijd van 2,5
jaar tot 6 jaar om naar de kleuterschool te komen en regelmatig aanwezig te zijn
Ongekwalificeerde uitstroom = verwijst naar jongeren die secundair onderwijs verlaten zonder
een diploma behaalt te hebben
Competentie(s)= geheel van kennis, vaardigheden en attitudes, je kan ze niet los van elkaar
zien als het gaat over je concrete functioneren
2. Belang van onderwijs en de leerkrachten
In onze samenleving is toegang hebben tot en deelnemen aan onderwijs belangrijk
Deelname aan het onderwijs wordt gezien als een hefboom voor gelijkheid en sociale mobiliteit
è Iedereen heeft recht op onderwijs!
Verenigde staten nam vergadering voor het internationaal verdrag over de rechten van kinderen
aan (1989)
è België kreeg verdrag binnen in 1992 kracht van wet
è Geld voor iedereen die jonger is dan 18
Recht op onderwijs is 1 van de kinderrechten
o Recht op onderwijs staat verankerd in de grondwet & concreet gemaakt in de leerplicht
Belang van het onderwijs:
• Kan je zien in de media (in maatschappelijke debatten, …)
• Bij beleidsmakers
Beleidsplannen zoals:
• Kleuterparticipatie te verhogen en ongekwalificeerde uitstroom te verlagen
• Invoering van minimumdoelen voor kleuteronderwijs
2
,2.1 Functies van het onderwijs
Volgens VLOR (Vlaamse onderwijsraad) is de opdracht van onderwijs.
“Optimale persoonlijkheidsontwikkeling en een kritische- creatieve integratie in een dynamische
samenleving te betrachten, uitgaande van een pedagogische missie van elke school”.
Biesta’s onderscheid van 3 functies (model voor krachtig onderwijs) van het onderwijs:
1. Kwalificatie: onderwijs zorgt ervoor dat kinderen en jongeren competenties kunnen
verwerven die hen in staat stellen om iets te doen (kan specifiek maar ook algemeen)
Deze competenties heb je nodig om te kunnen functioneren in samenleving (bv. voor
beroep)
2. Socialisatie: onderwijs zorgt ervoor dat kinderen en jongeren voorbereid op hun leven
als lid van een gemeenschap. Maken kennis met tradities, praktijken en omgangsvormen.
Leren participeren, relaties aangaan en bewust keuzes maken
3. Persoonsvorming: onderwijs zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zichzelf kunnen zijn
en worden
Ze ontwikkelen hun identiteit, drijfveren en passies.
Vragen zoals wie ben ik, wat kan ik en wie wil ik zijn? Staan centraal daarbij
2.2 Belang van leerkrachten (wat ze doen kan een verschil maken)
School en klas zijn leeromgeving voor de kinderen
o Het creëren en vormgeven van deze leeromgeving is een belangrijke taak voor de
leerkracht
Waar zorgen leerkrachten voor?
• Creëren en vormgeven van leeromgeving
• Zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zich beter kunnen ontplooien en dat hun
welbevinden stijgt
• Leerkrachten moeten ene gevoelsmatige positie innemen
o Leerkrachten kunnen een blijvende indruk nalaten en geven, via ontwikkelen van
kinderen, vorm aan toekomst van onze samenleving
3
, 2.3 Rol van de leerkracht
Een leerkracht geeft niet enkel les, maar neemt heel wat rollen op
De leraar moet op alle vlakken competent zijn om de verantwoordelijkheid van de maatschappij
goed te kunnen opnemen en de rol volledig te realiseren
• Een leraar bouwt een pedagogische relatie (vertrouwensrelatie) op met kinderen, wat
ervoor zorgt dat het kind zich openstelt om te leren
• Leraar is er niet alleen voor kinderen maar werkt ook samen met ouders van de
kinderen, zij kennen hun kinderen het best en kunnen belangrijke informatie leveren voor
de leerkracht om de slaagkansen en het welbevinden van de kinderen op school/klas te
vergroten
• Leraar leert steeds bij en zoekt vernieuwing (nieuwe inzichten, vakinhouden, middelen
om lesgeven te ondersteunen,..)
o Vraagt om permanente bijscholing en levenslang leren
• Leraar is deel van school en een team en geeft zo mee vorm aan een schoolcultuur
• Leraar werkt mee aan het vorm geven van onze maatschappij
Onderwijs wordt beïnvloed door maatschappij, maar ligt ook mee aan basis van die
maatschappij
3 Termen van het vakgebied
Begrippen
Sociologie = verklaart het gedrag van mensen op basis van hun omgeving en onderzoekt hoe
mensen hun omgeving beïnvloeden
Psychologie = wetenschappelijke studie van menselijk gedrag, denken en voelen
Waardenpluralisme = dat er verschillende waarden bestaan, die soms botsen, en dat we telkens
opnieuw moeten afwegen wat het beste is in een bepaalde situatie
Neurowetenschap = wetenschap die zich bezighoudt met het hele zenuwstelsel, ook hersenen,
en hoe dit gedrag en de cognitieve functies beïnvloedt
Kerngezin = samenwonende groep mensen die minstens 2 generaties omvat met onafhankelijke
kinderen aanwezig
4
1
samenvatting
blok 1
1
, WPL deel 1- algemeen kader
1. Algemeen kader
Basisbegrippen
Curriculum = een leerplan, studieprogramma of onderwijsprogramma dat de inhoud, doelen en
manier van leren binnen een opleiding omschrijft
Kleuterparticipatie = actief aanmoedigen en ondersteunen van kinderen van de leeftijd van 2,5
jaar tot 6 jaar om naar de kleuterschool te komen en regelmatig aanwezig te zijn
Ongekwalificeerde uitstroom = verwijst naar jongeren die secundair onderwijs verlaten zonder
een diploma behaalt te hebben
Competentie(s)= geheel van kennis, vaardigheden en attitudes, je kan ze niet los van elkaar
zien als het gaat over je concrete functioneren
2. Belang van onderwijs en de leerkrachten
In onze samenleving is toegang hebben tot en deelnemen aan onderwijs belangrijk
Deelname aan het onderwijs wordt gezien als een hefboom voor gelijkheid en sociale mobiliteit
è Iedereen heeft recht op onderwijs!
Verenigde staten nam vergadering voor het internationaal verdrag over de rechten van kinderen
aan (1989)
è België kreeg verdrag binnen in 1992 kracht van wet
è Geld voor iedereen die jonger is dan 18
Recht op onderwijs is 1 van de kinderrechten
o Recht op onderwijs staat verankerd in de grondwet & concreet gemaakt in de leerplicht
Belang van het onderwijs:
• Kan je zien in de media (in maatschappelijke debatten, …)
• Bij beleidsmakers
Beleidsplannen zoals:
• Kleuterparticipatie te verhogen en ongekwalificeerde uitstroom te verlagen
• Invoering van minimumdoelen voor kleuteronderwijs
2
,2.1 Functies van het onderwijs
Volgens VLOR (Vlaamse onderwijsraad) is de opdracht van onderwijs.
“Optimale persoonlijkheidsontwikkeling en een kritische- creatieve integratie in een dynamische
samenleving te betrachten, uitgaande van een pedagogische missie van elke school”.
Biesta’s onderscheid van 3 functies (model voor krachtig onderwijs) van het onderwijs:
1. Kwalificatie: onderwijs zorgt ervoor dat kinderen en jongeren competenties kunnen
verwerven die hen in staat stellen om iets te doen (kan specifiek maar ook algemeen)
Deze competenties heb je nodig om te kunnen functioneren in samenleving (bv. voor
beroep)
2. Socialisatie: onderwijs zorgt ervoor dat kinderen en jongeren voorbereid op hun leven
als lid van een gemeenschap. Maken kennis met tradities, praktijken en omgangsvormen.
Leren participeren, relaties aangaan en bewust keuzes maken
3. Persoonsvorming: onderwijs zorgt ervoor dat kinderen en jongeren zichzelf kunnen zijn
en worden
Ze ontwikkelen hun identiteit, drijfveren en passies.
Vragen zoals wie ben ik, wat kan ik en wie wil ik zijn? Staan centraal daarbij
2.2 Belang van leerkrachten (wat ze doen kan een verschil maken)
School en klas zijn leeromgeving voor de kinderen
o Het creëren en vormgeven van deze leeromgeving is een belangrijke taak voor de
leerkracht
Waar zorgen leerkrachten voor?
• Creëren en vormgeven van leeromgeving
• Zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zich beter kunnen ontplooien en dat hun
welbevinden stijgt
• Leerkrachten moeten ene gevoelsmatige positie innemen
o Leerkrachten kunnen een blijvende indruk nalaten en geven, via ontwikkelen van
kinderen, vorm aan toekomst van onze samenleving
3
, 2.3 Rol van de leerkracht
Een leerkracht geeft niet enkel les, maar neemt heel wat rollen op
De leraar moet op alle vlakken competent zijn om de verantwoordelijkheid van de maatschappij
goed te kunnen opnemen en de rol volledig te realiseren
• Een leraar bouwt een pedagogische relatie (vertrouwensrelatie) op met kinderen, wat
ervoor zorgt dat het kind zich openstelt om te leren
• Leraar is er niet alleen voor kinderen maar werkt ook samen met ouders van de
kinderen, zij kennen hun kinderen het best en kunnen belangrijke informatie leveren voor
de leerkracht om de slaagkansen en het welbevinden van de kinderen op school/klas te
vergroten
• Leraar leert steeds bij en zoekt vernieuwing (nieuwe inzichten, vakinhouden, middelen
om lesgeven te ondersteunen,..)
o Vraagt om permanente bijscholing en levenslang leren
• Leraar is deel van school en een team en geeft zo mee vorm aan een schoolcultuur
• Leraar werkt mee aan het vorm geven van onze maatschappij
Onderwijs wordt beïnvloed door maatschappij, maar ligt ook mee aan basis van die
maatschappij
3 Termen van het vakgebied
Begrippen
Sociologie = verklaart het gedrag van mensen op basis van hun omgeving en onderzoekt hoe
mensen hun omgeving beïnvloeden
Psychologie = wetenschappelijke studie van menselijk gedrag, denken en voelen
Waardenpluralisme = dat er verschillende waarden bestaan, die soms botsen, en dat we telkens
opnieuw moeten afwegen wat het beste is in een bepaalde situatie
Neurowetenschap = wetenschap die zich bezighoudt met het hele zenuwstelsel, ook hersenen,
en hoe dit gedrag en de cognitieve functies beïnvloedt
Kerngezin = samenwonende groep mensen die minstens 2 generaties omvat met onafhankelijke
kinderen aanwezig
4