PGO Taak 8
1. Wat is en hoe werkt een ethologisch onderzoek?
Ethologisch onderzoek probeert gedrag te begrijpen vanuit het perspectief van het dier zelf en de factoren
die het beïnvloeden.
Ethologie is de wetenschap die diergedrag bestudeerd, dit gebeurd zo veel mogelijk in een natuurlijk
omgeving. Gedrag is een reactie op interne en externe prikkels (neurale reactie, verloopt via het
zenuwstelsel) en wordt gerealiseerd door samenwerking van de hersenen, zenuwen, spieren en
hormonen.
Onderzoek aan dieren maakt veel duidelijk over het gedrag, je let dan dus op:
- De interne en externe prikkels
- Samenwerking van hersenen, zenuwen,
spieren en hormonen
- Dat je objectief observeert, geen
menselijke emoties toeschrijven,
antropomorfisme vermijden
- Verklaring van de verschillen in
zintuigwaarneming en de umwelt
belevenis (de subjectieve leefwereld van
een organisme).
2. Hoe gebruik je de vier vragen van Tinbergen voor ethologisch onderzoek? (+voorbeelden)
De vier vragen van Tinbergen zijn een manier om diergedrag te onderzoeken en te verklaren.
De vier vragen van Tinbergen
1. Causatie: wat veroorzaakt gedrag?
- Vraagt naar de directe oorzaken van gedrag: welke prikkels, neurale, hormonale of fysiologische
mechanismen het gedrag veroorzaken.
2. Ontogenie: hoe heeft het gedrag zich ontwikkeld in de loop van het leven?
- Vraagt naar de ontwikkeling van gedrag gedurende het leven van een dier: aangeboord of
aangeleerd gedrag.
3. Functie: wat is de functie en overlevingswaarde van gedrag?
- Vraagt naar het nut of voordeel van gedrag voor overleving en voortplanting.
4. Evolutie: hoe heeft het gedrag in de evolutie vorm gekregen?
- Vraagt naar hoe gedrag zich heeft ontwikkeld in de soort en bij verwante soorten, kijkt naar de
genetische achtergrond
Gedrag is te verdelen in proximale en ultimate oorzaken
- Proximaal = hoe werkt gedrag? Onderzoek naar omgevingsprikkels die gedrag veroorzaken.
Onderzoek naar genetische, fysiologische en anatomische zaken die gedrag veroorzaken en
onderzoek naar de ontwikkeling van gedrag (causatie + ontogenie).
- Ultimaat: = waarom bestaat gedrag? Onderzoek naar de functie van gedrag en naar de
evolutionaire betekenis van gedrag (functie + evolutie).
, Voorbeeld: Hijgende koe
Causatie: een koe gaat meer hijgen bij hoge temperaturen door de prikkel van warmte
Ontogenie: Jonge koeien leren hijgen door ervaring met warmte en door te observeren hoe oudere koeien
reageren op hitte.
Functie: hijgen helpt de koe om hittestress te verminderen en zo gezond te blijven
Evolutie: Het vermogen om te hijgen is geëvolueerd bij zoogdieren om in warme omgevingen warmte af
te voeren.
3. Wat is een ethogram?
Een ethogram is een lijst met alle waarneembare gedragingen van een bepaald dier, met een afkorting en
een feitelijke beschrijving ban het gedrag. Een feitelijke beschrijving houdt in dat je opschrijft wat je ziet,
zonder daar een betekenis of toekenning van emoties aan te verbinden. Vaak worden gedragingen
onderverdeeld in gedragssystemen (zoals eten, sociaal gedrag, voortplanting). Een ethogram wordt
gebruikt bij ethologisch onderzoek om gedrag te registreren en analyseren.
Voorbeeld
Gedrag Afkorting Omschrijving
Krabben Kr Dier gaat met nagels van een poot herhaaldelijk over een lichaamsdeel
Eten Et Voedsel door de mond naar binnen brengen
Lopen Lo Zich langzaam voortbewegen op 4 poten
4. Welke verschillende gedragssystemen zijn er in koeien?
Gedragssystemen: groepen van gedragingen met hetzelfde functionele doel, ze bestaan uit verschillende
gedragselementen die samen een bepaalde functie vervullen.
Bij koeien houdt dit in:
Gedragssysteem Beschrijving/ functie Voorbeelden van gedrag
Voedselverwerving/ -opname Gedrag gericht op verkrijgen en Grazen, slikken, drinken, snuffelen
consumeren van voedsel en water aan voer
Rust- en slaapgedrag Energieherstel en rust Liggen, dutjes, staan in rust
Sociaal gedrag Interactie met soortgenoten, Likken, duwen, contact zoeken
hiërarchie en bonding
Voortplantingsgedrag Gedrag gerelateerd aan paring en Bronstgedrag, naderen van
voortplanting partner, paring, geurmarkering
Verzorgingsgedrag Hygiëne en verzorging van zichzelf Likken van zichzelf of anderen,
of anderen krabben
Verdedigings- of vluchtgedrag Bescherming tegen bedreigingen Wegrennen, waarschuwen,
of gevaar aanvallen
Thermoregulerend gedrag Regulatie van Hijgen, schaduw opzoeken, liggen
lichaamstemperatuur in water of modder
Exploratie gedrag Verkennen van de omgeving en Snuffelen, neus in objecten
nieuwe objecten steken, rondlopen
Speelgedrag Leren en oefenen van motorische Springen, rennen, boksen, spelen
en sociale vaardigheden met andere kalveren
Stress- of afwijkend gedrag Gedrag dat voorkomt bij stress, Stereotypen zoals heen en weer
frustratie of slechte lopen, likken van hek of voerbak of
omstandigheden overmatig zichzelf likken
1. Wat is en hoe werkt een ethologisch onderzoek?
Ethologisch onderzoek probeert gedrag te begrijpen vanuit het perspectief van het dier zelf en de factoren
die het beïnvloeden.
Ethologie is de wetenschap die diergedrag bestudeerd, dit gebeurd zo veel mogelijk in een natuurlijk
omgeving. Gedrag is een reactie op interne en externe prikkels (neurale reactie, verloopt via het
zenuwstelsel) en wordt gerealiseerd door samenwerking van de hersenen, zenuwen, spieren en
hormonen.
Onderzoek aan dieren maakt veel duidelijk over het gedrag, je let dan dus op:
- De interne en externe prikkels
- Samenwerking van hersenen, zenuwen,
spieren en hormonen
- Dat je objectief observeert, geen
menselijke emoties toeschrijven,
antropomorfisme vermijden
- Verklaring van de verschillen in
zintuigwaarneming en de umwelt
belevenis (de subjectieve leefwereld van
een organisme).
2. Hoe gebruik je de vier vragen van Tinbergen voor ethologisch onderzoek? (+voorbeelden)
De vier vragen van Tinbergen zijn een manier om diergedrag te onderzoeken en te verklaren.
De vier vragen van Tinbergen
1. Causatie: wat veroorzaakt gedrag?
- Vraagt naar de directe oorzaken van gedrag: welke prikkels, neurale, hormonale of fysiologische
mechanismen het gedrag veroorzaken.
2. Ontogenie: hoe heeft het gedrag zich ontwikkeld in de loop van het leven?
- Vraagt naar de ontwikkeling van gedrag gedurende het leven van een dier: aangeboord of
aangeleerd gedrag.
3. Functie: wat is de functie en overlevingswaarde van gedrag?
- Vraagt naar het nut of voordeel van gedrag voor overleving en voortplanting.
4. Evolutie: hoe heeft het gedrag in de evolutie vorm gekregen?
- Vraagt naar hoe gedrag zich heeft ontwikkeld in de soort en bij verwante soorten, kijkt naar de
genetische achtergrond
Gedrag is te verdelen in proximale en ultimate oorzaken
- Proximaal = hoe werkt gedrag? Onderzoek naar omgevingsprikkels die gedrag veroorzaken.
Onderzoek naar genetische, fysiologische en anatomische zaken die gedrag veroorzaken en
onderzoek naar de ontwikkeling van gedrag (causatie + ontogenie).
- Ultimaat: = waarom bestaat gedrag? Onderzoek naar de functie van gedrag en naar de
evolutionaire betekenis van gedrag (functie + evolutie).
, Voorbeeld: Hijgende koe
Causatie: een koe gaat meer hijgen bij hoge temperaturen door de prikkel van warmte
Ontogenie: Jonge koeien leren hijgen door ervaring met warmte en door te observeren hoe oudere koeien
reageren op hitte.
Functie: hijgen helpt de koe om hittestress te verminderen en zo gezond te blijven
Evolutie: Het vermogen om te hijgen is geëvolueerd bij zoogdieren om in warme omgevingen warmte af
te voeren.
3. Wat is een ethogram?
Een ethogram is een lijst met alle waarneembare gedragingen van een bepaald dier, met een afkorting en
een feitelijke beschrijving ban het gedrag. Een feitelijke beschrijving houdt in dat je opschrijft wat je ziet,
zonder daar een betekenis of toekenning van emoties aan te verbinden. Vaak worden gedragingen
onderverdeeld in gedragssystemen (zoals eten, sociaal gedrag, voortplanting). Een ethogram wordt
gebruikt bij ethologisch onderzoek om gedrag te registreren en analyseren.
Voorbeeld
Gedrag Afkorting Omschrijving
Krabben Kr Dier gaat met nagels van een poot herhaaldelijk over een lichaamsdeel
Eten Et Voedsel door de mond naar binnen brengen
Lopen Lo Zich langzaam voortbewegen op 4 poten
4. Welke verschillende gedragssystemen zijn er in koeien?
Gedragssystemen: groepen van gedragingen met hetzelfde functionele doel, ze bestaan uit verschillende
gedragselementen die samen een bepaalde functie vervullen.
Bij koeien houdt dit in:
Gedragssysteem Beschrijving/ functie Voorbeelden van gedrag
Voedselverwerving/ -opname Gedrag gericht op verkrijgen en Grazen, slikken, drinken, snuffelen
consumeren van voedsel en water aan voer
Rust- en slaapgedrag Energieherstel en rust Liggen, dutjes, staan in rust
Sociaal gedrag Interactie met soortgenoten, Likken, duwen, contact zoeken
hiërarchie en bonding
Voortplantingsgedrag Gedrag gerelateerd aan paring en Bronstgedrag, naderen van
voortplanting partner, paring, geurmarkering
Verzorgingsgedrag Hygiëne en verzorging van zichzelf Likken van zichzelf of anderen,
of anderen krabben
Verdedigings- of vluchtgedrag Bescherming tegen bedreigingen Wegrennen, waarschuwen,
of gevaar aanvallen
Thermoregulerend gedrag Regulatie van Hijgen, schaduw opzoeken, liggen
lichaamstemperatuur in water of modder
Exploratie gedrag Verkennen van de omgeving en Snuffelen, neus in objecten
nieuwe objecten steken, rondlopen
Speelgedrag Leren en oefenen van motorische Springen, rennen, boksen, spelen
en sociale vaardigheden met andere kalveren
Stress- of afwijkend gedrag Gedrag dat voorkomt bij stress, Stereotypen zoals heen en weer
frustratie of slechte lopen, likken van hek of voerbak of
omstandigheden overmatig zichzelf likken