rechtsnormen
1. Enkele principes
A. De rechtsregel moet kenbaar zijn
- Iedereen wordt geacht de wet te kennen, anders valt alles uit elkaar
- Nemo censetur ignorare legem: Niemand mag ontwetend zijn van de wet
- Uitzondering: Onoverkomende dwaling → een reden hebben wrm je de wet niet kent
- Maar dit wordt vaak niet aanvaard door de hogere
- Regels moeten kenbaar zijn
▪ Publicatie: nuttig voor alle rechtsbronnen
▪ Officiële publicatie verplicht voor materiële wet is een taak voor de overheid
• Belgisch Staatsblad: decreten, ordinanties, materiele wet
• Publicatieblad van de Europese Unie (reeks L): verorderingen, richtlijnen
• Bestuursmemoriaal provincie: regels voor de provincie Oost-Vlaanderen
• Gemeentelijke website
▪ Officieuze publicatie: uitgiftigs door commerciele uitgevers, dus niet de staat,
waardoor het niet officieel is
▪ Let op onderscheid: (EXAMEN)
• Consolidatie: de tekst consolideert aanpast waar nodig → aanvullen met
nieuwe artikelen
• Coördinatie: opnieuw optekst stellen en logisch structureren
• Codificatie: op code stellen, opschrift stellen → een wetboek opstellen
B. Hiërarchie van de formele rechtsbronnen
Wanneer verschillende rechtsregels met elkaar in tegenspraak zijn, moet worden bepaald
welke regel voorrang heeft. Daarom bestaat er een hiërarchie van formele rechtsbronnen:
een rangorde die bepaalt welke bron het zwaarst doorweegt.
De formele rechtsbronnen (in volgorde van kracht) zijn:
1. Materiële wet
2. Rechtspraak
3. Rechtsleer
1
, 4. Gewoonte
5. Algemene rechtsbeginselen
1. De materiële wet
De wet staat bovenaan.
Eerste vraag: Is de wettelijke regel duidelijk?
• Ja: dan stopt de interpretatie; je volgt wat er letterlijk in de wet staat.
• Nee: dan ga je verder naar andere rechtsbronnen (rechtspraak, rechtsleer, ...).
Binnen de wet bestaan er ook niveaus (federale overheid, deelstaten, provincies, gemeenten).
Aangezien elke overheid eigen regels kan maken, kunnen die tegenstrijdig zijn. Daarom bestaat
er hiërarchie binnen de wet zelf: regels van een hoger niveau hebben voorrang op regels van
een lager niveau.
2. Rechtspraak
Wanneer de wet onduidelijk is, kijkt men naar de rechtspraak.
Dit betekent: wat zeggen de meeste rechters over deze kwestie?
Rechtspraak verduidelijkt of vult de wet aan wanneer deze vaag is.
3. Rechtsleer
Daarna komt de rechtsleer: men kijkt naar de opvattingen van professoren, juristen,
advocaten, …
Rechtsleer ondersteunt de interpretatie van de wet en helpt om rechtspraak te begrijpen of bij te
sturen.
4. Gewoonte
Soms bevat geen enkele geschreven regel een antwoord. Dan kijkt men naar gewoonte, het
ongeschreven gebruik dat in de praktijk gevolgd wordt.
Voorbeeld: iemand dagvaarden doe je via een brief. Dat staat niet expliciet in de wet, maar als je
het niet doet, kan de rechter oordelen dat de tegenpartij niet correct is verwittigd.
5. Algemene rechtsbeginselen
Tot slot zijn er de algemene rechtsbeginselen.
Dit zijn fundamentele uitgangspunten zoals het zwijgrecht, het vertrouwensbeginsel,
gelijkheidsbeginsel, enz.
Ze worden gebruikt wanneer geen enkele andere rechtsbron een antwoord biedt.
2
, Samenvatting
Wanneer een regel onduidelijk of tegenstrijdig is, volg je deze volgorde:
1. Wet (duidelijk? → stoppen; onduidelijk? → verder zoeken)
2. Rechtspraak
3. Rechtsleer
4. Gewoonte
5. Algemene rechtsbeginselen
Op die manier bepaal je welke norm van toepassing is.
C. Werking in de tijd
- Telt voor de toekomst en niet voor het verleden
- Bv. Voyeusime: voor 2016 mocht dit allemaal daarna niet meer door een nieuwe
wet, maar alles wat voor 2016 gebeurde kan niks aan gedaan worden
- Principe: Niet-retroactiviteit
- Wettelijk (art. 1.2 BW), niet grondwettelijk
- Uitzondering: de zachtere strafwet
- Begin: vanaf publicatie
- Je kan je pas beroepen op een wet wnr die gekend is en dus gepubliceerd is
- Belgisch Staatsblad: 10 dagen na publicatie, tenzij…(vele mogelijkheden: Bv. De
wet gaat in werking na 6 maanden)
- Publicatieblad van de Europese Unie: 20 dagen(uitzondering zijn mogelijk)
- Bestuursmemoriaal: 5 dagen(uitzondering zijn mogelijk)
- Gemeentelijke website: 5 dagen
- Einde van de wet: in principe nooit, tenzij
▪ Uitdrukkelijk opgeheven: het is niet meer van toepassing
▪ Uitdrukkelijk tijdelijk: Bv. Bij een kermis
▪ Stilzwijgend overruled
- Problemen: “overgangsrecht”
▪ Vanaf wanneer mag je welke wet toepassen
▪ Best: uitdrukkelijke overgangsbepalingen neergechreven
▪ Zoniet, enkele regels
• Nieuwste wet gaat voor op de oudste wet (lex posterior derogat anteriori)
3