Inleiding: Ontstaan van de diverse samenleving
Hoofdstuk 1: p1-18
- Maatschappelijke ontwikkelingen
o Onze samenleving is constant in ontwikkeling
o Zowel wereldwijd als lokaal constante veranderingsprocessen zijn op
economisch, cultureel, politiek vlak
o Vandaag de dag leven we in een meer complexe samenleving
o Globalisering = Het proces waarbij gebeurtenissen aan de andere kant
van de wereld een impact hebben op ons leven, onze samenleving
▪ Vb. oorlog in Oekraïne, toenemende migratiestromen, …
o Glocalisering = de lokale context wordt steeds belangrijker
▪ Vb. ontgroening = het afnemen van het aandeel jongeren in de
bevolking als gevolg van een dalend geboortecijfer, vergrijzing = het
toenemend aantal oudere bevolking, de betonstop (openruimte
bebouwing)
o Toenemende rol van informatie en technologie
▪ Een ander gegeven dat ervoor zorgt dat onze samenleving in
verandering is en diversiteit bevorderd wordt
▪ Via allerlei communicatiemiddelen staan we constant in
verbinding met hele wereld
• Vb. sociale media
o Transculturaliteit
▪ Meer diversiteit hierdoor
▪ Door meer contacten wereldwijd, digitale taal, meer contact met
andere culturen veranderen vb. gewoontes, taal, …
- Hoe moeten we ons verhouden tot deze nieuwe samenleving?
o Verschillende visies:
▪ Etnocentrisme
• De wereld om je heen enkel bekijken vanuit je eigen
waarden en normen
• Je kijkt naar eigen cultuur als maatstaf en beschouwd deze
als de enige moreel juiste en normale cultuur
• Je kijkt naar andere culturen vanuit je eigen cultuurbril
▪ Etnorelativisme
• Het tegengestelde van etnocentrisme
• Alle culturen zijn gelijk aan elkaar
Samenvatting SID1 2025 – 2026 Sterre Vansteenkiste
1
, • Er wordt gekeken naar normen en waarden die enkel maar
betekenis krijgen binnen de eigen culturele context
• Een vorm van denken vanuit erkenning of respect voor de
andere cultuur ipv deze te willen veranderen
▪ Universalisme
• Een manier van kijken die vooral probeert te focussen op
gelijkenissen tussen culturen ipv op verschillen
o Samenleven =
▪ Door actief aandacht te hebben voor divers – sensitieve
basishouding kan je negatieve beeldvorming, vooroordelen en
stereotypes voorkomen of bijstellen
▪ Vanuit een open houden kan je inhoudelijke vragen stellen en je
oordeel uitstellen en kan je pas echt contact maken met de ander
▪ (Dit is 1 van onze doelstellingen)
- Als jeugdprofessional werk je
▪ In een samenleving die veel diverser is dan vroeger
▪ In diverse contexten
▪ Met mensen met diverse achtergronden
o Dat vraagt een divers – sensitieve basishouding
▪ Voorbereid zijn op situaties die je op voorhand niet helemaal kan
inschatten: open houding, niet oordelen, perspectiefwissel (in
ander zijn schoenen proberen staan), aandacht, …
▪ Iedereen verdient een kwaliteitsvolle dienstverlening en
ondersteuning
- Divers – sensitieve basishouding: inzicht op 3 niveaus
o Macroniveau
▪ Begrijpen wat superdiversiteit betekent
▪ Inzicht en begrip van de superdiverse samenleving en haar
uitdagingen is essentieel
o Mesoniveau
▪ Inzicht krijgen in de lokale context waarbinnen je werkt
▪ De lokale context begrijpen, kunnen inschatten wanneer diversiteit
en maatschappelijke kwetsbaarheid van tel is
▪ Vb. kinderdagverblijf Leuven (stad) staat voor andere uitdagingen
tov kinderdagverblijf Ranst (dorp)
o Microniveau
▪ Inzicht te hebben in de identiteitsvorming van jongeren en te weten
hoe die tot stand komt
▪ Een goed begrip van de processen van identiteitsvorming van
jongeren met betrekking tot diversiteit
Samenvatting SID1 2025 – 2026 Sterre Vansteenkiste
2
,Hoofdstuk 2: p20-37
- Migratieprocessen (zie tekst migratiegeschiedenis België)
o Terminologie
▪ Migratie = het maken van een migratiebeweging
• Intern: binnen eenzelfde land
• Extern: van of naar een ander land
• Tekst: BE heeft een grote interne migratie gekend
▪ Immigratie = migratiebeweging vanuit een land van herkomst naar
België
• Tekst: BE trekt nieuwe inwoners aan
▪ Emigratie = migratiebeweging van BE inwoners naar een ander land
• Mensen met een migratie – achtergrond (niet emigranten)
• Vreemdeling = iemand met een andere nationaliteit
o Tekst: inwoners met een niet Belgische nationaliteit
o Migratievormen
▪ Vrijwillige migratie
• Door huwelijk, gezinshereniging, behoefte aan verandering,
door een nieuw job aanbod
▪ Semivrijwillige migratie
• Door gebrek aan werk, toekomstperspectief, uit onvrede
met de bestaande situatie in zijn land, economische crisis
▪ Onvrijwillige migratie
• Mensen die hun land verlaten omwille van politieke
dreiging, oorlog
o Migratieprocessen in België
▪ Migratie is van alle tijden en maken deel uit van
overlevingsstrategieën van individuen en groepen mensen
▪ Belgische samenleving was nooit homogeen
▪ Doorheen de geschiedenis: verschillende migratiestromen
• De verschillende migratiestromen in België kleuren onze
hedendaagse samenleving
• 19de eeuw tijd van veel migratie en mobiliteit, in deze
periode vertrokken meer Belgen naar het buitenland dan
personen met buitenlandse herkomst zich in België
vestigde
• De industriële revolutie bracht veel armoede met zich mee
op Vlaams platteland → België emigreerde
• Ook migratiestromen van en naar voormalige kolonies
Samenvatting SID1 2025 – 2026 Sterre Vansteenkiste
3
, • Later arbeidsmigratie door ontdekking steenkool in Limburg
▪ Diverse samenleving is een feit en is onomkeerbaar geworden
o Tijdlijn immigratieprocessen in België
• We gaan vooral kijken naar de immigratie (dus naar BE) om
zo te begrijpen hoe onze huidige samenleving gevormd is
▪ 1830: België – Koninkrijk
• 1830: ontstaan België als natiestaat
• België was eerst een emigratieland (we vertrokken naar het
buitenland)
• Tot 1918 (einde WOI): de instroom van migratie uit
buurlanden was eerder beperkt
• In 1908: oprichting Belgisch Congo
o Tijdens deze koloniale periode zijn veel Belgen naar
Congo geëmigreerd
▪ 1918 – 1940: Interbellum
• Migratie naar België nam toe
• Had te maken met de uitbouw van de Limburgse
steenkoolmijnen, Waalse staalindustrie en de grootschalige
landbouw waardoor er meer nood was aan arbeidskrachten
• Tot jaren 60: vestigden Europese migranten zich in België
▪ 1945: na WOII
• Steenkool was de voornaamste energiebron en de
Belgische overheid wou de steenkoolproductie laten
toenemen
• Zo werden Duitse krijgsgevangenen de eerste buitenlande
arbeiders die ingezet worden in de Belgische economie
o Dwangarbeiders moesten werken in de mijnen onder
zeer slechte werkomstandigheden
• Toen dit niet meer mocht moesten ze deze vrijlaten en
opzoek naar nieuwe arbeidskrachten
o 1946: het Belgisch – Italiaans steenkoolakkoord over
migratie van Italiaanse gastarbeiders ondertekend
o Werkte in harde en gevaarlijke omstandigheden
▪ 1956: mijnramp Marcinelle
• Zorgde voor veel doden, vooral Italiaanse gastarbeiders
• Italiaanse overheid eiste daarop strengere
veiligheidsmaatregelen maar de Belgische overheid en de
mijnbedrijven gingen hier niet op in → ze sloten in de plaats
nieuwe arbeidsakkoorden met Griekenland en Spanje voor
arbeidsmigratie
Samenvatting SID1 2025 – 2026 Sterre Vansteenkiste
4