College 5 (H1, 8 en 16)
Ambtsgeheim en verschoningsrecht
Het beroepsgeheim kan worden omschreven als de plicht van een hulp-of dienstverlener om
te zwijgen over datgene wat hij te weten is gekomen in de uitoefening van zijn beroep.
(H1.2)
Voor geestelijken ontbreekt een wettelijke plicht tot geheimhouding. Geestelijke verzorgers
in zorginstellingen en humanistisch geestelijk werkers hebben een beroepscode waarin de
plicht tot geheimhouding is vastgelegd. De plicht tot geheimhouding voor de predikant is
vastgelegd in gedragsregels. Beroepscodes en richtlijnen kunnen niet worden
tegengeworpen aan niet-leden van de beroepsvereniging. De beroepscodes en richtlijnen
kunnen echter wel indirect een rol spelen bij de beoordeling van gedrag van
beroepsbeoefenaren.
Het verschoningsrecht is het recht om af te zien van het geven van een getuigenis voor de
rechter of het beantwoorden van bepaalde vragen, gesteld door de rechter. Daarnaast is de
verschoningsgerechtigde niet verplicht aangifte te doen van bepaalde strafbare feiten.
(H16.4) Het verschoningsrecht staat in contrast met de plicht voor elke burger om te
getuigen (art. 213 Sv). Het hebben van verschoningsrecht ontslaat de getuige niet van de
plicht om te verschijnen ter zitting. (H1.6)
“Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat waarheid
in rechte aan het licht komt moet wijken voor het maatschappelijk belang dat eenieder zich
vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het toevertrouwde om bijstand en advies
tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden.” (H1.6.1)
Beroepsbeoefenaren die een verschoningsrecht hebben moeten volgens de Hoge Raad aan
een aantal eisen voldoen:
- De beroepsbeoefenaar moet specifieke kennis hebben
- Er moet sprake zijn van toelatingseisen in de zin van opleiding of ervaring
- Het werk moet een duurzaam karakter hebben
- Het werk moet in belang zijn van de samenleving
- De beroepsbeoefenaar moet onderworpen zijn aan regels
- Er moet sprake zijn van een hulpverlener-cliëntrelatie: het beroep functioneert op
basis van vertrouwelijke informatie, het onbelemmerd uitoefenen van het beroep
staat of valt met de bescherming van het vertrouwen, de uitoefening van het beroep
wordt gezien als een algemeen belang van grote orde en beroepsbeoefenaar heeft
een deskundigheid waarop de cliënt is aangewezen.
De rechtspraak hanteert ‘geestelijke hulpverlening’, ‘vertrouwensrelatie’ en
‘geheimhoudingsplicht’ als criteria voor het toekennen van het verschoningsrecht en toetst
niet of een geestelijke zorg- en hulpverlener uit een bepaald genootschap werkzaam is.
,Belangen:
- Waarheidsvinding niet het enige of grootste te beschermen belang
- Het belang om te zwijgen van beoefenaren in vertrouwensberoepen is hoger
- Private en publieke belang: enerzijds privaat belang van de persoon zelf en aan de
andere kant publiek belang want als niemand meer vrij met een advocaat kan praten
dan komt die relatie ten op zichtte van de rechtstaat onder druk te staan.
- Verschoningsrecht gaat met name om dat die personen niet goed hun taak kunnen
vervullen als zij in een rechtszaal zouden kunnen vertellen wat cliënten hen verteld
hebben. Art. 213 Sv: als je wordt opgeroepen in een rechtszaal dan moet je
verschijnen. Je moet vragen beantwoorden tenzij er een wettelijke grond is waarop
dat niet hoeft (art. 218 Sv).
Artikel 218 Sv heeft het oog op personen tot wier taak het behoort aan anderen hulp te
verlenen maar die deze taak slechts dan naar behoren kunnen vervullen indien zij zich
kunnen verschonen ten aanzien van geheimen welke hun zijn toevertrouwd door
hulpzoekenden die zonder de zekerheid van geheimhouding tegenover justitie aan deze
beroepsbeoefenaren geen hulp zouden vragen.
In een aantal gevallen is door de wetgever de beslissing genomen dat het beroepsgeheim en
verschoningsrecht moeten wijken voor andere grote maatschappelijke belangen. Belangen
als controle op levensbeëindigend handelen, patiëntveiligheid en volksgezondheid zijn
dusdanig groot dat een duidelijk standpunt van de overheid kan en moet worden verwacht.
Bijvoorbeeld in art. 160 Sv: aangifteplicht voor levensgevaar en is de verschoningsplicht
uitgezonderd. (H1.7.1)
De noodtoestand is een rechtvaardigingsgrond voor het doorbreken van het beroepsgeheim.
Van een noodtoestand is sprake indien er ernstig gevaar dreigt dat zonder het doorbreken
van het beroepsgeheim niet kan worden afgewend. Bij noodtoestand als reden voor het
doorbreken van het beroepsgeheim gaat het om gevaar dat nog niet is ontstaan maar om
toekomstig gevaar. (H1.7.3)
Object en subject verschoningsrecht
- Object verschoningsrecht: de geheimhouding van geestelijke ambtsdragers strekt zich
over al datgene uit wat zij in hun hoedanigheid van geestelijke zorg- en hulpverleners
binnen vertrouwensrelaties hebben waargenomen en hun is toevertrouwd. Het gaat
niet alleen om verkregen informatie over de gesprekspartner, maar ook om de
informatie die ten aanzien van derden is verkregen. Je moet het begrip ruim opvatten
(H8.1.3)
a. Wetenschap: je moet het weten
b. Hoedanigheid: hoedanigheid van verschoningsgerechtigde
c. Toevertrouwd: is in vertrouwelijke setting aan u verteld
Door deze 3 termen kan je bepalen of iets onder het verschoningsrecht valt
- Subject verschoningsrecht: voor wie geldt het verschoningsrecht dan?
a. Klassieke verschoningsgerechtigden
Advocaat, notaris, geestelijke, arts. De Hoge Raad is terughoudend met het
toekennen van verschoningsrecht.
b. Overige verschoningsgerechtigden
, Geen verschoningsrecht journalist, wel bronnenbescherming (art. 10
EVRM). Een journalist heeft beperkt verschoningsrecht; dat betekent dat hij
zijn bronnen niet hoeft prijs te geven
Een afgeleid verschoningsrecht aan bijvoorbeeld receptionisten,
schoonmakers, stagiaires etc. Afgeleid verschoningsrecht komt toe aan hen die
in dienst zijn van een verschoningsgerechtigden of aan hen die diensten
verrichten ten behoeve van verschoningsgerechtigden en uit hoofde van hun
functie informatie verkrijgen die onder het verschoningsrecht valt. Om te
voorkomen dat informatie die onder het verschoningsrecht valt alsnog vrij zou
komen, kunnen zij zich beroepen op het verschoningsrecht van hun werk- of
opdrachtgever. Gebruikelijk is dat de afgeleid verschoningsgerechtigde de
primair verschoningsgerechtigde volgt in zijn beslissing om van het
verschoningsrecht gebruik te maken. Onder omstandigheden is het mogelijk
dat de afgeleid verschoningsgerechtigde een andere afweging van belangen
maakt en dus niet de verschoningsgerechtigde volgt in de beslissing om af te
zien van het geven van een verklaring voor de rechter. (H1.6.4)
Als geestelijke zorg- en hulpverleners onderhouden geestelijke ambtsdragers
vertrouwensrelaties met personen. De op basis daarvan verkregen informatie valt onder de
geheimhoudingsplicht en geestelijke ambtsdragers genieten derhalve het verschoningsrecht
(H8.1.1). Geestelijken vallen onder de geestelijke stand en niet onder beroep. Het
verschoningsrecht geldt daarbij voor wetenschap die hun als zodanig is toevertrouwd. Wie is
de geestelijke?
- Geen wettelijk omschreven groep
- Traditioneel omvat de kring van geestelijke ambtsdragers degenen die met name
vanuit de christelijke kerkgenootschappen pastorale-zielzorgfuncties bekleden ten
behoeve van de geloofsgemeenschap.
- Nieuwe geestelijken: de term "nieuwe geestelijken" verwijst doorgaans naar moderne
religieuze of spirituele leiders, die buiten de traditionele gevestigde religies vallen of
een vernieuwende invulling geven aan geestelijk leiderschap. In Nederland zijn de
geestelijken van oudsher verschoningsgerechtigden. Bepaalde taken, zoals
huisbezoek, die door priesters, predikanten en ouderlingen werden vervuld, worden
nu ook aan anderen, veelal vrijwilligers toevertrouwd. De vraag is of deze vrijwilligers
als ‘nieuwe geestelijken’ verschoningsrecht toekomt. (H1.6.3). Het is evident dat de
‘nieuwe geestelijken’ en ook de vrijwilligers een zwijgplicht hebben ten aanzien van
hetgeen zij in hun hoedanigheid als geestelijke zorg- en hulpverlener hebben
waargenomen. De vraag is of zij verschoningsrecht genieten.
- Het is van belang dat je niet goed je taak kunt uitoefenen als je geen
verschoningsrecht hebt. Godsdienst en levensovertuiging wordt als het ware
gelijkgeschaard.
Geestelijke definitie:
- Zielzorgfunctie
- Algemeen belang
- Vertrouwensrelatie
- Omvangrijk deel van de bevolking? (Niet in absolute getallen)
- Duurzaam? (Organisatiestructuur/ opleiding/ vorming)