• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 27 pages
Summary

Kernachtige samenvatting Klinische psychologie 1 van de OpenUniversiteit

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 27 pages

Kernachtige samenvatting voor het vak Klinische Psychologie 1: persoonlijkheidstheorieen en psychopathologie. Bevat tevens samenvattingen van de tentamenstof uit de Masterclass (filmpjes en artikelen). Perfect te gebruiken als voorbereiding op het tentamen! Wil je een meer beschrijvende samenvatting? Kijk dan bij mijn uitgebreide samenvatting voor dit vak.

Content preview

Mentale stoornis
Syndroom gekenmerkt door:
- Significante symptomen o.g.v. cognitieve functies, emotieregulatie of gedrag
- Uiting van dysfunctie in psychologische, biologische of ontwikkelingsprocessen
- Significante leidensdruk
- Beperkingen in sociaal en/of beroepsmatig functioneren

Uitsluitingsnormen voor stoornissen:
- Symptomen als reactie op een veel voorkomende stressor of verlies die te verwachten valt en cultureel wordt
geaccepteerd
- Sociaal deviant gedrag en conflicten die zich afspelen tussen individu en maatschappij, tenzij het conflict wordt
veroorzaakt door disfuctioneren van het individu zoals beschreven bij kenmerken van syndroom

DSM classificeert nadrukkelijk geen mensen, maar stoornissen die mensen hebben!

Statistisch model
- Mensenlijke eigenschappen kennen een normaalverdeling
- Betrouwbaar gemeten extreem hoge/lage scores worden gezien als abnormaal
- Aanpak specificeert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn om abnormaal genoemd te worden
- Maakt geen onderscheid op basis van individueel lijden

Medisch model
- Oorzaken van psychische stoornissen moeten worden gezocht in onderliggende mechanismen
- Somatogene oorzaken: grondslag in lichamelijke aandoeningen
- Psychogene oorzaken: grondslag in psychologische mechanismen
- Stoornissen worden verholpen door onderliggende mechanismen te bestrijden
- Therapie gericht op genezing
- Passieve rol van cliënt
- Grootste deel oorzaken liggen in afwijkingen van psychosociale of ethische normen, daarom pleit Szasz voor
onderscheid geestesziekte en geestelijke gezondheid

Leermodel
- Voor stoornissen zonder duidelijke organische oorzaak
- Stoornissen ontstaan door verkeerd gelopen leerprocessen
- Uitkomsten van diagnostiek in termen van vaardigheidstekorten
- ‘Onderwijsprogramma’ met als doel vermindering van klachten
- ‘Leerling’ heeft een actieve rol
- Levensproblemen i.p.v. stoornissen/geestesziekte.
- Demarcratiecriterium: grens tussen ziekte en gezondheid op basis van mate waarin men aanspreekbaar is
op/zelf verantwoordelijk gehouden kan worden voor doen en laten.

Concordantie
- Mate waarin een eigenschap bij familieleden voorkomt
- Uitgedrukt in concordantiecoëfficiënt (tussen 0 en 1)
- Hoe hoger de coëfficiënt hoe meer variatie in een kenmerk wordt verklaard door genetische factoren

Genotype
- Totale genetische bagage van een individu
- Uniek voor elk persoon (m.u.v. identieke tweelingen)

Fenotype
- Fysieke en gedragsmatige kenmerken van een persoon die ontstaan door interactie van genotype met de
omgeving

Genotype-omgevings-correlatie
- Genotype is van invloed op de ervaringen die iemand met zijn omgeving heeft

Genotype-omgevings-interactie
- Mensen met verschillende genotypen zijn in verschillende mate gevoelig voor hun omgeving

Diathese-stress model
Personen met een bepaalde genetische kwetsbaarheid die opgroeien in een negatieve omgeving hebben meer kans op
het ontwikkelen van een negatieve uitkomst

Differential Suseptibility Theory
Genetische kwetsbaarheid leidt enkel in combinatie met een bepaalde omgeving tot uiting van die kwetsbaarheid, deze
personen zijn echter ook gevoeliger voor positieve omgevingsinvloeden




1

,Temperament
- Veel voorkomende fenotype afwijking bij personen met een gedragsstoornis
- Kinderen met een moeilijk temperament lopen groter risico op ontwikkelen gedragsproblemen
- Zowel genetische als omgevingscomponent: moeilijk temperament werkt bepaalde opvoedstijl in de hand die
kans op ongunstige ontwikkeling vergroot
- Risicofactor op ontwikkelen van psychopathologie

Blocking agents
- Chemische stoffen die qua structuur op bepaalde neurotransmitters lijken en zich aan receptoren binden
- Prikkelen het neuron niet, waardoor deze niet vuurt.
- Bijvoorbeeld bij medicatie voor schizofrenie (blokkeert dan dopamine)

Remmende neuronen
- Van invloed op zowel pre- als postsynaptische neuron
- Zorgt ervoor dat presynaptisch neuron minder neurotransmitters afgeeft waardoor kans dat postsynaptisch
neuron vuurt afneemt
- Kan ervoor zorgen dat gevoeligheid post synaptische neuron afneemt en daarmee de kans dat het vuurt

Neuronengevoeligheid
- Hoe gevoeliger het neuron, hoe groter de kans dat het vuurt
- Bij sommige mensen met depressie zijn neuronen die worden geassocieerd met plezier minder gevoelig
geworden

Aantal receptoren op postsynaptisch neuron
- Hoe meer receptoren op het neuron, hoe groter de kans dat het vuurt
- Sommige mensen met schizofrenie blijke een zeer hoog aantal receptoren te hebben

Lymbisch systeem
- Rol bij emoties, motivatie, genot en emotioneel geheugen
- Bestaat o.a. uit amygdala, hippocampus en hypothalamus
o Amygdala:
 betrokken bij verwerking van emoties, opslag van emotionele herinneringen en bekrachtiging
van ons gedrag
 hyperactief bij depressie doordat prefrontale cortex onvoldoende inhibeert, wat leidt tot
gedrukte stemming
- Overactiviteit lijkt samen te hangen met angsstoornissen
o lichamelijke sensaties en subjectieve angst bij paniekstoornis lijkt voor te komen uit over-activatie van
hersenstam en limbisch systeem
- Onder-activiteit zorgt voor gebrek aan angstconditionering (correctie door straf werkt niet meer)
- Ontregeling van de HPA-as (cortisol) kan zorgen voor externaliserend en internaliserend gedrag.
- Bij internaliserend gedrag (met name bij depressie) is er sprake van te hoge cortisolwaarden
- Kinderen met externaliserende problematiek hebben vaak lage cortisol-niveaus, vooral wanneer zij onder stress
staan

Externaliserende stoornissen
- Komen voort uit een gebrek aan controle van emoties
- Kan leiden tot agressie, delinquentie en hyperactiviteit

Internaliserende stoornissen
- Komen voort uit een overcontrole van emoties
- Emoties worden naar binnen gericht en zorgen voor onrust in de persoon zelf
- Kan leiden tot depressie, angst en psychosomatische klachten

Strategieën voor onder controle houden van emoties
- Selectie
- Modificatie
- Verandering van aandacht
- Veranderen/herwaardering (reappraisal)
- Onderdrukken

Reappraisal
- Veranderen/herwaarderen van de betekenis van de stimulus
- Beinvloed zowel de emotionele toestant als de gedragsexpressie op een positieve manier
- Heeft geen nadelig effect op het geheugen
- Met name moeilijk in combinatie met externaliserend gedrag




2

, Comorbiditeit
- Gelijktijdig hebben van twee of meer vormen van psychopathologie
- Komt zowel binnen internaliserende en externaliserende stoornissen voor als tussen beide vormen
- Externaliserende stoornissen kunnen door afwijzing van leeftijdsgenoten internaliserende stoornissen
veroorzaken of versterken

Rol van biologische factoren
- Bij gedragsstoornissen met een vroeg begin (voor de leeftijd van 10 jaar) spelen biologische factoren een
grotere rol dan bij gedragsstoornissen met een latere start (na de leeftijd van 10 jaar).
- Gedragsstoornissen met een vroege start zijn over het algemeen persistenter en hebben een slechtere
prognose

Leertheoretische benadering
- Voortdurende wisselwerking tussen onderzoek en praktijk (transrelationele benadering)
- Basis in werk van Thorndike en Pavlov
- Wet van effect van Thorndike: gedrag met een aangename uitkomst neemt toe, met een onaangename neemt
af (instrumentele/operante conditionering)
- Skinnerbox: kooi met proefdier dat voedsel krijgt wanneer het op een pedaaltje drukt
- Pavlov: experiment met voedsel en speekselafgifte bij honden. Bij combineren met zoemer gaat de hond na
enkele keren af kwijlen bij het horen van de zoemer: klassieke conditionering

Leren
- Gedragsveranderingen die het resultaat zijn van regelmatigheden in de omgeving
- Traditionele verklaring voor conditionering: leren vindt plaats door associatievorming in het geheugen

Instrumentele conditionering
- Dicriminatieve prikkel of situatie (S)
- Respons (R)
- Uitkomst (O)
- Als een kat in een kooi (S) aan een touw trekt (R) dan krijgt ze voedsel (O)

Klassieke conditionering
- Onvoorwaardelijke prikkel – OP (voedsel in de mond van de hond)
- Onvoorwaardelijke reactie – OR (kwijlen in reactie op voedsel)
- Voorwaardelijke prikkel – VP (zoemer)
- Voorwaardelijke reactie – VR (kwijlen als reactie op de zoemer, geconditioneerde respons)
- Stimulus-respons (S-R) leren
o leggen van een directe verbinding tussen VP en VR
o controle verschuift van OP naar VP
- Stimulus-stimulus (S-S) leren
o VR wordt gemedieerd door VP-OP associatie.
o Door gepaard aanbieden van VP-OP ontstaat associatie tussen de mentale representatie van beiden
waardoor de VP de representatie van de OP activeert

Propositionele theorie
- Conditionering vindt plaats via geheugen- en redeneerprocessen
- Er is geen sprake van blinde associatie tussen VP en VR
- Leren vindt plaats door opslaan van hypothese of propositie in het geheugen en het vertrouwen hierin

Appetitieve conditionering
- Helpt bij begrijpen van verslaving en obesitas
- VP’s raken geassocieerd met de inname van het product (OP) en/of de lichamelijke effecten hiervan (OR).
- VP kunnen hierdoor craving gaan uitlokken (VR)
- Ook intrumentele conditionering is betrokken, wet van effect werkt echter niet door doelgericht gedrag (respons-
uitkomst/R-O leren) en/of gewoontegedrag (stimulus-respons/S-R leren)
- RO en SR is van elkaar te onderscheiden door de uitkomstdevaluatieprocedure: als devaluatie van beloning
leidt tot afname van gedrag dan is er sprake van doelgericht gedrag (RO-leren), zo niet dan is er sprake van
gewoontegedrag (S-R leren)

Pavloviaans-instrumentele transfer (PIT)
- Effect dat optreedt doordat klassieke- en instrumentele conditionering met elkaar interacteren
- Combinatie van beide vormen zorgt ervoor dat de frequentie van de respons (R) van instrumentele
conditionering hoger is in aanwezigheid van een VP dan in afwezigheid hiervan




3

Connected book
 image
H.T. van der Molen, Jacques van Lankveld Klinische psychologie
Publisher: augustus 2015 ISBN: 9789001846244 Edition: 1

Document information

Study
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1 t/m 10 + interviews en artikelen masterclass
Uploaded on
March 21, 2021
Number of pages
27
Written in
2020/2021
Type
Summary
$6.33

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
studybooster
4.2
(79)
Sold
526
Followers
391
Items
17
Last sold
1 week ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions