H4: BLOKKEN UIT DE SOCIOLOGISCHE BLOKKENDOOS
Samenleving analyseren tot op het basisniveau (kleinst mogelijke eenheid)
1. SOCIAAL HANDELEN
Sociaal handelen (Weber): ons handelen is zinvol betrokken op dat van anderen:
Sociaal handelen is een basiskenmerk van elke persoon
= handelen op een zinvolle manier ten aanzien van anderen → iets doen met een
zin/betekenis, wij leven samen met anderen
Zowel positief als negatief handelen:
Ook niet-handelen is sociaal handelen: niet reageren of niets doen is ook sociaal handelen (=
negatief handelen)
Verleden, tegenwoordig én toekomstig handelen: sociaal handelen is vaak een voorbereiding
op komende ontmoetingen
Vb; we kleden ons op voor bepaalde gelegenheden, we piekeren over wat er gezegd zal worden
op een examen…
Een ruimer begrip van sociaal handelen:
→ Volgens Weber is handelen gericht op objecten (met voorwerpen aan de slag gaan zoals bv
hout) en innerlijk handelen (meditatie, bidden…) GEEN sociaal handelen
De auteurs zijn het daar niet mee eens: zij vinden dat dat wel sociaal handelen is
Het is een manifestatie van iets anders
Er is een reden dat u deze activiteit wil ondernemen (bidden of mediteren komt van
ergens)
Definitie van sociaal handelen verruimen
In het handelen ligt een zin, het handelen is betrokken en gericht op anderen
Handelen gebeurt interactief (volgens Weber)
Sociaal = betrokken
, 4 soorten sociaal handelen volgens Weber:
• Affectief sociaal handelen
= emotioneel sociaal handelen
→ Sociaal handelen is gebaseerd op affecten en emoties
→ Zintuigen, emoties of passies als uitdrukkingen
→ Onderhevig aan een regulering, regels zullen verschillen naargelang tijd, cultuur en
omstandigheden
• Traditioneel sociaal handelen
= automatisch handelen, het onbewust volgen van een tradities/gewoonten
→ Beleefdheidsregels en etiquette
→ Patronen die telkens terugkeren
• Waarderationeel sociaal handelen
= handelen dat omwille van de handeling zelf gebeurt
Vb; je sport graag omwille van de sport
• Doelrationeel sociaal handelen
→ Sociaal handelen heeft een ander doel
Vb; je gaat studeren omdat je dan vooruitgang kan boeken en een diploma kan halen
2. INTERACTIE EN COMMUNICATIE
Interactie: waarneembare handelingen (iets wat je kan observeren tussen mensen/groepen)
Eigenschappen van interactie:
• Wisselwerking: mensen beïnvloeden elkaar de hele tijd → jouw gedrag beïnvloedt mijn
gedrag en zo over en weer
• Anticipatie: als je iets ziet gebeuren ga je erop reageren
• Gemeenschappelijke interpretatie of zingeving: interpretatie wordt aangeleerd in
plaatsen waar mensen opgroeien → socialisatie (communicatie is de betekenisgeving
die aan interactie/waarneming wordt gegeven)
Interactie gebruiken om het tussenmenselijk verkeer in kleine groepen aan te duiden:
minstens twee personen → de interactie vindt vooral plaats in kleine groepen
Sociogram (Moreno): grafische voorstelling van de sociale banden die iemand heeft:
Sociogram = grafische voorstelling van de sociale banden die iemand heeft
Kunnen worden getekend op basis van: sociale relaties, communicatie, kanalen van
invloed…
Samenleving analyseren tot op het basisniveau (kleinst mogelijke eenheid)
1. SOCIAAL HANDELEN
Sociaal handelen (Weber): ons handelen is zinvol betrokken op dat van anderen:
Sociaal handelen is een basiskenmerk van elke persoon
= handelen op een zinvolle manier ten aanzien van anderen → iets doen met een
zin/betekenis, wij leven samen met anderen
Zowel positief als negatief handelen:
Ook niet-handelen is sociaal handelen: niet reageren of niets doen is ook sociaal handelen (=
negatief handelen)
Verleden, tegenwoordig én toekomstig handelen: sociaal handelen is vaak een voorbereiding
op komende ontmoetingen
Vb; we kleden ons op voor bepaalde gelegenheden, we piekeren over wat er gezegd zal worden
op een examen…
Een ruimer begrip van sociaal handelen:
→ Volgens Weber is handelen gericht op objecten (met voorwerpen aan de slag gaan zoals bv
hout) en innerlijk handelen (meditatie, bidden…) GEEN sociaal handelen
De auteurs zijn het daar niet mee eens: zij vinden dat dat wel sociaal handelen is
Het is een manifestatie van iets anders
Er is een reden dat u deze activiteit wil ondernemen (bidden of mediteren komt van
ergens)
Definitie van sociaal handelen verruimen
In het handelen ligt een zin, het handelen is betrokken en gericht op anderen
Handelen gebeurt interactief (volgens Weber)
Sociaal = betrokken
, 4 soorten sociaal handelen volgens Weber:
• Affectief sociaal handelen
= emotioneel sociaal handelen
→ Sociaal handelen is gebaseerd op affecten en emoties
→ Zintuigen, emoties of passies als uitdrukkingen
→ Onderhevig aan een regulering, regels zullen verschillen naargelang tijd, cultuur en
omstandigheden
• Traditioneel sociaal handelen
= automatisch handelen, het onbewust volgen van een tradities/gewoonten
→ Beleefdheidsregels en etiquette
→ Patronen die telkens terugkeren
• Waarderationeel sociaal handelen
= handelen dat omwille van de handeling zelf gebeurt
Vb; je sport graag omwille van de sport
• Doelrationeel sociaal handelen
→ Sociaal handelen heeft een ander doel
Vb; je gaat studeren omdat je dan vooruitgang kan boeken en een diploma kan halen
2. INTERACTIE EN COMMUNICATIE
Interactie: waarneembare handelingen (iets wat je kan observeren tussen mensen/groepen)
Eigenschappen van interactie:
• Wisselwerking: mensen beïnvloeden elkaar de hele tijd → jouw gedrag beïnvloedt mijn
gedrag en zo over en weer
• Anticipatie: als je iets ziet gebeuren ga je erop reageren
• Gemeenschappelijke interpretatie of zingeving: interpretatie wordt aangeleerd in
plaatsen waar mensen opgroeien → socialisatie (communicatie is de betekenisgeving
die aan interactie/waarneming wordt gegeven)
Interactie gebruiken om het tussenmenselijk verkeer in kleine groepen aan te duiden:
minstens twee personen → de interactie vindt vooral plaats in kleine groepen
Sociogram (Moreno): grafische voorstelling van de sociale banden die iemand heeft:
Sociogram = grafische voorstelling van de sociale banden die iemand heeft
Kunnen worden getekend op basis van: sociale relaties, communicatie, kanalen van
invloed…