Basisbeginselen van het recht
Noodzakelijkheid van regels
Regels kunnen (on)uitgesproken of geschreven zijn. Maar de regels zijn
nodig om samen te leven.
Regels zijn dynamisch, er worden continue regels opgesteld en
bijgeschaafd. Maar niet iedereen vind altijd alle regels billijk en
rechtvaardig
Maar er is consensus: rechten waar iedereen achter moet staan
vb. verbod op genocide
Desondanks nog steeds conflicten door interpretatie van de regels
Ontstaan van de ontwikkeling van het recht
Tijdlijn:
1) 3500 v. Chr. uitvinding van het schrift: gemakkelijk bekendmaken
van regels op grotere afstand
2) 2100-1700 v. Chr. : kleitabletten met gegraveerde regels
vb. wetboek van koning Hammoerabi op een zuil
3) Gewoonterecht: ontstaan uit ongeschreven regels
4) Na WOII: afspraken op internationaal niveau (vb. mensenrechten)
Recht = heel complex (leven met veel samen) juridisering van de
samenleving (belang van recht neem toe) ook in onze sector is er
rechtsbescherming en emancipatie
Verschil recht en godsdienst:
Godsdienst: regels zijn goddelijk bepaald (vb. 10 geboden), sanctie door
religieus gezag
Recht: België is een geseculariseerde samenleving: splitsing staat en kerk
(niet absoluut) zo is er wel erkenning van godsdiensten en staat vrijheid
van levensbeschouwing in de grondwet
Ook is recht neutraal opgesteld door de overheid
Verschil recht en moraal:
Moraal: bron van moraal is de mens zelf
, Recht: gelden algemeen, geschreven en afgekondigd, afgedwongen en
gesanctioneerd, niet altijd in overeenstemming met moraal
Maar geen eensgezindheid over wat tot de moraal behoort (ethisch
pluralisme)
vb. verschillende opvattingen over abortie
Een defi nitie van het recht
Er is geen universele definitie, elk land bestaat uit andere regels en
evolueert mee met de maatschappij
Maar dit is momenteel een definitie
Het recht is een geheel van bindende regels, opgesteld door de
samenleving, waardoor de belangen van de enkelingen die in de
gemeenschap leven, geordend worden, door middel van sociale dwang.
Uitleg definitie per kenmerk
1) Geheel van bindende regels
= geschreven en ongeschreven regels maar ook nationaal en
internationaal zijn
kan een verbod, gebod of laten een handeling toe (vb. schenking)
2) Opgesteld door de samenleving
= vrije verkiezingen, vertegenwoordigers WM en UM, democratie (wij
verkiezen wie in het parlement zetelt), stemplicht
eerst mochten enkel mannen stemmen maar nu mogen ook vrouwen
politiek participeren
3) Recht heeft als doel de samenleving te ordenen
= samenleving vraagt om orde en organisatie door conflicterende
belangen, recht moet het samenleven leiden
daarom maatschappelijk verdrag of sociaal contract: collectieve
beslissing om macht af te staan aan de overheid
4) Afdwingbaarheid van recht
= vroeger taliowet: wraak een weerwraak (kende reeds een
begrenzing, escalatie van geweld)
in de middeleeuwen: feodale oversten nemen recht op sanctioneren
(via geweld)
in een democratische samenleving: RM oordeelt over conflicten,
oplossing conflict door overheid
Indeling van het recht
Privaat en publiek recht
Privaat: verhouding burgers onderling Publiek: Verhouding met en tussen
overheid(instellingen)
,- Arbeidsrecht - Strafrecht (verbod + straf)
- Personen en familierecht - Grondwettelijk recht (bestuurt de
- Handelsrecht inrichting, organisatie)
- Strafprocesrecht (omschrijft
regels omtrent strafproces)
Soms beide elementen:
vb. arbeidsrecht
Publiek recht vertrekt vanuit de premisse dat de burger een inherent
ondergeschikte positie inneemt
Vroeger nam overheid een beperkt aantal taken op (zelfde principe als
nachtwaker) dit is gaandeweg geëvolueerd naar een sociale
verzorgingsstaat. Ook wordt er verwacht dat de overheid de burgers
betrekt bij de besluitvorming
Nationaal en internationaal
Nationaal recht: geheel van rechtsregels dat de verhouding tussen burgers
en staat regelt binnen de grenzen (bestaat uit privaat en publiek recht)
Internationaal publiekrecht: regelt wijze waarop staten onderling
betrekkingen hebben met elkaar
internationaal privaatrecht: regelt welke rechter bevoegd is op geschillen
tussen grensoverschrijdende aspecten
Binnen het internationaal recht is soevereiniteit belangrijk = recht van
land om binnen haar grenzen macht uit te voeren
bij intergouvernementele samenwerkingen = lidstaten gebonden aan het
verdrag van de organisatie
supranationale samenwerking: lidstaten staan vrijwillig deel van
soevereiniteit af aan organisatie beperkt in onafhankelijkheid
Bronnen van het recht
Materiële bronnen: gegevens, omstandigheden en factoren die de inhoud
van de rechtsregel bepalen (vb. geschiedenis, politiek, rechtsfilosofie)
Formele rechtsbronnen: het geheel van regels dat et recht uitmaakt
Hiërarchie van rechtsbronnen:
1) i
n
t
e
r
n
a
, tionale rechtsbronnen
- bilaterale verdragen (klein aantal verdragspartijen) vs. Multilaterale
(veel staten partij)
- directe werking vs. Geen directe werking
2) de grondwet
= de meest fundamentele wet, geeft inrichting en regelt onderlinge
verhouding + essentiële grondrechten en vrijheden vast leggen.
Belgische grondwet (hoogste positie, buiten EVRM en VWEU)= zowel
voor federale straat + deelgebieden
3) bijzondere meerderheidzeswet
= betreft regels over bevoegdheidsverdeling en begrenzing van de
taalgebieden en de provincies
sommige verplicht door de goedkeuring van de Kamer en Senaat
4) wetgevende akte: wet-decreet-ordonnantie
= regels die door het parlement van de overheid worden goed
gekeurd
wetten: bij federaal parlement
decreten: bij gemeenschappen en gewesten
ordonnantie: bij Brussels Hoofdstedelijk Gewest
verschil in territoriaal toepassingsgebied
volmachtswet: parlement draagt zijn wetgevende bevoegdheid uit
aan UM (enkel bij crisis)
5) koninklijke en ministeriële besluiten
= een wet die wordt uitgewerkt door de UM door middel van een
koninklijk besluit of ministeriële besluiten
KB: besluit van regering maar koning ondertekent als eerste (is dus
niet verantwoordelijk)
MB: regelgevende norm die door bevoegde ministers wordt
uitgevaardigd en die gebaseerd zijn op een KB en dienen het verder
uit te werken. Dus zonder KB geen MB.
decreten en ordonnanties besluiten v.d. deelregeringen
6) provinciale en gemeentelijke verordeningen
= rechtsregels van de gemeenten en provincies
7) rechtspraak
= geheel van uitspraken van rechtbanken (vonnis) en van
gerechtshoven (arrestatie) waarbij wetgeving wordt toegepast
8) rechtsleer
= geheel van juridische teksten geschreven door juristen,
gepubliceerd in boeken en tijdsschriften
geen bindende rechtsregel, levert materiaal op voor de wetgever,
hoe gezagvoller de jurist hoe sterker de rechtsleer
9) de gewoonte
= ontstaat door lang en eenvormig gebruik van bepaalde gebruiken
Noodzakelijkheid van regels
Regels kunnen (on)uitgesproken of geschreven zijn. Maar de regels zijn
nodig om samen te leven.
Regels zijn dynamisch, er worden continue regels opgesteld en
bijgeschaafd. Maar niet iedereen vind altijd alle regels billijk en
rechtvaardig
Maar er is consensus: rechten waar iedereen achter moet staan
vb. verbod op genocide
Desondanks nog steeds conflicten door interpretatie van de regels
Ontstaan van de ontwikkeling van het recht
Tijdlijn:
1) 3500 v. Chr. uitvinding van het schrift: gemakkelijk bekendmaken
van regels op grotere afstand
2) 2100-1700 v. Chr. : kleitabletten met gegraveerde regels
vb. wetboek van koning Hammoerabi op een zuil
3) Gewoonterecht: ontstaan uit ongeschreven regels
4) Na WOII: afspraken op internationaal niveau (vb. mensenrechten)
Recht = heel complex (leven met veel samen) juridisering van de
samenleving (belang van recht neem toe) ook in onze sector is er
rechtsbescherming en emancipatie
Verschil recht en godsdienst:
Godsdienst: regels zijn goddelijk bepaald (vb. 10 geboden), sanctie door
religieus gezag
Recht: België is een geseculariseerde samenleving: splitsing staat en kerk
(niet absoluut) zo is er wel erkenning van godsdiensten en staat vrijheid
van levensbeschouwing in de grondwet
Ook is recht neutraal opgesteld door de overheid
Verschil recht en moraal:
Moraal: bron van moraal is de mens zelf
, Recht: gelden algemeen, geschreven en afgekondigd, afgedwongen en
gesanctioneerd, niet altijd in overeenstemming met moraal
Maar geen eensgezindheid over wat tot de moraal behoort (ethisch
pluralisme)
vb. verschillende opvattingen over abortie
Een defi nitie van het recht
Er is geen universele definitie, elk land bestaat uit andere regels en
evolueert mee met de maatschappij
Maar dit is momenteel een definitie
Het recht is een geheel van bindende regels, opgesteld door de
samenleving, waardoor de belangen van de enkelingen die in de
gemeenschap leven, geordend worden, door middel van sociale dwang.
Uitleg definitie per kenmerk
1) Geheel van bindende regels
= geschreven en ongeschreven regels maar ook nationaal en
internationaal zijn
kan een verbod, gebod of laten een handeling toe (vb. schenking)
2) Opgesteld door de samenleving
= vrije verkiezingen, vertegenwoordigers WM en UM, democratie (wij
verkiezen wie in het parlement zetelt), stemplicht
eerst mochten enkel mannen stemmen maar nu mogen ook vrouwen
politiek participeren
3) Recht heeft als doel de samenleving te ordenen
= samenleving vraagt om orde en organisatie door conflicterende
belangen, recht moet het samenleven leiden
daarom maatschappelijk verdrag of sociaal contract: collectieve
beslissing om macht af te staan aan de overheid
4) Afdwingbaarheid van recht
= vroeger taliowet: wraak een weerwraak (kende reeds een
begrenzing, escalatie van geweld)
in de middeleeuwen: feodale oversten nemen recht op sanctioneren
(via geweld)
in een democratische samenleving: RM oordeelt over conflicten,
oplossing conflict door overheid
Indeling van het recht
Privaat en publiek recht
Privaat: verhouding burgers onderling Publiek: Verhouding met en tussen
overheid(instellingen)
,- Arbeidsrecht - Strafrecht (verbod + straf)
- Personen en familierecht - Grondwettelijk recht (bestuurt de
- Handelsrecht inrichting, organisatie)
- Strafprocesrecht (omschrijft
regels omtrent strafproces)
Soms beide elementen:
vb. arbeidsrecht
Publiek recht vertrekt vanuit de premisse dat de burger een inherent
ondergeschikte positie inneemt
Vroeger nam overheid een beperkt aantal taken op (zelfde principe als
nachtwaker) dit is gaandeweg geëvolueerd naar een sociale
verzorgingsstaat. Ook wordt er verwacht dat de overheid de burgers
betrekt bij de besluitvorming
Nationaal en internationaal
Nationaal recht: geheel van rechtsregels dat de verhouding tussen burgers
en staat regelt binnen de grenzen (bestaat uit privaat en publiek recht)
Internationaal publiekrecht: regelt wijze waarop staten onderling
betrekkingen hebben met elkaar
internationaal privaatrecht: regelt welke rechter bevoegd is op geschillen
tussen grensoverschrijdende aspecten
Binnen het internationaal recht is soevereiniteit belangrijk = recht van
land om binnen haar grenzen macht uit te voeren
bij intergouvernementele samenwerkingen = lidstaten gebonden aan het
verdrag van de organisatie
supranationale samenwerking: lidstaten staan vrijwillig deel van
soevereiniteit af aan organisatie beperkt in onafhankelijkheid
Bronnen van het recht
Materiële bronnen: gegevens, omstandigheden en factoren die de inhoud
van de rechtsregel bepalen (vb. geschiedenis, politiek, rechtsfilosofie)
Formele rechtsbronnen: het geheel van regels dat et recht uitmaakt
Hiërarchie van rechtsbronnen:
1) i
n
t
e
r
n
a
, tionale rechtsbronnen
- bilaterale verdragen (klein aantal verdragspartijen) vs. Multilaterale
(veel staten partij)
- directe werking vs. Geen directe werking
2) de grondwet
= de meest fundamentele wet, geeft inrichting en regelt onderlinge
verhouding + essentiële grondrechten en vrijheden vast leggen.
Belgische grondwet (hoogste positie, buiten EVRM en VWEU)= zowel
voor federale straat + deelgebieden
3) bijzondere meerderheidzeswet
= betreft regels over bevoegdheidsverdeling en begrenzing van de
taalgebieden en de provincies
sommige verplicht door de goedkeuring van de Kamer en Senaat
4) wetgevende akte: wet-decreet-ordonnantie
= regels die door het parlement van de overheid worden goed
gekeurd
wetten: bij federaal parlement
decreten: bij gemeenschappen en gewesten
ordonnantie: bij Brussels Hoofdstedelijk Gewest
verschil in territoriaal toepassingsgebied
volmachtswet: parlement draagt zijn wetgevende bevoegdheid uit
aan UM (enkel bij crisis)
5) koninklijke en ministeriële besluiten
= een wet die wordt uitgewerkt door de UM door middel van een
koninklijk besluit of ministeriële besluiten
KB: besluit van regering maar koning ondertekent als eerste (is dus
niet verantwoordelijk)
MB: regelgevende norm die door bevoegde ministers wordt
uitgevaardigd en die gebaseerd zijn op een KB en dienen het verder
uit te werken. Dus zonder KB geen MB.
decreten en ordonnanties besluiten v.d. deelregeringen
6) provinciale en gemeentelijke verordeningen
= rechtsregels van de gemeenten en provincies
7) rechtspraak
= geheel van uitspraken van rechtbanken (vonnis) en van
gerechtshoven (arrestatie) waarbij wetgeving wordt toegepast
8) rechtsleer
= geheel van juridische teksten geschreven door juristen,
gepubliceerd in boeken en tijdsschriften
geen bindende rechtsregel, levert materiaal op voor de wetgever,
hoe gezagvoller de jurist hoe sterker de rechtsleer
9) de gewoonte
= ontstaat door lang en eenvormig gebruik van bepaalde gebruiken