Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Uitgewerkte Leerdoelen Biologie Hoofdstuk 12 - Regeling Intern Milieu & Hoofdstuk 13 - Hormonen

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 31 pagina's

Uitgewerkte leerdoelen en begrippen van Biologie Nectar 5VWO Editie 4.1 Hoofdstuk 12 - Regeling Intern Milieu (alle paragrafen) Hoofdstuk 13 - Hormonen (alle paragrafen)

Voorbeeld van de inhoud

Biologie Leerdoelen Hoofdstuk 12 –
Regeling intern milieu & Hoofdstuk 13 –
Hormonen
§12.1 – Het inwendige milieu

Leerdoel 1: Je legt uit hoe een regelkring
werkt.
Het doel van een regelkring is om grote afwijkingen van de
norm te voorkomen. De norm is een bepaalde waarde voor
een fysiologische eigenschap, bijvoorbeeld voor de
lichaamstemperatuur is deze 37,0°C.
Een regelkring bestaat uit meerdere onderdelen, hieronder
uitgelegd met het voorbeeld van lichaamstemperatuur.
-​ Effect/stimulus: Een prikkel, iets waarop gereageerd moet worden. In dit geval het
verhogen of verlagen van de temperatuur.
-​ Sensor: Bijvoorbeeld een receptor. Kan in dit geval temperatuur meten. Deze zorgt
voor een input voor het regelcentrum. Het regelcentrum wordt dan in gang gezet.
-​ Regelcentrum: Reageert op de prikkel en stuurt een output naar effectoren om deze
op gang te zetten. In dit geval de hypothalamus.
-​ Effectoren: Reageren op het regelcentrum om de prikkel tegen te gaan. In het geval
van een hoge temperatuur zweetklieren en in het geval van koude temperatuur de
spieren.
De effectoren herstellen de afwijking van de norm. Dit heet negatieve terugkoppeling.



Leerdoel 2: Je herkent en beschrijft regelkringen voor de
temperatuurregulatie in het menselijk lichaam.
De kerntemperatuur van het lichaam is ongeveer 37°C. Er is sprake van dynamisch
evenwicht, dus het is niet constant 37°C. Deze temperatuur is onder andere van belang voor
de werking van enzymen.
De hypothalamus kan met temperatuurreceptoren de kerntemperatuur meten en hierop
reageren. Ook zenuwen in de huid en skeletspieren kunnen temperatuur meten (zij meten de
schiltemperatuur). De schiltemperatuur is afhankelijk van:
1)​ Kerntemperatuur
2)​ Omgevingstemperatuur
3)​ Kleding

,Als de kerntemperatuur daalt, grijpt de hypothalamus in. Hij stuurt veel spieren aan om te
werken. Hierdoor ga je trillen en klappertanden. Ook kringspieren in
slagaders naar de huid gaan vernauwen. Hierdoor zul je minder warmte
verliezen via de huid en krijgt je huid minder kleur.

Als de kerntemperatuur stijgt, grijpt de hypothalamus ook in. Bijvoorbeeld
bij koorts. Door cytokinen (afkomstig uit witte bloedcellen) zal de norm
van de kerntemperatuur verhogen. Door de verhoogde temperatuur worden
afweerstoffen sneller geproduceerd en afgegeven en kan de infectie
bestreden worden.
Daarna gaat de norm weer naar 37°C, het lichaam is alleen nog te warm.
Om af te koelen, worden kringspieren van slagaders aangestuurd om te
ontspannen, om zo de slagaders te verwijden en meer bloed naar de huid te
laten gaan (om af te koelen). Ook worden zweetklieren aangestuurd om
zweet te produceren. Het verdampen van zweet kost warmte en je koelt af.



Leerdoel 3: Je beschrijft hoe regelkringen de homeostase in stand
houden.
Alles in het lichaam wordt door regelkringen in stand gehouden, bijvoorbeeld de
samenstelling van het bloed. Het lichaam streeft naar homeostase, dit is het in stand houden
van een dynamisch evenwicht rond een bepaalde norm. Dit wordt bereikt door een negatieve
terugkoppeling. Alles wordt via het hormoonstelsel aangestuurd.
Ook bij een veel veranderende omgeving moet de homeostase in stand worden gehouden.
Voorbeelden:
-​ Je lichaam wil water vasthouden. De hersenen sturen aan om een beetje water te
verliezen, waar veel opgeloste zouten in zitten. Als gevolg hiervan is er minder
uitscheiding van de nieren en wordt waterverlies voorkomen.
-​ Tijdens het zwemmen gebruiken de spieren O2 en glucose en geven ze CO2 af. Het
regelcentrum zorgt er vervolgens voor dat de bloedsuikerspiegel, de pH en het
O2-gehalte niet te veel dalen.
De bijnieren produceren adrenaline, waardoor je hart sneller klopt en er meer O2 komt
en CO2 sneller wordt afgegeven.
Daarnaast produceert de alvleesklier glucagon, dat glycogeen omzet in glucose, om zo
de bloedsuikerspiegel op peil te houden.
-​ Het Ca²⁺-gehalte in het bloed moet op peil worden gehouden. Bij een tekort zal het
parathormoon (PTH) uit de bijschildklier de afgifte van Ca²⁺ stimuleren vanuit de
botten naar het bloed. Ook uit de darmen krijg je via voedsel Ca²⁺ binnen.
Bij een overschot zal dit uitgescheiden worden via de nieren.

, §12.2 – Processen in de lever

Leerdoel 4: Je beschrijft de functies van de lever.
1)​ Produceren warmte
In de lever vinden zo’n 600 verschillende processen plaats. Bij de meeste ontstaat veel
warmte. De lever is sterk doorbloed en verwarmt dit bloed voor de rest van het lichaam.

2)​ Stofwisseling van koolhydraten, vetten en eiwitten
Zie leerdoel 5

3)​ Afbraak rode bloedcellen
Afgestorven rode bloedcellen worden opgeruimd. IJzeropslag (uit hemoglobine) vindt plaats
via het eiwit ferritine.
Uit de afbraak van Hb ontstaat bilirubine, een gele kleurstof. Deze wordt via gal en urine
uitgescheiden.

4)​ Ontgiften
Giftige stoffen (medicijnen, koffie, alcohol) worden afgebroken (detoxificatie).
Alcohol wordt door alcoholdehydrogenase (enzym) omgezet in ethanal (ook giftig).
Aldehydedehydrogenase zet ethanal vervolgens om in azijnzuur (acetaat).
Ethanal kan ook worden omgezet in glucose en vet, bij overmatig alcoholgebruik zal je dus
aankomen. Ook kan het leverweefsel doden en leiden tot levercirrose.

5)​ Stoffenopslag
De lever slaat onder andere ijzer, glycogeen, vitaminen en mineralen op.

6)​ Bloed leveren
De lever is erg bloedrijk en kan bij grote inspanning extra bloed in de omloop brengen.

7)​ Vormen van gal
Via de galgang wordt zo’n 0,5 L gal per dag geproduceerd en afgevoerd voor de vetvertering.



Leerdoel 5: Je beschrijft de bijdrage van de lever aan de
stofwisseling van koolhydraten, vetten en
eiwitten.

Koolhydraten
Na een koolhydraatrijke maaltijd stijgt de
glucoseconcentratie tot boven de normwaarde. Dit wordt
deels verbrandt, maar veel wordt opgeslagen voor later

, verbruik. Het hormoon insuline stimuleert levercellen (en spiercellen) om glucose om te
zetten in glycogeen.
Tijdens inspanning gebruiken je spieren de glucose uit de glycogeenvoorraad en de
glucoseconcentratie daalt weer.
Als dit onder de normwaarde is, maakt de alvleesklier het hormoon glucagon. Dit zorgt
ervoor dat glycogeen omgezet wordt in glucose. De bloedsuikerspiegel stijgt weer.
Als dit allemaal op is, kan de lever ook glucose maken uit aminozuren en vetten:
gluconeogenese.



Vetten
De lever kan vetzuren omzetten naar andere vetzuren (meestal naar onverzadigde). Sommige
vetzuren kan de lever niet maken maar heb je wel nodig, dit zijn essentiële vetzuren.
Om vetten te vervoeren door het lichaam maakt de lever lipoproteïnen. Dit zijn kleine
deeltjes die oplosbaar zijn in het bloedplasma en vetachtige stoffen kunnen vervoeren,
waaronder cholesterol, wat een erg belangrijke stof is voor het lichaam.



Eiwitten
Ook aminozuren kunnen in elkaar omgezet worden. Sommige aminozuren kunnen niet
worden gemaakt, maar zijn wel van belang voor het lichaam. Dit zijn essentiële aminozuren.
Dit ombouwen gaat door transaminering. Een aminogroep (-NH2) wordt geruild met een
ketogroep (=O).




Als er nog aminozuren overblijven, kunnen deze worden afgebroken.
​ De –NH2 groep wordt afgesplitst (deaminering)
​ Dit wordt omgezet in ammoniak (NH3)
​ De lever koppelt ammoniak aan CO2, waarbij ureum ontstaat
2 NH3 + CO2 → (NH2)2CO + H2O
Deze afvalstof gaat via het bloed en de nieren naar de urine

De rest van het aminozuur dient als brandstof,
of wordt omgezet in vetten (lipogenese) of
glucose (gluconeogenese).

Inhoudsopgave

  1. 01 Leerdoelen 1
  2. 02 Biologie Leerdoelen Hoofdstuk 12 – Regeling intern milieu & Hoofdstuk 13 – Hormonen 1
  3. 03 §12.1 – Het inwendige milieu 1
    1. Leerdoel 1: Je legt uit hoe een regelkring werkt. 1
    2. Leerdoel 2: Je herkent en beschrijft regelkringen voor de temperatuurregulatie in het menselijk lichaam. 1
    3. Leerdoel 3: Je beschrijft hoe regelkringen de homeostase in stand houden. 2
  4. 04 §12.2 – Processen in de lever 3
    1. Leerdoel 4: Je beschrijft de functies van de lever. 3
    2. Leerdoel 5: Je beschrijft de bijdrage van de lever aan de stofwisseling van koolhydraten, vetten en eiwitten. 3
  5. 05 §12.3 – Longen en gaswisseling 5
    1. Leerdoel 6: Je beschrijft de weg die de lucht aflegt in de ademhalingsorganen. 5
    2. Leerdoel 7: Je beschrijft hoe verschillende factoren de snelheid van de gaswisseling beïnvloeden. 5
    3. Leerdoel 8: Je beschrijft hoe astma en COPD van invloed zijn op de diffusiesnelheid tussen bloed en longen. 6
  6. 06 §12.4 – Borstkas en ademhaling 7
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft de ventilatiebewegingen bij de ademhaling. 7
    2. Leerdoel 10: Je beschrijft veranderingen in longvolume tijdens een ademhaling en kunt eraan rekenen. 7
    3. Leerdoel 11: Je beschrijft de invloed van de dode ruimte op de ademhaling. 8
    4. Leerdoel 12: Je beschrijft hoe je lichaam de ademhaling regelt. 8
  7. 07 §12.5 – Nieren 9
    1. Leerdoel 13: Je beschrijft de bouw en werking van een nier. 9
    2. Leerdoel 14: Je legt uit hoe de niereenheden uitwisseling van stoffen tussen voorurine en weefselvloeistof plaatsvindt. 9
    3. Leerdoel 15: Je legt de regulatie van de water- en zouthuishouding door hormonen uit. 10
  8. 08 §13.1 – Hormoonstelsel, hypothalamus en hypofyse 11
    1. Leerdoel 1: Je beschrijft hoe hormonen hun doelwitorganen beïnvloeden. 11
    2. Leerdoel 2: Je beschrijft de rol van de hypothalamus en de hypofyse bij de samenwerking van het zenuwstelsel en het hormoonstelsel. 11
  9. 09 §13.2 – Reacties op hormonen 13
    1. Leerdoel 3: Je beschrijft de werking van de hypofysehormonen GH en ACTH. 13
    2. Leerdoel 4: Je beschrijft hoe steroïd- en peptidehormonen celprocessen regelen. 13
  10. 10 §13.3 – Hormonen recyclen botten 15
    1. Leerdoel 5: Je beschrijft hoe hormonen de Ca²⁺-concentratie in het bloed constant houden. 15
    2. Leerdoel 6: Je beschrijft de botvorming en botafbraak en de invloed van hormonen daarop. 15
  11. 11 §13.4 – Hormonen regelen glucoseconcentratie 17
    1. Leerdoel 7: Je beschrijft hoe hormonen de glucoseconcentratie van het bloed regelen in verschillende situaties. 17
    2. Leerdoel 8: Je beschrijft wat er misgaat bij diabetes type 1 en type 2. 17
  12. 12 §13.5 – Reageren met hormonen 18
    1. Leerdoel 9: Je beschrijft de rol van hormonen bij de temperatuurregulatie. 18
    2. Leerdoel 10: Je beschrijft de rol van hormonen bij de regeling van de waterbalans, bij een energietekort en bij een tekort aan O2. 18
  13. 13 Begrippen 1
  14. 14 Begrippen 20
    1. §12.1 – Het inwendige milieu 20
    2. §12.2 – Processen in de lever 21
    3. §12.3 – Longen en gaswisseling 22
    4. §12.4 – Borstkas en ademhaling 23
    5. §12.5 – Nieren 24
    6. §13.1 – Hormoonstelsel, hypothalamus en hypofyse 26
    7. §13.2 – Reacties op hormonen 28
    8. §13.3 – Hormonen recyclen botten 29
    9. §13.4 – Hormonen regelen glucoseconcentratie 30
    10. §13.5 – Reageren met hormonen 31

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789001010812 Druk: Onbekend

Documentinformatie

Niveau
School jaar
5
Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 12 & 13
Geüpload op
24 januari 2026
Aantal pagina's
31
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
$5.86

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
markwestra
4.5
(2)
Verkocht
9
Volgers
0
Items
19
Laatst verkocht
3 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen