OG 1: Visie op mens en patiënt in de gezondheidszorg
1. Wat houd een biopsychosociaal model in? Wat zijn de implicaties voor de
klinische praktijk?
BPS-model = filosofie voor klinische zorg en praktische klinische gids, Integratie van de
verschillende perspectieven.
Filosofisch = begrijpen hoe een ziekte wordt beïnvloed door omgeving en door moleculen
Praktisch = subjectieve ervaring van de patiënt
Tijdens de behandeling rekening houden met 4 factoren:
● Biologische factoren: Alles wat met het lichaam te maken heeft, lichamelijke
klachten.
● Psychologische factoren: Het mentale aspect van de patiënt, het geestelijke, hoe
je je voelt.
● Sociale factoren: Weerspiegelt de omgang tussen de patiënt en zijn verschillende
relaties, dit kan familiaal (persoonlijke relaties) zijn maar ook een dokter
(professionele relaties) bijvoorbeeld.
● Existentiële factoren: Wat de patiënt belangrijk vindt in het leven, spiritueel. Bv een
goede moeder zijn.
De mens wordt in zijn geheel bekeken, ze gaan de toestand van de patiënt na in de 4
aspecten, als de ene in mindere toestand is zal deze de andere 3 aspecten beïnvloeden.
Ziekte en gezondheid bepaald door interactie/homeostase tussen alle drie de factoren,
behandeling moet er rekening mee houden. Belang van de 4 dimensies verschilt van casus
tot casus.
Wat zijn de implicaties voor de klinische praktijk? (praktische toepassing)
7 pijlers: Dit zijn 7 tips om een goede relatie met je patiënt op te bouwen.
1. Zelfbewust zijn: bewust zijn van wat je zelf doet en over de 3 dimensies. De arts
moet in staat zijn tot een doorlopende zelfcontrole simpelweg omdat zijn of haar prestaties
nooit hetzelfde zijn van moment tot moment.
2. Actief kweken van vertrouwen: band opbouwen met patiënt
3. Empathische nieuwsgierigheid: balans tussen het meeleven en de nieuwsgierigheid,
elke keer doen of dat je de patiënt voor de eerste keer ontmoet.
4. Vermindering van vooringenomenheid: streven om zo weinig mogelijk vooroordelen
te hebben. bv geen racisme of als het een complexe ziekte is opgeven
5. Hoe emoties inzetten om een goede band te vormen: hoe maken we gebruik van
emoties
6. Gebruik van geïnformeerde intuïtie: stevige besluiten nemen zonder de juiste feiten.
Niet elke behandeling werkt voor elke patiënt. Soms afwijken van de regels door eigen
ervaring.
7. Klinisch bewijs doorgeven: In termen spreken die de patiënt begrijpt, ook niet te snel.
niet alleen mechanisch de regels opvolgen
1. Wat houd een biopsychosociaal model in? Wat zijn de implicaties voor de
klinische praktijk?
BPS-model = filosofie voor klinische zorg en praktische klinische gids, Integratie van de
verschillende perspectieven.
Filosofisch = begrijpen hoe een ziekte wordt beïnvloed door omgeving en door moleculen
Praktisch = subjectieve ervaring van de patiënt
Tijdens de behandeling rekening houden met 4 factoren:
● Biologische factoren: Alles wat met het lichaam te maken heeft, lichamelijke
klachten.
● Psychologische factoren: Het mentale aspect van de patiënt, het geestelijke, hoe
je je voelt.
● Sociale factoren: Weerspiegelt de omgang tussen de patiënt en zijn verschillende
relaties, dit kan familiaal (persoonlijke relaties) zijn maar ook een dokter
(professionele relaties) bijvoorbeeld.
● Existentiële factoren: Wat de patiënt belangrijk vindt in het leven, spiritueel. Bv een
goede moeder zijn.
De mens wordt in zijn geheel bekeken, ze gaan de toestand van de patiënt na in de 4
aspecten, als de ene in mindere toestand is zal deze de andere 3 aspecten beïnvloeden.
Ziekte en gezondheid bepaald door interactie/homeostase tussen alle drie de factoren,
behandeling moet er rekening mee houden. Belang van de 4 dimensies verschilt van casus
tot casus.
Wat zijn de implicaties voor de klinische praktijk? (praktische toepassing)
7 pijlers: Dit zijn 7 tips om een goede relatie met je patiënt op te bouwen.
1. Zelfbewust zijn: bewust zijn van wat je zelf doet en over de 3 dimensies. De arts
moet in staat zijn tot een doorlopende zelfcontrole simpelweg omdat zijn of haar prestaties
nooit hetzelfde zijn van moment tot moment.
2. Actief kweken van vertrouwen: band opbouwen met patiënt
3. Empathische nieuwsgierigheid: balans tussen het meeleven en de nieuwsgierigheid,
elke keer doen of dat je de patiënt voor de eerste keer ontmoet.
4. Vermindering van vooringenomenheid: streven om zo weinig mogelijk vooroordelen
te hebben. bv geen racisme of als het een complexe ziekte is opgeven
5. Hoe emoties inzetten om een goede band te vormen: hoe maken we gebruik van
emoties
6. Gebruik van geïnformeerde intuïtie: stevige besluiten nemen zonder de juiste feiten.
Niet elke behandeling werkt voor elke patiënt. Soms afwijken van de regels door eigen
ervaring.
7. Klinisch bewijs doorgeven: In termen spreken die de patiënt begrijpt, ook niet te snel.
niet alleen mechanisch de regels opvolgen