Succesvolle samenwerking ontstaat door:
Onderling vertrouwen
Wederzijdse acceptatie
Compromisbereidheid
Door machtsverschillen hoeft niet iedereen evenveel in te leveren bij samenwerking,
hierbij kan interdepentie asymmetrisch zijn, de ene actor is meer afhankelijk van een
ander door machtsverschillen. Bereidheid om samen te werken is belangrijk voor
sociale cohesie en het sociale leven.
Samenwerking van politieke partijen komt tot stand door:
Gedeelde waarden (vrijwillig)
Gedeelde belangen (op elkaar aangewezen)
Dwang (machtsuitoefening)
Ook hier is sprake van interdepentie, want ze zijn op elkaar aangewezen om de
samenleving goed te laten functioneren en verder te ontwikkelen. Samenwerking is
het middel om sociale/politieke conflicten op te lossen en te voorkomen.
Harmoniemodel → de nadruk ligt op overleg. Het bereiken van consensus
(eensgezindheid) is belangrijk bij problemen.
Conflictmodel → groepen en organisaties gooien eigen doelen en belangen in de
strijd en willen met verschillende strijdmiddelen hun gelijk halen.
Verschillende soorten samenwerking:
Bilateraal → de samenwerking tussen twee landen/groepen/organisaties.
Multilateraal → de samenwerking tussen meerdere
landen/groepen/organisaties.
Intergouvermenteel → de samenwerking tussen staten of tussen organisaties
in dienst van de overheid, er is geen overkoepelend orgaan.
Non-gouvermenteel → de samenwerking tussen niet-statelijke actoren, deze
actoren hoeven niet naar de regering te luisteren.
Supranationaal → een speciale vorm van intergouvermentele samenwerking
waarbij staten een deel van hun autonomie afstaan aan een orgaan dat de
beslissingen mag nemen.
Soorten besluitvorming intergouvermentele samenwerking:
Unanimiteit → alle actoren zijn voor (iedereen heeft veto).
‘Gewone’ meerderheid → een meerderheid is voor.
Gekwalificeerde meerderheid → er zitten eisen vast aan de meerderheid.
Vier multilaterale vormen van intergouvermentele samenwerking:
, 1. De VN (nauwelijks macht doordat landen niets verplicht zijn. Macht vooral
uitoefenen via de Veiligheidsraad. Zekere mate van gezag door verspreiding
idealen en ideeën).
2. Het IMF (macht uitoefenen door al dan niet beschikbaar stellen van financiële
middelen).
3. De Wereldbank (macht uitoefenen door al dan niet beschikbaar stellen van
financiële middelen).
4. De Wereldhandelsorganisatie (afspraken voor internationaal handelen en
toezien op naleving).
De EU → multilateraal supranationaal. De EU kan lidstaten dingen verplichten.
Kritiek op de EU:
Te bureaucratisch (traagheid en starheid door te veel ingewikkelde regels).
Niet luisteren naar de wil van Europeanen.
Teveel regels.
Ondanks de kritiek is de EU een belangrijk orgaan.
Instellingen EU:
Europese Raad → belangrijkste besluitvormingsorgaan. Bevat alle
regeringsleiders + de voorzitter van de Europese Commissie. De Raad kan
EU-verdragen aanpassen en intergouvermentele besluiten nemen.
Europese Commissie → het dagelijks bestuur van de EU. Bevat 1
commissaris per lidstaat, die allemaal hun eigen deelterrein hebben. De EC
kan voorstellen doen bij de Raad en het Parlement. De commissarissen zijn
niet verantwoordelijk voor hun land maar voor de EU.
Europees Parlement → leden worden om de vijf jaar gekozen door inwoners
van lidstaten. Het aantal zetels per lidstaat is afhankelijk van het aantal
inwoners.
Taken:
o Vaststellen van wetten (meestal samen met de ER).
o Controle van de EC (bijv. goed- en afkeuren van kandidaat-
commissarissen).
o Totale begroting goedkeuren/verwerpen.
Raad van de Europese Unie → supranationale beslissingen met
gekwalificeerde meerderheid. Bij belangrijke keuzes moet er unanimiteit zijn.
Internationaal Gerechtshof → ze doen gerechtelijke uitspraken over conflicten tussen
staten. Het is onderdeel van de VN. Bestaat uit 15 rechters uit verschillende landen
die aangesteld zijn door een meerderheid van de Algemene Vergadering van de VN
en de Veiligheidsraad.
Beperkingen van het IG:
5 permanente leden van de Veiligheidsraad mogen altijd een rechter leveren
→ moeilijk om die leden te laten veroordelen.
Sommige landen mogen geen rechter leveren omdat er voor hun land niet
gestemd wordt in de Algemene Vergadering.
Volgens realisten heeft het IG weinig effect op staten. Volgens liberalisten zorgt een
veroordeling voor aantasting van het gezag en beperkt dat het handelen van de
veroordeelde.
Internationaal Strafhof → vervolging van personen van misdaden tegen
menselijkheid. Geen onderdeel van de VN.