Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages
Class notes

Hoorcolleges Politieke Filosofie Deeltentamen 1 (college 1 tot en met 6)

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages

Aantekeningen van de hoorcolleges Politieke Filosofie voor het eerste deeltentamen (college 1 tot en met 6). Uitgebreid en geschreven in goed Nederlands. Vak is onderdeel van de Bachelor Filosofie aan Universiteit Leiden. Kijk ook op mijn account voor de aantekeningen van de hoorcolleges voor het tweede deeltentamen en voor een uitgebreide Nederlandse samenvatting van de literatuur voor beide deeltentamens.

Content preview

Hoorcolleges Politieke Filosofie (college 1 tot en met 6)

2020-2021

Universiteit Leiden – Bachelor geschiedenis– jaar 2 – semester 1

Deeltentamen 1


Hoorcollege 1 politieke filosofie 09092020

Het feit dat iets juridisch in orde is, betekent niet dat iets ethisch of eerlijk is. Politieke filosofie laat
ons nadenken over wat eerlijk en wat gerechtvaardigd is.
Politieke filosofie houdt zich echter niet alleen bezig met ethische en normatieve vraagstukken. Het
kijkt bijvoorbeeld ook naar de vraag wat macht is.
De politieke filosofie gaat over vragen over de manier waarop we met elkaar samenleven. Het heeft
twee kernonderwerpen:

 Wie heeft waar recht op? Hoe verdelen we de lusten en lasten van het samenleven op een
goede/eerlijke manier.
 Wie bepaalt wat? Wie maakt de regels, wie oefent invloed uit en waarom zou ik luisteren?


Dit soort vragen zijn op een normatieve manier te antwoorden, maar ook op een descriptieve manier
waarbij machtsstructuren bijvoorbeeld geanalyseerd worden.

Conceptuele vragen: proberen feitelijke concepten te begrijpen zonder waardeoordeel.
Normatieve vragen: vragen met een waardeoordeel.
Kritische analyse: hoe moeten we bepaalde ontwikkelingen begrijpen?

Je kan politieke filosofie zien als ethiek toegepast op politieke en sociale structuren. Sommige
mensen denken ook dat dit een vergissing is, omdat politieke filosofie haar eigen logica, fenomenen
en onderzoeksgebieden heeft.

 Als we morele wezens zijn die het juiste willen doen, wat moeten we dan doen in het
politieke domein?


We kunnen het morele niet uit het politieke halen, maar politieke filosofie gaat ook niet alleen om
moraliteit.

Politieke filosofen zien zichzelf als bijdragers aan het publieke debat. Als gevolg hiervan moeten ze
ook kritisch kijken naar bepaalde opvattingen. De tweede rol van politieke filosofen is utopisch
denken. We moeten denken voorbij de grenzen van wat nu direct politiek haalbaar is. Politiek
filosofen kunnen ons helpen bij het idee waar we als samenleving heen moeten. Ook kan het mensen
laten realiseren dat wat we nu doen niet per se de enige mogelijkheid is. Dit heeft te maken met
zelfbegrip en acceptatie. Politieke filosofie helpt ons de praktijk van politiek en samenleving beter te
begrijpen doordat we kennis hebben van de achterliggende theorie.
 Hoe idealistisch mag politieke filosofie zijn?

,Hoorcollege 2 Politieke Filosofie 16092020

Consequentialisme: wat van belang is, zijn de consequenties van een handeling of een regel.
Deontologie: wat van belang is, is of de handeling/regel de juiste is (bijvoorbeeld in
overeenstemming is met de plicht).

Waarom is utilisme aantrekkelijk?
 Onpartijdig: ieder mens telt gelijk mee.

 Flexibel: geen absolute verboden.

 In overeenstemming met het gezond verstand: consequenties zijn van belang.

 Duidelijk: simpele, elegante manier om over goed en slecht na te denken.

 Seculier: God is overbodig.


Vormen van utilisme

Average utilitarians: nadruk op verbeteren van het gemiddelde welzijn.
Aggregative utilitarians (klassieken): nadruk op verbeteren totale welzijn.
Rule utilitarianism: nadruk op regels voor handelen.
Act utlitarianism: nadruk op handelen.
Narrow utilitarianism: individueel handelen en overheidshandelen moet volgens utilitaire principes.
Comprehensive utilitarianism: alleen handelen van sociale instituties (overheid) moet volgens
utilitaire principes.

Vormen van utility: waardenleer

Waardenleer: we moeten iets maximaliseren, namelijk de waarde utility.
Hedonistisch utilisme: utility is plezier. Het doel is dus menselijk plezier maximaliseren. Nozick heeft
aangetoond dat dit niet het doel is. Hij stelde een gedachte-experiment voor waarbij je een pil neemt
die je voor de rest van je leven fijne sensaties geeft. Volgens het hedonistisch utilisme zou iedereen
die pil dan nemen, maar dat is niet zo. We zijn namelijk niet louter uit op plezierige ervaringen.

Non hedonistic mental state utility: Utility zijn alle waardevolle ervaringen. Deze waardevolle
ervaringen hoeven niet per se plezierig te zijn om waardevol te zijn. Nozick stelde hier wederom een
gedachte-experiment voor. We pluggen je aan een machine en de rest van je leven maak je
geweldige spannende ervaringen mee. Wederom zouden niet veel mensen in deze machine stappen.
We willen niet de mentale toestand van een waardevolle ervaring, maar die ervaring zelf.

Bevrediging van voorkeuren: utility kan gemaximaliseerd worden door jouw voorkeuren maximaal te
bevredigen. Echter, soms willen we dingen die niet goed voor ons zijn. We kunnen ons vergissen over
wat we willen of over wat goed voor ons is. Ten tweede passen we onze voorkeuren aan aan de
omstandigheden waarin we ons bevinden. Als we mensen leren van simpele en goedkope
preferenties te houden, zodat ze makkelijk te bevredigen zijn, is dit dan een vergroting van de
levenskwaliteit? Ten derde zijn er immorele preferenties. Moeten we die meewegen?

Geïnformeerde voorkeuren bevredigen: de dingen die je zou willen als je toegang had tot alle
relevante informatie. Deze opvatting over utility breekt totaal met de opvatting van mentale
toestanden. Dat iets goed voor je is, betekent niet dat je er zelf gelukkig van wordt. Deze vorm van

, utility is lastig toepasbaar, omdat we niet alle informatie hebben. Daarnaast is een interpersoonlijke
vergelijking moeilijk.

 We verliezen hier een interessant element van de theorie, want het is niet meer
makkelijk en elegant toepasbaar. We moeten ook de voorkeuren van de doden et cetera
meenemen hier.


Plichtenleer

Plichtenleer: we moeten utility maximaliseren.
Direct: iedere actor handelt zo dat hij zo veel mogelijk welzijn genereert.
Indirect: we moeten regels maken zo dat zo veel mogelijk welzijn gegenereerd wordt.
Je eigen plannen hebben binnen het utilisme geen status. Jouw tijd, geld en middelen zouden beter
besteed zijn aan het helpen van anderen. Er is altijd wel iemand die jouw geld beter kan gebruiken
dan jij.

Daarnaast zijn speciale relaties met bijvoorbeeld vrienden of familie lastig uit te leggen, omdat
iedereen volkomen gelijk is. Het vergroten van mijn vriend zijn welzijn mag niet boven het vergroten
van het welzijn van een willekeurige persoon staan.

Tevens is er ook geen ruimte voor rechten. Ik kan bijvoorbeeld gebruikt worden als middel (mijn
organen) om 10 zieke mensen te redden. 10 mensen gaan namelijk boven 1. Gaat dit niet in tegen
mijn rechten? Ook wegen illegitieme voorkeuren mee. Dit leidt ertoe dat als racisten de meerderheid
vormen, racistisch beleid uitvoeren de juiste keuze is.

Government House Utilitarianism: er is een verlichte meerderheid die weet dat het vergroten van
welzijn het ultieme doel is. Misschien kan dit echter het best gerealiseerd worden door de massa iets
anders te laten geloven. Bijvoorbeeld dat er een God is die regels heeft gemaakt, waardoor mensen
meer geneigd zijn bepaalde regels te volgen die leiden tot maximalisering van utiliteit. Is dit wel
verantwoord, mensen zo voorliegen?

Utilisme als standaard: is de juiste actie die actie die het meeste oplevert?
Utilisme als gids: is de actie juist waarvan we verwachten dat hij het meeste oplevert?

Waarom maximaliseren?

Mills: mensen zijn van belang. Elk mens telt evenveel. Dus moreel juiste handelingen moeten zo veel
mogelijk menselijk welzijn creëren. Hiermee is utilisme een person-affecting view: het is goed omdat
het menselijk welzijn beter maakt.
Ook is er een impersonale theorie, die ervan uitgaat dat welzijn goed is op zichzelf. Deze theorie
levert problemen op als we nadenken over bevolkingsvraagstukken. Een voorbeeld:
 Wereld 1: kleine bevolking met welvarende gelukkige mensen.

 Wereld 2: enorme bevolking maar iedereen leeft net boven het bestaansminimum.

De impersonal aggregative utilitarian kiest dan voor wereld 2, terwijl dit intuïtief verkeerd voelt.

Utilisme als egalitaire theorie

Document information

Study
Uploaded on
March 19, 2021
Number of pages
16
Written in
2020/2021
Type
Class notes
Professor(s)
Dr. t. meijers
Contains
College 1 tot en met 6
$7.16

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
sophiedeleeuwx
3.9
(42)
Sold
727
Followers
344
Items
44
Last sold
1 week ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions