Bestuursrecht
Studievragen
Gwen Roelofs
13-11-2025
,Week 1
1. Wat is een belanghebbende en wanneer ben je belanghebbende?
Belanghebbende wordt vooral gehanteerd ter afbakening van degenen aan wie allerlei
andere rechten en bevoegdheden toekomen en dan vooral in de procedure ter voorbereiding
van een besluit.
Wie? Rechtspersonen, personen, bestuursorganen en andere entiteiten (moeten wel
herkenbaar zijn in het rechtsverkeer) Occupy.
2 manieren:
A. Direct belanghebbende – normadressaat:
a. Art. 1:2 lid 1 Awb: ‘’Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens
belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’’.
b. De normadressaat is altijd een belanghebbende bij persoonsgerichte
beschikking.
B. Derde-belanghebbende – OPERA-criteria:
a. Art. 1:2 lid 1 Awb: ‘’ onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens
belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken’’.
b. Geen normadressaat criteria:
i. Objectief bepaalbaar belang niet in iemands subjectieve
belevingswereld (vb. overleden vader plantte boom);
ii. Persoonlijk belang (!) onderscheiden van willekeurige anderen;
Mestbassin, efteling, concurrenten (welke toepassing nodig is, ligt aan
de casus);
iii. Eigen belang (!) geen belang van iemand anders, tenzij machtiging
art. 2:1 lid 2 Awb;
iv. Rechtstreeks belang causaal verband tussen besluit en belang,
geen afgeleid belang;
v. Actueel belang niet hypothetisch of in de toekomst gelegen.
Verdieping derde-belanghebbende
C. Bestuursorganen;
a. Art. 1:2 lid 2 Awb: ‘’Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun
toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd’’.
b. Kan ook bij een besluit van een ander bestuursorgaan behartigen van het
toevertrouwde algemeen belang. Af te leiden uit de wettelijke
taakomschrijving van het bestuursorgaan.
c. R en A moeten nog wel getoetst worden.
D. Rechtspersonen: Greenpeace
, a. Art. 1:2 lid 3 Awb: ‘’Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen
mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun
doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder
behartigen’’.
b. Aantal eisen:
i. De organisatie moet een rechtspersoon betreffen;
ii. De rechtspersoon moet een algemeen of collectief belang ‘’in het
bijzonder’’ behartigen.
iii. Blijkens statutaire doelstellingen en zijn feitelijke werkzaamheden.
c. R en A moeten nog wel getoetst worden.
2. Wat is een bestuursorgaan? Art. 1.1 lid 1 Awb.
a. Wat is een a-orgaan?
Art. 1.1 lid 1 sub a Awb: ‘Een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is
ingesteld (RIKP).
Fulltime bestuursorganen: al hun handelen zijn gebonden aan de Awb.
2 vereisten:
Krachtens publiekrecht ingesteld persoon andere manier in het leven geroepen
dan in BW genoemde oprichtingshandelingen voor rechtspersonen (art. 2:3 BW),
zoals vereniging of stichting;
o ‘Orgaan’ van een krachtens publiekrecht ingestelde rechtspersoon art. 2:1
lid 1 BW: staat, provincies, gemeenten en waterschappen bezitten
rechtspersoonlijkheid. De publiekrechtelijk aard van deze lichamen vloeien
voort uit art. 123 en 133 Gw (staat uit art. 2:1 BW). Art. 2:1 lid 2: specifieke
wetten kunnen bepalen dat andere lichamen rechtspersoonlijkheid bezitten.
Orgaan.
o Een rechtspersoon heeft bevoegdheden, maar kan deze zelf niet uitoefenen
organen (persoon of college) handelen, onderdeel van bestuur van de
rechtspersoon.
o Het noemen van het orgaan in de wet is niet voldoende, het is nodig dat de
organen met een zodanige taak zijn belast, dat zij een zelfstandige plaats
innemen binnen de rechtspersoon.
o Art. 6 Gemw, art. 6 PW, art. 10 Wschw, Gw.
, b. Wat is een b-orgaan?
Art. 1:1 lid 1 sub b Awb: ‘’een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed’’.
Parttime bestuursorganen: slechts voor specifieke handelingen gebonden aan de Awb,
namelijk bij enig openbaar gezag (vb. garage met APK-uitvoering).
Vereisten:
Openbaar gezag: eenzijdig rechten of plichten voor een ander in het leven roepen of
bindend vast te stellen.
Krachtens de wet (VNG),
o Óf het orgaan geldelijke uitkeringen of op geld waardeerbare voorzieningen
aan derden verstrekt. 2 eisen:
Financiële eis bedrag dat iemand claimt of door een
bestuursorgaan worden opgelegd;
Inhoudelijke eis juridische argumenten, feiten en omstandigheden
die het besluit onderbouwen.
Uitzonderingen:
o Art 1:1 lid 2 Awb + koning(in) geen bestuursorgaan als antwoord erin staat,
tenzij
o Uitzondering op de uitzondering: art. 1:1 lid 3 Awb wel bestuursorgaan als
antwoord erin staat.
Schiphol regio 5.1, is een uitzondering op VNG.
Hoorcollege 2:
Bevoegdheidsverkrijging
3 manieren: attributie, delegatie en mandaat (H10 Awb).