Mieke Vandenbroucke
Inleiding tot materiaalleer
The details are not the details. They make the product.
Wat ‘maakt’ een interieur?
• Verhoudingen
• Kleurgebruik
• Texturen (materialen en constructie/detaillering bepalen hoe we een interieur beleven)
• Licht
• Detaillering
Interieurontwerp: idee (concept), materiaal, vorm, constructie en functie zijn onlosmakelijk verbonden in
het creatieproces.
• Ieder materiaal kent specifieke eigenschappen die ook de constructie- en verwerkingswijzen
bepalen
• Constructie is niet los te denken van materiaalkennis
• Zowel de materiaalkeuze als de constructiewijze bepalen mee de vormgeving
Materialen-bibliotheek: als interieurarchitect hele materialen-bibliotheek ter beschikking, keuze-criteria:
functioneel/toepassing, constructieve mogelijkheden, esthetisch, expressie/emotie, beleving, levensduur,
milieu-impact, budget, …
Beperkingen:
• Maatvoering materiaal
• Ergonomie: grieks ‘ergo’ (werk) en ‘nomos’ (wet), mens is in relatie tot zijn omgeving en dit
resulteert in afmetingen → gebruiksgemak en comfort.
• Toepassing: eigenschappen van materialen bepalen de toepassing (normen, klasses, …)
• Transport
• Locatie
Opdracht interieurarchitect
= vormgeven van leef- of werkomgeving rekening houdend met functie, ruimte, routing, licht, kleur,
materiaal, techniek, …
• Transformaties van bestaande ruimtes → efficiënter en/of mooier maken
• Transformaties van bestaande ruimtes → nieuwe functie
• Uitbreidingen van een bestaand pand
• Tijdelijke installaties (scenografie)
• Ontwerp van objecten
• Ontwerp van meubilair
Interieurarchitectuur= onderzoeken, ontwerpen, adviseren en coördineren. Teamwork met
opdrachtgever, producenten en uitvoerders.
1
,Mieke Vandenbroucke
Een oplossing (onder)zoeken voor een vraag
Ruimtelijk voorstellen van nog niet bestaande elementen
• 2D: tekeningen, plannen, details
• 3D: renderingen, schetsen, animatie
• Schaalmodel: of maquette
• Stalen, moodboards, referentiebeelden, …
2D-schaal
Schaal= de verhouding tussen de lineaire afmetingen van
een voorwerp op plan/tekening en de werkelijke afmeting
van het voorwerp.
Basisbeginselen van de chemie
Wat te kennen?
- Eigenschappen van de verschillende aggregatietoestanden
- Eigenschappen van een homogene en heterogene materie
- Eigenschappen van de verschillende chemische bindingen
- De verschillende chemische functies
- De reactie tussen zuren en metalen/carbonaten
2
,Mieke Vandenbroucke
→ Met telkens een voorbeeld uit de bouw
Inleidende begrippen
Aggregatietoestand
Alle materie bestaat uit zeer kleine
deeltjes die in voortdurende
beweging zijn
- Vaste stoffen
o Deeltjes zijn dicht bij elkaar
o Bewegen rond vaste posities
- Vloeistoffen
o Deeltjes zijn dicht bij elkaar
o Bewegen vrij door elkaar
- Gassen
o Deeltjes zijn ver verwijderd van elkaar
o Bewegen volgens rechte lijnen
o Botsen voortdurend met elkaar en met de wanden
→ hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de bewegingen
3
, Mieke Vandenbroucke
Schalen
Van macro- tot submicroscopisch
Indeling
Homogeen VS heterogeen
- Heterogenen materie
o Ongelijksoortig van samenstelling
o Eigenschappen kunnen verschillen van monster tot monster
- Homogene materie
o Overal gelijkmatige samenstelling
o Eigenschappen zijn voor alle monsters hetzelfde
o Heterogeniteit enkel op het atomaire of moleculaire niveau
4
Inleiding tot materiaalleer
The details are not the details. They make the product.
Wat ‘maakt’ een interieur?
• Verhoudingen
• Kleurgebruik
• Texturen (materialen en constructie/detaillering bepalen hoe we een interieur beleven)
• Licht
• Detaillering
Interieurontwerp: idee (concept), materiaal, vorm, constructie en functie zijn onlosmakelijk verbonden in
het creatieproces.
• Ieder materiaal kent specifieke eigenschappen die ook de constructie- en verwerkingswijzen
bepalen
• Constructie is niet los te denken van materiaalkennis
• Zowel de materiaalkeuze als de constructiewijze bepalen mee de vormgeving
Materialen-bibliotheek: als interieurarchitect hele materialen-bibliotheek ter beschikking, keuze-criteria:
functioneel/toepassing, constructieve mogelijkheden, esthetisch, expressie/emotie, beleving, levensduur,
milieu-impact, budget, …
Beperkingen:
• Maatvoering materiaal
• Ergonomie: grieks ‘ergo’ (werk) en ‘nomos’ (wet), mens is in relatie tot zijn omgeving en dit
resulteert in afmetingen → gebruiksgemak en comfort.
• Toepassing: eigenschappen van materialen bepalen de toepassing (normen, klasses, …)
• Transport
• Locatie
Opdracht interieurarchitect
= vormgeven van leef- of werkomgeving rekening houdend met functie, ruimte, routing, licht, kleur,
materiaal, techniek, …
• Transformaties van bestaande ruimtes → efficiënter en/of mooier maken
• Transformaties van bestaande ruimtes → nieuwe functie
• Uitbreidingen van een bestaand pand
• Tijdelijke installaties (scenografie)
• Ontwerp van objecten
• Ontwerp van meubilair
Interieurarchitectuur= onderzoeken, ontwerpen, adviseren en coördineren. Teamwork met
opdrachtgever, producenten en uitvoerders.
1
,Mieke Vandenbroucke
Een oplossing (onder)zoeken voor een vraag
Ruimtelijk voorstellen van nog niet bestaande elementen
• 2D: tekeningen, plannen, details
• 3D: renderingen, schetsen, animatie
• Schaalmodel: of maquette
• Stalen, moodboards, referentiebeelden, …
2D-schaal
Schaal= de verhouding tussen de lineaire afmetingen van
een voorwerp op plan/tekening en de werkelijke afmeting
van het voorwerp.
Basisbeginselen van de chemie
Wat te kennen?
- Eigenschappen van de verschillende aggregatietoestanden
- Eigenschappen van een homogene en heterogene materie
- Eigenschappen van de verschillende chemische bindingen
- De verschillende chemische functies
- De reactie tussen zuren en metalen/carbonaten
2
,Mieke Vandenbroucke
→ Met telkens een voorbeeld uit de bouw
Inleidende begrippen
Aggregatietoestand
Alle materie bestaat uit zeer kleine
deeltjes die in voortdurende
beweging zijn
- Vaste stoffen
o Deeltjes zijn dicht bij elkaar
o Bewegen rond vaste posities
- Vloeistoffen
o Deeltjes zijn dicht bij elkaar
o Bewegen vrij door elkaar
- Gassen
o Deeltjes zijn ver verwijderd van elkaar
o Bewegen volgens rechte lijnen
o Botsen voortdurend met elkaar en met de wanden
→ hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de bewegingen
3
, Mieke Vandenbroucke
Schalen
Van macro- tot submicroscopisch
Indeling
Homogeen VS heterogeen
- Heterogenen materie
o Ongelijksoortig van samenstelling
o Eigenschappen kunnen verschillen van monster tot monster
- Homogene materie
o Overal gelijkmatige samenstelling
o Eigenschappen zijn voor alle monsters hetzelfde
o Heterogeniteit enkel op het atomaire of moleculaire niveau
4