SAMENVATTING MANAGEMENT 2025
H1 Juridisch Kader voor de Interieurarchitect in België
Inleiding
Dit document biedt een gestructureerde en heldere samenvatting van de belangrijkste
juridische aspecten die relevant zijn voor de beroepspraktijk van de interieurarchitect in
België. De inhoud is gebaseerd op de syllabus van Prof. Dr. Kristof Uytterhoeven voor het
vak Mia12 (onderdeel Recht) aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven en beoogt
de kernconcepten op een toegankelijke wijze te presenteren.
1. Algemeen Kader en Exameninformatie
1.1. Context en Bronmateriaal
De volgende informatie is afkomstig uit de cursus Mia12 - Management, specifiek het
onderdeel Recht, gedoceerd aan de Faculteit Architectuur van de KULeuven. Een goed
begrip van deze context en de structuur van het examen is essentieel voor een
succesvolle evaluatie.
De basisinformatie over de cursus en het examenonderdeel recht is als volgt:
• Cursus: Mia12 - Management
• Onderdeel: Recht
• Docent: Prof. Dr. Kristof Uytterhoeven
• Instelling: Faculteit Architectuur KULeuven
De structuur van het schriftelijke examen voor het onderdeel recht is specifiek en omvat
de volgende kenmerken:
• Type: Schriftelijk, meerkeuzevragen
• Aantal vragen: 10
• Antwoordmogelijkheden: 4 per vraag (slechts één correct)
• Score: 1 punt per correct antwoord
• Giscorrectie: Geen
• Weging: 1/7 van het totaalcijfer voor Mia12 (equivalent aan 2/14)
1.2. Essentiële Juridische Afkortingen
,Deel recht – docent: Kristof Uytterhoeven
Voor een correcte interpretatie van juridische documenten is het cruciaal om de
gangbare afkortingen van wetgeving te kennen. De onderstaande tabel geeft een
overzicht van de afkortingen die in deze context relevant zijn.
Afkorting Volledige Naam
Besl. Vl.
Besluit Vlaamse Regering
Reg.
BW Burgerlijk Wetboek
oud BW oud Burgerlijk Wetboek
VCRO Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
Wet van 02.8.2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand
WBBH
bij handelstransacties
WER Wetboek van Economisch Recht
Wet- Wet 09.05.2019 betreffende de verplichte verzekering van de burgerlijke
Ducarme beroepsaansprakelijkheid in de bouwsector
W Wet van 20.02.1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van
20.02.1939 architect
2. Fundamenten van het Contractenrecht: Openbare Orde, Dwingend en
Aanvullen Recht
2.1. Strategisch Belang van het Onderscheid
Het onderscheid tussen regels van openbare orde, dwingend recht en aanvullend recht
is van fundamenteel belang in het contractenrecht. Hoewel partijen in beginsel vrij zijn
om de inhoud van hun contract te bepalen (art. 5.14, tweede lid BW), wordt deze
contractvrijheid strikt begrensd door de bij wet bepaalde geldigheidsvereisten. Deze
vereisten omvatten niet alleen de conformiteit met regels van openbare orde en
dwingend recht, maar ook de noodzaak van een geoorloofd voorwerp (art. 5.51 BW) en
een geoorloofde oorzaak (art. 5.56 BW). Het correct identificeren van deze juridische
categorieën is een essentiële risicomanagementtool bij het opstellen van
overeenkomsten. Het miskennen van dit onderscheid resulteert in het risico op de
nietigheid van (clausules in) de overeenkomst, met alle gevolgen van dien.
2.2. Definities en Gevolgen
,Deel recht – docent: Kristof Uytterhoeven
Elk concept heeft een specifieke definitie en bijhorende gevolgen voor de contractuele
praktijk.
Openbare Orde
• Definitie: Een rechtsregel die de essentiële belangen van de staat of de
gemeenschap raakt, of die in het privaatrecht de juridische grondslagen bepaalt
waarop de maatschappij berust (art. 1.3, vierde lid BW).
• Gevolg: Van regels van openbare orde mag nooit worden afgeweken in een
contract (art. 1.3, derde lid BW).
• Voorbeelden: De Wet van 20.02.1939 (bescherming beroep architect), de
Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO).
Dwingend Recht
• Definitie: Een rechtsregel die is vastgesteld ter bescherming van een partij die
door de wet als zwakker wordt beschouwd (art. 1.3, vijfde lid BW).
• Gevolg: Van regels van dwingend recht kan niet worden afgeweken in een
contract.
• Voorbeeld: De Handelshuurwet.
Aanvullend Recht
• Definitie: Regels die van toepassing zijn indien partijen zelf niets anders zijn
overeengekomen. Ze vullen de leemtes in een contract aan.
• Gevolg: Partijen mogen hier contractueel steeds van afwijken.
• Voorbeeld: De wettelijke regels betreffende verborgen gebreken.
2.3. Analyse van de Verschillen in de Praktijk
Hoewel zowel van openbare orde als van dwingend recht niet mag worden afgeweken bij
het sluiten van een contract, bestaat er een belangrijk praktisch verschil.
• Een regel van openbare orde is absoluut: er kan op geen enkel moment van
worden afgeweken, noch bij het sluiten van het contract, noch nadien.
• Bij dwingend recht ligt dit genuanceerder. Het mechanisme is als volgt:
o Bij het sluiten van het contract kan niet definitief worden afgeweken.
o Indien er toch een afwijkende clausule wordt opgenomen, kan de
beschermde partij tijdens de uitvoering van het contract kiezen om:
▪ Afstand te doen van de geboden bescherming (en dus de
afwijkende clausule te aanvaarden).
, Deel recht – docent: Kristof Uytterhoeven
▪ De geboden bescherming in te roepen en de nietigheid van de
afwijkende clausule te vorderen.
2.4. Sanctie: Nietigheid van het Contract
De sanctie voor het overtreden van de geldigheidsvereisten van een contract, zoals het
schenden van regels van openbare orde of dwingend recht, is de nietigheid (art. 5.57,
eerste lid BW).
• Terugwerkende kracht: Een nietigverklaring betekent dat het contract wordt
geacht nooit te hebben bestaan. De gevolgen worden uitgewist vanaf de dag van
de contractsluiting (art. 5.62, eerste lid BW).
• Gedeeltelijke nietigheid: Indien de nietigheidsgrond slechts een specifiek deel
van het contract betreft (bv. één clausule), kan de nietigheid beperkt blijven tot
dat deel. De rest van het contract blijft dan voortbestaan (art. 5.63 BW).
Deze fundamentele principes worden nu toegepast op de specifieke juridische status
van de interieurarchitect.
3. Het Juridisch Statuut van de Interieurarchitect
3.1. Positionering van het Beroep
Het correct begrijpen van het juridische statuut van de interieurarchitect (IA), met name
in vergelijking met dat van de architect (AR), is fundamenteel. Dit statuut bepaalt de
professionele rechten, plichten en beperkingen die van toepassing zijn op de
beroepsuitoefening.
3.2. Een Onbeschermd Beroep
In tegenstelling tot het beroep van architect is dat van interieurarchitect in België niet
wettelijk beschermd. Dit heeft enkele concrete gevolgen:
• Beroepstitel: In beginsel mag iedereen zich "interieurarchitect" noemen.
• Onderscheid opleidingstitel: De beroepstitel mag niet verward worden met de
wettelijk beschermde opleidingstitel “Master in de interieurarchitectuur”.
• Beroepsuitoefening: In beginsel mag iedereen het beroep uitoefenen, ongeacht
diploma.
• Associatie: Hoewel er een Associatie van Interieurarchitecten bestaat die de
belangen van het beroep behartigt, is lidmaatschap niet verplicht om het beroep
uit te oefenen.
3.3. Vergelijkende Analyse: Interieurarchitect versus Architect