VWO 6
Hst 5
Biologie evenwicht
§1 Evenwichten in een organisme zijn labiel (niet stabiel) + dynamisch: er streden
voortdurend veranderingen op.
∟ Er is ook sprake van weerstand + veerkracht
Weerstand: organisme tracht om veranderingen te voorkomen. Hoog bij dier
met constante lichaamstemperatuur.
Veerkracht: organisme is in staat om evenwichtssituatie te herstellen bij
afwijkingen van het evenwicht. Weinig bij dier met constante
lichaamstemperatuur, veel bij een wisselende.
Evenwicht van een organisme in ruimtelijk opzicht: de positie in de ruimte.
∟ Bezit informatie over zijn evenwicht via zintuigen.
§2 Evenwicht in orgaan
Evenwicht in glucosegehalte van het bloed:
Lever neemt overmaat glucose via de poortader op en zet het om in glycogeen
(voor opslag).
Bij tekort aan glucose in bloed proces andersom.
Evenwicht tussen opname + afname van energierijke verbindingen.
Maximale glycogeen opslag dreigt te worden bereikt glucose wordt omgezet in
vetzuren en triglyceriden worden afgegeven aan bloed door levercellen
vetcellen in vetweefsel in onderhuids bindweefsel nemen triglyceriden + overmaat
vet in voedsel op.
Hormoon leptine uit vetcellen zorgt voor rem op opname van teveel voedsel,
verzadigd gevoel.
§3 Evenwicht in cel
Wat een bepaalde waarde gehandhaafd voor pH, watergehalte en concentratie
zuurstof + koolstofdioxide.
Handhaving constante pH:
Enzymen in cel hebben optimum waarden voor pH
Buffers voorkomen verstoring
Handhaving watergehalte:
Cellen bevat een bepaalde hoeveelheid water met daarin opgelost stoffen. Zorgt
ervoor dat allerlei reacties kunnen plaatsvinden + stoffen binnen cel makkelijk
verplaatsen.
Bij verstoring kunnen osmotische effecten ontstaan.
Handhaving concentratie zuurstof + koolstofdioxide:
Concentratie wordt bepaald door divisie processen en verschuiving evenwicht: HbO2
↔ Hb + O2 in bloed rond de cellen.
Voortdurende evenwichtsverstoringen:
Doordat bloed continu verder stroomt en de longen voortdurend zuurstof blijven
opnemen stelt zich geen evenwicht in zuurstof kan worden opgenomen
∟ wel evenwicht als concentratie O2 in bloed = concentratie O2 in longblaasjes
Slagader + verder lopen vlak langs elkaar in tegengestelde richting: warm bloed uit
slagaders voortdurend warmte overdragen aan bloed in aders.
Hst 5
Biologie evenwicht
§1 Evenwichten in een organisme zijn labiel (niet stabiel) + dynamisch: er streden
voortdurend veranderingen op.
∟ Er is ook sprake van weerstand + veerkracht
Weerstand: organisme tracht om veranderingen te voorkomen. Hoog bij dier
met constante lichaamstemperatuur.
Veerkracht: organisme is in staat om evenwichtssituatie te herstellen bij
afwijkingen van het evenwicht. Weinig bij dier met constante
lichaamstemperatuur, veel bij een wisselende.
Evenwicht van een organisme in ruimtelijk opzicht: de positie in de ruimte.
∟ Bezit informatie over zijn evenwicht via zintuigen.
§2 Evenwicht in orgaan
Evenwicht in glucosegehalte van het bloed:
Lever neemt overmaat glucose via de poortader op en zet het om in glycogeen
(voor opslag).
Bij tekort aan glucose in bloed proces andersom.
Evenwicht tussen opname + afname van energierijke verbindingen.
Maximale glycogeen opslag dreigt te worden bereikt glucose wordt omgezet in
vetzuren en triglyceriden worden afgegeven aan bloed door levercellen
vetcellen in vetweefsel in onderhuids bindweefsel nemen triglyceriden + overmaat
vet in voedsel op.
Hormoon leptine uit vetcellen zorgt voor rem op opname van teveel voedsel,
verzadigd gevoel.
§3 Evenwicht in cel
Wat een bepaalde waarde gehandhaafd voor pH, watergehalte en concentratie
zuurstof + koolstofdioxide.
Handhaving constante pH:
Enzymen in cel hebben optimum waarden voor pH
Buffers voorkomen verstoring
Handhaving watergehalte:
Cellen bevat een bepaalde hoeveelheid water met daarin opgelost stoffen. Zorgt
ervoor dat allerlei reacties kunnen plaatsvinden + stoffen binnen cel makkelijk
verplaatsen.
Bij verstoring kunnen osmotische effecten ontstaan.
Handhaving concentratie zuurstof + koolstofdioxide:
Concentratie wordt bepaald door divisie processen en verschuiving evenwicht: HbO2
↔ Hb + O2 in bloed rond de cellen.
Voortdurende evenwichtsverstoringen:
Doordat bloed continu verder stroomt en de longen voortdurend zuurstof blijven
opnemen stelt zich geen evenwicht in zuurstof kan worden opgenomen
∟ wel evenwicht als concentratie O2 in bloed = concentratie O2 in longblaasjes
Slagader + verder lopen vlak langs elkaar in tegengestelde richting: warm bloed uit
slagaders voortdurend warmte overdragen aan bloed in aders.