Evolutionaire ontwikkelingspsychologie
Diefstal is niet alleen menselijk. Hoewel dieren geen gevoel van eigendom
hebben, hebben ze wel gevoel van bezit. Denk aan de stenen in het nest van een
pinguïn.
Geweld komt ook voor bij chimpansees. Impact van mensen is erger maar de
psychologie en organisatie delen we wel.
Kernvraag: Hoe vergelijkbaar is onze psychologie met die van andere dieren?
- Fight or flight response, zo veel mogelijk energie naar de spieren.
- Stress is pas een probleem als het constant is. Bloedvatenstelsel, diabetes
- Vroeger was er alleen korte plotselinge stress, nu vooral constant
- Mensen kunnen heel goed zelf stress ervaren door inbeelding
- Evolutionary mismatch: eigenschap eerst bruikbaar, nu in huidige
omgeving niet handig. Bv stress en vet eten. Ook bij andere dieren.
Grotere kans op burn-outs.
Soms kijken we naar complexe factoren in onze cultuur of onze moderne
omgeving om gedrag te verklaren, maar vervolgens zien we precies hetzelfde
gedrag in andere dieren. Om de psychologische systemen die onder ons gedrag
zitten te begrijpen kunnen we niet alleen naar de huidige tijd kijken, maar
moeten we naar onze evolutionaire historie kijken!
Dual inheritence theory: dna erf je uit ouders en omgeving van onze ouders
(niche construction).
Triple inheritance theory voegt ecologische erfenis toe: de manier waarop
organismen hun omgeving veranderen en deze veranderingen invloed hebben op
toekomstige generaties. Het omvat het creëren en in stand houden van niches en
leefomgevingen die specifiek zijn voor een bepaalde cultuur of soort.
Niche construction: we moeten leven in de omgeving die de voorgaande
generaties hebben gecreeerd. De menselijke is niche is cultuur; doorgegeven via
socialisatie en niet trial and error.
Taal,Kennis, Ideeen, Normen
Verzorgers selecteren niet alleen een leefomgeving maar creëren er ook een; de
developmental niche. Bestaat uit de omgeving, cultuurhistorische waarden en
de ideeën en plannen van de ouders voor het kind (ethnotheories).
Hoe kunnen wij ons als mens aanpassen op een andere niche (cultuur, bv nl-
chinees)? De mens is heel flexibel; psychologische flexibiliteit. Zit vooral in
onze sociale capaciteiten.
De mens is vooral veel beter in socialisatie. We zijn verder niet veel beter in staat
om met de fysieke werkelijkheid om te gaan. We zijn daarbij in staat om anderen
iets te leren, iets wat in apen niet voor komt.
,Extended organism: nature en nurture zijn niet los van elkaar maar vormen
samen een geheel.
Ontogenese: de ontwikkeling van een individueel organisme of een anatomisch
of gedragskenmerk van het vroegste stadium tot aan de volwassenheid.
Menselijke voortplanting is een opeenvolging van moda waarin oa culturele
waarden worden doorgegeven.
Vrouwelijke chimpansees zijn altijd alleenstaande moeders. De apen werken niet
samen en delen weinig. Incest wordt voorkomen doordat de vrouwen op
achtjarige leeftijd naar een andere groep vertrekken en paren met verschillende
mannen zodat de echte vader van het kind onbekend blijft. De band tussen
moeder en kind is sterk, waarbij een vreemd kind weinig kans van overleven
heeft.
Life history strategies
- R-strategies: veel nageslacht, volwassen geboren, weinig ouderschap,
kort leven
- K-strategies: weinig nageslacht, onvolwassen geboren, meer ouderschap,
lang leven
Mensen zijn extreme k-strategists. Late volwassenheid, lange
afhankelijkheid van kinderen onvolwassen maar flexibel!
Serial reproduction: de moeder is als enige verantwoordelijk voor de
ontwikkeling van het kind. Niemand helpt ze daarbij. Ze kan ook slechts één kind
tegelijk laten opgroeien.
Parallel reproduction: meerdere kinderen worden tegelijk opgevoed met meer
hulp van anderen.
Social referencing: kinderen leren wat belangrijk is door waar de ouders het
meest mee bezig zijn. Als ouders veel op hun telefoon zitten denkt het kind dat
dit belangrijk is.
Natuur en evolutie zijn niet de tegenovergestelden van omgevingen en cultuur. Je
hebt socialisatie nodig voor cultuur.
Evolutie is descriptief en niet prescriptief. Hoe meer iets in onze evolutie zit, hoe
meer energie het kost om het aan te passen. Maar het laat ook zien dat we een
opmerkelijke capaciteit hebben om ons aan te passen, als we dat zouden willen.
Kinship is een gevoel van nabijheid of gelijkheid met andere mensen of dingen
De eigenschap van kinderen om gehoorzaam en competitief te zijn komen uit
tribale instincten 10.000 jaar geleden. Het begrijpen van conformiteit en
groepsverband was in die tijd belangrijk.
Mensen zijn heel coöperatief binnen onze eigen cultuur.
Shared intentionality theory: samenwerkende interacties waarbij deelnemers
een gemeenschappelijk doel hebben en gecoördineerde actierollen om dat
gemeenschappelijke doel te bereiken. Twee uitgangspunten:
, - Joint intentionality: Kinderen kunnen na 1 jaar een
samenwerkingsverband met iemand sluiten: ‘wij’. Komt door
samenwerking in jagers vroeger.
- Collective intentionality: kinderen kunnen na drie jaar zich coördineren
in een groep en een culturele common ground begrijpen en creëren. Komt
door samen te leven als verzamelaars vroeger.
Prenatale ontwikkeling & de pasgeborene
Multi-sensory perception: Het neurale proces waarbij unisensorische signalen
worden gecombineerd om een nieuw product te vormen.
Een baby kan soms al op vroege leeftijd imiteren. Niet altijd.
Mensen gaan hetzelfde om met hun baby als met een liefde
Still face Tronick: emotie is zeer belangrijk in leren. Een baby doet er veel aan
om een band te houden met de moeder. Als de moeder neutraal negeert wordt
de baby teleurgesteld. Als de moeder weer reageert is het kind kort verbaasd
maar daarna weer snel terug naar normaal. Tronick vond het proces van
‘reconnecting’ belangrijk, dus geregeld weer de verbinding met je baby maken.
Object permanentie: ‘out of sight is out of mind’- kind herinnert dat er een
object onder een kopje blijft bestaan. Later onderzoek zegt dat het kind het wel
begrijpt maar het niet kan uitten.
Bayley ontwikkelingsschalen: Atypische ontwikkeling opsporen aan de hand
van grafieken van ontwikkeling kind.
Perinatale risicofactoren
- Omgeving: PFAS, lood en kwik is schadelijk
- Zwangerschap: Gezondheid/ziekte: medicatie (epilepsie, depressie),
Levensstijl/gedrag: roken, drugs en stress; Angst en depressieve klachten.
- Kind: Vroeggeboorte, Laag geboortegewicht en spierziekten.
De eerste 1000 dagen zijn ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van een
kind;
Vaders die roken kunnen zorgen voor adhd in het kind.
Fathal alcohol sydrome; adhd, onderontwikkeling gezicht.
Zwangerschap in een stressvolle omgeving zorgt voor aandachts- en
gedragsproblemen in het kind.
, Vroege ervaringen kunnen hele grote gevolgen hebben voor de rest van
het leven.
Huilbaby: 3 weken, 3 dagen en 3 uur per dag huilen (3*3*3). Hiermee maken ze
verschillende gevoelens en behoeften duidelijk.
Bij sexuele voortplanting worden de genen vd vader en moeder ‘recombined’
tot een totaal nieuw kind. Bij asexuele voortplanting is er juist sprake van een
kopie van een dier of organisme.
Germ cells (kiemcellen): Een cel die zich ontwikkelt tot een voortplantingscel,
die bij vrouwen een eicel is en bij mannen een spermacel.
Embriogenese is het ontstaan van een kind uit een bevruchte eicel in de
baarmoeder. Het is niet zomaar het volgen van een stappenplan, de omgeving
speelt ook een sterke rol. Dit bestaat uit drie stappen:
1. Germinal period: Eerste tien dagen. Moment tussen samensmelting en
vastklamping aan de baarmoederwand.
2. Embriotic period: Van vastklamping aan de baarmoederwand tot aan 8
weken
3. Fetal period: van de 9e week tot geboorte
Binnen 24 uur na bevruchting vindt er veel celdeling in de zygoot plaats
waardoor het voornamelijk uit blastomeren bestaat. Deze blastomeren kunnen
zich in iedere lichaamscel differentiëren; de basis voor een baby dus.
Implantatie: het embryo koppelt als het ware met de moeder; ze wordt donor
voor het kind
Na twee weken vindt de gastrulatie plaats; het embrio vormt drie lagen:
- Mesoderm: spieren botten bloedbaan en voortplanting
- Endoderm: verterings- en ademhalingsstelsel
- Ectoderm: Huid en neuronen (oa de hersenen)
Deze stamcellen vormen de neurale plaat, die verandert in de neurale
buis. Ten slotte vormt dit de ventrikels.
Ervaringen zijn heel belangrijk in de ontwikkeling van het brein (use it or loose it-
idee)
Hermafroditisme: niet man of vrouw maar er tussenin; intersekse.
Evolutie prefereerde niet gespecialiseerde hersengebieden(met ieder hun eigen
functie) maar eerder algemene flexibiliteit om zich te laten vormen door de
omgeving.
Equipotentialiteit is het gelijke potentieel van ieder hersengebied om een
bepaalde functie uit te voeren. De functie wordt bepaald door de input.
De ontwikkeling van het menselijk brein duurt veel langer waardoor het volle
potentieel bereikt wordt, in tegenstelling tot veel dieren. Zelfs op late leeftijd
blijven er nieuwe neuronen gevormd worden door omgevingsveranderingen.