Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 139 pages
Summary

Samenvatting law instroomprogramma post-master accountancy

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 139 pages

Betreft de volledige samenvatting voor het vak Law voor het instroomprogramma van de post-master accountancy op Nyenrode.

Content preview

Moeilijke dingen SV

College 1
Inleiding in het Nederlands recht – J.W.P Verheugt

Hoofdstuk 1 – Recht in het algemeen
1.1 De functies van het recht
Functies recht:

Het recht heeft de taak om zoveel mogelijk conflicten te voorkomen, of deze op te lossen in de same
nleving. Deze taak van het recht in de samenleving heeft twee functies:

1. De eerste functie van het recht is het ordenen van menselijk gedrag door het stellen van
regels.
2. De tweede functie van het recht vloeit voort uit de eerste functie: recht zorgt rvoor
dat die regels worden gehandhaafd door geschilbeslechting (geschilbeslechting is het
oplossen van een conflict of een meningsverschil).



Objectief recht vs subjectief recht:

- Objectief recht en positief recht: het geheel van geldende rechtsregels op dit moment in
Nederland.
- Subjectief recht: Een subjectief recht is een recht dat ontleend wordt aan een objectief
recht.
o Een subjectief recht is bijvoorbeeld dat bij het kopen van een computer de één de
computer levert en de ander de koopprijs betaalt. Deze subjectieve rechten worden
ontleend aan een objectief recht, namelijk artikel 26 van Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboekboek, kortweg artikel 7:26 BW.

Kort gezegd: objectief recht zijn de algemene regels, subjectief recht is de persoonlijke aanspraak
of bevoegdheid die daaruit voortvloeit.

Het woord recht heeft dus twee betekenissen:

- Algemene regels (objectief recht en positief recht)
- Bevoegdheid (subjectief recht): Een recht is een aan het objectieve recht onleende,
individuele bevoegdheid.

1.2 Rechtsbronnen
Soorten rechtsbronnen:

In Nederland kennen we 4 traditionele rechtsbronnen

1. De wet: Elke algemeen geldende geschreven rechtsregel die afkomstig is van een tot
wetgeving bevoegd overheidsorgaan.
a. In de wet staat het positieve recht
2. de jurisprudentie:
a. Niet al het geldende recht staat in de wet. Ook de rechter vormt rechtsregels.
b. Rechters worden nogal eens geconfronteerd met wetten waarin minder duidelijke
regels staan. Soms ontbreekt zelfs een wettelijke regel.

, c. In zulke gevallen legt de rechter de onduidelijke regel uit door het maken van een
nadere regel of formuleert hij zelfstandig een nieuwe regel
d. Als andere rechters deze regel in latere geschillen ook toepassen is er sprake van
jurisprudententie (rechtersrecht).
3. de gewoonte
a. De gewoonte is een zelfstandige bron van positief recht
b. De gewoonte is een ongeschreven rechtsbron, maar deze is wel degelijk bindend en
kan dus ook in een rechtszaak worden aangevoerd.
c. In veel sectoren van het bedrijfsleven, bijvoorbeeld in de bouwwereld, heersen tal
van gewoonten die niet in de wet zijn vastgelegd, maar die wel als bindende
rechtsregels worden beschouwd.
4. de verdragen en besluiten van internationale organisaties
a. Dit betreffen verdragen en wetgevende besluiten van internationale organisaties
waartoe Nederland behoort. In beginsel hebben zij dezelfde werking als gewone
wetten en behoren daarom ook tot het positieve recht.



1.3 De verhouding tussen nationaal en internationaal recht
Nationaal recht

 Soevereiniteit betekent dat een land in principe vrij is om zijn eigen wetgeving, bestuur en
rechtspraak te regelen.
 Dit geldt zowel intern (de overheid heeft exclusieve bevoegdheid tot wetgeving, bestuur en
rechtspraak binnen de eigen staat) als extern (staten erkennen alleen macht van buitenaf als
ze daar zelf mee instemmen).

Incorporatiestelsel: Nederland kent het incorporatiestelsel. Internationale regels werken
automatisch door in de Nederlandse rechtsorde, zodra een verdrag is goedgekeurd en
bekendgemaakt. Hiervoor is geen omzetting in nationale wetgeving nodig. Dit betekent dat
Nederland vrijwillig een deel van zijn soevereiniteit beperkt door internationale regels te erkennen.

Internationaal recht

Naast nationaal recht bestaat er ook internationaal recht, dat grotendeels voortkomt uit verdragen,
besluiten van internationale organisaties en internationaal gewoonterecht.

Het internationaal recht valt uiteen in:

 Internationaal publiekrecht (volkenrecht): regelt de verhoudingen tussen staten en tussen
staten en internationale organisaties.
 Bronnen:
o Verdragen: schriftelijke en bindende afspraken tussen staten of organisaties.
o Internationaal gewoonterecht: regels die zijn ontstaan door langdurig gebruik én de
overtuiging dat dit juridisch verplicht is.
o Besluiten van internationale organisaties: bindende besluiten van organen zoals de
VN of EU.
 Internationaal privaatrecht: bepaalt welk nationaal recht geldt bij grensoverschrijdende
conflicten tussen burgers of bedrijven.

Verdragen:

,Een verdrag = een schriftelijke, bindende regeling tussen staten onderling of tussen staten en
internationale organisaties.

Er zijn vier belangrijke typen verdragen:

1. Type één zijn verdragen waarbij alleen de betreffende autoriteiten wederzijds verplichtingen
aangaan.
2. Type twee zijn verdragen die verplichtingen bevatten voor de wetgevers van de aangesloten
staten tot het maken of aanpassen van wetgeving. Als de wetgever aan de opdracht uit het
verdrag heeft voldaan, krijgt het verdrag in een lidstaat pas betekenis.
3. Type drie zijn verdragen die rechtsregels bevatten die in een staat zonder tussenkomst van
de wetgever rechtstreeks in het nationale recht kunnen gelden.
a. Het belangrijkste voorbeeld hiervan zijn de grondrechten in het Europees Verdrag
tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
4. Type vier zijn verdragen waarbij bevoegdheden tot wetgeving, bestuur en rechtspraak
worden opgedragen aan een internationale organisatie. Deze mogelijkheid staat voor
Nederland in art. 92 GW.
a. Het belangrijkste voorbeeld hiervan voor Nederland is het Verdrag betreffende de
Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. De EU
heeft een eigen rechtsorde die deel uitmaakt van de rechtsorde van elke lidstaat.

1.4 Materieel en formeel recht
Het recht kan op enkele manieren worden onderverdeeld.

Onderscheid materieel recht vs formeel recht

Materieel recht

 Het materieel recht geeft aan welke rechten en plichten burgers hebben en bepaalt
daarmee inhoudelijk wat wel en niet mag.
 Dit recht kan daarom ook als objectief recht worden gezien: het bevat de normen die in de
samenleving gelden.
 Voorbeelden: Privaatrecht (BW), Strafrecht (Sr), bestuursrecht (AWB)

Formeel recht

 Het formeel recht regelt de procedurele kant: de manier waarop materiële rechten worden
gehandhaafd en afgedwongen.
 Dit wordt ook wel procesrecht genoemd. Het bepaalt hoe geschillen aan de rechter worden
voorgelegd en hoe een proces verloopt.
 Voorbeelden: Burgerlijk procesrecht (RV), Strafprocesrecht (SV), bestuursprocesrecht (Awb)

Belang van het onderscheid

 Materieel recht bepaalt wat iemands rechten en plichten zijn.
 Formeel recht bepaalt hoe je die rechten kunt afdwingen of beschermen.
 Voorbeeld: volgens het materieel recht heb je recht op levering van een gekocht product;
volgens het formeel recht kun je via een civiele procedure bij de rechter nakoming vorderen.

, Soorten recht
1.5.1 Staatsrecht

Het staatsrecht regelt de organisatie van de staat en de bevoegdheden van staatsorganen. Het
vormt de grondslag van het nationale recht en bepaalt hoe de macht in een staat is verdeeld en
wordt uitgeoefend.

 Grondwet: belangrijkste bron van staatsrecht.
Bevat grondrechten en regels over staatsorganen zoals regering, Staten-Generaal, Raad van
State, rechterlijke macht, provincies en gemeenten.
 Hoort onder publiekrecht (verhouding tussen burgers en overheid)
 Grondrechten:
o Klassieke grondrechten beschermen de burger tegen de overheid en vergen
terughoudendheid van de staat (vrijheid van godsdienst, meningsuiting, vereniging,
kiesrecht, gelijkheidsbeginsel).
o Sociale grondrechten leggen juist zorgplichten bij de overheid (werkgelegenheid,
sociale zekerheid, gezondheid, milieu). Deze zijn richtinggevend, maar niet direct
afdwingbaar.
 Organieke wetten: werken bepalingen uit de Grondwet verder uit, zoals de Kieswet of de
Wet op de Raad van State.
 Gewoonterecht: ongeschreven staatsrecht dat in de praktijk bindend is, zoals de
kabinetsformatie of de regel dat een minister aftreedt na een motie van wantrouwen.
 Wetegving staatsorganen:
o De wetgever: wetten in formele zin
 Regering en Staten-Generaal (art. 81 Gw)
o De regering: AMvB’s (art. 89 lid 1 Gw)
o Minister: ministeriële regeling
o Provinciale Staten: provinciale verordening (art. 127 Gw/art. 145 Provinciewet
o Gemeenteraad: gemeentelijke verordening (art. 127 Gw/149 Gemeentewet)

1.5.2 Bestuursrecht

Het bestuursrecht regelt de bestuursactiviteiten van de overheid en de rechtsverhouding tussen
overheid en burger. Het gaat dus om het handelen van bestuursorganen (zoals gemeenten,
ministeries, provincies) en de manier waarop burgers daardoor geraakt worden.

 Bron: Algemene wet bestuursrecht (Awb)

 Hoort onder publiekrecht (verhouding tussen burgers en overheid)
 bestuursorgaan: de instantie die bevoegd is om besluiten te nemen of andere handelingen
te verrichten.
 De beschikking
o Centraal in het bestuursrecht staat de beschikking (art. 1:3 Awb): een besluit van een
bestuursorgaan dat rechtsgevolgen creëert voor een individu of rechtspersoon in
een concreet geval.
o Voorbeelden van beschikkingen:
 vergunning verlenen (bijv. om te bouwen),
 belastingaanslag opleggen,
 WW-uitkering of studiefinanciering toekennen,
 boete opleggen.

Table of contents

  1. 01 College 1 1
    1. Hoofdstuk 1 – Recht in het algemeen 1
    2. Hoofdstuk 2 9
    3. Hoofdstuk 4 – De rechtspraak 15
    4. Hoofdstuk 5 – Het bestuur 18
    5. Hoofdstuk 6 – Kernbegrippen 20
    6. Hoofdstuk 15 – Internationaal recht 24
  2. 02 College 2 25
    1. 11.1 – De onderneming 25
    2. 11.2 – Ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid 26
    3. 11.3 – Ondernemingen met rechtspersoonlijkheid 29
    4. 11.4 – Andere rechtspersonen 31
    5. Hoofdstuk 1 – Ondernemingsvormen 33
    6. Hoofdstuk 2 – Oprichting 39
    7. Hoofdstuk 5 – De organisatie 41
  3. 03 College 3 45
    1. 3.5 – Kapitaal- en vermogensbescherming in de nv en bv 46
    2. 3.6 Vereniging, coöperatie en stichting 47
    3. 7 Het vermogen van maatschap, vof en cv 48
    4. 8.3 Vermindering van het aandelenkapitaal 49
    5. Hoofdstuk 7 – Goederenrecht 50
  4. 04 College 4 56
    1. Artikel: Sketching the Wider Context for Introducing the EU Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) – Tineke Lambooy (2023) 56
    2. Artikel: Verankering van de belangen van toekomstige generaties en de natuur in de governance (T. Lambooy, 2022) 62
    3. Samenvatting – EU CSRD (artikelen 19bis en 29bis) 64
    4. OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen (2011, NL vertaling) 67
    5. VN Guiding Principles on Business and Human Rights (2011) 71
  5. 05 College 5 74
    1. Hoofdstuk 1 – De arbeidsovereenkomst 74
    2. Hoofdstuk 7 Beëindiging van de arbeidsovereenkomst 79
    3. Hoofdstuk 8 Concurrentiebeding 87
    4. Hoofdstuk 9 – Sociale zekerheid 88
    5. Hoofdstuk 10 – Collectief arbeidsrecht 94
  6. 06 College 6 97
    1. H 8 Overeenkomstenrecht 97
    2. H 9 Verbintenissen uit de wet 108
  7. 07 College 7 113
    1. Hoofdstuk 4 – Aandeelhouderschap en lidmaatschap 113
    2. Hoofdstuk 8 – Herstructurering 117
    3. Hoofdstuk 9 – Concernrecht 122
  8. 08 College 8 128
    1. Hoofdstuk 6 – Vertegenwoordiging 129
    2. Hoofdstuk 7 – Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid 132

Document information

Study
Uploaded on
January 11, 2026
Number of pages
139
Written in
2025/2026
Type
Summary
$15.44

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
21
Followers
3
Items
8
Last sold
3 days ago



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions