Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 62 pages
Summary

Samenvatting functieleer, deel 2: motivatie&emotie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 62 pages

Samenvatting gebaseerd op de kennisclips, de powerpoints en de teksten. De samenvatting is ondersteund met afbeeldingen.

Content preview

FUNCTIELEER, DEEL 2: MOTIVATIE & EMOTIE

HOOFDSTUK 1: WETENSCHAPPELIJKE CYCLUS

1. INLEIDING
- Psychologie is de studie van het gedrag en de geest
 Traditioneel wordt de geest opgesplitst in cognitie, motivatie en emotie
 In de meer recente literatuur wordt dat onderscheid niet meer door iedereen instant
werd gehouden
2. WETENSCHAPPELIJKE CYCLUS
2.1 THEORIEËN EN VERKLARINGEN
- Theorieën leveren verklaringen voor fenomenen.
 Een verklaring is een activiteit waarbij een explanandum (te verklaren fenomeen) gelinkt
wordt aan een explanans (verklarend feit).
 Bv. het fenomeen van water (explanandum) kan gelinkt worden aan H2O (explanans).
- Het verklaren van een fenomeen vraagt 2 stappen:
1) de afbakening of definitie van het explanandum
2) de zoektocht naar een explanans.
 Deze stappen maken deel uit van een cyclus met de volgende 4 stappen:
1) Voorlopige afbakening of werkdefinitie van het explanandum.
 Deze bestaat vaak uit een lijst van oppervlakkige kenmerken.
o Bv. water is vloeibaar, helder, geurloos, het loopt in rivieren en valt uit de lucht.
 Werkdefintie van een explanandum is vaak descriptief: het beschrijft hoe mensen een
term begrijpen in het dagelijkse leven
2) Ontwikkelen van een verklaring waarin het explanandum gelinkt wordt aan een explanans.
 Bv. ontdekking dat de moleculaire structuur van water gelijk is aan H 2O
3) Testen van de verklaring in empirisch onderzoek:
 Bv. staaltjes van water worden genomen volgens de werkdefinitie en er wordt
onderzocht of de moleculaire structuur van deze staaltjes inderdaad gelijk is aan H 2O.
4) Als dit voldoende bevestigd is, kan het explanans uiteindelijk deel worden van de definitie
van het fenomeen waar het de voorlopige kenmerken vervangt. We spreken nu van een
wetenschappelijke definitie.
 Bv. in de plaats van water af te bakenen als heldere, geurloze vloeistof, wordt het nu
gelijk gesteld met H2O.
 Kan dit voldoende bevestiging geven dan kan het explanans deel worden van een
wetenschappelijke definitie
o Inplaats van water voor te stellen als een helderen vloeistof wordt het nu
gelijkgesteld aan H2O
o Een wetenschappelijke definitie is niet descriptive maar wel descriptief
 Een descreptieve definitie beschijft hoe een term doorgaans gebruikt wordt
 Een prescreptieve definitie schrijft voor hoe een term gebruikt zou moeten
worden
- Deze cyclus kan herhaald worden vanaf Stap 2 zodat de definities en verklaringen progressief
verscherpt worden.
 Eens er een wetenschappelijke definitie is waarover redelijke consensus bestaat, kan deze
gebruikt worden om nieuwe predicties over het fenomeen te maken.
 Bv. men kan nagaan bij hoeveel graden Celsius water verdampt of bevriest.
 Bv. je kan nagaan wat de invloed is van water aan andere vloeistoffen
o Zo laat de wetenschappelijke definitie toe meer precieze kennis te bekomen over
het fenomeen.
2.2 TYPES VAN DEFINITIES
- Types van definities:
 Intensionele definitie: stelt wat de noodzakelijke en voldoende condities zijn waaraan een
exemplaar moet beantwoorden om tot een set te behoren. Dit kan één conditie zijn die
zowel noodzakelijk als voldoende is (bv. de molecule H2O) of een aantal noodzakelijke
condities die samen voldoende zijn.
 Extensionele definitie: somt alle exemplaren op die in de set zitten.
- Intensionele en extensionele definities zijn mutueel afhankelijk.
 Bv. de set met de intensie “alle getallen tussen 3 en 8” fixeert de extensie van die set tot
de exemplaren (welke expemplaren er in de set zitten) “4, 5, 6, en 7” en vice versa.

,  Sommige extensionele definities sommen geen explaren op, maar wel subsets: divisio-
definitie
 Divisio-definitie: somt geen exemplaren op maar wel subsets binnen de set.
o Er zijn meerdere manieren om een set op te splitsen in subsets. Er zijn m.a.w.
meerdere manieren om een set intern te structureren. De keuze van de subsets
kan gebeuren op basis van meerdere kenmerken.
 Bv. de set “4, 5, 6, 7” kan opgesplitst worden in de subsets van kleine en
grote getallen of in de subsets van even en oneven getallen.
 Bv. subsets van auto’s kun je vormen op basis van kleur, paardenkracht,
merk, grootte, enz.
 Wat je kiest is vaak afhankelijk van de context. De grootte van een auto
is belangrijk als je een grote familie moet vervoeren. De kleur kan
belangrijk zijn als je een traditioneel huwelijk moet organiseren.
- Samengevat:
 Intensionele en extensionele definities dienen om een set af te bakenen van andere sets
 Intensionele definities zijn vaak het best geschikt vooral bij grote sets waar het niet
mogelijk is om alle exemplaren op te sommen
 Divisio definities dienen om een set intern te structuren of organiseren
- Ook werk- en wetenschappelijkedefinities kunnen een intensioneel, extensioneel of divisio
formaat hebben
 De kenmerken van water beantwoord aan een intensioneel formaat
 We hadden ook kunnen starten met subsets van water (bv. regen, rivier, sneeuw,…)
 Als we kijken naar meer wetenschappelijke subsets is het bv. vloeistof, ijs, stoom
2.3 TYPES VAN VERKLARINGEN
- Er worden 3 types besproken (uitgelegd aan het vb van een kater hebben, in dit geval is een
kater dus het explanandum
1) Structurele verklaring: stelt wat de componenten van een fenomeen zijn en wat de relatie
is tussen de componenten.
o Bv. een kater bestaat uit hoofdpijn, misselijkheid en een droge mond.
 een structurelen verklaring is nog geen definitie want op dit punt wordt er nog niet
gezegd dat de aanwezigheid van de componenten voldoende is om katers af te
bakenen van andere fenomenen
o de symptomen kunnen namelijk ook voorkomen wanneer iemand griep heeft
 om dit te kunnen onderscheiden hebben we een causale verklaring nodig
2) Causale verklaring: stelt wat de oorzaak van een fenomeen is en die oorzaak is gesitueerd
op hetzelfde level van analyse als het fenomeen zelf.
 Bv. de oorzaak van een kater is te veel drinken de avond voordien.
3) Mechanistische verklaring: stelt wat de onderliggende processen zijn van de transitie van
de oorzaak naar het effect.
 Hiervoor: decompositie van processen in subprocessen en uitleg over hoe de
bouwstenen interageren om het explanandum te produceren.
o het doel is hier om af te zakken naar de fundamentele bouwstenen van die
processen en dan terug omhoog te gaan om te kunnen zeggen hoe die
bouwstenen intrageren om het fenomeen kater te produceren
o Opmerking: Hier is ook sprake van causale relaties.
o Opmerking: Het explanans in mechanistische verklaringen kan op verschillende
niveau’s van analyse gesitueerd zijn. Zo zijn er high-level en low-level
mechanistische verklaringen mogelijk.
2.4 VERSCHILLENDE LEVELS VAN ANALYSE
- Structurele en mechanistische verklaringen doorkruisen verschillende levels van analyse.
 In de psychologie kunnen we doorgaans 3 brede levels onderscheiden (zie ook Marr,
19821): het observeerbaar level, het mentaal level en het hersenlevel.
- Observeerbaar level: Een systeem produceert een observeerbare output (gedrag of respons)
bij het verschijnen van een observeerbare input (stimulus).
 De overgang of transitie van een input naar een output is wat we een proces noemen.
 Op dit level worden processen louter beschreven in termen van hun input, hun output en
de relatie tussen input en output. Wat er tussen ligt is een black box.

1

,  stel je moeten kiezen tussen een pintje of een cola en je kiest voor cola, dan kunnen
we dit een keuzeproces noemen
 vervolgens komen we op het mentale level
- Mentaal level: Op dit level wordt een proces ontleed in subprocessen of kleinere black boxen,
welke op hun beurt beschreven kunnen worden in termen van hun inputs en outputs.
 Op dit level zijn de tussenliggende inputs en outputs verborgen (niet direct
observeerbaar) en worden ze doorgaans mentale representaties genoemd.
 neem terug het keuzeproces: als men dit proces om het mentaal level wilt begrijpen
wilt men begrijpen welke processen hier tussenliggen
o misschien vindt er eerst een informatieproces plaats waarbij de ruwe imput als
stimuli genomen worden en de representatie van deze stimuli de output is
o misschien vindt er daarna een vergelijkingsproces plaats waarbij de voor en
nadelen van beide stimuli met elkaar vergeleken worden
o wat resulteert in de representatie van het gedrag om cola te drinken
 Tot slot moet de output zich ook nog in overt gedrag manifesteren en hier is
ook een proces voor nodig
 Elk van deze subprocessen kan op haar beurt ontleed worden in nog kleinere
subprocessen tot deze in de latere fases van decompositie overeenkomen met
hersenprocessen gesitueerd op het hersenlevel.
- Hersenlevel: Op dit level worden de black boxen gematerialiseerd in hersenprocessen.
3. SAMENGEVAT
- Dus, theorie-ontwikkeling start vaak met een descriptieve set.
 Vervolgens wordt een verklaring ontwikkeld in de hoop dat deze een gemeenschappelijke
noemer zal opleveren die gebruikt kan worden om de set af te bakenen.
 Als zo een noemer gevonden wordt, krijgt de set een wetenschappelijke status.
 Als zo een noemer niet gevonden kan worden, echter, dan kunnen onderzoekers
besluiten dat de set niet wetenschappelijk is en op zoek gaan naar andere sets die
wel wetenschappelijk zijn.
 Het laatste geval wordt geïllustreerd door het fenomeen van lucht.
 Lucht werd door Aristoteles beschouwd als één van de vier fundamentele elementen,
naast water, vuur en aarde.
o Lucht kon voorlopig afgebakend worden als een transparant, geurloos gas, dat de
atmosfeer en onze longen vult.

o Toen wetenschappers ontdekten dat er voor lucht geen elegante
structurele verklaring kon gevonden worden (lucht bestaat uit
verschillende stoffen zoals stikstofgas, zuurstof, koolzuurgas,
waterdamp en edelgassen in wisselende samenstelling), besloten
o zede
In dat lucht
plaats geen gingen
daarvan adequate wetenschappelijk
ze alle setbeschouwen
componenten in lucht was. als nieuwe
explananda, die elk aanleiding gaven tot nieuwe wetenschappelijke cycli.

, HOOFDSTUK 2: MOTIVATIE

1. WETENSCHAPPELIJKE CYCLUS TOEGEPAST OP MOTIVATIE
1.1 SITUERING VAN MOTIVATIETHEORIEËN EN GEDRAGSTHEORIEËN BINNEN DE
VERZAMELING VAN THEORIEËN
- Gedragstheorieën zijn theorieën die gedrag willen
verklaren.
 Zij nemen dus gedrag als het explanandum.
 Binnen de subset gedragstheorieën is er
opnieuw een subset motivatietheorieën zijn
een subset van gedragstheorieën, meer
bepaald gedragstheorieën die motivatie
inroepen als explanans voor gedrag.
 Soms kan het explanandum ook cognitie
zijn of emotie. Dus soms wordt motivatie
ook ingeroepen voor cognitie en emoties,
maar meestal willen ze gedrag verklaren.
- Explanandum: gedrag
 Men kan een onderscheid maken tussen de kwaliteit (= de aard van gedrag) en de
kwantiteit (= de intensiteit van gedrag).
 Zoals we later zullen zien zijn sommige theorieën beter
uitgerust om de kwaliteit van gedrag te verklaren, terwijl
andere beter uitgerust zijn om de kwantiteit van gedrag
te verklaren.
- Motivatietheorieën stellen motivatie voor als explanans voor
gedrag
1.2 WAT IS MOTIVATIE? WAT VERSTAAN WE ERONDER?
- Motivatie is de verzamelnaam voor een aantal motivationele constructen zoals doelen,
behoeften, noden, drijfveren, actietendensen, verlangens, intenties, wensen en plannen.
 Vanaf nu zullen we het woord “doel” in een zeer brede betekenis gebruiken, als
verzamelnaam voor al deze motivationele constructen.
- In motivatietheorieën worden doelen niet gezien als mysterieuze rondzwevende entiteiten
maar wel als mentale representaties met bepaalde eigenschappen.
 Een doel is de representatie van een gewenste toestand in de toekomst.
 Maar wat houdt dat nu precies in?
1.2.1 MENTALE REPRESENTATIES HEBBEN VERSCHILLENDE ASPECTEN
- De 2 belangrijkste zijn inhoud en formaat:
 De inhoud van een representatie kan om het even wat zijn: slagen voor een examen, naar
huis fietsen, een ei bakken, dat de zon schijnt.
 Met formaat verwijzen we naar 2 grote types
van representaties:
- doelen worden beschreven als dynamische
representaties en ze worden onderscheiden van
niet-dynamische (cognitieve) representaties
 Dynamische representaties zijn
representaties met dynamische Kenmerken:
 ze leiden vaak tot gedrag
 hun activatie stijgt over de tijd dit zelfs
wanneer er obstakels zijn (tenzij er een
belangrijker doel geactiveerd wordt)
o stel je hebt honger en het doel om
te eten, dan zal je gedrag ondernemen om dat doel te bereiken
 het gedrag zal alleen maar groter worden en niet gestopt worden door
obstakels
 BV. als de alma toe is, ga je opzoek naar een andere plaats om te eten
o een doel kan enkel gestopt worden door competitie van een doel dat sterkter is

Document information

Study
Uploaded on
January 11, 2026
Number of pages
62
Written in
2025/2026
Type
Summary
$10.42

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
chloegrotelli
3.0
(2)
Sold
4
Followers
1
Items
19
Last sold
5 days ago




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions