• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 42 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Ontwikkeling en voortplanting - Embryologie - Koen Devriendt (NIEUW CURRICULUM)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 42 pagina's

Samenvatting Ontwikkeling en voortplanting - Embryologie gegeven door Koen Devriendt. Bevat alle info uit de pwp's en mijn eigen notities.

Voorbeeld van de inhoud

O&V – EMBRYOLOGIE KOEN DEVRIENDT

H1: Gametogenese ................................................................................................................................. 3
1. Oorsprong van de geslachtscellen ........................................................................................................ 3
2. Ontstaan van de geslachtscellen en gonaden ...................................................................................... 4
3. Genetische veranderingen en gametogenese ...................................................................................... 6
3.1 Verandering in genetische samenstelling van de geslachtscellen .................................................... 6
3.2 Morfologische veranderingen van de geslachtscellen ...................................................................... 9

H2: Bevruchting en eerste week ............................................................................................................ 13
1. Bevruchting ......................................................................................................................................... 13
2. De eerste week.................................................................................................................................... 14
2.1 Klievingsdelingen ............................................................................................................................. 14
2.2 Differentiatie en blastocyst vorming ............................................................................................... 14
2.3 Implantatie ...................................................................................................................................... 15

H3: De tweede week ............................................................................................................................. 19
1. Differentiatie trofoblast ...................................................................................................................... 19
2. Differentiatie embryoblast .................................................................................................................. 19
3. Ontstaan dooierzak............................................................................................................................. 20
4. Amnionholte ....................................................................................................................................... 20
5. Chondrionholte (extra-embryonair coeloomholte) ............................................................................. 21
6. Vorming placenta ................................................................................................................................ 22

H4: De derde week ............................................................................................................................... 25

H5: Ontwikkeling van mesoderm .......................................................................................................... 27
1. Paraxiaal mesoderm ........................................................................................................................... 28
2. Lateraal mesoderm ............................................................................................................................. 29

H6: Ectoderm........................................................................................................................................ 33
1. Epiderm (+ aanhangsels) .................................................................................................................... 33
2. Het zenuwstelsel ................................................................................................................................. 33
2.1 Neurale plaatontwikkeling: neurectoderm ..................................................................................... 33
2.2 (Primaire) neurulatie ....................................................................................................................... 34
2.3 Secundaire neurulatie ..................................................................................................................... 34
2.4 Neurale lijst ..................................................................................................................................... 35
2.5 Neurale buisdefecten ...................................................................................................................... 36

H7: Krommingen van het embryo.......................................................................................................... 37
1. Overlangse (craniocaudale) kromming .............................................................................................. 37
1.1 Craniaal ............................................................................................................................................ 38
1.2 Caudaal ............................................................................................................................................ 39
2. Dwarse kromming .............................................................................................................................. 39

1

,2

,H1: GAMETOGENESE



Prenatale leven indelen
• Embryo in de eerste 4 weken = Algemene embryogenese
o 1e week: vorming van blastocyst (1 kiemblad): embryoblast
o 2e week:
▪ implantatie en vorming van 2 kiembladen: epiblast en hypoblast
▪ implantatie v/h embryo in baarmoederslijmvlies
▪ vanaf week 2 worden de geslachtscellen gevormd
o 3e week: vorming van 3 kiembladen = gastrulatie
▪ ectoderm, mesoderm, endoderm
o 4e week: kromming van het embryo
• Speciale embryologie: 4e tot 8ste week
o differentiatie van de drie kiembladen: vorming van weefsels en organen
• Foetus: 9de week tot 38 weken (266 dagen)
o groei: 8g tot 3,5 kg
o maturatie = organen zijn gevormd, maar nog niet functioneel (longen, nieren)




1. OORSPRONG VAN DE GESLACHTSCELLEN




Kiemcellijn (germline) = de reeks cellen in een organisme die uiteindelijk de geslachtscellen (gameten)
zullen vormen — dus eicellen bij vrouwen en zaadcellen bij mannen.
• Tijdens de vroege embryonale ontwikkeling (rond week 2) worden de cellen die later gameten
zullen vormen apart gezet.
• Pas vanaf de puberteit worden hieruit rijpe geslachtscellen gevormd.
• Kiemcellen = de link tussen generaties → enkel mutaties in deze cellen zijn erfelijk.
• (↔ somatische cellen = gewone lichaamscellen)

3

,Gentherapie
• Somatische gentherapie: Wijzigingen worden aangebracht in lichaamscellen, bv. stamcellen van het
beenmerg.
o Niet overerfbaar.
o Kan vergeleken worden met een transplantatie.
• Germinale gentherapie: Genetische wijzigingen in geslachtscellen (kiemcellen).
o Wel overerfbaar → effect op volgende generaties.
Kanker en somatische mutaties
• Kanker ontstaat als er mutaties optreden in genen die celgroei en cel differentiatie reguleren.
o Hierdoor valt de controle weg → ontstaan van kankercel.
• Somatische mutaties: Ontstaan in lichaamscellen.
o Niet erfelijk.
• Kanker is genetische aandoening, maar meestal niet erfelijk
• Er kan een aangeboren, erfelijke aanleg zijn voor kanker:
o Lichaamscellen bevatten al een mutatie (meestal geërfd).
o Hogere kans op bepaalde kankers, vaak op jongere leeftijd.
Evolutie
• Geslachtscellen = brug tussen generaties.
• Nieuwe erfelijke kenmerken ontstaan door mutaties in de kiemcellijn.
o Alleen mutaties in de kiemlijn zijn erfelijk. (Mutaties in somatische cellen zijn dat niet)


2. ONTSTAAN VAN DE GESLACHTSCELLEN EN GONADEN
Primordiale geslachtscellen (PGC)
• Ontstaan in 2e week na bevruchting
• Differentiëren van de kiemcellen uit de epiblast
• Migreren naar wand v/d dooierzak (caudaal)(migratie naar ‘buiten’)
• Waarom die vroege migratie & aparte ligging? 2 redenen:
o Totipotentie behouden
▪ PGC’s moeten totipotent blijven (kunnen nog alles worden).
▪ Daarom worden ze tijdelijk buiten het embryo geplaatst,
weg van signaalstoffen die differentiatie zouden kunnen
uitlokken.
▪ Bescherming tegen differentiatie!
o Aantal mutaties beperken
▪ Elke celdeling (S-fase + mitose) brengt risico op mutaties.
▪ Hoe meer celdelingen, hoe meer kans op fouten/ mutaties.
▪ Door PGC’s vroeg apart te zetten → minder delingen nodig om geslachtscellen te
vormen.
▪ ➜ Lagere (spontane) mutatiefrequentie in kiemcellijn
(belangrijk voor erfelijke stabiliteit).
• Tussen 4de en 6de week: Migratie van PGC's
o Ze migreren vanuit de dooierzakwand naar de gonadale
plooien (toekomstige gonaden = primitieve
geslachtsklier)(genital ridge).
o Geslachtsplooien liggen in de dorsale lichaamswand van het
embryo, op thoracaal niveau 10.


4

,• In de primitieve geslachtsklieren (gonaden) worden geslachtsstrengen (sex cords) gevormd uit
mesodermale cellen.
o Deze strengen:
▪ Omgeven de PGC's → zorgen voor ondersteuning
▪ Reguleren verdere ontwikkeling.
▪ Zorgen voor voeding van PGC's.
• Gaan zich anders ontwikkelen bij man en vrouw:
Vrouwelijk embryo Mannelijk embryo
➢ Bij afwezigheid SRY gen ➢ O.i.v. het SRY-gen (Y-chromosoom).
➢ Corticale geslachtsstrengen (in de ➢ Medullaire geslachtsstrengen (in de
cortex) blijven bestaan. merg) blijven bestaan.
➢ Ontwikkelen zich tot follikelcellen. ➢ Differentiatie tot Sertoli- en
➢ Tijdens eisprong: eicel komt vrij in de Leydigcellen.
buikholte en wordt opgepikt door de ➢ Zaadcellen worden inwendig
eileider. afgevoerd via buizensysteem.




• Wat als PGC’s hun bestemming niet bereiken? → ° wondergezwel of teratoma
o kiemcellen blijven onderweg achter en prolifereren ter plaatse tot een massa cellen (gezwel
of tumor)
▪ in mondholte: nasopharyngeaal
▪ in thorax
o kiemcellen zijn de voorlopers van alle mogelijke lichaamscellen, dus kunnen differentiëren
tot alle celtypes
▪ Een teratoma bevat dan ook weefsels afkomstig van de drie kiemlagen zoals tanden,
haar, spierweefsel, klierweefsel, etc

5

, 3. GENETISCHE VERANDERINGEN EN GAMETOGENESE
• PGC cellen = stamcellen
• Opeenvolgende celdelingen → °voorraad cellen (nodig om de rijpe geslachtscellen ofwel
zaadcel/eicel aan te maken)
• Rijpingsproces = gametogenese, 2 belangrijke processen
1) Genetische reductie (meiose): 46 → 23 chromosomen.
2) Verandering in de vorm v/d cellen


3.1 VERANDERING IN GENETISCHE SAMENSTELLING VAN DE GESLACHTSCELLEN
• Toename in aantal cellen is essentieel voor groei (fundamenteel proces in embryogenese)
• Bepaalde cellen (vnl stamcellen) blijven tijdens het leven verder delen
↔ volledig gedifferentieerde cellen niet: celcyclus stopt in G1 fase (=G0)
• 2 soorten weefsels:
o Weefsels met stamcellen
▪ Cellen die weinig gedifferentieerd zijn
▪ Continue vervanging van gedifferentieerde cellen die afsterven
▪ Door celdeling: °bijkomende stamcellen → differentiatie
▪ Bv. beenmerg, darmmucosa, haar, bloedcellen
▪ Heel kwetsbaar voor mutaties (want veel celdelingen).. hier komt vaak kanker voor
o Weefsels met nagenoeg géén stamcellen
▪ Terminaal gedifferentieerde cellen die in de G0 fase zitten
▪ Niet/zeer beperkt vervangen → Kwetsbare weefsels, als er schade optreedt zal dit
niet of nauwelijks herstelt worden!
▪ Bv. hersencellen, hartspiercellen, nefronen in de nier
▪ Uitzondering: kankercel
• Controle v/d normale celcyclus weggevallen, cellen delen ongecontroleerd
• Medicatie/ chemotherapie : richten op snel delende cellen
• Nevenwerkingen: medicatie treft normale lichaamscellen die ook snel delen
→ haaruitval, mucosaletsels, neutropenie,...
o Bloedcellen
▪ witte bloedcellen: infecties
▪ rode bloedcellen: anemie - vermoeidheid
▪ bloedplaatjes: bloedingen
o Gastro intestinaal stelsel
▪ diarree
▪ letsels in mondmucosa

3.1.1 CELCYCLUS
• Ploïdie = het aantal sets chromosomen in een celkern.
o Diploïd (2n): normale lichaamscellen, bevatten 2 exemplaren van elk chromosoom (één van
elke ouder).
▪ Mens: 23 paar chromosomen = 2 × 23 = 46 chromosomen.
o Haploïd (n): geslachtscellen (spermacel of eicel), bevatten slechts één exemplaar van elk
chromosoom (23 totaal).

6

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
11 januari 2026
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$10.60

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
64
Volgers
1
Items
18
Laatst verkocht
3 dagen geleden


Reviews van geverifieerde kopers

4 maanden geleden

Really an aanrader!




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen