🏦 Bank & Financiën – De
Belgische financiële sector
1. Wat is de financiële sector?
De financiële sector omvat alle instellingen die:
spaargeld aantrekken van het publiek,
kredieten verstrekken,
of optreden als tussenpersoon tussen spaarders en kredietnemers.
➡️Kernfunctie: geldstromen organiseren in de economie.
2. De kerntaak van banken:
intermediatiefunctie
De intermediatiefunctie betekent dat banken:
geld van spaarders (deposito’s) verzamelen,
dit omzetten in kredieten aan gezinnen, bedrijven en overheid.
Belangrijk:
Deposito’s en kredieten stemmen nooit perfect overeen → banken doen
aan:
schaaltransformatie (veel kleine deposito’s → grote kredieten),
looptijdtransformatie (kort sparen → lang lenen),
valutatransformatie.
➡️Dit zorgt voor risico’s, vooral solvabiliteits- en liquiditeitsrisico.
,3. Kredietinstellingen (banken)
Definitie (Bankenwet 25 april 2014)
Een kredietinstelling (KI) is een onderneming die:
deposito’s of andere terugbetaalbare gelden van het publiek ontvangt,
én kredieten verleent voor eigen rekening.
Traditionele activiteiten
zicht- en spaarrekeningen
termijnrekeningen
consumentenkrediet
hypothecair krediet
investeringskrediet
➡️Kredieten = inkomsten (rente)
➡️Deposito’s = kosten (creditrente)
4. Soorten banken in België
BE: banken naar Belgisch recht
DO: dochterondernemingen (Belgisch recht, buitenlandse moeder)
KE: bijkantoren van EU-banken
KN: bijkantoren van niet-EU-banken
5. Risico’s bij banken
Algemeen insolvabiliteitsrisico
Het risico dat een bank haar verplichtingen niet kan nakomen tegenover:
spaarders,
andere schuldeisers.
,Buffer tegen dit risico
Eigen vermogen (EV)
→ hoe hoger EV, hoe veiliger de bank.
➡️Overheden leggen minimale kapitaalvereisten op (Basel III / IV).
6. Andere financiële instellingen
1️⃣
Beleggingsondernemingen
Ondernemingen die beleggingsdiensten verlenen, zoals:
ontvangen en uitvoeren van beursorders,
vermogensbeheer,
beleggingsadvies.
Twee types
Beursvennootschappen
→ mogen geen deposito’s ontvangen
Vermogensbeheerders & adviseurs
→ mogen geen geld van cliënten aanhouden
2️⃣
Institutionele beleggers
Beleggen langetermijngeld van veel mensen:
verzekeraars,
pensioenfondsen,
beleggingsfondsen.
➡️Levensverzekeraars = grootste institutionele beleggers.
, 7. Pensioenpijlers (klassieker op examen)
1. 1e pijler: wettelijk pensioen (sociale zekerheid)
2. 2e pijler: aanvullend pensioen via werkgever
3. 3e pijler: individueel pensioensparen
4. 4e pijler: vrij sparen en beleggen
5. 5e pijler: eigen woning
8. Beleggingsfondsen
Fonds = verzameling van geld van veel beleggers
Wordt belegd in aandelen, obligaties, …
Indirect beleggen → spreiding en professioneel beheer
9. Centrales (NBB)
Centrale voor kredieten aan particulieren (CKP)
Registreert:
o consumentenkredieten
o hypothecaire kredieten
o wanbetalingen
Banken moeten CKP raadplegen vóór kredietverlening
➡️Doel: overmatige schuldenlast voorkomen.
Centrale voor kredieten aan ondernemingen
Registreert professionele kredieten
Informatie voor banken en NBB
Belgische financiële sector
1. Wat is de financiële sector?
De financiële sector omvat alle instellingen die:
spaargeld aantrekken van het publiek,
kredieten verstrekken,
of optreden als tussenpersoon tussen spaarders en kredietnemers.
➡️Kernfunctie: geldstromen organiseren in de economie.
2. De kerntaak van banken:
intermediatiefunctie
De intermediatiefunctie betekent dat banken:
geld van spaarders (deposito’s) verzamelen,
dit omzetten in kredieten aan gezinnen, bedrijven en overheid.
Belangrijk:
Deposito’s en kredieten stemmen nooit perfect overeen → banken doen
aan:
schaaltransformatie (veel kleine deposito’s → grote kredieten),
looptijdtransformatie (kort sparen → lang lenen),
valutatransformatie.
➡️Dit zorgt voor risico’s, vooral solvabiliteits- en liquiditeitsrisico.
,3. Kredietinstellingen (banken)
Definitie (Bankenwet 25 april 2014)
Een kredietinstelling (KI) is een onderneming die:
deposito’s of andere terugbetaalbare gelden van het publiek ontvangt,
én kredieten verleent voor eigen rekening.
Traditionele activiteiten
zicht- en spaarrekeningen
termijnrekeningen
consumentenkrediet
hypothecair krediet
investeringskrediet
➡️Kredieten = inkomsten (rente)
➡️Deposito’s = kosten (creditrente)
4. Soorten banken in België
BE: banken naar Belgisch recht
DO: dochterondernemingen (Belgisch recht, buitenlandse moeder)
KE: bijkantoren van EU-banken
KN: bijkantoren van niet-EU-banken
5. Risico’s bij banken
Algemeen insolvabiliteitsrisico
Het risico dat een bank haar verplichtingen niet kan nakomen tegenover:
spaarders,
andere schuldeisers.
,Buffer tegen dit risico
Eigen vermogen (EV)
→ hoe hoger EV, hoe veiliger de bank.
➡️Overheden leggen minimale kapitaalvereisten op (Basel III / IV).
6. Andere financiële instellingen
1️⃣
Beleggingsondernemingen
Ondernemingen die beleggingsdiensten verlenen, zoals:
ontvangen en uitvoeren van beursorders,
vermogensbeheer,
beleggingsadvies.
Twee types
Beursvennootschappen
→ mogen geen deposito’s ontvangen
Vermogensbeheerders & adviseurs
→ mogen geen geld van cliënten aanhouden
2️⃣
Institutionele beleggers
Beleggen langetermijngeld van veel mensen:
verzekeraars,
pensioenfondsen,
beleggingsfondsen.
➡️Levensverzekeraars = grootste institutionele beleggers.
, 7. Pensioenpijlers (klassieker op examen)
1. 1e pijler: wettelijk pensioen (sociale zekerheid)
2. 2e pijler: aanvullend pensioen via werkgever
3. 3e pijler: individueel pensioensparen
4. 4e pijler: vrij sparen en beleggen
5. 5e pijler: eigen woning
8. Beleggingsfondsen
Fonds = verzameling van geld van veel beleggers
Wordt belegd in aandelen, obligaties, …
Indirect beleggen → spreiding en professioneel beheer
9. Centrales (NBB)
Centrale voor kredieten aan particulieren (CKP)
Registreert:
o consumentenkredieten
o hypothecaire kredieten
o wanbetalingen
Banken moeten CKP raadplegen vóór kredietverlening
➡️Doel: overmatige schuldenlast voorkomen.
Centrale voor kredieten aan ondernemingen
Registreert professionele kredieten
Informatie voor banken en NBB