Inge Van Den Bergh Ontwikkelingspsychologie 2025-2026
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1. DEFINITIE
Ontwikkelings- of levenslooppsychologie
= deelgebied binnen psychologie
Bestudeert de normale levensloop v/d mens met al zijn typische
ontwikkelingsaspecten vanaf de conceptie tot aan de dood
2. ONTWIKKELING
Ook volwassenen & ouderen (dubbele vergrijzing: steeds meer oudere mensen
leven langer)
Positief verloop
o Verandering – evolutie
o Groei – verbetering
Negatief verloop
o Achteruitgang – regressie (=achteruit gaan)
o Ongunstig verloop
Alles staat stil = stagnatie
3. ONTWIKKELINGSPRINCIPES
3.1 LEEFTIJDSFASEN
Totale menselijke levensloop hanteerbaar te maken onderverdeeld volgens
leeftijd in aantal fasen.
Functies die ontwikkelen – functies in rust
Bepaalde leeftijdsperiode horen bepaalde gedragingen en ontwikkelingen
Indeling:
Foetus/prenatale fase Periode van zwangerschap: - 9 tot
0 maand
Baby/zuigeling 0-1 jaar
Peuter 1-3 jaar
Kleuter 3-6 jaar
Vanaf 1ste leerjaar begin je te wisselen van tanden (5/6 jaar)
Lagereschoolkind 6-12 jaar
Jongere 12-18 jaar
Volwassene: 18-65 jaar
Jongvolwassenheid 18-35 jaar
Middenvolwassenheid 35-50 jaar
Laatvolwassenheid 50-65 jaar
Oudere: 65 jaar tot dood
Vroege ouderdom 65-75 jaar
Late ouderdom + 75 jaar
Fase:
Kenmerkend verloop
1
,Inge Van Den Bergh Ontwikkelingspsychologie 2025-2026
Heeft eigen specifieke mogelijkheden & risico’s
Kent eigen, specifieke risico’s of moeilijkheden
Gemiddelde vaardigheden en kennis – eigen ritme!
Niet als norm hanteren
Gedurende volwassenheid zijn er nog ontwikkelingen
Hoe meer 1ste levensjaren achter ons laten, hoe moeilijker het wordt aangeven van
leeftijdsgrenzen en beoogde vaardigheden in volwassenheid moeilijke opgave
Ontwikkelingscrisis of knooppunt (is een moment van overgang tussen
levensfasen, zoals van puberteit naar volwassenheid)
Overgangen = onrust (crisis):
Tijdens overgang ontstaat vaak onrust: je laat vertrouwde zekerheden los en
wordt uitgedaagd om nieuwe ervaringen aan te gaan.
Deze crisis is geen probleem, maar een kans tot persoonlijke groei en het
bereiken van een nieuw niveau van functioneren.
Hechting:
Het geweten: morale ontwikkeling: verschil tussen goed en kwaad
Seksuele ontwikkeling: vanaf baby zijnde al mee bezig
Spelontwikkeling
3.2 ONTWIKKELINGSDOMEINEN
Verschillende domeinen
Ontwikkeling is een proces
Kind ontwikkelt zich als eenheid
Cursus is kunstmatige indeling
Domeinen beïnvloeden elkaar
Lichamelijk: rollen
Cognitief: ik zie een andere kant van de living
Sociaal-emotioneel: blazen zodat er iemand komt kijken, weten dat er met geluid
iemand komt kijken
3.2.1 LICHAMELIJKE ONTWIKKELING
Fysieke groei (bv. hoeveel weegt een baby gemiddeld)
Sensorische ontwikkeling (zintuigen)
Motorische ontwikkeling (gaat in een spurt, dan middelmatig en dan zwakt het
af)
o Groei foetus
o Zien van kleuren
o Kruipen tot lopen
o Ontwikkeling geslachtskenmerken
o Lichamelijke verouderingsverschijnselen
3.2.2 COGNITIEVE ONTWIKKELING
Waarneming, geheugen en denken
2
,Inge Van Den Bergh Ontwikkelingspsychologie 2025-2026
Het denken (Hoe denkt een baby? Hoe ziet het brein eruit v/e peuter of kleuter?
Wrm wordt die zo kwaad als die een blauwe beker krijgt in plaats v/e groene)
Taalontwikkeling
3.2.3 SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING
Emotionele ontwikkeling, morele ontwikkeling, sociale ontwikkeling, hechting, het
geweten, seksuele ontwikkeling, spelontwikkeling
3.3 ONTWIKKELINGSKENMERKEN
Eigen ontwikkelingstempo – vaste volgorde
Gevoelige periode (bv. taal 0 – 6 jaar) eenmaal voorbij, wordt moeilijker om
aantal gedragingen aan te leren die voorheen als vanzelf werden verworven
Voorwaarden ontwikkelen: rijpheid (= grootste stuk van ontwikkeling gebeurt
vanzelf) om vaardigheden aan te leren. = lichamelijke rijpheid om te leren.
cognitief = kind van ene jaar kan geen breuken leren bij wiskunde.
Kinderen onderling verschillen in tempo
Verschillend tempo in 1 kind
Geef ruimte en tijd !
LET OP!: alarmsignalen (niet noodzakelijk) op ontwikkelingsstoornissen kunnen
wijzen
4. ONTWIKKELINGSPROBLEMEN
Alarmsignalen snel detecteren
Kunnen op ontwikkelingsstoornissen wijzen
Aangepaste begeleiding
Uitzoomen en onderzoeken door wat de alarmsignalen kunnen zijn
5. ONTWIKKELINGSBEÏNVLOEDING
5.1 ONTWIKKELINGSFACTOREN
Ontwikkeling vanzelf – verandering door rijping: kruipen, reflexen (zuigreflex),
bv groeien
Andere veranderingen zijn resultaat van bewust proces – verandering door
leren: schrijven, tellen, fietsen, eten met bestek
Wisselwerking rijping en leren
Andere aspecten invloed: aanleg, persoonlijkheid, interactie met omgeving en
contact met anderen
Geschiedenis # theorieën
“Hoe beïnvloedbaar” is de ontwikkeling v/e kind? (Hoe kunnen we een
ontwikkelend kind beïnvloeden? Theorieën)
Biologische theorieën – nature/aanleg
Milieu(uw omgeving)theorieën – nurture (beinvloeding)
Ontwikkelingsbeïnvloeding – NATURE (KENNEN)
- Groei & rijping vanuit genetische aanleg vroeger
- Geërfde eigenschappen (fauna en flora)
- Identiteit = intern vastgelegd
3
, Inge Van Den Bergh Ontwikkelingspsychologie 2025-2026
- Ontwikkeling is rijping v/h aanwezige
- Weinig invloed op ontwikkeling
- Eindpunt: jongvolwassenheid
Ontwikkelingsbeïnvloeding - NURTURE (KENNEN)
Milieu is cruciaal
Focus op sociaal leren
Iedereen kan worden wat hij wil, onbeschreven blad
Als er iets mis was met het kind was het de ouders hun schuld wegens de
opvoeding
Tabula rasa (onbeschreven blad) bij de geboorte zonder kennis, zonder
vaardigheden word je geboren en door lichamelijk, cognitief en sociaal leren in
contact met omgeving (milieu) ontwikkelt baby tot volwaardig pers.
Ontwikkelingsbevorderende omgeving
Eindpunt: jongwolassenheid
Ontwikkelingsbeïnvloeding:
Erikson
Nature + nurture + zelfbepaling (= als je oud genoeg bent kun je over je
eigenzelf gaan nadenken) gemeenschappelijk besluit
Vrije keuze of ego-factoren
o Richting geven aan ontwikkeling
o Omstandigheden scheppen
o Eigen doelen & keuzes
o Zelf verantwoordelijk
(NIET hetzelfde als schuld)
o Opvoeding is voor een stuk ingebakken
Ontwikkelingsbeïnvloeding - overzicht:
Biologische factoren
Genetische (allergieën) factoren:
leeftijdsgebonden + individuele genetische aanleg
o Zintuiglijke ontwikkeling, lopen, zindelijkheid, …
o Lichaamskenmerken, temperament, intelligentie
Ziekteprocessen
o Hersenvliesontsteking, stofwisselingsziekte
Milieufactoren: beklemtonen rol omgevingen
Socio-culturele factoren: welke waarden en normen heb je meegekregen
Fysisch-geogratisch millea (uit onderzoek gebleken)-geografisch milieu
o Klimaat, bevolkingsdichtheid, stad/dorp,
industralisatiegraad/platteland
Egofactoren (keuzes)
Bewuste zelfbepaling - keuze
5.1.1 INDELING VOLGENS TIJD
Prenatale invloeden: VOOR geboorte
Tijdens zwangerschap gebruik verdovende middelen, moeder die erg ziek
wordt zware koorts, toxoplasma, medicatie
Perinatale invloeden: TIJDENS geboorte
4
ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
1. DEFINITIE
Ontwikkelings- of levenslooppsychologie
= deelgebied binnen psychologie
Bestudeert de normale levensloop v/d mens met al zijn typische
ontwikkelingsaspecten vanaf de conceptie tot aan de dood
2. ONTWIKKELING
Ook volwassenen & ouderen (dubbele vergrijzing: steeds meer oudere mensen
leven langer)
Positief verloop
o Verandering – evolutie
o Groei – verbetering
Negatief verloop
o Achteruitgang – regressie (=achteruit gaan)
o Ongunstig verloop
Alles staat stil = stagnatie
3. ONTWIKKELINGSPRINCIPES
3.1 LEEFTIJDSFASEN
Totale menselijke levensloop hanteerbaar te maken onderverdeeld volgens
leeftijd in aantal fasen.
Functies die ontwikkelen – functies in rust
Bepaalde leeftijdsperiode horen bepaalde gedragingen en ontwikkelingen
Indeling:
Foetus/prenatale fase Periode van zwangerschap: - 9 tot
0 maand
Baby/zuigeling 0-1 jaar
Peuter 1-3 jaar
Kleuter 3-6 jaar
Vanaf 1ste leerjaar begin je te wisselen van tanden (5/6 jaar)
Lagereschoolkind 6-12 jaar
Jongere 12-18 jaar
Volwassene: 18-65 jaar
Jongvolwassenheid 18-35 jaar
Middenvolwassenheid 35-50 jaar
Laatvolwassenheid 50-65 jaar
Oudere: 65 jaar tot dood
Vroege ouderdom 65-75 jaar
Late ouderdom + 75 jaar
Fase:
Kenmerkend verloop
1
,Inge Van Den Bergh Ontwikkelingspsychologie 2025-2026
Heeft eigen specifieke mogelijkheden & risico’s
Kent eigen, specifieke risico’s of moeilijkheden
Gemiddelde vaardigheden en kennis – eigen ritme!
Niet als norm hanteren
Gedurende volwassenheid zijn er nog ontwikkelingen
Hoe meer 1ste levensjaren achter ons laten, hoe moeilijker het wordt aangeven van
leeftijdsgrenzen en beoogde vaardigheden in volwassenheid moeilijke opgave
Ontwikkelingscrisis of knooppunt (is een moment van overgang tussen
levensfasen, zoals van puberteit naar volwassenheid)
Overgangen = onrust (crisis):
Tijdens overgang ontstaat vaak onrust: je laat vertrouwde zekerheden los en
wordt uitgedaagd om nieuwe ervaringen aan te gaan.
Deze crisis is geen probleem, maar een kans tot persoonlijke groei en het
bereiken van een nieuw niveau van functioneren.
Hechting:
Het geweten: morale ontwikkeling: verschil tussen goed en kwaad
Seksuele ontwikkeling: vanaf baby zijnde al mee bezig
Spelontwikkeling
3.2 ONTWIKKELINGSDOMEINEN
Verschillende domeinen
Ontwikkeling is een proces
Kind ontwikkelt zich als eenheid
Cursus is kunstmatige indeling
Domeinen beïnvloeden elkaar
Lichamelijk: rollen
Cognitief: ik zie een andere kant van de living
Sociaal-emotioneel: blazen zodat er iemand komt kijken, weten dat er met geluid
iemand komt kijken
3.2.1 LICHAMELIJKE ONTWIKKELING
Fysieke groei (bv. hoeveel weegt een baby gemiddeld)
Sensorische ontwikkeling (zintuigen)
Motorische ontwikkeling (gaat in een spurt, dan middelmatig en dan zwakt het
af)
o Groei foetus
o Zien van kleuren
o Kruipen tot lopen
o Ontwikkeling geslachtskenmerken
o Lichamelijke verouderingsverschijnselen
3.2.2 COGNITIEVE ONTWIKKELING
Waarneming, geheugen en denken
2
,Inge Van Den Bergh Ontwikkelingspsychologie 2025-2026
Het denken (Hoe denkt een baby? Hoe ziet het brein eruit v/e peuter of kleuter?
Wrm wordt die zo kwaad als die een blauwe beker krijgt in plaats v/e groene)
Taalontwikkeling
3.2.3 SOCIAAL-EMOTIONELE ONTWIKKELING
Emotionele ontwikkeling, morele ontwikkeling, sociale ontwikkeling, hechting, het
geweten, seksuele ontwikkeling, spelontwikkeling
3.3 ONTWIKKELINGSKENMERKEN
Eigen ontwikkelingstempo – vaste volgorde
Gevoelige periode (bv. taal 0 – 6 jaar) eenmaal voorbij, wordt moeilijker om
aantal gedragingen aan te leren die voorheen als vanzelf werden verworven
Voorwaarden ontwikkelen: rijpheid (= grootste stuk van ontwikkeling gebeurt
vanzelf) om vaardigheden aan te leren. = lichamelijke rijpheid om te leren.
cognitief = kind van ene jaar kan geen breuken leren bij wiskunde.
Kinderen onderling verschillen in tempo
Verschillend tempo in 1 kind
Geef ruimte en tijd !
LET OP!: alarmsignalen (niet noodzakelijk) op ontwikkelingsstoornissen kunnen
wijzen
4. ONTWIKKELINGSPROBLEMEN
Alarmsignalen snel detecteren
Kunnen op ontwikkelingsstoornissen wijzen
Aangepaste begeleiding
Uitzoomen en onderzoeken door wat de alarmsignalen kunnen zijn
5. ONTWIKKELINGSBEÏNVLOEDING
5.1 ONTWIKKELINGSFACTOREN
Ontwikkeling vanzelf – verandering door rijping: kruipen, reflexen (zuigreflex),
bv groeien
Andere veranderingen zijn resultaat van bewust proces – verandering door
leren: schrijven, tellen, fietsen, eten met bestek
Wisselwerking rijping en leren
Andere aspecten invloed: aanleg, persoonlijkheid, interactie met omgeving en
contact met anderen
Geschiedenis # theorieën
“Hoe beïnvloedbaar” is de ontwikkeling v/e kind? (Hoe kunnen we een
ontwikkelend kind beïnvloeden? Theorieën)
Biologische theorieën – nature/aanleg
Milieu(uw omgeving)theorieën – nurture (beinvloeding)
Ontwikkelingsbeïnvloeding – NATURE (KENNEN)
- Groei & rijping vanuit genetische aanleg vroeger
- Geërfde eigenschappen (fauna en flora)
- Identiteit = intern vastgelegd
3
, Inge Van Den Bergh Ontwikkelingspsychologie 2025-2026
- Ontwikkeling is rijping v/h aanwezige
- Weinig invloed op ontwikkeling
- Eindpunt: jongvolwassenheid
Ontwikkelingsbeïnvloeding - NURTURE (KENNEN)
Milieu is cruciaal
Focus op sociaal leren
Iedereen kan worden wat hij wil, onbeschreven blad
Als er iets mis was met het kind was het de ouders hun schuld wegens de
opvoeding
Tabula rasa (onbeschreven blad) bij de geboorte zonder kennis, zonder
vaardigheden word je geboren en door lichamelijk, cognitief en sociaal leren in
contact met omgeving (milieu) ontwikkelt baby tot volwaardig pers.
Ontwikkelingsbevorderende omgeving
Eindpunt: jongwolassenheid
Ontwikkelingsbeïnvloeding:
Erikson
Nature + nurture + zelfbepaling (= als je oud genoeg bent kun je over je
eigenzelf gaan nadenken) gemeenschappelijk besluit
Vrije keuze of ego-factoren
o Richting geven aan ontwikkeling
o Omstandigheden scheppen
o Eigen doelen & keuzes
o Zelf verantwoordelijk
(NIET hetzelfde als schuld)
o Opvoeding is voor een stuk ingebakken
Ontwikkelingsbeïnvloeding - overzicht:
Biologische factoren
Genetische (allergieën) factoren:
leeftijdsgebonden + individuele genetische aanleg
o Zintuiglijke ontwikkeling, lopen, zindelijkheid, …
o Lichaamskenmerken, temperament, intelligentie
Ziekteprocessen
o Hersenvliesontsteking, stofwisselingsziekte
Milieufactoren: beklemtonen rol omgevingen
Socio-culturele factoren: welke waarden en normen heb je meegekregen
Fysisch-geogratisch millea (uit onderzoek gebleken)-geografisch milieu
o Klimaat, bevolkingsdichtheid, stad/dorp,
industralisatiegraad/platteland
Egofactoren (keuzes)
Bewuste zelfbepaling - keuze
5.1.1 INDELING VOLGENS TIJD
Prenatale invloeden: VOOR geboorte
Tijdens zwangerschap gebruik verdovende middelen, moeder die erg ziek
wordt zware koorts, toxoplasma, medicatie
Perinatale invloeden: TIJDENS geboorte
4