NS 2026-2026
EUROPESE EN REGIONALE
INTEGRATIETHEORIEEN
INLEIDING
INHOUDSOPGAVE
inleiding.....................................................................................................................................................................1
1 Vroege integratietheorieën: Europa op zoek naar vrede?....................................................................................2
2 Neofunctionalisme: De eerste Europese integratietheorie?...............................................................................13
3 Neofunctionalisme uitgedaagd: Het einde van de europese ‘integratie’-theorieën?.........................................20
4 Het “grote debat”: neofunctionalisme en intergouvernementalisme heruitgevonden......................................28
5 Nieuw-institutionalisme.......................................................................................................................................41
6 Constructivisme....................................................................................................................................................53
7 Comparativisme - Wat is Europa: Politics as Usual, of Multi-level Governance?................................................66
8 Vergelijkend regionalisme....................................................................................................................................85
9 Kritische theorieeen: is een ander europa mogelijk............................................................................................94
10 het Sociaal-economisch debat.........................................................................................................................104
11 het democratie debat.......................................................................................................................................117
STRUCTUUR
Aanpak:
- Leerstof: cursus, slides, lessen (THEORIE)
o Lessen (eind september, begin november)
o Lezingen (nov-dec) – EUROPESE LEZINGENREEKS 2025
- Examen (meerkeuze)
o Zaterdag 10 januari 2026
o De lessen zijn de basis (de kern)
Het boek is deel van ‘te kennen’ voor het examen maar dat betekent niet dat je al de
details moet kennen en het letterlijk van buiten te kennen (aanvulling op de lessen)
o Stellingen – 4 antwoordmogelijkheden
Gaat vooral over het begrip van de leerstof
Gelijkend aan de stellingen uit de quiz na de les
- Paper
- Debat
o 2 oefensessies
o Januari (deel in november)
o Gepolariseerde wijze (pro vs contra)
o Rechtstaand, 2personen tegen elkaar
o Drie debatten bijwonen
WAAROM DIT VAK?
1
,NS 2026-2026
• Belangrijkste integratietheorieën begrijpen en kunnen toepassen
• Kritisch nadenken over de EU, én over hoe over de EU nagedacht wordt (en over politiek in het
algemeen)
• EU begrijpen, verklaren en voorspellen
• Aanpak:
• Leerstof: cursus + slides + lessen
• Paper
• Debat en argumentatie skills aanscherpen
WAAROM THEORIE?
Twee functies:
1. probleemoplossend: nuttige tools, concepten => onderzoekspaper en masterproef
• Path-dependency, onvoorziene gevolgen, spillover/spillback/spillaround, fire-alarm
controle, hard/zacht euroscepticisme, observationele equivalentie, critical juncture,
policy enterpreneurs, win-sets, cost of no agreement en cost of exclusion, framing,
silencing, layering, disciplinering, decentring, provincialisering, dekolonisering…
2. problematiserend: kritisch nadenken, common sense overstijgen, mythes en verhaaltjes
doorprikken => durf denken
• Moet de EU afgeschaft worden? Wat is het einddoel van de EU? Is Europa een
neoliberale constructie? Of een nieuwe Sovjet Unie? Is de EU democratisch? Is de EU
racistisch en koloniaal? Alternatieven voor de EU? Wat zijn de voordelen en nadelen
van lidmaatschap? Wie heeft het meeste macht in de EU?
EU = EXTRA INTERESSANT
• Moving target
• Ieder jaar een nieuwe crisis
• Meer integratie dan ooit
• Meer contestatie dan ooit
• Geopolitieke context
• Regionalisme buiten Europa
1 VROEGE INTEGRATIETHEORIEËN: EUROPA OP ZOEK NAAR VREDE?
INLEIDING (DOEL VAN DIT HOOFDSTUK)
In het eerste hoofdstuk worden de vroege integratietheorieën besproken – federalisme, functionalisme en
transactionalisme – die in de jaren 1940-1950 ontstonden in de zoektocht naar vrede en samenwerking in
Europa 3 wegen naar vrede
2
,NS 2026-2026
Contextschets
40s Europa lag in puin na twee wereldoorlogen, er waren 3 grote ideeën over wat nu te doen
- Federalisme: wat is nodig? Een groot en sterk Europa
- Functionalisme: begin klein, en werk zo naar meer integratie
- Transnationalisme: laat mensen aan elkaar wennen en zo telkens meer en meer integratie
In vergelijking met latere theorieën worden ze vaak gezien als minder gesofistikeerd en minder toepasbaar op
de specificiteit van de EU als politieke constructie. Toch blijven ze relevant om een aantal redenen:
Ten eerste gaat het om grand theories of op zijn minst grand visions, die het algemene plaatje van
Europese integratie belichten en kernvragen stellen die vandaag nog altijd actueel zijn: hoe krijgt de
Europese constructie vorm, wat is de wenselijkheid van integratie in Europees verband, en hoe zit het
met democratische inspraak?
Ten tweede hebben het federalisme, functionalisme en transactionalisme de basis gelegd voor de
daaropvolgende generaties EU-studies en de ontwikkeling van nieuwe theorieën beïnvloed.
Ten derde bieden deze perspectieven een kritische lens om te kijken naar hoe de EEG en later de EU
geëvolueerd zijn. De huidige staat van Europa komt immers niet overeen met het ideaalbeeld van
federalisten, functionalisten en transactionalisten, waardoor deze visies helpen om alternatieve
toekomsten van de EU te verbeelden.
Ten vierde maken ze ook de blinde vlekken in het denken over het ‘Europese project’ zichtbaar,
bijvoorbeeld met betrekking tot sociaal-economische ongelijkheid, gender, racisme en kolonialisme.
De analyses van Europese mannen tonen hoe machtsverhoudingen en dominante denkpatronen zich
ontwikkeld hebben.
Ten vijfde laten ze toe om meta-vragen te stellen over de dominante geschiedschrijving van de EU en
van haar theorievorming. Hierbij wordt duidelijk dat bepaalde aspecten – zoals de marxistische inslag
van Spinelli of de anarchistische inspiratie van Mitrany – onderbelicht blijven in de klassieke
overzichten. Tegelijkertijd waren er in de jaren 1940-1950 nog veel meer denkers over ‘Europa’ die in
de handboeken nauwelijks aandacht kregen.
De bedoeling van dit hoofdstuk is dus niet enkel om de ‘klassieke’ scholen toe te lichten, maar ook om deze meta-aspecten
te benadrukken. Het federalisme en functionalisme (en in mindere mate het transactionalisme) worden vaak voorgesteld
als pre-theoretisch en normatief, gericht op het overstijgen van de macht van nationale staten en het streven naar vrede.
Latere theorieën zouden de integratie meer wetenschappelijk benaderen, maar dit verhaal blijkt complexer te zijn dan het
op het eerste gezicht lijkt.
3 WEGEN NAAR VREDE…
3
, NS 2026-2026
FEDERALISME
Kernidee (soundbite)
“Eén gemeenschappelijk bestuur boven de staten om vrede en voorspelbare regels te garanderen.”
Echte vrede en stabiliteit in Europa is enkel mogelijk als er een sterke supranationale overheid is
o Als alle landen gezamenlijke instellingen en regels hebben, gaan ze minder rede hebben om
ruzie te maken, meer kans op vrede, minder kans op oorlog
Praktisch
- Gezamenlijke instellingen (raad van Europa, Hof van state)
- Gezamenlijke regels
Voordelen
• Minder conflicten: gedeelde regels & arbitrage boven nationaal niveau
• Efficiëntie: minder dubbel werk, schaalvoordeel (defensie, migratie, klimaat)
• Rechtenbescherming: onafhankelijke rechter kan nationale ontsporingen corrigeren (EHRM)
Nadelen / Obstakels
• Soevereiniteit: weerstand bij belastingen, defensie, migratie
• Democratische afstand: gevoel van “Brussel beslist, wij niet”
• One-size-fits-all: culturele/economische verschillen botsen met uniforme regels
Voorbeelden
• Raad van Europa & EHRM: mensenrechtenstandaarden, bindende arresten
• EU-praktijk (deels federaal): gezamenlijke markt, eurozone, grenzen (Schengen)
Logica achter federalisme
• Gedeelde regels + gedeelde handhaving ⇒ minder ruimte voor ruzie
• Gemeenschappelijk belang > nationaal eigenbelang in grensoverschrijdende dossiers
o federalisme maakt het zo mogelijk om dossiers die de grenzen overstijgen – zoals klimaat,
handel of veiligheid – te behandelen vanuit een gezamenlijk belang, dat zwaarder kan wegen
dan het louter nationale eigenbelang.
Veelvoorkomende misvatting
• “Federalisme = centralisme.”
→ Federaties kunnen bevoegdheden duidelijk verdelen: wat lokaal kan, blijft lokaal. Wat
grensoverschrijdend is, wordt samen geregeld.
o Centralisme betekent dat de macht en besluitvorming zoveel mogelijk geconcentreerd zijn op één centraal niveau
(meestal de nationale overheid).
Alternatieven (ter vergelijking)
4
EUROPESE EN REGIONALE
INTEGRATIETHEORIEEN
INLEIDING
INHOUDSOPGAVE
inleiding.....................................................................................................................................................................1
1 Vroege integratietheorieën: Europa op zoek naar vrede?....................................................................................2
2 Neofunctionalisme: De eerste Europese integratietheorie?...............................................................................13
3 Neofunctionalisme uitgedaagd: Het einde van de europese ‘integratie’-theorieën?.........................................20
4 Het “grote debat”: neofunctionalisme en intergouvernementalisme heruitgevonden......................................28
5 Nieuw-institutionalisme.......................................................................................................................................41
6 Constructivisme....................................................................................................................................................53
7 Comparativisme - Wat is Europa: Politics as Usual, of Multi-level Governance?................................................66
8 Vergelijkend regionalisme....................................................................................................................................85
9 Kritische theorieeen: is een ander europa mogelijk............................................................................................94
10 het Sociaal-economisch debat.........................................................................................................................104
11 het democratie debat.......................................................................................................................................117
STRUCTUUR
Aanpak:
- Leerstof: cursus, slides, lessen (THEORIE)
o Lessen (eind september, begin november)
o Lezingen (nov-dec) – EUROPESE LEZINGENREEKS 2025
- Examen (meerkeuze)
o Zaterdag 10 januari 2026
o De lessen zijn de basis (de kern)
Het boek is deel van ‘te kennen’ voor het examen maar dat betekent niet dat je al de
details moet kennen en het letterlijk van buiten te kennen (aanvulling op de lessen)
o Stellingen – 4 antwoordmogelijkheden
Gaat vooral over het begrip van de leerstof
Gelijkend aan de stellingen uit de quiz na de les
- Paper
- Debat
o 2 oefensessies
o Januari (deel in november)
o Gepolariseerde wijze (pro vs contra)
o Rechtstaand, 2personen tegen elkaar
o Drie debatten bijwonen
WAAROM DIT VAK?
1
,NS 2026-2026
• Belangrijkste integratietheorieën begrijpen en kunnen toepassen
• Kritisch nadenken over de EU, én over hoe over de EU nagedacht wordt (en over politiek in het
algemeen)
• EU begrijpen, verklaren en voorspellen
• Aanpak:
• Leerstof: cursus + slides + lessen
• Paper
• Debat en argumentatie skills aanscherpen
WAAROM THEORIE?
Twee functies:
1. probleemoplossend: nuttige tools, concepten => onderzoekspaper en masterproef
• Path-dependency, onvoorziene gevolgen, spillover/spillback/spillaround, fire-alarm
controle, hard/zacht euroscepticisme, observationele equivalentie, critical juncture,
policy enterpreneurs, win-sets, cost of no agreement en cost of exclusion, framing,
silencing, layering, disciplinering, decentring, provincialisering, dekolonisering…
2. problematiserend: kritisch nadenken, common sense overstijgen, mythes en verhaaltjes
doorprikken => durf denken
• Moet de EU afgeschaft worden? Wat is het einddoel van de EU? Is Europa een
neoliberale constructie? Of een nieuwe Sovjet Unie? Is de EU democratisch? Is de EU
racistisch en koloniaal? Alternatieven voor de EU? Wat zijn de voordelen en nadelen
van lidmaatschap? Wie heeft het meeste macht in de EU?
EU = EXTRA INTERESSANT
• Moving target
• Ieder jaar een nieuwe crisis
• Meer integratie dan ooit
• Meer contestatie dan ooit
• Geopolitieke context
• Regionalisme buiten Europa
1 VROEGE INTEGRATIETHEORIEËN: EUROPA OP ZOEK NAAR VREDE?
INLEIDING (DOEL VAN DIT HOOFDSTUK)
In het eerste hoofdstuk worden de vroege integratietheorieën besproken – federalisme, functionalisme en
transactionalisme – die in de jaren 1940-1950 ontstonden in de zoektocht naar vrede en samenwerking in
Europa 3 wegen naar vrede
2
,NS 2026-2026
Contextschets
40s Europa lag in puin na twee wereldoorlogen, er waren 3 grote ideeën over wat nu te doen
- Federalisme: wat is nodig? Een groot en sterk Europa
- Functionalisme: begin klein, en werk zo naar meer integratie
- Transnationalisme: laat mensen aan elkaar wennen en zo telkens meer en meer integratie
In vergelijking met latere theorieën worden ze vaak gezien als minder gesofistikeerd en minder toepasbaar op
de specificiteit van de EU als politieke constructie. Toch blijven ze relevant om een aantal redenen:
Ten eerste gaat het om grand theories of op zijn minst grand visions, die het algemene plaatje van
Europese integratie belichten en kernvragen stellen die vandaag nog altijd actueel zijn: hoe krijgt de
Europese constructie vorm, wat is de wenselijkheid van integratie in Europees verband, en hoe zit het
met democratische inspraak?
Ten tweede hebben het federalisme, functionalisme en transactionalisme de basis gelegd voor de
daaropvolgende generaties EU-studies en de ontwikkeling van nieuwe theorieën beïnvloed.
Ten derde bieden deze perspectieven een kritische lens om te kijken naar hoe de EEG en later de EU
geëvolueerd zijn. De huidige staat van Europa komt immers niet overeen met het ideaalbeeld van
federalisten, functionalisten en transactionalisten, waardoor deze visies helpen om alternatieve
toekomsten van de EU te verbeelden.
Ten vierde maken ze ook de blinde vlekken in het denken over het ‘Europese project’ zichtbaar,
bijvoorbeeld met betrekking tot sociaal-economische ongelijkheid, gender, racisme en kolonialisme.
De analyses van Europese mannen tonen hoe machtsverhoudingen en dominante denkpatronen zich
ontwikkeld hebben.
Ten vijfde laten ze toe om meta-vragen te stellen over de dominante geschiedschrijving van de EU en
van haar theorievorming. Hierbij wordt duidelijk dat bepaalde aspecten – zoals de marxistische inslag
van Spinelli of de anarchistische inspiratie van Mitrany – onderbelicht blijven in de klassieke
overzichten. Tegelijkertijd waren er in de jaren 1940-1950 nog veel meer denkers over ‘Europa’ die in
de handboeken nauwelijks aandacht kregen.
De bedoeling van dit hoofdstuk is dus niet enkel om de ‘klassieke’ scholen toe te lichten, maar ook om deze meta-aspecten
te benadrukken. Het federalisme en functionalisme (en in mindere mate het transactionalisme) worden vaak voorgesteld
als pre-theoretisch en normatief, gericht op het overstijgen van de macht van nationale staten en het streven naar vrede.
Latere theorieën zouden de integratie meer wetenschappelijk benaderen, maar dit verhaal blijkt complexer te zijn dan het
op het eerste gezicht lijkt.
3 WEGEN NAAR VREDE…
3
, NS 2026-2026
FEDERALISME
Kernidee (soundbite)
“Eén gemeenschappelijk bestuur boven de staten om vrede en voorspelbare regels te garanderen.”
Echte vrede en stabiliteit in Europa is enkel mogelijk als er een sterke supranationale overheid is
o Als alle landen gezamenlijke instellingen en regels hebben, gaan ze minder rede hebben om
ruzie te maken, meer kans op vrede, minder kans op oorlog
Praktisch
- Gezamenlijke instellingen (raad van Europa, Hof van state)
- Gezamenlijke regels
Voordelen
• Minder conflicten: gedeelde regels & arbitrage boven nationaal niveau
• Efficiëntie: minder dubbel werk, schaalvoordeel (defensie, migratie, klimaat)
• Rechtenbescherming: onafhankelijke rechter kan nationale ontsporingen corrigeren (EHRM)
Nadelen / Obstakels
• Soevereiniteit: weerstand bij belastingen, defensie, migratie
• Democratische afstand: gevoel van “Brussel beslist, wij niet”
• One-size-fits-all: culturele/economische verschillen botsen met uniforme regels
Voorbeelden
• Raad van Europa & EHRM: mensenrechtenstandaarden, bindende arresten
• EU-praktijk (deels federaal): gezamenlijke markt, eurozone, grenzen (Schengen)
Logica achter federalisme
• Gedeelde regels + gedeelde handhaving ⇒ minder ruimte voor ruzie
• Gemeenschappelijk belang > nationaal eigenbelang in grensoverschrijdende dossiers
o federalisme maakt het zo mogelijk om dossiers die de grenzen overstijgen – zoals klimaat,
handel of veiligheid – te behandelen vanuit een gezamenlijk belang, dat zwaarder kan wegen
dan het louter nationale eigenbelang.
Veelvoorkomende misvatting
• “Federalisme = centralisme.”
→ Federaties kunnen bevoegdheden duidelijk verdelen: wat lokaal kan, blijft lokaal. Wat
grensoverschrijdend is, wordt samen geregeld.
o Centralisme betekent dat de macht en besluitvorming zoveel mogelijk geconcentreerd zijn op één centraal niveau
(meestal de nationale overheid).
Alternatieven (ter vergelijking)
4