H12 AFWEER
12.1 planten en afweer
Bescherming
Mechanische afweer = doornen / stekels
+ werken tegen grote herbivoren
- kleine herbivoren werken hier tussendoor
- afweer tegen alle herbivoren kost meer dan vraat kleine herbivoren
Mutualisme =langdurige relatie tussen verschillende soorten waar beide
voordeel bij hebben
+ mutualistische soort beschermt de boom
- mutualistische soort verwacht bescherming / voedsel
Chemische bescherming = bescherming door de aanmaak van stoffen
+ bitter / bijtend / brandend / giftig
Afweer tegen bacteriën en schimmels
Plantencellen herkennen schadelijke schimmels en bacteriën via receptoren op
de celmembranen. maatregelen:
Sluiten van de huidmondjes hierdoor komen er minder
bacteriën binnen
Maken van H2O2 (waterstofperoxide) de celwand wordt dikker en meer
bescherming
Beschadigde cel NO komt vrij doodt ziekteverwekkers, maar ook
eigen cellen
plant maakt meteen een nieuwe stof die NO binnen de cel onschadelijk
maakt
Er vindt toch vraat plaats
Dan doet de plant dit:
Optie 1:
Bijna alle planten scheiden stoffen af signaal voor de rest
Die bladeren reageren door stoffen te maken die de bladetende dieren niet
lekker vinden
Optie 2:
Bijna alle planten scheiden stoffen af
Geurstoffen trekken de vijand van de vijand aan
OF nectar productie gericht op aantrekken vijand van de vijand
, 12.2 bescherming
Bacteriën:
Kenmerken:
Geen celkern
Hun cirkelvormig DNA ligt los in het grondplasma = prokaryoot
(BINAS 78, 79A, 92A)
Om elke cel zit een celwand
Om overzicht te krijgen hebben biologen bacteriën onder andere ingedeeld op:
Leefomgeving
-Aeroob = zuurstof
-Anaeroob = zonder zuurstof
Voedselherkomst
-heterotroof = voedsel van andere organismen
-autotroof = zelfvoedend
Celvorm (BINAS 79A)
-bolletjes
-staafjes
Celwandverschillen
Goede en slechte bacteriën
Goed:
Beschermlaag huid
Vertering in darmen
Slecht:
Ziekteverwekkers
-afscheiden van giftige stoffen
-lethaal = zelf dodend
Andere eencellige ziekteverwekkers
Parasieten:
Een- of meercellige ziekteverwekker.
Heterotroof.
Voorbeeld: Giardia lamblia.
-Hecht aan darmwand
-Diarree
-Meest voorkomende darmparasiet in Nederland
Barrières aan de buitenkant
Huid als barrière
Dekweefsel
-vormt een fysische barrière voor ziekteverwekkers en gevaarlijke stoffen.
-de weefsels bestaan uit nauw aaneengesloten cellen
-daar kunnen grotere moleculen, zoals ziekteverwekkers, niet doorheen.
-dekweefsel schermt het inwendige milieu af van het uitwendige milieu
De opperhuid is een voorbeeld van een deksweefsel
Opperhuid (=epidermis) is een dekweefsel.
12.1 planten en afweer
Bescherming
Mechanische afweer = doornen / stekels
+ werken tegen grote herbivoren
- kleine herbivoren werken hier tussendoor
- afweer tegen alle herbivoren kost meer dan vraat kleine herbivoren
Mutualisme =langdurige relatie tussen verschillende soorten waar beide
voordeel bij hebben
+ mutualistische soort beschermt de boom
- mutualistische soort verwacht bescherming / voedsel
Chemische bescherming = bescherming door de aanmaak van stoffen
+ bitter / bijtend / brandend / giftig
Afweer tegen bacteriën en schimmels
Plantencellen herkennen schadelijke schimmels en bacteriën via receptoren op
de celmembranen. maatregelen:
Sluiten van de huidmondjes hierdoor komen er minder
bacteriën binnen
Maken van H2O2 (waterstofperoxide) de celwand wordt dikker en meer
bescherming
Beschadigde cel NO komt vrij doodt ziekteverwekkers, maar ook
eigen cellen
plant maakt meteen een nieuwe stof die NO binnen de cel onschadelijk
maakt
Er vindt toch vraat plaats
Dan doet de plant dit:
Optie 1:
Bijna alle planten scheiden stoffen af signaal voor de rest
Die bladeren reageren door stoffen te maken die de bladetende dieren niet
lekker vinden
Optie 2:
Bijna alle planten scheiden stoffen af
Geurstoffen trekken de vijand van de vijand aan
OF nectar productie gericht op aantrekken vijand van de vijand
, 12.2 bescherming
Bacteriën:
Kenmerken:
Geen celkern
Hun cirkelvormig DNA ligt los in het grondplasma = prokaryoot
(BINAS 78, 79A, 92A)
Om elke cel zit een celwand
Om overzicht te krijgen hebben biologen bacteriën onder andere ingedeeld op:
Leefomgeving
-Aeroob = zuurstof
-Anaeroob = zonder zuurstof
Voedselherkomst
-heterotroof = voedsel van andere organismen
-autotroof = zelfvoedend
Celvorm (BINAS 79A)
-bolletjes
-staafjes
Celwandverschillen
Goede en slechte bacteriën
Goed:
Beschermlaag huid
Vertering in darmen
Slecht:
Ziekteverwekkers
-afscheiden van giftige stoffen
-lethaal = zelf dodend
Andere eencellige ziekteverwekkers
Parasieten:
Een- of meercellige ziekteverwekker.
Heterotroof.
Voorbeeld: Giardia lamblia.
-Hecht aan darmwand
-Diarree
-Meest voorkomende darmparasiet in Nederland
Barrières aan de buitenkant
Huid als barrière
Dekweefsel
-vormt een fysische barrière voor ziekteverwekkers en gevaarlijke stoffen.
-de weefsels bestaan uit nauw aaneengesloten cellen
-daar kunnen grotere moleculen, zoals ziekteverwekkers, niet doorheen.
-dekweefsel schermt het inwendige milieu af van het uitwendige milieu
De opperhuid is een voorbeeld van een deksweefsel
Opperhuid (=epidermis) is een dekweefsel.